Zijn Biografie, Preken en Bijbels Dagboek

19 Februari – Door Baca’s Vallei

Gij doet Uw hand open en verzadigt al wat er leeft, naar Uw welbehagen (Engelse vertaling: En verzadigt de begeerte van elk levend wezen). Psalm 145:16

Dit woord is mij somtijds aangenaam geweest. „Ieder levend wezen”. Welk een veelomvattend woord! En tot hoe laag komt het af. Het daalt af tot de zwakste, geringste en minste van het volk van God, indien hij maar slechts een „wezen”, ten minste een levend wezen is. Al vindt hij van zichzelf, dat hij geen man in Christus, noch een kind des Heeren is, ja zelfs niet als een nieuw geboren kindeke is; zelfs al kan hij in zich niet de wezenstrekken van een kind bespeuren, toch kan hij een levend mens zijn. Welnu, alhoewel gij niet de gelaatstrekken van een volslagen man hebt en gij geoefend wordt door bittere twijfelingen, zodat gij denkt dat uw bevinding niet reikt aan die van een nieuwgeborene, gij moogt hier evenwel toetreden, als één, die het leven heeft, al zou uw naam niet kunnen omschreven worden. Dus al zou u iemand zijn, die zichzelf geen naam weet te geven. Gij kunt een bevinding hebben, waarvan gij denkt, dat niemand die doorgronden kan; ge kunt denken, dat ge zodanige oefeningen hebt, waardoor geen mens zo afgemat schijnt te worden als gij, terwijl gij meent, dat ge daarbij een pad bewandelt, waarop geen kind van God véér u gewandeld heeft. Was het niet de uitroep van één der ouden (en hebben niet gij en ik zijn woorden nagezegd): „Ik was een groot beest bij u”? Niet een mens, want: „Voorwaar, ik ben onvernuftiger dan iemand, en ik heb geen mensenverstand”, Spreuken 30:2, maar evenwel heb ik het leven, ademende naar God, met iets in de ziel, dat niet kan bevredigd zijn zonder de bewijzen van de tegenwoordigheid Gods. Maar hier is het kenmerk van de levende — de begeerte, begeerten. Niet de begeerte eens luiaards, want zij is niets; hij heeft niets geestelijks in behoefte of om een antwoord te ontvangen; maar hier worden bedoeld de geestelijke begeerten, die de Heilige Geest Zelf heeft ontstoken; begeerten naar God, gelijk een hert schreeuwt naar de waterstromen; begeerten om Christus te kennen, door de zoete openbaring van Zijn heerlijkheid; begeerten om gebracht te worden aan de voet van het kruis; om Zijn beeld te hebben afgedrukt op onze ziel; begeerten om geleid te worden in de lengte en breedte en diepte en hoogte van Zijn liefde, die alle kennis te boven gaat; begeerten om voor God te wandelen, aangenomen te worden in de Geliefde; begeerten om in onze zielen de zoete overreding te mogen smaken, dat wij eeuwig Hem zullen toebehoren. Deze „levende”, ofschoon een onverklaarbare in eigen schatting, heeft iets in zich wat hem kenmerkt als een levende. En dat zijn de levende uitgangen tot de levende God, uitgaande genegenheden tot Jezus, een rusteloos, onverzadigd hart, onvergenoegdheid in de dingen van de tijd, geen genoegen vindende in wat de wereld biedt, en zuchtende tot de Heere om de ontdekkingen van Zijn genade en liefde.

Zijn Biografie, Preken en Bijbels Dagboek

Donatie

Welkom op deze website. Hier vindt u de Bijbelse dagboeken "Korenaren uit de volle oogst" "Door Baca's Vallei" en "365 Dagen Met Philpot" van J.C. Philpot.

J.C. Philpot

Philpot werd geboren in Ripple in het Engelse graafschap Kent, iets ten noorden van Dover. Hij studeerde in Londen en in Oxford en werd op 26-jarige leeftijd in Stadhampton bevestigd tot predikant van de Kerk van Engeland.

Na een lange 'worsteling' onttrok Philpot zich in 1835 aan de staatskerk. Hij schrijft daarover in één van zijn preken: Ik verlaat de Kerk van Engeland omdat ik in haar nauwelijks een merkteken van de ware kerk bespeuren kan. Hij sloot zich aan de baptistengemeenten, die later de Gospel Standard Strict Baptists zouden worden genoemd. Philpot was een van de eerste redacteuren van het kerkblad The Gospel Standard.

In 1838 werd Philpot predikant van de Strict Baptist-gemeenten Stamford en Oakham. Zijn laatste levensjaren bracht hij door in de Londense buitenwijk Croydon. Hij stierf eind 1869. Joseph Charles Philpot ligt begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Queens Road in Croydon.