Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

Door Baca’s vallei

16 december

Vandaag

3 min. lezen

Niet ons, o Heere, niet ons, maar Uw Naam geef eer, om Uwer goedertierenheid, om Uwer waarheid wil.
Psalm 115:1

Veel lieve kinderen van God kunnen niet veel vertellen over vriendelijke bewijzen van Zijn genade, over vroegere aanrakingen van Zijn genadige hand en over de vernedering van het hart onder een besef van Zijn goedertierenheid en liefde. Toch voelen zij zich merkbaar ondersteund door wat hun geloof vastgrijpt en te zien krijgt, en toch geven zij God de eer. Soms ook, wanneer zij het gepredikte Woord horen en daaronder een zegen ontvangen, of wanneer een dierbare belofte met goddelijke kracht in hun ziel komt, of wanneer zij in het verborgen begunstigd worden en licht en leven in hun ziel stromen, dan zien zij zo’n heerlijkheid in wat hun op die manier is bekendgemaakt, dat zij God verheerlijken om wat zij zien en voelen.

Maar vooral wanneer de weg van de zaligheid voor hen ontsloten wordt, wanneer Christus door de kracht van God aan hen geopenbaard wordt, wanneer zij het wonderlijke plan van de zaligheid ontvouwd zien, namelijk hoe God rechtvaardig kan zijn en tegelijk de Rechtvaardiger van hem die in Jezus gelooft; en ook wanneer zij de grootheid zien van de verborgenheid van de Persoon van Christus, de gezegende oplossing van het vraagstuk waarmee hun geest zo bezig was geweest, dan geven zij vrij en volkomen alle eer aan God.

„Heere,” zeggen zij, „wie en wat ben ik, dat U medelijden met mij had, dat U mijn hart door genade wilde aanraken en Uw vreze in mijn hart wilde leggen; dat U mij leidde om te bidden en Uw aangezicht te zoeken; en dat U naar mijn arme zuchten wilde horen, mij hoop gaf op Uw genade en mijn ziel daarbij zegende met een openbaring van Uw lieve Zoon? O, wie en wat ben ik, dat ik zo begunstigd word, terwijl duizenden aan zichzelf overgelaten worden en in hun zonden omkomen? O, hoe heerlijk bent U! Wat een goedertieren God! Hoe doet Uw genade mijn hart smelten en vernedert Uw goedertierenheid mijn ziel! Aan Uw Naam alleen zij alle eer en lof, nu en tot in eeuwigheid.”

Hier wordt God de eer gegeven. Zo geeft het ware geloof altijd aan God de eer en wil het nooit een greintje lof voor zichzelf hebben. Het kent alle heerlijkheid toe aan God, als de Beginner en Voleinder, totdat de zegeningen hier uitlopen op de zegeningen daarboven, en de stromen van de genade op aarde uitmonden in de onbegrensde oceaan van de heerlijkheid in de hemel.

Aan de lezer…

Kunt u, bestreden ziel, niet veel vertellen over bijzondere bewijzen van Gods genade, en meent u daarom dat u erbuiten staat? Bedenk dan dat veel lieve kinderen van God er zo aan toe zijn, en toch worden zij merkbaar ondersteund door wat hun geloof vastgrijpt. Een woord dat u onder de prediking raakte, een belofte die met kracht in uw ziel kwam, een ogenblik van licht in het verborgen: het zijn evenveel redenen om te zeggen: „Niet ons, o Heere, niet ons.”

En is Christus u ooit geopenbaard als de Rechtvaardiger van hem die in Jezus gelooft, vraag dan met verwondering: „Wie en wat ben ik, dat U medelijden met mij had?” Dat is de taal van het ware geloof, dat geen greintje lof voor zichzelf zoekt. Geef Hem de eer van het begin en van het einde, want Hij Die hier de stromen van de genade laat vloeien, zal ze eens laten uitmonden in de onbegrensde oceaan van de heerlijkheid.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl