7 de julio
Want wat is de verwachting des huichelaars, als hij zal gierig geweest zijn, wanneer God zijn ziel zal uittrekken? Zal God zijn geroep horen, als benauwdheid over hem komt? Zal hij zich verlustigen in de Almachtige? Zal hij God aanroepen te aller tijd?
Job 27:8-10
Velen van Gods volk worden somtijds gekweld door hun huichelarij, en somtijds kunnen zij zichzelf beschouwen als de grootste huichelaars die er zijn. Maar zo gij door die argwaan, die twijfeling en vrees wordt gekweld, beschouw dan (en de Heere stelle u in staat dit in het licht Zijns aangezichts te brengen) deze twee grondtrekken als van geestelijke aard. Spreek niet over uw hoop; zij kan een „spinneweb” zijn. Roem niet op uw gaven; zij kunnen geheel in het vlees zijn. Verhef u niet op de goede mening der mensen; zij kunnen zich in u bedrogen hebben.
Maar zie of gij door Gods genade deze twee toetsstenen in uw ziel kunt gevoelen, als waren zij daarin door Zijn hand gegrift. Is dit zo, dan zijt gij geen huichelaar; God Zelf heeft u door Zijn dienstknecht Job van die beschuldiging vrijgesproken. Hebt gij u dan ooit „in de Almachtige verlustigd”? Het is een ernstige vraag.
Ging uw hart en uw ziel ooit uit naar de levende God? Vloeiden liefde en dankbaarheid ooit uit uw boezem in de boezem des Heeren? Was het u ooit als kondt gij Hem met de armen des geloofs omvatten, en in Zijn omhelzing leven en sterven? Zo uw ziel ooit zo iets heeft ondervonden, zijt gij geen huichelaar. En niets wat als een aanklagende duivel uit uw ellendig hart oprijst, kan bewijzen dat gij er een zijt.
Als gij iemand zijt die ten allen tijde God aanroept, zijt gij geen huichelaar. Ik spreek niet van uw dagelijkse gebeden of andere dagelijkse godsdienstige verrichtingen; want ik geloof dat dikwijls meer van Gods Geest, en meer verlangen naar en verheuging in Hem, is in uw dagelijkse godsdienstige verrichtingen dan in die waarin de huichelaar behagen schept. Ik wil zeggen: is er een zucht, een kreet bij nacht zowel als bij dag; een uitstorting nu en dan van het verslagen hart in de boezem van God, zoals de Heere het in u werkt, in benauwdheid, in verlegenheid, in droefheid en in nood? Dit is een toets, een merkteken, dat geen huichelaar ooit gehad heeft of ooit kan hebben.
Ik zal, door ijvervuur aan ’t blaken,
o Heer, bij ’t scheem’rend morgenlicht
mij stellen voor uw aangezicht,
oprechte boezemzuchten slaken
en biddend waken.
Ps. 5:3
Aan de lezer…
Wat een troost dat u niet alleen bent, als u soms gekweld wordt door de vrees dat u toch maar een huichelaar bent: velen van Gods volk hebben zichzelf zo beschouwd! Steun dan niet op uw hoop, uw gaven of de goede mening der mensen; die kunnen u allen bedriegen. Maar zie eens eerlijk of de twee toetsstenen die Job noemt in uw ziel te vinden zijn.
Hebt u zich ooit in de Almachtige verlustigd? Ging uw hart ooit in liefde en dankbaarheid naar de levende God uit, al was het maar voor een ogenblik? En is er een zucht, een kreet bij nacht zowel als bij dag, een uitstorting van uw verslagen hart in Zijn boezem? Dan spreekt God Zelf u vrij van die beschuldiging, want dat heeft geen huichelaar ooit gehad of kan hij ooit hebben. Houd dan aan met roepen, en waak biddend tot de morgen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want wat is de verwachting des huichelaars, als hij zal gierig geweest zijn, wanneer God zijn ziel zal uittrekken? Zal God zijn geroep horen, als benauwdheid over hem komt? Zal hij zich verlustigen in de Almachtige? Zal hij God aanroepen te aller tijd?
Job 27:8-10
Velen van Gods volk worden soms gekweld door hun huichelarij, en soms beschouwen zij zichzelf als de grootste huichelaars die er zijn. Maar als u door die argwaan, die twijfel en vrees gekweld wordt, beschouw dan (en moge de Heere u in staat stellen dit in het licht van Zijn aangezicht te brengen) deze twee grondtrekken als geestelijk van aard. Spreek niet over uw hoop; die kan een „spinneweb” zijn. Roem niet op uw gaven; die kunnen helemaal uit het vlees zijn. Verhef u niet op de goede mening van mensen; zij kunnen zich in u vergist hebben.
