Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 4 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

4 september Korenaren uit de volle oogst

Ik zal de duisternis voor hun aangezicht ten licht maken, en het kromme tot recht.
Jesaja 42:16

Hoe is de geest van de mens onder beproevingen? Hoe is dan uw geest, en mijn geest? Laat hem bezocht worden met lichamelijke pijn, armoede, ziekte in zijn gezin, een beschuldigend geweten of benauwdheid in zijn ziel, zonder enige straal van Goddelijk licht op zijn pad, en wat is hij dan? Een morrend, opstandig, ellendig schepsel, zonder een greintje gelatenheid, zonder de minste tevredenheid en zonder onderwerping aan de wil van God. Maar laat de heerlijkheid van de Heere geopenbaard worden. Laat hem door het oog van het geloof de lijdende Jezus aanschouwen. Laat een straal van licht zijn pad beschijnen, en laat hem iets vermoeden van het zware gewicht van de heerlijkheid die geopenbaard zal worden bij de verschijning van Christus. Waar zijn dan al die kromme dingen? Ze zijn allemaal recht gemaakt.

Maar hoe? Doordat zijn kromme wil, die krom is omdat hij niet gelijk ligt met de wil van de Heere, daarmee in overeenstemming is gebracht door de beloften en geboden, de voetstappen en het voorbeeld van de gezegende Heere Jezus. Het kromme wordt niet uit het lot weggenomen, maar in het lot recht gemaakt. Het kruis wordt niet van de schouder genomen, maar er wordt kracht gegeven om het te dragen, die kracht die in zwakheid wordt volbracht. Zo was het met Christus Zelf in de hof en aan het kruis, en zo is het met de gelovige volgelingen van de Gekruisigde.

Hij heelt gebrokenen van harte
en Hij verbindt z’ in hunne smarte,
die in hun zonden en ellenden
tot Hem zich ter genezing wenden.
Hij telt het groot getal der starren,
die ’t scherpst gezicht op aard’ verwarren.
Hij roept dat talloos heir tezamen
en noemt die alle bij hun namen.

Ps. 147:2

Aan de lezer…

Hoe goed is het om eens stil te staan bij de vraag: hoe is uw geest onder de beproeving die u nu drukt? Is het lichamelijke pijn, armoede, ziekte in uw huis, of een beschuldigend geweten? En vindt u in uzelf niets dan morren en opstandigheid, zonder een greintje gelatenheid? Wees eerlijk: zo is ons hart van nature. Maar verwacht uw hulp niet van uw eigen berusting.

De Heere belooft niet altijd het kromme uit uw lot weg te nemen; Hij belooft het recht te maken. Het kruis blijft misschien op uw schouder, maar Hij geeft kracht om het te dragen, die kracht die in zwakheid wordt volbracht. Zie met het oog van het geloof op de lijdende Jezus in de hof en aan het kruis. Waar één straal van Zijn licht uw pad beschijnt, wordt uw duisternis licht, en buigt uw kromme wil zich naar de Zijne.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

4 september 365 dagen met Philpot

Leren wat nut is

Alzo zegt de Heere, uw Verlosser, de Heilige Israëls: Ik ben de Heere, uw God, Die u leert, wat nut is, Die u leidt op de weg die gij gaan moet.
Jesaja 48:17

Wat een zekere en hemelse leiding geeft God! „Die u leidt op de weg, die gij gaan moet.” Er is een weg die wij moeten gaan, en een weg die we niet moeten gaan. De weg van de wereld, van de zonde en van de eigendunk, de weg van zinnelijkheid en dood, dat is de weg die we niet moeten gaan; de weg van genotzucht, aardse geneugten en zondige genoegens, waarin de mensen van de wereld zo veel behagen scheppen. Dat is de brede weg die tot het eeuwige verderf leidt, waarop de meerderheid naar het kwaad loopt: de weg die u niet moet gaan en niet zult gaan. Er rust een vloek op die weg.

Zorg er dus goed voor dat uw voeten op de weg staan die u wel moet gaan. Wat is die weg? Het is de weg van de Heere Jezus Christus, de weg van geloof en hoop, de weg van gehoorzaamheid aan Zijn wil en Woord, de weg van heiligheid, gerechtigheid en zelfverloochening, de weg van het voortbrengen van aangename vruchten die God behagen, de weg die de heilige profeten zijn gegaan, de weg die de martelaren, apostelen en heiligen van God allemaal zijn gegaan.

Het is een weg van beproeving, verzoeking en bezoeking. Het is een smalle, rechte weg, maar de enige die tot het leven leidt, en de Heere zal Zijn heiligen leiden en hen naar het einde ervan brengen, namelijk de verlossing van de ziel. Daarin zullen zij zegevieren, en ze zullen nooit ophouden de Heere, hun Verlosser, Leraar en Gids, te loven, tot in alle eeuwigheid.

Lezen: Spreuken 2

Aan de lezer…

Wanneer u nagaat op welke weg uw voeten staan, wat ziet u dan? De brede weg is gemakkelijk en vol van wat het vlees behaagt, maar er rust een vloek op. De smalle weg is vol beproeving, verzoeking en bezoeking, en misschien voelt u dat dag aan dag. Laat u daardoor niet wijsmaken dat u verkeerd gaat; het is juist de weg die de profeten, apostelen en heiligen van God allemaal zijn gegaan.

Wat een troost dat u die weg niet alleen hoeft te vinden. Hij Die zegt: „Ik ben de Heere, uw God”, leidt u op de weg die u gaan moet. Hij zal Zijn heiligen naar het einde ervan brengen, naar de verlossing van de ziel. Is uw tred zwak en uw hart beschroomd, geef u dan over aan Zijn zekere en hemelse leiding. Wie Hij leidt, zal eens zegevieren en nooit ophouden Hem te loven.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

4 september Door Baca’s vallei

God is liefde, en die in de liefde blijft, die blijft in God, en God in hem.
1 Johannes 4:16

De liefde deelt zich mee. Dat hoort bij haar natuur en wezen. Haar vreugde is te geven, en het enige wat zij nodig heeft en vraagt, is wederliefde. Beminnen en bemind worden, genieten en die vurige en wederzijdse genegenheid in woord en daad uiten: dat is de vreugde van de liefde en de hemel van de liefde. Beminnen en niet bemind worden is de ellende en de hel van de liefde.

God is liefde. Het is Zijn natuur en een wezenseigenschap van Zijn heerlijk Wezen. En omdat Hij, de oneindige en eeuwige Jehova, bestaat in een drie-eenheid van onderscheiden Personen, hoewel onverdeeld in gelijkheid van bestaan, is er een wederzijdse, onuitsprekelijke liefde tussen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Van deze wederzijdse, onuitsprekelijke liefde van de drie Personen in de gezegende Godheid getuigt de Schrift overvloedig. „De Vader heeft de Zoon lief.” „En hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.” „En gelijk de Vader de Zoon liefheeft, zo heeft de Zoon de Vader lief.” „Opdat de wereld mag weten, dat Ik de Vader liefheb.” Dit zijn Zijn eigen woorden.

En dat de Heilige Geest de Vader en de Zoon liefheeft, blijkt niet alleen uit Zijn Goddelijke Persoonlijkheid in de Godheid, maar ook omdat Hij wezenlijk de Geest van de liefde is (Rom. 15:30). Als zodanig stort Hij de liefde van God uit in het hart van de uitverkorenen van de genade.

De mens was dus niet nodig als voorwerp van de Goddelijke liefde, omdat die liefde al bestond in de eeuwig gezegende Drie-eenheid. De onderlinge liefde en gemeenschap van de drie Goddelijke Personen in de gezegende Godheid was, en zal eeuwig zijn, genoeg en meer dan genoeg voor alle gelukzaligheid, volmaaktheid en heerlijkheid van Jehova. Maar de liefde, de volkomen gelijke, onderlinge liefde van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, vloeide uit haar oorspronkelijke en wezenlijke Bron uit naar de mens. En dat niet alleen naar de mens als mens, dat wil zeggen naar de menselijke natuur als het toebereide lichaam dat de Zoon van God zou aannemen. Zij vloeide ook uit naar duizenden en miljoenen van het menselijk geslacht, die allen persoonlijk met een oneindige liefde van God bemind waren, precies alsof die liefde maar één enkel persoon gold, zoals de Vader Zijn Zoon bemint.

„Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde”, wordt gezegd tegen ieder van de uitverkorenen, en ook tegen de hele kerk, gezien als het verborgen lichaam van het Lam. De liefde van God beperkt zich dus niet tot de natuur die de Zoon van God in de volheid van de tijd zou aannemen, het vlees en bloed van de kinderen, het zaad van Abraham, dat Hij aannemen zou (Hebr. 2:14-16), en die daarom door de drie-enige Jehova met een oog van welbehagen werd aangezien. Zij strekt zich ook uit tot de ontelbare menigte van mensen die samen het verborgen lichaam van Christus vormen.

Als de Schrift minder duidelijk was, konden wij toch nog geloven dat de natuur die een van de Personen uit de heilige Drie-eenheid zou aannemen, door de heilige Drie-eenheid bemind zou worden. Maar wij hebben hierover het getuigenis van de Heilige Geest, dat boven alle twijfel verheven is. Bij de eerste schepping van die natuur sprak de heilige Drie-eenheid Zich zo uit: „Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis.” Als gevolg van die Goddelijke raad formeerde de Heere God die mens uit het stof van de aarde en blies in zijn neusgaten de adem van het leven, en zo werd de mens een levende ziel; de Heere verenigde een onsterfelijke ziel met een aards lichaam. Deze menselijke natuur werd niet alleen gevormd naar het zedelijk beeld van God, maar ook naar het patroon van het lichaam dat door de Vader voor de Zoon van God zou worden toebereid.

Aan de lezer…

Wat een woord: God is liefde! En Hij had de mens niet nodig om gelukzalig te zijn; de onderlinge liefde van Vader, Zoon en Heilige Geest was meer dan genoeg. Staat u daar wel eens bij stil? Dat die liefde toch naar zondaren uitvloeide, is geen plicht die Hij moest vervullen. Het is een vrije, eeuwige liefde, die haar oorsprong alleen in Hemzelf heeft.

Misschien denkt u: Die liefde geldt de kerk als geheel, maar wie ben ik? Zie dan dat het woord „Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde” tegen ieder van de uitverkorenen persoonlijk wordt gezegd, precies alsof die liefde maar één enkel persoon gold. De liefde zoekt wederliefde. Als de Heilige Geest ook maar een vonk van die liefde in uw hart heeft uitgestort, dan blijft u in God, en God in u.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina