vandaag verschenen
Een medelijdende Hogepriester en een troon der genade
Over Hebreeën 4:15,16: Christus, onze grote Hogepriester, kan medelijden hebben met onze zwakheden en is in alles verzocht, maar zonder zonde. Juist wie zijn zwakheden en verzoekingen voelt, wordt aangespoord…
7 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
2 weken geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
3 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Kastijd mij, Heere! doch met mate; niet in Uw toorn, opdat Gij mij niet te niete maakt.
Jeremia 10:24
„Verbolgenheid is niet in Mij”, zegt de Heere. Neen, er is geen toorn in Gods boezem tegen Zijn volk. Zij zijn voor eeuwig „aangenomen in de Geliefde” en staan voor Gods troon zonder vlek en zonder rimpel; maar er is misnoegen tegen hun zonde, en dit misnoegen doet hun goede en genadige Vader hen gevoelen, wanneer Hij het licht Zijns aanschijns van hen wegneemt en Zijn scherpe berispingen en bestraffingen in hun geweten zendt. Maar juist deze oordelen helpen hen (Ps. 119:175), want zij leiden tot een nauwkeurig onderzoek van het hart; en daar het dezelfde goede Geest is Die de berisping geeft en Die berouw mededeelt, gevoelen zij een droefheid naar God, en deze droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid (2 Kor. 7:10).
Indien dan onze droefenis, ons kruis, ons verlies, onze ontberingen, huiselijke rampen, beproevingen der Kerk, en meer bijzonder, indien de bestraffingen en berispingen van God in ons geweten het middel zijn geweest om onze trotse harten te vernederen, en ons te brengen tot een eerlijke belijdenis van en een droefheid naar God over onze zonden en afdwalingen; indien zij ons inderdaad meer van de wereld, haar vrienden, haar handelingen, haar beginselen en haar geest hebben afgescheiden; indien zij het middel in Gods hand geweest zijn om de Geest des gebeds en der smeking in ons hart te storten, ons gedeelten van Gods Woord te doen verstaan die tot nu toe voor ons verborgen waren; ons telkens en met meer behoefte geleid hebben tot de troon der genade; ons een dieper inzicht gegeven hebben in de weg der zaligheid; de barmhartigheid dierbaarder en de genade zoeter gemaakt hebben – zijn dan die beproevingen en bezoekingen vruchteloos en ongepast geweest?
Sla ied’re zucht, mijn hart ontgleden,
opmerkend ga. Schenk mij ’t genot
uws heils, mijn Koning en mijn God!
Ik zal tot U met mijn gebeden
eerbiedig treden.
Ps. 5:2
Aan de lezer…
Kind van God, heeft de Heere het licht Zijns aanschijns van u weggenomen, en voelt u Zijn scherpe berispingen in uw geweten? Dan zult u wellicht vrezen dat Hij in toorn tegen u is. Maar er is geen verbolgenheid in Hem tegen Zijn volk; wel misnoegen tegen hun zonde, en Hij laat dat voelen als een goede en genadige Vader, niet als een rechter die verdoemt.
Ziet u dan eens terug: hebben uw kruis, uw verlies en uw beproevingen uw trotse hart niet vernederd? Hebben zij u niet vaker en met meer behoefte tot de troon der genade gedreven, en de genade zoeter gemaakt? Dan zijn zij niet vruchteloos geweest. Bid dan met de profeet: „Kastijd mij, Heere, doch met mate”, en wees verzekerd dat Hij u niet te niete zal maken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Kastijd mij, Heere! doch met mate; niet in Uw toorn, opdat Gij mij niet te niete maakt.
Jeremia 10:24
„Verbolgenheid is niet in Mij”, zegt de Heere. Nee, er is in Gods hart geen toorn tegen Zijn volk. Zij zijn voor eeuwig „aangenomen in de Geliefde” en staan voor Gods troon zonder vlek en zonder rimpel. Maar er is wel misnoegen over hun zonde, en dat misnoegen laat hun goede en genadige Vader hen voelen wanneer Hij het licht van Zijn aangezicht van hen wegneemt en Zijn scherpe berispingen en bestraffingen in hun geweten zendt. Maar juist deze oordelen helpen hen (Ps. 119:175), want zij leiden tot een nauwkeurig onderzoek van het hart. En omdat het dezelfde goede Geest is Die de berisping geeft en Die berouw schenkt, voelen zij een droefheid naar God, en deze droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid (2 Kor. 7:10).
Stel dan dat ons verdriet, ons kruis, ons verlies, onze ontberingen, rampen in ons gezin, beproevingen van de Kerk, en vooral de bestraffingen en berispingen van God in ons geweten, het middel zijn geweest om onze trotse harten te vernederen en ons te brengen tot een eerlijke belijdenis van onze zonden en afdwalingen en tot een droefheid naar God daarover. Stel dat zij ons werkelijk meer hebben losgemaakt van de wereld, van haar vrienden, haar praktijken, haar beginselen en haar geest. Stel dat zij in Gods hand het middel zijn geweest om de Geest van de genade en van de gebeden in ons hart uit te storten, en om ons gedeelten van Gods Woord te laten verstaan die tot nu toe voor ons verborgen waren. Stel dat zij ons steeds weer en met meer behoefte naar de troon van de genade hebben geleid, ons een dieper inzicht hebben gegeven in de weg van de zaligheid, en de barmhartigheid dierbaarder en de genade zoeter hebben gemaakt. Zijn die beproevingen en bezoekingen dan vruchteloos en ongepast geweest?
Sla ied’re zucht, mijn hart ontgleden,
opmerkend ga. Schenk mij ’t genot
uws heils, mijn Koning en mijn God!
Ik zal tot U met mijn gebeden
eerbiedig treden.
Ps. 5:2
Aan de lezer…
Kind van God, heeft de Heere het licht van Zijn aangezicht van u weggenomen, en voelt u Zijn scherpe berispingen in uw geweten? Dan zult u misschien vrezen dat Hij in toorn tegen u is. Maar er is in Hem geen verbolgenheid tegen Zijn volk; wel misnoegen over hun zonde, en Hij laat dat voelen als een goede en genadige Vader, niet als een rechter die verdoemt.
Kijk dan eens terug: hebben uw kruis, uw verlies en uw beproevingen uw trotse hart niet vernederd? Hebben zij u niet vaker en met meer behoefte naar de troon van de genade gedreven, en de genade zoeter gemaakt? Dan zijn zij niet vruchteloos geweest. Bid dan met de profeet: „Kastijd mij, Heere, doch met mate”, en wees ervan verzekerd dat Hij u niet te niet zal maken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
O LORD, correct me, but with judgment; not in thine anger, lest thou bring me to nothing.
Jeremiah 10:24
“Fury is not in Me,” says the Lord. No; there is no wrath in the bosom of God against His people. They are forever “accepted in the Beloved,” and stand in Him before the throne of God without spot or wrinkle. But there is displeasure against their sins; and this displeasure their kind and gracious Father makes them feel when He withdraws from them the light of His countenance, and sends His keen reproofs and sharp rebukes into their conscience. But these very “judgments” help them (Ps. 119:175), for they lead to deep searchings of heart; and as the same blessed Spirit Who sets home the reproof, communicates therewith repentance, they sorrow after a godly manner, and this godly sorrow works repentance to salvation not to be repented of (2 Cor. 7:10).
If, then, our afflictions, crosses, losses, bereavements, family troubles, church trials, and more especially if the rebukes and reproofs of God in our own conscience have been a means of humbling our proud hearts, bringing us to honest confession of, and godly sorrow for our sins and backslidings, if they have instrumentally separated us more effectually from the world, its company, its ways, its maxims, and its spirit; if they have, in the good hand of God, stirred up prayer and supplication in our hearts, led us into portions of the Word of truth before hidden from view, laid us more feelingly and continually at the footstool of mercy, given us a deeper insight into the way of salvation, made mercy more dear, and grace more sweet, have these trials and afflictions been either unprofitable or unseasonable?
To the reader…
Child of God, has the Lord withdrawn the light of His countenance from you, and do you feel His sharp rebukes in your conscience? Then perhaps you fear that He is angry with you. But there is no fury in Him against His people; there is displeasure at their sin, and He makes them feel it as a kind and gracious Father, not as a judge who condemns.
Look back, then: have your crosses, your losses and your trials not humbled your proud heart? Have they not driven you to the throne of grace more often and with greater need, and made grace sweeter? Then they have not been fruitless. Pray, then, with the prophet: “O Lord, correct me, but with judgment,” and be assured that He will not bring you to nothing.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Castígame, oh Jehová, mas con juicio; no con Tu furor, porque no me aniquiles.
Jeremías 10:24
“No hay enojo en Mí”, dice el Señor. No; no hay ira en el seno de Dios contra Su pueblo. Ellos son para siempre “aceptos en el Amado”, y están en Él delante del trono de Dios sin mancha ni arruga. Pero hay desagrado contra sus pecados; y este desagrado se lo hace sentir su Padre bondadoso y lleno de gracia cuando retira de ellos la luz de Su rostro y envía Sus agudas reprensiones y severas correcciones a su conciencia. Pero estos mismos “juicios” les ayudan (Salmo 119:175), porque conducen a profundos escudriñamientos del corazón; y como el mismo bendito Espíritu que hace llegar la reprensión comunica con ella el arrepentimiento, se entristecen según Dios, y este dolor que es según Dios obra arrepentimiento saludable, de que no hay que arrepentirse (2 Corintios 7:10).
Si, pues, nuestras aflicciones, cruces, pérdidas, duelos, problemas de familia, pruebas en la iglesia, y más especialmente las reprensiones y correcciones de Dios en nuestra propia conciencia, han sido un medio para humillar nuestros corazones orgullosos, llevándonos a una sincera confesión de nuestros pecados y rebeliones y a un dolor según Dios por ellos; si nos han separado más eficazmente, como instrumentos, del mundo, de su compañía, sus caminos, sus máximas y su espíritu; si, en la buena mano de Dios, han despertado oración y súplica en nuestros corazones, nos han llevado a porciones de la Palabra de verdad antes ocultas a nuestra vista, nos han puesto más sentida y continuamente ante el estrado de la misericordia, nos han dado una visión más profunda del camino de la salvación, y han hecho la misericordia más preciosa y la gracia más dulce, ¿han sido estas pruebas y aflicciones sin provecho o fuera de tiempo?
Al lector…
Hijo de Dios, ¿ha retirado el Señor de usted la luz de Su rostro, y siente Sus agudas reprensiones en su conciencia? Quizá teme entonces que Él esté airado con usted. Pero no hay enojo en Él contra Su pueblo; hay desagrado por su pecado, y Él se lo hace sentir como un Padre bondadoso y lleno de gracia, no como un juez que condena.
Mire, pues, atrás: ¿no han humillado su corazón orgulloso sus cruces, sus pérdidas y sus pruebas? ¿No le han llevado al trono de la gracia más a menudo y con mayor necesidad, y no han hecho más dulce la gracia? Entonces no han sido infructuosas. Ore, pues, con el profeta: “Castígame, oh Jehová, mas con juicio”, y tenga la seguridad de que Él no le aniquilará.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Door Christus tot God gaan
Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.
Hebreeën 7:25
De zegeningen die de Heere Jezus aan Zijn kinderen geeft, bezitten meer dan de heerlijkheid die op dat moment wordt overgebracht. Ze strekken zich naar voren uit en reiken naar achteren; ze kijken naar de aankomende eeuwigheid en vanuit de voorbije eeuwigheid. Door de overdracht en openbaring ervan worden Zijn kinderen geschikt gemaakt voor de erfenis der heiligen in het licht, want deze zegeningen hebben een zoete, louterende invloed. Aldus wordt van gelovigen in Jezus gezegd dat zij ‘zich in Hem verheugen met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde’ (1 Petr. 1:8), en dat zij kunnen verwachten Hem te zien zoals Hij is, en ‘die reinigt zichzelven, gelijk Hij rein is’ (1 Joh. 3:3). Geestelijke zegeningen zijn niet zoals louter leerstellige meningen, die ons vaak niet verder brengen dan we zijn – slaven van de zonde, het zelf, de duivel en de wereld. Ze hebben een gezegende, louterende invloed op het hart. Ze bereiden de ziel voor op de heerlijkheid; ze zijn er voorproeven van, een voortijdig genieten op aarde van de heerlijkheden van de hemel.
Derhalve is hun uitwerking dat ze het hart met zijn gevoelens afscheiden van de wereld; een wereldse geest beteugelen en kruisigen; trots en begerigheid doden; het geweten gevoelig en levend maken in godsvrucht; de zonde uitzonderlijk zondig maken, de herinnering eraan bitter en het toegeven eraan angstaanjagend; een stemming van bidden en smeken opwekken; de geestelijke betekenis van de Heilige Schrift toegankelijk maken; heilige overpeinzing aanmoedigen; de ziel voeden met uitgelezen vruchten uit het Woord der waarheid; de geest van geloof inblazen die elke genadige beweging naar God toe bezielt; en, kortom, de innerlijke heiligheid overbrengen en in stand houden zonder welke niemand de Heere zien zal. Kan de aarde een gezegender aanblik bieden dan een gelovige die op zijn knieën voor de genadetroon ligt, terwijl hij opkijkt naar de gezegende Heere aan de rechterhand van de Vader, en zijn medelevende Hogepriester Die naar hem omlaag kijkt met liefde in Zijn hart, medelijden in Zijn ogen en zegeningen in Zijn hand?
Lezen: Filippenzen 3:17-4:9
Aan de lezer…
Hoe vaak voelt u zich nog een slaaf van de zonde, het zelf en de wereld, en merkt u dat louter kennis van de leer u daar niet uit verlost! Dat is een eerlijke en pijnlijke ontdekking. Maar de zegeningen die de Heere Jezus geeft, zijn anders: zij maken de zonde bitter, het geweten teder en het hart afgescheiden van de wereld, en zij wekken de geest van bidden en smeken op.
Gaat u dan op uw knieën voor de genadetroon, al is het met weinig woorden en veel zuchten? Bedenk wie daar op u neerziet: een medelevende Hogepriester, met liefde in Zijn hart, medelijden in Zijn ogen en zegeningen in Zijn hand. Hij leeft altijd om voor de Zijnen te bidden. Kijk dan op naar Hem, en verwacht van Zijn hand wat u in uzelf nooit vinden zult.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.
Hebreeën 7:25
De zegeningen die de Heere Jezus aan Zijn kinderen geeft, hebben meer in zich dan de heerlijkheid die op dat moment geschonken wordt. Ze strekken zich vooruit en reiken terug; ze zien uit naar de komende eeuwigheid en komen voort uit de voorbije eeuwigheid. Door het schenken en openbaren ervan worden Zijn kinderen bekwaam gemaakt voor de erfenis der heiligen in het licht, want deze zegeningen hebben een zoete, heiligende invloed. Zo wordt van gelovigen in Jezus gezegd dat zij „zich in Hem verheugen met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde” (1 Petr. 1:8), en dat zij verwachten Hem te zien zoals Hij is, en „die reinigt zichzelven, gelijk Hij rein is” (1 Joh. 3:3). Geestelijke zegeningen zijn niet zoals louter leerstellige meningen, die ons vaak laten zoals we zijn: slaven van de zonde, van het eigen ik, van de duivel en van de wereld. Ze hebben een gezegende, heiligende invloed op het hart. Ze bereiden de ziel voor op de heerlijkheid; ze zijn er een voorsmaak van, een genieten hier op aarde van de heerlijkheden van de hemel, nog vóór de tijd.
Daarom is hun uitwerking dat ze het hart met zijn genegenheden losmaken van de wereld; dat ze een wereldse geest beteugelen en kruisigen; hoogmoed en hebzucht doden; het geweten teer en levend maken in de vreze Gods; de zonde zeer zondig maken, de herinnering eraan bitter en het toegeven eraan angstaanjagend. Ze wekken een geest van gebed en smeking op; ze ontsluiten de geestelijke betekenis van de Heilige Schrift; ze bevorderen heilige overdenking; ze voeden de ziel met uitgelezen vruchten uit het Woord der waarheid; ze blazen de geest van het geloof in, die elke genadige beweging naar God toe bezielt. Kortom, ze schenken en onderhouden de innerlijke heiligheid zonder welke niemand de Heere zien zal. Kan de aarde een gezegender aanblik bieden dan een gelovige die op zijn knieën ligt voor de troon der genade en opziet naar de gezegende Heere aan de rechterhand van de Vader, terwijl zijn meelevende Hogepriester op hem neerziet met liefde in Zijn hart, medelijden in Zijn ogen en zegeningen in Zijn hand?
Lezen: Filippenzen 3:17-4:9
Aan de lezer…
Hoe vaak voelt u zich nog een slaaf van de zonde, van het eigen ik en van de wereld, en merkt u dat louter kennis van de leer u daar niet uit verlost! Dat is een eerlijke en pijnlijke ontdekking. Maar de zegeningen die de Heere Jezus geeft, zijn anders: zij maken de zonde bitter, het geweten teer en het hart los van de wereld, en zij wekken de geest van gebed en smeking op.
Gaat u dan op uw knieën voor de troon der genade, al is het met weinig woorden en veel zuchten? Bedenk wie daar op u neerziet: een meelevende Hogepriester, met liefde in Zijn hart, medelijden in Zijn ogen en zegeningen in Zijn hand. Hij leeft altijd om voor de Zijnen te bidden. Zie dan op naar Hem, en verwacht van Zijn hand wat u in uzelf nooit zult vinden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wherefore He is able also to save them to the uttermost that come unto God by Him, seeing He ever liveth to make intercession for them.
Hebrews 7:25
The blessings which the Lord Jesus gives to His children have more in them than the glory bestowed at the moment. They stretch forward and reach back; they look forward to the eternity to come and spring out of the eternity that is past. By the giving and revealing of them His children are made meet for the inheritance of the saints in light, for these blessings have a sweet, sanctifying influence. So it is said of believers in Jesus that they “rejoice with joy unspeakable and full of glory” (1 Pet. 1:8), and that they expect to see Him as He is, and every one that hath this hope in Him “purifieth himself, even as He is pure” (1 John 3:3).
Spiritual blessings are not like mere doctrinal opinions, which often leave us as we are: slaves to sin, to self, to the devil and to the world. They have a blessed, sanctifying influence upon the heart. They prepare the soul for glory; they are a foretaste of it, an enjoyment here on earth of the glories of heaven, even before the time.
Therefore their effect is to wean the heart with its affections from the world; to check and crucify a worldly spirit; to mortify pride and covetousness; to make the conscience tender and alive in the fear of God; to make sin exceedingly sinful, the remembrance of it bitter and the indulgence of it dreadful. They stir up a spirit of grace and supplications; they open up the spiritual meaning of the Holy Scriptures; they promote holy meditation; they feed the soul with choice fruits out of the Word of truth; they breathe in the spirit of faith, which animates every gracious movement towards God. In short, they give and maintain that inward holiness without which no man shall see the Lord.
Can earth afford a more blessed sight than a believer on his knees before the throne of grace, looking up to the blessed Lord at the right hand of the Father, while his sympathising High Priest looks down upon him with love in His heart, pity in His eyes and blessings in His hand?
Reading: Philippians 3:17-4:9
To the reader…
How often you still feel yourself a slave to sin, to self and to the world, and find that mere knowledge of doctrine does not set you free from it! That is an honest and painful discovery. But the blessings which the Lord Jesus gives are different: they make sin bitter, the conscience tender and the heart weaned from the world, and they stir up the spirit of prayer and supplication.
Do you go on your knees, then, before the throne of grace, even if it is with few words and many sighs? Remember Who looks down upon you there: a sympathising High Priest, with love in His heart, pity in His eyes and blessings in His hand. He ever lives to make intercession for His own. Look up to Him, then, and expect from His hand what you will never find in yourself.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Por lo cual puede también salvar eternamente a los que por Él se allegan a Dios, viviendo siempre para interceder por ellos.
Hebreos 7:25
Las bendiciones que el Señor Jesús da a Sus hijos contienen más que la gloria otorgada en el momento. Se extienden hacia adelante y alcanzan hacia atrás; miran a la eternidad venidera y brotan de la eternidad pasada. Por el darlas y revelarlas, Sus hijos son hechos aptos para la herencia de los santos en luz, pues estas bendiciones tienen una dulce influencia santificadora. Así se dice de los creyentes en Jesús que “se alegran con gozo inefable y glorificado” (1 Ped. 1:8), y que esperan verle como Él es, y todo aquel que tiene esta esperanza en Él “se purifica, como Él también es limpio” (1 Juan 3:3).
Las bendiciones espirituales no son como meras opiniones doctrinales, que a menudo nos dejan como estamos: esclavos del pecado, del yo, del diablo y del mundo. Tienen una influencia bendita y santificadora sobre el corazón. Preparan el alma para la gloria; son un anticipo de ella, un goce aquí en la tierra de las glorias del cielo, aun antes de tiempo.
Por eso su efecto es destetar del mundo el corazón con sus afectos; refrenar y crucificar un espíritu mundano; mortificar el orgullo y la codicia; hacer la conciencia tierna y viva en el temor de Dios; hacer el pecado sobremanera pecaminoso, amargo su recuerdo y terrible el entregarse a él. Despiertan un espíritu de gracia y de oración; abren el sentido espiritual de las Santas Escrituras; promueven la santa meditación; alimentan el alma con frutos escogidos de la Palabra de verdad; infunden el espíritu de fe, que anima todo movimiento lleno de gracia hacia Dios. En suma, dan y mantienen aquella santidad interior sin la cual nadie verá al Señor.
¿Puede la tierra ofrecer una vista más bendita que la de un creyente de rodillas ante el trono de la gracia, mirando arriba al bendito Señor a la diestra del Padre, mientras su compasivo Sumo Sacerdote le mira desde lo alto con amor en Su corazón, piedad en Sus ojos y bendiciones en Su mano?
Lectura: Filipenses 3:17-4:9
Al lector…
¡Cuán a menudo se siente usted todavía esclavo del pecado, del yo y del mundo, y halla que el mero conocimiento de la doctrina no le libra de ello! Es un descubrimiento sincero y doloroso. Pero las bendiciones que da el Señor Jesús son distintas: hacen amargo el pecado, tierna la conciencia y destetan del mundo el corazón, y despiertan el espíritu de oración y de súplica.
¿Se pone usted, pues, de rodillas ante el trono de la gracia, aunque sea con pocas palabras y muchos suspiros? Recuerde quién le mira allí desde lo alto: un Sumo Sacerdote compasivo, con amor en Su corazón, piedad en Sus ojos y bendiciones en Su mano. Él vive siempre para interceder por los Suyos. Mire, pues, arriba hacia Él, y espere de Su mano lo que nunca hallará en sí mismo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen.
Efeze 2:20
De bedoeling van deze uitdrukking, die wij dikwijls aantreffen in het Nieuwe Testament, wordt, naar wij geloven, menigmaal misverstaan. Zij is allereerst genomen uit de verklaring betreffende de Heere Jezus uit de Psalmen, die Hij in de Evangeliën (Markus 12:10, Lukas 20:17) bijzonder aanhaalt en op Zichzelf toepast: „De steen, die de bouwlieden verworpen hebben, is tot een hoofd des hoeks geworden” (Psalm 118:22). Het hoofd van de hoek of de hoofdhoeksteen: de bedoeling van beide uitdrukkingen is één en dezelfde, en beduidt niet de steen die boven aan de gevel van het gebouw ligt en die de hoeken van de twee muren precies onder het dak met elkaar verenigt, maar de grote fundamentsteen die stevig bevestigd is op de grond van het huis, en genoemd wordt de hoeksteen, of het hoofd, of het hoofd des hoeks, omdat hij gelegd is als een grote en brede steen tot fundament van het ganse gebouw.
Iedere muur rust daarop bij de hoeken, en deze steen onderstut en draagt ze alle tegelijk. De twee muren die zich op die plaats verenigen, stellen Joden en heidenen voor. Dus ieder van deze twee muren rust gelijkelijk op de brede fundamentsteen, die beide gemeen hebben. Zij worden dus niet afgescheiden van elkaar gedragen, maar zij zijn beide verenigd op de hoeksteen. Het is de uitdrukking „hoofd” die de misvatting over het woord hoeksteen, waarop wij gezinspeeld hebben, in het leven heeft geroepen. Maar het woord „hoofd” beduidt in het Hebreeuws eigenlijk „de eerste of voornaamste”, en deze steen als fundament is niet slechts de voornaamste steen, die het geheel onderstut of draagt, maar hij is ook de eerste steen die gelegd is geworden.
Zo is de Heere Jezus niet alleen de Voornaamste in waardigheid, maar ook de Eerste, voordat de kerk was verkoren in Hem. In alles moest Hij de voorrang hebben. Zo is Hij de Eerste in waardigheid, als de Zoon des Vaders in waarheid en liefde; de Eerste in verkiezing: God verkoos Zijn volk in Hem. De Eerste in het lijden, want waren er smarten gelijk Zijn smarten? De Eerste in opstanding, want Hij is de Eersteling dergenen die ontslapen zijn. De Eerste in kracht, want Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde. De Eerste in heerlijkheid, want Hij is voorafgegaan om een plaats voor Zijn volk te bereiden. En wij mogen er wel aan toevoegen: Hij is de Eerste in hun harten en genegenheden; want die vader of moeder, zoon of dochter liefheeft boven Hem, is Hem niet waardig.
Aan de lezer…
Wie dit leest, mag zich afvragen: waarop rust u? De bouwlieden hebben deze Steen verworpen, en nog verwerpt de wereld Hem. Misschien voelt u uzelf als een muur die op instorten staat, of meent u dat u er niet bij hoort, alsof Hij alleen voor anderen gelegd is. Maar zie: Joden en heidenen rusten gelijkelijk op dezelfde brede fundamentsteen, en Hij draagt ze alle tegelijk.
Hij is de Eerste in het lijden, want er waren geen smarten gelijk Zijn smarten; Hij is de Eerste in opstanding en in heerlijkheid, voorafgegaan om een plaats voor Zijn volk te bereiden. Zo een Hoeksteen bezwijkt niet onder uw gewicht. Vraag dan of Hij ook in uw hart en genegenheden de Eerste mag zijn, boven vader of moeder, zoon of dochter. Wie op Hem gebouwd is, staat vast.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen.
Efeze 2:20
De betekenis van deze uitdrukking, die wij vaak in het Nieuwe Testament tegenkomen, wordt volgens ons dikwijls verkeerd begrepen. Zij is allereerst ontleend aan de uitspraak over de Heere Jezus in de Psalmen, die Hij in de Evangeliën (Markus 12:10, Lukas 20:17) uitdrukkelijk aanhaalt en op Zichzelf toepast: „De steen, die de bouwlieden verworpen hebben, is tot een hoofd des hoeks geworden” (Psalm 118:22). Het hoofd van de hoek of de hoofdhoeksteen: beide uitdrukkingen betekenen precies hetzelfde. Ze duiden niet op de steen die boven in de gevel van het gebouw ligt en de hoeken van de twee muren vlak onder het dak met elkaar verbindt, maar op de grote fundamentsteen die stevig in de grond van het huis is vastgezet. Die wordt de hoeksteen genoemd, of het hoofd, of het hoofd van de hoek, omdat hij gelegd is als een grote en brede steen tot fundament van het hele gebouw.
Iedere muur rust daar bij de hoeken op, en deze steen ondersteunt en draagt ze allemaal tegelijk. De twee muren die op die plaats samenkomen, stellen Joden en heidenen voor. Ieder van deze twee muren rust dus evenzeer op de brede fundamentsteen die zij gemeenschappelijk hebben. Zij worden dus niet los van elkaar gedragen, maar zijn beide verenigd op de hoeksteen. Het is het woord „hoofd” dat de misvatting over het woord hoeksteen waarop wij doelden, heeft veroorzaakt. Maar het woord „hoofd” betekent in het Hebreeuws eigenlijk „de eerste of voornaamste”, en deze steen is als fundament niet alleen de voornaamste steen, die het geheel ondersteunt of draagt, maar ook de eerste steen die gelegd is.
Zo is de Heere Jezus niet alleen de Voornaamste in waardigheid, maar ook de Eerste, want vóór alles werd de kerk in Hem verkoren. In alles moest Hij de eerste plaats hebben. Zo is Hij de Eerste in waardigheid, als de Zoon van de Vader in waarheid en liefde; de Eerste in de verkiezing: God verkoos Zijn volk in Hem. De Eerste in het lijden, want waren er smarten zoals Zijn smarten? De Eerste in de opstanding, want Hij is de Eersteling van hen die ontslapen zijn. De Eerste in kracht, want Hem is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. De Eerste in heerlijkheid, want Hij is voorgegaan om een plaats voor Zijn volk te bereiden. En wij mogen er wel aan toevoegen: Hij is de Eerste in hun harten en genegenheden; want wie vader of moeder, zoon of dochter liefheeft boven Hem, is Hem niet waardig.
Aan de lezer…
Wie dit leest, mag zich afvragen: waarop rust u? De bouwlieden hebben deze Steen verworpen, en nog steeds verwerpt de wereld Hem. Misschien voelt u zich als een muur die op instorten staat, of meent u dat u er niet bij hoort, alsof Hij alleen voor anderen gelegd is. Maar zie: Joden en heidenen rusten evenzeer op dezelfde brede fundamentsteen, en Hij draagt ze allemaal tegelijk.
Hij is de Eerste in het lijden, want er waren geen smarten zoals Zijn smarten; Hij is de Eerste in de opstanding en in heerlijkheid, voorgegaan om een plaats voor Zijn volk te bereiden. Zo’n Hoeksteen bezwijkt niet onder uw gewicht. Vraag dan of Hij ook in uw hart en genegenheden de Eerste mag zijn, boven vader of moeder, zoon of dochter. Wie op Hem gebouwd is, staat vast.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Jesus Christ Himself being the chief Corner Stone.
Ephesians 2:20
The meaning of this expression, which frequently occurs in the New Testament, is, we think, often misunderstood. It is taken in the first instance from the declaration concerning our Lord in the Psalms, which He in the gospels (Mark 12:10; Luke 20:17) specially claimed and appropriated to Himself—“The stone which the builders refused has become the head-stone of the corner” (Psalm 118:22).
“The head of the corner,” or “the chief corner stone,” the meaning of both expressions being one and the same, signifies not the stone which stands at the top of the building, uniting the corners of the two walls just under the roof, but the broad foundation stone, which is firmly fixed at the very bottom; and it is called the “corner stone” or the “head” or “chief of the corner,” because being laid as a huge and broad stone for a foundation of the whole building, each wall meets upon it at the corners, it equally supporting and upholding them all.
The two walls which thus meet together represent Jew and Gentile; but each of these walls equally rests upon the broad foundation stone which is common to both, and not only supports them separately, but unites them together at the corner, where each meets and rests upon it. It is the expression “head” which has caused the misapprehension of the word “corner stone” to which we have alluded; but the word “head” in Hebrew properly signifies the first or chief; and thus as the foundation is not only the chief stone as supporting the whole, but the first which is laid, so our gracious Lord is not only chief in dignity, but was laid first in place, for the Church was chosen in Him.
In all things He must have the pre-eminence. Thus He is first in dignity, as the Son of the Father in truth and love; first in choice, God choosing the elect in Him; first in suffering, for what sorrows were like His sorrows? first in resurrection, for He is “the first-fruits of those who slept;” first in power, for “all power is given unto Him in heaven and in earth;” first in glory, for He is gone before to prepare a place for His people; and we may well add, He is first in their hearts and affections, for he that loves father or mother, son or daughter, more than Him is not worthy of Him.
To the reader…
Whoever reads this may ask: on what do you rest? The builders rejected this Stone, and the world still rejects Him. Perhaps you feel like a wall about to collapse, or you think you do not belong, as if He were laid only for others. But see: Jews and Gentiles alike rest on the same broad foundation stone, and He bears them all at once.
He is first in suffering, for there were no sorrows like His sorrows; He is first in resurrection and in glory, gone before to prepare a place for His people. Such a Corner Stone does not give way under your weight. Ask, then, that He may be first in your heart and affections too, above father or mother, son or daughter. Whoever is built on Him stands firm.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Siendo la principal piedra del ángulo Jesucristo mismo.
Efesios 2:20
El sentido de esta expresión, que aparece con frecuencia en el Nuevo Testamento, es, a nuestro parecer, a menudo mal entendido. Está tomada en primer lugar de la declaración acerca de nuestro Señor en los Salmos, que Él en los evangelios (Marcos 12:10; Lucas 20:17) reclamó y se aplicó especialmente a Sí mismo: “La piedra que desecharon los edificadores ha venido a ser cabeza del ángulo” (Salmo 118:22).
“La cabeza del ángulo”, o “la principal piedra del ángulo” —siendo el sentido de ambas expresiones uno y el mismo—, no significa la piedra que está en lo alto del edificio, uniendo las esquinas de las dos paredes justo debajo del techo, sino la ancha piedra de fundamento, que está firmemente asentada en lo más bajo; y se la llama “piedra del ángulo” o “cabeza” o “principal del ángulo” porque, siendo puesta como una piedra enorme y ancha por fundamento de todo el edificio, cada pared se encuentra sobre ella en las esquinas, y ella las sostiene y sustenta a todas por igual.
Las dos paredes que así se juntan representan al judío y al gentil; pero cada una de estas paredes descansa por igual sobre la ancha piedra de fundamento que es común a ambas, y que no solo las sostiene por separado, sino que las une en la esquina, donde cada una se encuentra con ella y descansa sobre ella. Es la expresión “cabeza” la que ha causado la mala comprensión de la palabra “piedra del ángulo” a que hemos aludido; pero la palabra “cabeza” en hebreo significa propiamente lo primero o lo principal; y así como el fundamento no solo es la piedra principal porque sostiene el todo, sino la primera que se pone, así nuestro Señor lleno de gracia no solo es el principal en dignidad, sino que fue puesto primero en lugar, porque la Iglesia fue escogida en Él.
En todo tiene que tener Él el primado. Así es el primero en dignidad, como el Hijo del Padre en verdad y amor; el primero en la elección, pues Dios escogió a los escogidos en Él; el primero en el sufrimiento, pues ¿qué dolores fueron como Sus dolores?; el primero en la resurrección, pues Él es “primicias de los que durmieron”; el primero en poder, pues “toda potestad Le es dada en el cielo y en la tierra”; el primero en gloria, pues Él ha ido delante a preparar lugar para Su pueblo; y bien podemos añadir que es el primero en sus corazones y afectos, pues el que ama a padre o madre, hijo o hija más que a Él, no es digno de Él.
Al lector…
Quien lee esto puede preguntarse: ¿sobre qué descansa usted? Los edificadores desecharon esta Piedra, y el mundo todavía La desecha. Quizás usted se siente como una pared a punto de derrumbarse, o piensa que no pertenece, como si Él hubiera sido puesto solo para otros. Pero mire: judíos y gentiles descansan por igual sobre la misma ancha piedra de fundamento, y Él los sostiene a todos a la vez.
Él es el primero en el sufrimiento, pues no hubo dolores como Sus dolores; es el primero en la resurrección y en la gloria, y ha ido delante a preparar lugar para Su pueblo. Una Piedra del ángulo así no cede bajo su peso. Pida, pues, que Él sea el primero también en su corazón y en sus afectos, por encima de padre o madre, hijo o hija. Quien está edificado sobre Él se mantiene firme.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl