Nieuw verschenenEen medelijdende Hogepriester en een troon der genadePreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

7 juli Korenaren uit de volle oogst

Want wat is de verwachting des huichelaars, als hij zal gierig geweest zijn, wanneer God zijn ziel zal uittrekken? Zal God zijn geroep horen, als benauwdheid over hem komt? Zal hij zich verlustigen in de Almachtige? Zal hij God aanroepen te aller tijd?
Job 27:8-10

Velen van Gods volk worden soms gekweld door hun huichelarij, en soms beschouwen zij zichzelf als de grootste huichelaars die er zijn. Maar als u door die argwaan, die twijfel en vrees gekweld wordt, beschouw dan (en moge de Heere u in staat stellen dit in het licht van Zijn aangezicht te brengen) deze twee grondtrekken als geestelijk van aard. Spreek niet over uw hoop; die kan een „spinneweb” zijn. Roem niet op uw gaven; die kunnen helemaal uit het vlees zijn. Verhef u niet op de goede mening van mensen; zij kunnen zich in u vergist hebben.

Maar kijk of u door Gods genade deze twee toetsstenen in uw ziel kunt voelen, alsof ze er door Zijn hand in gegrift zijn. Als dat zo is, dan bent u geen huichelaar; God Zelf heeft u door Zijn dienstknecht Job van die beschuldiging vrijgesproken. Hebt u zich dan ooit „in de Almachtige verlustigd”? Het is een ernstige vraag.

Ging uw hart en uw ziel ooit uit naar de levende God? Vloeiden liefde en dankbaarheid ooit vanuit uw boezem in de boezem van de Heere? Was het ooit alsof u Hem met de armen van het geloof kon omvatten, en in Zijn omhelzing kon leven en sterven? Als uw ziel ooit zoiets heeft ervaren, bent u geen huichelaar. Niets wat als een aanklagende duivel uit uw ellendige hart opkomt, kan bewijzen dat u er een bent.

Als u iemand bent die God te allen tijde aanroept, bent u geen huichelaar. Ik spreek niet van uw dagelijkse gebeden of andere dagelijkse godsdienstige bezigheden. Ik geloof namelijk dat er in uw dagelijkse godsdienstige bezigheden vaak meer van Gods Geest is, en meer verlangen naar Hem en vreugde in Hem, dan in die waarin de huichelaar behagen schept. Wat ik bedoel is dit: is er een zucht, een kreet, bij nacht zowel als bij dag, nu en dan een uitstorting van het verslagen hart in de boezem van God, zoals de Heere dat in u werkt: in moeite, in verlegenheid, in verdriet en in nood? Dat is een toets, een kenmerk, dat geen huichelaar ooit gehad heeft of ooit kan hebben.

Ik zal, door ijvervuur aan ’t blaken,
o Heer, bij ’t scheem’rend morgenlicht
mij stellen voor uw aangezicht,
oprechte boezemzuchten slaken
en biddend waken.

Ps. 5:3

Aan de lezer…

Wat een troost dat u niet alleen bent als u soms gekweld wordt door de vrees dat u toch maar een huichelaar bent: velen van Gods volk hebben zichzelf zo beschouwd! Steun dan niet op uw hoop, uw gaven of de goede mening van mensen; die kunnen u allemaal bedriegen. Maar kijk eens eerlijk of de twee toetsstenen die Job noemt in uw ziel te vinden zijn.

Hebt u zich ooit in de Almachtige verlustigd? Ging uw hart ooit in liefde en dankbaarheid uit naar de levende God, al was het maar voor een ogenblik? En is er een zucht, een kreet bij nacht zowel als bij dag, een uitstorting van uw verslagen hart in Zijn boezem? Dan spreekt God Zelf u vrij van die beschuldiging, want dat heeft geen huichelaar ooit gehad, en hij kan het ook nooit hebben. Blijf dan roepen, en waak biddend tot de morgen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

7 juli 365 dagen met Philpot

Gods leiding met Israël in de woestijn

Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn vleugelen uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijn vlerken, zo leidde hem de Heere alleen, en er was geen vreemd God met hem.
Deuteronomium 32:11,12

De arend breidt haar vleugels uit, zodat ze het hele broedsel omvat. Sommige jonge arenden liggen midden in het nest en andere aan de rand; maar de arend verwaarloost er niet één. Sommige liggen dichter bij haar borst, zoals er in Gods huisgezin kinderen zijn aan wie een meer innige omgang met Hem gegeven wordt. Zij liggen, net als Johannes, aan Zijn borst. Maar de arend breidt haar vleugels uit over haar hele nest, zodat zowel de randen als het midden bedekt worden en ze aan elk jong warmte geeft.

Christus doet dit door de verkondiging van het Evangelie, want dat bereikt allen, of zou dat in elk geval moeten doen; het zou bij iedereen moeten aankomen en in elke ervaring moeten ingaan. En al is de verkondiging door mensen onvolmaakt, het Woord der waarheid is dat zeker niet. Van het midden tot aan de randen, van het hart van God tot aan de einden der aarde, omvatten de vleugels van de eeuwige liefde allen, van Paulus in de derde hemel tot Jona in de buik van de vis. Als u niet alle warmte van de borst ontvangt, dan krijgt u, net als een jonge arend, toch de bescherming van de vleugel.

Lezen: Psalm 145

Aan de lezer…

Wanneer u zich soms voelt als die jonge arend aan de rand van het nest, ver van de borst, terwijl anderen zo dicht bij de Heere schijnen te liggen, dan hoort u van kinderen van God die, net als Johannes, aan Zijn borst liggen, en vraagt u zich af of er voor u nog plaats is. Ik vergeet zulken niet, en de Heere vergeet hen evenmin. De arend verwaarloost er niet één; zij breidt haar vleugels uit over het hele nest, over het midden en over de randen.

Zo omvatten de vleugels van de eeuwige liefde allen die Hem toebehoren, van Paulus in de derde hemel tot Jona in de buik van de vis. Ligt u dan dichter bij Jona dan bij Paulus, wanhoop niet. Al ontvangt u niet alle warmte van de borst, u hebt toch de bescherming van de vleugel. Blijf daarom onder die vleugel schuilen, en wacht erop dat Hij Die het hele nest overdekt, ook u Zijn warmte meedeelt.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

7 juli Door Baca’s vallei

En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken.
Johannes 10:28

De Heere zegt: Ik geef hun — dat is: Mijn schapen — het eeuwige leven. Er staat niet: Ik zal het geven in het toekomende leven, maar: Ik geef het hun nu. Daarom lezen wij ook: „Die in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven.” Hij heeft het nu, als een tegenwoordig en verblijdend bezit. Dit leven wordt kennelijk geschonken wanneer Christus Zichzelf aan de ziel openbaart, want dan wordt het eeuwige leven uit Zijn volheid ontvangen als een verheugend bezit.

Allen die hun toevlucht genomen hebben om de voorgestelde hoop vast te houden, omhelzen dus in die daad het eeuwige leven. Zij leven, omdat het geopenbaard is in Christus, want Hij is „ons Leven”. Zodra zij het in Hem aannemen, merken zij de zoete bewegingen ervan in hun hart: in de blijdschap die het meedeelt, in de vrede die het schenkt, in het vooruitzicht dat het opent, in de vrezen die het wegneemt en in de twijfels die het verdrijft. Er is in de ware godsdienst dus, om zo te zeggen, iets tastbaars, iets waar men zijn voordeel mee kan doen. Dat onderscheidt een goede hoop door genade van iedere andere hoop, die bedrieglijk, hartstochtelijk of ingebeeld is. Geloof gerust: er is een wezenlijkheid in de levende godzaligheid, een bezit dat voor een eeuwigheid geldt, en dat daarom het levende kind van God doet afsterven aan een voorbijgaande wereld en aan de vergankelijke dingen van tijd en genot.

Telkens wanneer wij op Christus mogen zien, is er een gezicht van het eeuwige leven in Hem. Want Hij is de eeuwige Zoon van God, en wanneer Hij Zich als zodanig aan de ziel bekendmaakt, toont Hij ons dat al ons leven in Hem is. Het werk dat Hij uitvoert, is voor de eeuwigheid. Hij leeft tot in eeuwigheid, en wie Hij verlost heeft door Zijn bloed, gerechtvaardigd door Zijn gerechtigheid en geheiligd door Zijn genade, zal eeuwig leven in Zijn tegenwoordigheid.

Het is de eeuwigheid van Zijn liefde die haar tot de hoogste waarde verheft. Want omdat dit leven eeuwig is, waarborgt het niet alleen oneindigheid, maar ook onveranderlijkheid, zodat er geen verandering kan plaatsvinden, niet in de tijd en niet in de eeuwigheid. Dat geeft zekerheid aan alle erfgenamen van de belofte. Wanneer zij dan het eeuwige leven mogen aangrijpen door Hem aan te grijpen Die het Leven is, en zij de zoete bewegingen van de hoop in hun ziel opmerken, dan opent dat voor hun ogen een uitzicht op onsterfelijke blijdschap.

Aan de lezer…

Deze woorden weerspreken de gedachte dat het eeuwige leven iets is wat alleen aan de overkant van het graf wacht. Hoor dan hoe de goede Herder spreekt: niet „Ik zal geven”, maar „Ik geef hun”. Wie zijn toevlucht genomen heeft om de voorgestelde hoop vast te houden, omhelst dat leven nu al, ook al is het met een bevende hand. Misschien kent u de vrezen en de twijfels maar al te goed; maar hebt u nooit iets gemerkt van een vrede die het schonk en een vrees die het wegnam, wanneer u op Christus mocht zien?

Dat is geen ingebeelde hoop, maar een wezenlijkheid, een bezit dat voor de eeuwigheid geldt. En omdat het leven eeuwig is, is het ook onveranderlijk; er kan geen verandering plaatsvinden, niet in de tijd en niet in de eeuwigheid. Uw gevoel wisselt, maar Zijn hand niet. Niemand zal Zijn schapen daaruit rukken. Grijp dan Hem aan, Die het Leven is, en laat Hem uw hoop dragen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina