Nieuw verschenenEen medelijdende Hogepriester en een troon der genadePreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

29 juni Korenaren uit de volle oogst

Kastijd mij, Heere! doch met mate; niet in Uw toorn, opdat Gij mij niet te niete maakt.
Jeremia 10:24

„Verbolgenheid is niet in Mij”, zegt de Heere. Nee, er is in Gods hart geen toorn tegen Zijn volk. Zij zijn voor eeuwig „aangenomen in de Geliefde” en staan voor Gods troon zonder vlek en zonder rimpel. Maar er is wel misnoegen over hun zonde, en dat misnoegen laat hun goede en genadige Vader hen voelen wanneer Hij het licht van Zijn aangezicht van hen wegneemt en Zijn scherpe berispingen en bestraffingen in hun geweten zendt. Maar juist deze oordelen helpen hen (Ps. 119:175), want zij leiden tot een nauwkeurig onderzoek van het hart. En omdat het dezelfde goede Geest is Die de berisping geeft en Die berouw schenkt, voelen zij een droefheid naar God, en deze droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid (2 Kor. 7:10).

Stel dan dat ons verdriet, ons kruis, ons verlies, onze ontberingen, rampen in ons gezin, beproevingen van de Kerk, en vooral de bestraffingen en berispingen van God in ons geweten, het middel zijn geweest om onze trotse harten te vernederen en ons te brengen tot een eerlijke belijdenis van onze zonden en afdwalingen en tot een droefheid naar God daarover. Stel dat zij ons werkelijk meer hebben losgemaakt van de wereld, van haar vrienden, haar praktijken, haar beginselen en haar geest. Stel dat zij in Gods hand het middel zijn geweest om de Geest van de genade en van de gebeden in ons hart uit te storten, en om ons gedeelten van Gods Woord te laten verstaan die tot nu toe voor ons verborgen waren. Stel dat zij ons steeds weer en met meer behoefte naar de troon van de genade hebben geleid, ons een dieper inzicht hebben gegeven in de weg van de zaligheid, en de barmhartigheid dierbaarder en de genade zoeter hebben gemaakt. Zijn die beproevingen en bezoekingen dan vruchteloos en ongepast geweest?

Sla ied’re zucht, mijn hart ontgleden,
opmerkend ga. Schenk mij ’t genot
uws heils, mijn Koning en mijn God!
Ik zal tot U met mijn gebeden
eerbiedig treden.

Ps. 5:2

Aan de lezer…

Kind van God, heeft de Heere het licht van Zijn aangezicht van u weggenomen, en voelt u Zijn scherpe berispingen in uw geweten? Dan zult u misschien vrezen dat Hij in toorn tegen u is. Maar er is in Hem geen verbolgenheid tegen Zijn volk; wel misnoegen over hun zonde, en Hij laat dat voelen als een goede en genadige Vader, niet als een rechter die verdoemt.

Kijk dan eens terug: hebben uw kruis, uw verlies en uw beproevingen uw trotse hart niet vernederd? Hebben zij u niet vaker en met meer behoefte naar de troon van de genade gedreven, en de genade zoeter gemaakt? Dan zijn zij niet vruchteloos geweest. Bid dan met de profeet: „Kastijd mij, Heere, doch met mate”, en wees ervan verzekerd dat Hij u niet te niet zal maken.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

29 juni 365 dagen met Philpot

Door Christus tot God gaan

Waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.
Hebreeën 7:25

De zegeningen die de Heere Jezus aan Zijn kinderen geeft, hebben meer in zich dan de heerlijkheid die op dat moment geschonken wordt. Ze strekken zich vooruit en reiken terug; ze zien uit naar de komende eeuwigheid en komen voort uit de voorbije eeuwigheid. Door het schenken en openbaren ervan worden Zijn kinderen bekwaam gemaakt voor de erfenis der heiligen in het licht, want deze zegeningen hebben een zoete, heiligende invloed. Zo wordt van gelovigen in Jezus gezegd dat zij „zich in Hem verheugen met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde” (1 Petr. 1:8), en dat zij verwachten Hem te zien zoals Hij is, en „die reinigt zichzelven, gelijk Hij rein is” (1 Joh. 3:3). Geestelijke zegeningen zijn niet zoals louter leerstellige meningen, die ons vaak laten zoals we zijn: slaven van de zonde, van het eigen ik, van de duivel en van de wereld. Ze hebben een gezegende, heiligende invloed op het hart. Ze bereiden de ziel voor op de heerlijkheid; ze zijn er een voorsmaak van, een genieten hier op aarde van de heerlijkheden van de hemel, nog vóór de tijd.

Daarom is hun uitwerking dat ze het hart met zijn genegenheden losmaken van de wereld; dat ze een wereldse geest beteugelen en kruisigen; hoogmoed en hebzucht doden; het geweten teer en levend maken in de vreze Gods; de zonde zeer zondig maken, de herinnering eraan bitter en het toegeven eraan angstaanjagend. Ze wekken een geest van gebed en smeking op; ze ontsluiten de geestelijke betekenis van de Heilige Schrift; ze bevorderen heilige overdenking; ze voeden de ziel met uitgelezen vruchten uit het Woord der waarheid; ze blazen de geest van het geloof in, die elke genadige beweging naar God toe bezielt. Kortom, ze schenken en onderhouden de innerlijke heiligheid zonder welke niemand de Heere zien zal. Kan de aarde een gezegender aanblik bieden dan een gelovige die op zijn knieën ligt voor de troon der genade en opziet naar de gezegende Heere aan de rechterhand van de Vader, terwijl zijn meelevende Hogepriester op hem neerziet met liefde in Zijn hart, medelijden in Zijn ogen en zegeningen in Zijn hand?

Lezen: Filippenzen 3:17-4:9

Aan de lezer…

Hoe vaak voelt u zich nog een slaaf van de zonde, van het eigen ik en van de wereld, en merkt u dat louter kennis van de leer u daar niet uit verlost! Dat is een eerlijke en pijnlijke ontdekking. Maar de zegeningen die de Heere Jezus geeft, zijn anders: zij maken de zonde bitter, het geweten teer en het hart los van de wereld, en zij wekken de geest van gebed en smeking op.

Gaat u dan op uw knieën voor de troon der genade, al is het met weinig woorden en veel zuchten? Bedenk wie daar op u neerziet: een meelevende Hogepriester, met liefde in Zijn hart, medelijden in Zijn ogen en zegeningen in Zijn hand. Hij leeft altijd om voor de Zijnen te bidden. Zie dan op naar Hem, en verwacht van Zijn hand wat u in uzelf nooit zult vinden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

29 juni Door Baca’s vallei

Waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen.
Efeze 2:20

De betekenis van deze uitdrukking, die wij vaak in het Nieuwe Testament tegenkomen, wordt volgens ons dikwijls verkeerd begrepen. Zij is allereerst ontleend aan de uitspraak over de Heere Jezus in de Psalmen, die Hij in de Evangeliën (Markus 12:10, Lukas 20:17) uitdrukkelijk aanhaalt en op Zichzelf toepast: „De steen, die de bouwlieden verworpen hebben, is tot een hoofd des hoeks geworden” (Psalm 118:22). Het hoofd van de hoek of de hoofdhoeksteen: beide uitdrukkingen betekenen precies hetzelfde. Ze duiden niet op de steen die boven in de gevel van het gebouw ligt en de hoeken van de twee muren vlak onder het dak met elkaar verbindt, maar op de grote fundamentsteen die stevig in de grond van het huis is vastgezet. Die wordt de hoeksteen genoemd, of het hoofd, of het hoofd van de hoek, omdat hij gelegd is als een grote en brede steen tot fundament van het hele gebouw.

Iedere muur rust daar bij de hoeken op, en deze steen ondersteunt en draagt ze allemaal tegelijk. De twee muren die op die plaats samenkomen, stellen Joden en heidenen voor. Ieder van deze twee muren rust dus evenzeer op de brede fundamentsteen die zij gemeenschappelijk hebben. Zij worden dus niet los van elkaar gedragen, maar zijn beide verenigd op de hoeksteen. Het is het woord „hoofd” dat de misvatting over het woord hoeksteen waarop wij doelden, heeft veroorzaakt. Maar het woord „hoofd” betekent in het Hebreeuws eigenlijk „de eerste of voornaamste”, en deze steen is als fundament niet alleen de voornaamste steen, die het geheel ondersteunt of draagt, maar ook de eerste steen die gelegd is.

Zo is de Heere Jezus niet alleen de Voornaamste in waardigheid, maar ook de Eerste, want vóór alles werd de kerk in Hem verkoren. In alles moest Hij de eerste plaats hebben. Zo is Hij de Eerste in waardigheid, als de Zoon van de Vader in waarheid en liefde; de Eerste in de verkiezing: God verkoos Zijn volk in Hem. De Eerste in het lijden, want waren er smarten zoals Zijn smarten? De Eerste in de opstanding, want Hij is de Eersteling van hen die ontslapen zijn. De Eerste in kracht, want Hem is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. De Eerste in heerlijkheid, want Hij is voorgegaan om een plaats voor Zijn volk te bereiden. En wij mogen er wel aan toevoegen: Hij is de Eerste in hun harten en genegenheden; want wie vader of moeder, zoon of dochter liefheeft boven Hem, is Hem niet waardig.

Aan de lezer…

Wie dit leest, mag zich afvragen: waarop rust u? De bouwlieden hebben deze Steen verworpen, en nog steeds verwerpt de wereld Hem. Misschien voelt u zich als een muur die op instorten staat, of meent u dat u er niet bij hoort, alsof Hij alleen voor anderen gelegd is. Maar zie: Joden en heidenen rusten evenzeer op dezelfde brede fundamentsteen, en Hij draagt ze allemaal tegelijk.

Hij is de Eerste in het lijden, want er waren geen smarten zoals Zijn smarten; Hij is de Eerste in de opstanding en in heerlijkheid, voorgegaan om een plaats voor Zijn volk te bereiden. Zo’n Hoeksteen bezwijkt niet onder uw gewicht. Vraag dan of Hij ook in uw hart en genegenheden de Eerste mag zijn, boven vader of moeder, zoon of dochter. Wie op Hem gebouwd is, staat vast.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina