Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun
Vandaag

2 min. lezen

Kastijd mij, Heere! doch met mate; niet in Uw toorn, opdat Gij mij niet te niete maakt.
Jeremia 10:24

„Verbolgenheid is niet in Mij”, zegt de Heere. Nee, er is in Gods hart geen toorn tegen Zijn volk. Zij zijn voor eeuwig „aangenomen in de Geliefde” en staan voor Gods troon zonder vlek en zonder rimpel. Maar er is wel misnoegen over hun zonde, en dat misnoegen laat hun goede en genadige Vader hen voelen wanneer Hij het licht van Zijn aangezicht van hen wegneemt en Zijn scherpe berispingen en bestraffingen in hun geweten zendt. Maar juist deze oordelen helpen hen (Ps. 119:175), want zij leiden tot een nauwkeurig onderzoek van het hart. En omdat het dezelfde goede Geest is Die de berisping geeft en Die berouw schenkt, voelen zij een droefheid naar God, en deze droefheid naar God werkt een onberouwelijke bekering tot zaligheid (2 Kor. 7:10).

Stel dan dat ons verdriet, ons kruis, ons verlies, onze ontberingen, rampen in ons gezin, beproevingen van de Kerk, en vooral de bestraffingen en berispingen van God in ons geweten, het middel zijn geweest om onze trotse harten te vernederen en ons te brengen tot een eerlijke belijdenis van onze zonden en afdwalingen en tot een droefheid naar God daarover. Stel dat zij ons werkelijk meer hebben losgemaakt van de wereld, van haar vrienden, haar praktijken, haar beginselen en haar geest. Stel dat zij in Gods hand het middel zijn geweest om de Geest van de genade en van de gebeden in ons hart uit te storten, en om ons gedeelten van Gods Woord te laten verstaan die tot nu toe voor ons verborgen waren. Stel dat zij ons steeds weer en met meer behoefte naar de troon van de genade hebben geleid, ons een dieper inzicht hebben gegeven in de weg van de zaligheid, en de barmhartigheid dierbaarder en de genade zoeter hebben gemaakt. Zijn die beproevingen en bezoekingen dan vruchteloos en ongepast geweest?

Sla ied’re zucht, mijn hart ontgleden,
opmerkend ga. Schenk mij ’t genot
uws heils, mijn Koning en mijn God!
Ik zal tot U met mijn gebeden
eerbiedig treden.

Ps. 5:2

Aan de lezer…

Kind van God, heeft de Heere het licht van Zijn aangezicht van u weggenomen, en voelt u Zijn scherpe berispingen in uw geweten? Dan zult u misschien vrezen dat Hij in toorn tegen u is. Maar er is in Hem geen verbolgenheid tegen Zijn volk; wel misnoegen over hun zonde, en Hij laat dat voelen als een goede en genadige Vader, niet als een rechter die verdoemt.

Kijk dan eens terug: hebben uw kruis, uw verlies en uw beproevingen uw trotse hart niet vernederd? Hebben zij u niet vaker en met meer behoefte naar de troon van de genade gedreven, en de genade zoeter gemaakt? Dan zijn zij niet vruchteloos geweest. Bid dan met de profeet: „Kastijd mij, Heere, doch met mate”, en wees ervan verzekerd dat Hij u niet te niet zal maken.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl