Zijn Biografie, Preken en Bijbels Dagboek

9 Maart – Het Gebed Van Salomo

Wanneer ook Uw volk Israël voor het aangezicht des vijands zal geslagen worden, omdat zij tegen U gezondigd zullen hebben, en zij zich bekeren, en Uw Naam belijden, en voor Uw aangezicht in dit huis bidden en smeken zullen, hoor Gij dan uit de hemel, en vergeef de zonden van Uw volk Israël. 2 Kronieken 6:24-25.

Het eerste geval van barmhartigheid dat Salomo in alle nederigheid aan de Heere voorlegt, is: ‘Wanneer ook Uw volk Israël voor het aangezicht des vijands zal geslagen worden, omdat zij tegen U gezondigd zullen hebben’ (v. 2 4). Hoe vaak worden wij voor het aangezicht des vijands geslagen! Vijanden hebben we beslist; en we moeten ze ook hebben, als we het pad bewandelen dat naar de heerlijkheid leidt, want: ‘Allen, die godzaliglijk willen leven in Christus Jezus, die zullen vervolgd worden’ (2 Tim. 3:12). Maar de grootste vijand waarmee we te maken krijgen, is die vijand van het eigen ik. U hebt wellicht vele vijanden; slechts weinigen hebben er geen; maar er is geen vijand zo geslepen, zo gevaarlijk, zo onvermoeibaar, en altijd zo dichtbij als degene die u in uw eigen borst draagt. Iemand kan zichzelf in vijf minuten meer kwaad doen dan al zijn vijanden bij elkaar in vijftig jaar zouden kunnen. Het eigen ik is daarom iemands grootste en ergste vijand en zal dit altijd zijn. En hoe vaak worden we voor het aangezicht van deze vijand geslagen! Het eigen ik wint het van ons. Hoogmoed, begerigheid of vleselijke begeerten, zinnelijkheid en wereldsheid, ongeloof, een bepaald kwaad of een omringende zonde overwinnen enige tijd de ziel. We worden voor het aangezicht des vijands geslagen. Salomo heeft de juiste reden aangegeven voor het feit dat we ‘voor het aangezicht des vijands worden geslagen’. Als we ons in onze wachttoren bevonden, sterk in de genade en net geloof, zouden we zegevieren. Maar al te vaak worden Gods kinderen voor het aangezicht des vijands geslagen ‘omdat zij tegen U gezondigd hebben’. We hoeven geen enkele vijand te vrezen, behalve als we onszelf eerst verzwakken door tegen God te zondigen; en hierdoor worden we geslagen voor het aangezicht van de drie machtigste vijanden: wet, geweten en duivel. Maar als er geen zonde was, zou de wet niet onze vijand zijn; als de wet niets kon ontdekken om ons voor te veroordelen, zouden we nooit voor zijn aangezicht worden geslagen. Is een schuldig geweten, hoewel in één opzicht onze vriend, niet in een ander opzicht onze vijand? Maar zou een schuldig geweten macht over ons kunnen hebben, of zouden we ooit voor het aangezicht van deze vijand kunnen worden geslagen, tenzij we tegen God hadden gezondigd?

Lezen: Kronieken 6:12-28

Zijn Biografie, Preken en Bijbels Dagboek

Donatie

Welkom op deze website. Hier vindt u de Bijbelse dagboeken "Korenaren uit de volle oogst" "Door Baca's Vallei" en "365 Dagen Met Philpot" van J.C. Philpot.

J.C. Philpot

Philpot werd geboren in Ripple in het Engelse graafschap Kent, iets ten noorden van Dover. Hij studeerde in Londen en in Oxford en werd op 26-jarige leeftijd in Stadhampton bevestigd tot predikant van de Kerk van Engeland.

Na een lange 'worsteling' onttrok Philpot zich in 1835 aan de staatskerk. Hij schrijft daarover in één van zijn preken: Ik verlaat de Kerk van Engeland omdat ik in haar nauwelijks een merkteken van de ware kerk bespeuren kan. Hij sloot zich aan de baptistengemeenten, die later de Gospel Standard Strict Baptists zouden worden genoemd. Philpot was een van de eerste redacteuren van het kerkblad The Gospel Standard.

In 1838 werd Philpot predikant van de Strict Baptist-gemeenten Stamford en Oakham. Zijn laatste levensjaren bracht hij door in de Londense buitenwijk Croydon. Hij stierf eind 1869. Joseph Charles Philpot ligt begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Queens Road in Croydon.