Maar kijk of u door Gods genade deze twee toetsstenen in uw ziel kunt voelen, alsof ze er door Zijn hand in gegrift zijn. Als dat zo is, dan bent u geen huichelaar; God Zelf heeft u door Zijn dienstknecht Job van die beschuldiging vrijgesproken. Hebt u zich dan ooit „in de Almachtige verlustigd”? Het is een ernstige vraag.
Ging uw hart en uw ziel ooit uit naar de levende God? Vloeiden liefde en dankbaarheid ooit vanuit uw boezem in de boezem van de Heere? Was het ooit alsof u Hem met de armen van het geloof kon omvatten, en in Zijn omhelzing kon leven en sterven? Als uw ziel ooit zoiets heeft ervaren, bent u geen huichelaar. Niets wat als een aanklagende duivel uit uw ellendige hart opkomt, kan bewijzen dat u er een bent.
Als u iemand bent die God te allen tijde aanroept, bent u geen huichelaar. Ik spreek niet van uw dagelijkse gebeden of andere dagelijkse godsdienstige bezigheden. Ik geloof namelijk dat er in uw dagelijkse godsdienstige bezigheden vaak meer van Gods Geest is, en meer verlangen naar Hem en vreugde in Hem, dan in die waarin de huichelaar behagen schept. Wat ik bedoel is dit: is er een zucht, een kreet, bij nacht zowel als bij dag, nu en dan een uitstorting van het verslagen hart in de boezem van God, zoals de Heere dat in u werkt: in moeite, in verlegenheid, in verdriet en in nood? Dat is een toets, een kenmerk, dat geen huichelaar ooit gehad heeft of ooit kan hebben.
Ik zal, door ijvervuur aan ’t blaken,
o Heer, bij ’t scheem’rend morgenlicht
mij stellen voor uw aangezicht,
oprechte boezemzuchten slaken
en biddend waken.
Ps. 5:3
Aan de lezer…
Wat een troost dat u niet alleen bent als u soms gekweld wordt door de vrees dat u toch maar een huichelaar bent: velen van Gods volk hebben zichzelf zo beschouwd! Steun dan niet op uw hoop, uw gaven of de goede mening van mensen; die kunnen u allemaal bedriegen. Maar kijk eens eerlijk of de twee toetsstenen die Job noemt in uw ziel te vinden zijn.
Hebt u zich ooit in de Almachtige verlustigd? Ging uw hart ooit in liefde en dankbaarheid uit naar de levende God, al was het maar voor een ogenblik? En is er een zucht, een kreet bij nacht zowel als bij dag, een uitstorting van uw verslagen hart in Zijn boezem? Dan spreekt God Zelf u vrij van die beschuldiging, want dat heeft geen huichelaar ooit gehad, en hij kan het ook nooit hebben. Blijf dan roepen, en waak biddend tot de morgen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For what is the hope of the hypocrite, though he hath gained, when God taketh away his soul? Will God hear his cry when trouble cometh upon him? Will he delight himself in the Almighty? will he always call upon God?
Job 27:8-10
Many of God’s people are at times exercised as to their hypocrisy, and sometimes they may think themselves the most consummate hypocrites that ever stood in a profession. But if you are exercised with these painful surmises, these doubts and fears, just see (and the Lord enable you to bring it to the light of His countenance) these two features of a spiritual character. Do not talk about your hope; it may be “a spider’s web.” Do not boast of your gifts; they may be altogether in the flesh. Do not bring forward the good opinion of men; they may be deceived concerning you.
But just see if, with the Lord’s blessing, you can feel these two tests in your soul, as written there by His own hand. If so, you are not a hypocrite; God Himself, by His servant Job, has acquitted you of the charge.
Did you, then, ever “delight yourself in the Almighty?” It is a solemn question. Did your heart and soul ever go out after the living God? Did affection, love, and gratitude ever flow out of your bosom into the bosom of the Lord? Did you ever feel as if you could clasp Him in the arms of faith, and live and die in His embrace? Now if your soul has ever felt this, you are no hypocrite; and nothing can rise up out of your wretched heart, as an accusing devil, that can prove you to be one.
Or if you cannot fully realize this, if you are one that always calls upon God, you are no hypocrite. I do not speak of your regular prayers, or any other of your regularities; for I believe that there is often more of God’s Spirit, and more craving after God and delighting in Him, in your irregularities, than in all the daily regularities which hypocrites delight in. But I mean, is there a sigh or cry by night, as well as by day; a pouring out of the heart into the bosom of God from time to time, as the Lord works it in you, in trouble, in perplexity, in sorrow, and in distress? This is a test and a mark which no hypocrite ever had or ever can have.
To the reader…
What a comfort that you are not alone when you are sometimes tormented by the fear that you are only a hypocrite after all: many of God’s people have looked upon themselves in just that way! Do not lean, then, on your hope, your gifts or the good opinion of others; all of these can deceive you. But look honestly to see whether the two touchstones Job mentions are to be found in your soul.
Have you ever delighted yourself in the Almighty? Did your heart ever go out in love and gratitude to the living God, even if only for a moment? And is there a sigh, a cry by night as well as by day, a pouring out of your broken heart into His bosom? Then God Himself acquits you of that charge, for no hypocrite ever had this, nor can he ever have it. So keep on calling, and watch in prayer until the morning.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque ¿cuál es la esperanza del hipócrita, por mucho que hubiere robado, cuando Dios arrebatare su alma? ¿Oirá Dios su clamor cuando la tribulación sobre él viniere? ¿Deleitaráse en el Omnipotente? ¿Invocará a Dios en todo tiempo?
Job 27:8-10
Muchos del pueblo de Dios se ven a veces ejercitados en cuanto a su hipocresía, y a veces pueden tenerse por los más consumados hipócritas que jamás hayan hecho profesión. Pero si usted está ejercitado con estas dolorosas sospechas, estas dudas y temores, mire (y el Señor le capacite para llevarlo a la luz de Su rostro) estos dos rasgos de un carácter espiritual. No hable de su esperanza; puede ser “tela de araña”. No se jacte de sus dones; pueden ser del todo de la carne. No presente la buena opinión de los hombres; pueden estar engañados acerca de usted.
Mire solamente si, con la bendición del Señor, puede sentir estas dos pruebas en su alma, como escritas allí por Su propia mano. Si es así, usted no es un hipócrita; Dios mismo, por medio de Su siervo Job, le ha absuelto de esa acusación.
¿Se ha “deleitado”, pues, alguna vez “en el Omnipotente”? Es una pregunta solemne. ¿Salieron alguna vez su corazón y su alma en pos del Dios vivo? ¿Fluyeron alguna vez afecto, amor y gratitud de su pecho al seno del Señor? ¿Sintió alguna vez como si pudiera estrecharle en los brazos de la fe, y vivir y morir en Su abrazo? Ahora bien, si su alma ha sentido esto alguna vez, usted no es un hipócrita; y nada que se levante de su miserable corazón, como un diablo acusador, puede probar que lo sea.
O si no puede comprender esto plenamente, si usted es de los que invocan a Dios en todo tiempo, no es un hipócrita. No hablo de sus oraciones regulares, ni de ninguna otra de sus regularidades; porque creo que a menudo hay más del Espíritu de Dios, y más anhelo de Dios y deleite en Él, en sus irregularidades que en todas las regularidades diarias en que se deleitan los hipócritas. Sino que quiero decir: ¿hay un suspiro o un clamor de noche así como de día; un derramar el corazón en el seno de Dios de tiempo en tiempo, según el Señor lo obra en usted, en la tribulación, en la perplejidad, en la tristeza y en la angustia? Esta es una prueba y una señal que ningún hipócrita tuvo jamás ni puede tener jamás.
Al lector…
¡Qué consuelo que usted no está solo cuando a veces le atormenta el temor de que, al fin y al cabo, no es más que un hipócrita: muchos del pueblo de Dios se han mirado a sí mismos precisamente así! No se apoye, pues, en su esperanza, en sus dones ni en la buena opinión de otros; todo ello puede engañarle. Pero mire con sinceridad si las dos piedras de toque que menciona Job se hallan en su alma.
¿Se ha deleitado alguna vez en el Omnipotente? ¿Salió alguna vez su corazón en amor y gratitud hacia el Dios vivo, aunque solo fuera por un momento? ¿Y hay un suspiro, un clamor de noche así como de día, un derramar su corazón quebrantado en Su seno? Entonces Dios mismo le absuelve de esa acusación, porque ningún hipócrita tuvo esto jamás, ni puede tenerlo jamás. Siga, pues, clamando, y vele en oración hasta la mañana.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl