Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

11 maart

Vandaag

3 min. lezen

En dat mij Uw goedertierenheden overkomen, o Heere. Uw heil naar Uw toezegging; opdat ik mijn smader wat heb te antwoorden; want ik vertrouw op Uw Woord.
Psalm 119:41, 42

Een levende ziel wil graag een antwoord geven aan hem die haar smaadt. Maar dat kan zij uit zichzelf niet, want zij heeft geen enkel woord om zich te verdedigen. Dat is volkomen uitgesloten, en daarom heeft zij iets nodig wat haar een antwoord geeft tegenover haar smaders. En wat alleen kan haar dat geven? De goedertierenheden van God in het hart. „En dat Uw goedertierenheden mij overkomen, o Heere! Uw heil naar Uw toezegging. Opdat ik mijn smader wat heb te antwoorden.”

Wanneer de goedertierenheden in de ziel binnenkomen en het heil aan het hart geopenbaard wordt, geeft dat een antwoord aan hem die ons smaadt. Als u let op het woord „goedertierenheden”, dan ziet u dat het in het meervoud staat, want er zijn vele goedertierenheden; maar „heil” staat in het enkelvoud, want er is maar één heil. Op welke manier had de psalmist dan goedertierenheden nodig? Alleen zoals de letter van het woord ze vermeldt? Of zoals ze opgetekend staan in het geïnspireerde Woord der waarheid?

Als dingen om naar te kijken, zoals men kijkt naar iets wat aan de muur hangt, bijvoorbeeld een schilderij, alleen opdat ons oog zich eraan zou verlustigen? Nee, hij had ze nodig in zijn hart; daar moesten ze binnengaan, over hem komen of hem bezoeken. Ze moesten hem ingeblazen worden en één geheel met hem worden, zoals het hartenbloed dat door zijn aderen stroomt, zodat ze als het Koninkrijk van God in zijn ziel opgericht zouden zijn.

En waarom had hij inwendige goedertierenheden nodig? Omdat hij inwendige smaders had. Waarom had hij goedertierenheden in zijn ziel nodig? Omdat hij in zijn ziel veroordeeld was. Daar was het doodvonnis geschreven; daar moest ook het vonnis van vrijspraak vermeld worden. Daar werd de smaad gevoeld, maar daar moest ook het antwoord aan de smader gegeven worden.

Als het slechts een uitwendige smaad was, zou een uitwendig antwoord kunnen volstaan. Maar omdat de beschuldiging van binnen was voortgebracht, namelijk in het hart, in het geweten, in het gevoel, moest het antwoord ook op diezelfde plaats gegeven worden. Het moest op dezelfde plaats geschreven worden, in dezelfde tafelen gegraveerd en voortgebracht met dezelfde of nog veel grotere kracht, zodat het een voldoende antwoord was op de beschuldigingen van hem die hem beschuldigde.

Aan de lezer…

Bestreden ziel, hoort u ook die stem van binnen die u beschuldigt en smaadt, en weet u er niets tegenover te stellen? U zoekt naar een woord om uzelf te verdedigen, maar vindt er niet één. Wees daarover niet verslagen, want zo verging het ook de psalmist. De beschuldiging was in zijn hart, in zijn geweten voortgebracht, en daarom moest ook daar het antwoord gegeven worden. Waar het doodvonnis geschreven stond, moest ook de vrijspraak komen.

Vraag dan niet alleen om de goedertierenheden van de Heere te kennen zoals men naar een schilderij kijkt, maar bid dat zij over u komen, uw hart binnengaan en één met u worden. Er zijn vele goedertierenheden, maar er is maar één heil, en dat heil is naar Zijn toezegging. Wanneer Hij dat in uw ziel openbaart, hebt u uw smader wat te antwoorden, niet uit uzelf, maar uit Hem. Vertrouw daarom op Zijn Woord.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl