Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

17 mei Korenaren uit de volle oogst

Want wij zijn in hope zalig geworden.
Romeinen 8:24

Wat betekent het: in hope zalig geworden? Het betekent niet wezenlijk, maar middellijk zalig gemaakt; niet zalig gemaakt met het oog op onze eeuwige redding, maar met het oog op onze ervaring van behoudenis. In de hoop zijn wij middellijk beveiligd tegen wanhoop en tegen het gevaar om Christus en het Evangelie de rug toe te keren. Wij zijn erdoor beveiligd tegen het zien naar een andere zaligmaker of een andere zaligheid, en in het bijzonder ertegen om in dit leven van deze wereld ons geluk en ons thuis te maken, terwijl wij geduldig wachten op wat wij niet zien, namelijk de verlossing van ons lichaam. Door de hoop hangen wij aan de Heere Jezus en klemmen wij ons aan Hem vast, en zo blijven wij door deze genade in Hem. Daarom wordt er gesproken van een „anker der ziel, beide veilig en zeker, en dat ingaat in het binnenste des voorhangsels.”

Wat doet een schip de storm doorstaan en voorkomt dat het op de rotsen geworpen wordt? Het schip blijft vast liggen zolang het anker houdt. Zo blijft de ziel door de hoop bij Christus. Hij is binnen het voorhangsel; wij zijn erbuiten. En al worden wij door een zee van twijfel en vrees, rampspoed en angst op en neer geworpen, toch is er een band van vereniging tussen Hem en ons, vaster dan de trans-Atlantische kabel.

U mag men zalig heten,
die ’s Heeren vrees bekoort;
die met een goed geweten
steeds wandelt naar Zijn woord.
Gij zult uw nooddruft vinden
door d’arbeid van uw hand:
wat g’u moogt onderwinden,
komt naar uw wens tot stand.

Blijft gij op Hem betrouwen,
dan zult gij op uw beê
’t kroost van uw kroost aanschouwen.
In Israël zij vreê!

Ps. 128:1, 4

Aan de lezer…

Wordt u heen en weer geslingerd, lezer, door een zee van twijfel en vrees, rampspoed en angst? Ziet u de verlossing niet, en vraagt u zich af of u ooit wel behouden aan zult komen? Ik wijs u op het anker van de ziel. Een schip in de storm blijft niet liggen doordat de zee kalm is, maar doordat het anker houdt. Zo blijft de ziel door de hoop bij Christus, Die binnen het voorhangsel is.

Die hoop bewaart u voor wanhoop, voor het zoeken naar een andere zaligmaker, en voor het bouwen van uw huis in deze wereld. U ziet nog niet wat u hoopt; u wacht. Maar er is een band van vereniging tussen Hem en u die vaster is dan welke kabel ook. Klem u dan aan Hem vast, ook als de golven hoog gaan. In hope bent u zalig geworden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

17 mei 365 dagen met Philpot

Die overwint

Die overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten in Mijn troon, gelijk als Ik overwonnen heb, en ben gezeten met Mijn Vader in Zijn troon.
Openbaring 3:21

Ik heb weleens gedacht dat de kinderen van God te veel stilstaan bij hun vijanden van buiten, en te weinig bij hun vijanden van binnen. Hoe minder u aan uw tegenstanders van buiten denkt en hoe meer aan die van binnen, hoe beter het is voor uw ziel. Wend uw ogen af van de vijanden van buiten. Hoe talrijk en hoe ontzagwekkend ze ook lijken, ze zullen u nooit werkelijk kwaad doen. Wees op uw hoede voor elke vijand van binnen; en als u strijdt, strijd dan tegen de vijand die in uw eigen borst verscholen ligt en daar aan het werk is.

Ik zou bijna tegen u willen zeggen, met de woorden van de koning van Syrië: „Strijd niet met klein of groot, maar alleen met uzelf.” Ik heb altijd gemerkt dat ik zelf mijn grootste vijand ben. Ik heb nooit een vijand gehad die mij zoveel moeite bezorgde als mijn eigen hart. Niemand heeft mij ooit half zoveel kwaad gedaan of half zoveel gekweld als wat ik zelf van binnen heb gevoeld. Het dagelijkse besef daarvan doet mij mijzelf meer vrezen dan wie ook ter wereld.

Ook de duivel is een wrede vijand geweest. Hij heeft u veel hopeloze vooruitzichten voorgehouden en is voor u een profeet van het kwaad geweest, niet van het goede. Maar het zal blijken dat hij een leugenaar is, als u werkelijk iemand van Gods Israël bent. U zult niet sterven in het donker, zoals hij u soms heeft verteld, en ook niet in wanhoop, en u zult niet met al uw zonden beladen naar de hel worden gezonden. Deze vijand van uw ziel zal een leugenaar blijken te zijn. Zelfs de beschuldigingen van uw eigen schuldige geweten zullen uiteindelijk leugenaars blijken te zijn.

God zal bewijzen dat Hij waarachtig is, ook als gebleken is dat verder iedereen onbetrouwbaar is. Wat een genade is het om God aan onze zijde te hebben! Wie zouden we dan nog moeten vrezen, wat zouden we dan nog moeten vrezen? „Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn?” Maar ik zou eraan willen toevoegen: als God tegen ons is, wie kan dan voor ons zijn? Moge de Heere, als het Hem behaagt, in de ziel van hen die Zijn grote Naam vrezen een heerlijk en gezegend bewijs drukken dat al deze barmhartigheden en beloften de uwe zijn, zodat u de troost hebt en Hij de heerlijkheid!

Lezen: Psalm 143

Aan de lezer…

Wie is uw grootste vijand? Misschien denkt u aan mensen die u tegenstaan, of aan omstandigheden die u benauwen. Maar wie eerlijk naar binnen kijkt, ontdekt dat niemand hem zoveel kwaad doet als zijn eigen hart. Daarbij komt de duivel, die u influistert dat u in het donker en in wanhoop zult sterven, beladen met al uw zonden. Gelooft u hem soms?

Weet dan dat hij een leugenaar is, en dat hij een leugenaar zal blijken te zijn voor ieder die tot Gods Israël behoort. Zelfs de beschuldigingen van uw eigen geweten zullen het laatste woord niet hebben. God zal bewijzen dat Hij waarachtig is. Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn? Vraag Hem dan of Hij in uw ziel het gezegende bewijs wil drukken dat deze barmhartigheden de uwe zijn, zodat u de troost hebt en Hij de heerlijkheid.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

17 mei Door Baca’s vallei

De bevelen des Heeren zijn recht, verblijdende het hart; het gebod des Heeren is zuiver, verlichtende de ogen.
Psalm 19:9

Zonder een openbaring van de leer van de zaligheid zouden we niet weten hoe een zondaar behouden kan worden, en zouden we God dus niet door het geloof kunnen verheerlijken. Zo zouden we ook zonder de voorschriften of de bevelen in Zijn Woord niet weten hoe we God moeten dienen, en zouden we Hem dus niet kunnen verheerlijken door onze gehoorzaamheid. Let hierop, gelovig kind van God: u verlangt God te verheerlijken in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn (1 Cor. 6:20). U verlangt alles „ter ere Gods” te doen, of u nu eet of drinkt of wat u ook doet (1 Cor. 10:31). Er zijn tijden en uren dat u zucht en treurt over uw onvruchtbare, onnutte hart en leven, en dat u ernstig verlangt te denken, te spreken en te handelen tot eer en heerlijkheid van Hem Die zoveel voor u gedaan heeft in de voorzienigheid en in de genade. Immers, als u zulke verlangens niet hebt, dan bent u geen christen en bent u op zijn best maar een dorre, wereldse, dode belijder.

Wanneer en in hoeverre leeft u dan tot eer van God? Alleen dan en alleen in zoverre uw leven, wandel en handel overeenstemmen met de bevelen van het Woord en erdoor geleid worden. Want let op het verband. We kunnen God uitwendig eren door Zijn wil te doen. Wat onze gehoorzaamheid betreft, kunnen we die wil alleen kennen door de bijzondere openbaring die Hij ervan gegeven heeft. Waar is die openbaring? In Zijn Woord, en vooral in het gebiedende deel daarvan.

Daardoor is het „een lamp voor onze voet en een licht op ons pad”. Daarom roept David uit: „Maak mijn voetstappen vast in Uw Woord.” „Doe mij gaan in het pad Uwer geboden.” „O, dat mijn wegen gericht waren om Uw inzettingen te betrachten!” Hij voelde dat hij alleen door in en volgens het Woord te wandelen God kon behagen en tot Zijn eer kon leven.

We vinden in dit land duizenden mensen die denken dat zij God een dienst bewijzen met plannen en ontwerpen die zij zelf bedacht hebben, en die zich verheffen op hun goede werken. Maar van al hun plichten en werken mogen we wel zeggen wat Augustinus zei van de oude Romeinse deugden: dat het „splendida peccata” (blinkende zonden) waren. Of, om de taal van het dertiende artikel van de Kerk van Engeland te gebruiken: het zijn „werken vóór de rechtvaardigmaking”. Want omdat zij niet gedaan worden zoals God gewild en geboden heeft dat ze gedaan zouden worden, twijfelen we er niet aan of zij hebben de aard van zonde.

Aan de lezer…

Zucht u soms over uw onvruchtbaar en onnut leven, en verlangt u toch zo om God te verheerlijken in uw lichaam en in uw geest? Dat verlangen zelf is geen klein ding; wie het niet kent, is op zijn best een dode belijder. Maar dan rijst de vraag: hoe doet men dat? Niet door eigen plannen en bedenksels, hoe blinkend ook, maar door te wandelen in de weg die God Zelf in Zijn Woord geopenbaard heeft.

Want de bevelen des Heeren zijn recht, verblijdende het hart; het gebod des Heeren is zuiver, verlichtende de ogen. Zij zijn geen zware keten voor wie de Heere liefheeft, maar een lamp voor de voet en een licht op het pad. Bid dan met David: „Maak mijn voetstappen vast in Uw Woord”, en: „Doe mij gaan in het pad Uwer geboden.” Zo zal uw gehoorzaamheid, hoe gebrekkig ook, niet uit eigen bedenksels voortkomen, maar uit Zijn wil, en zal zij zijn tot eer van Hem Die zoveel voor u gedaan heeft.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina