Zijn Biografie, Preken en Bijbels Dagboek

4 September – Door Baca’s Vallei

God is liefde, en die in de liefde blijft, die blijft in God, en God in hem. 1 Johannes 4:16

De liefde is mededeelzaam. Dit is een eigenschap van haar natuur en wezen. Haar vermaak is te geven, en al wat zij behoeft en vraagt, is wederliefde. Te beminnen en bemind te worden, te genieten en die vurige en onderlinge genegenheid door woord en daad tot uitdrukking te brengen, is het vermaak der liefde en de hemel der liefde. Te beminnen en niet bemind te worden, is der liefde ellende en hel. God is liefde. Het is Zijn natuur en een wezenseigenschap van Zijn heerlijk Wezen. En daar Hij, de oneindige en eeuwige Jehova, bestaat in een drie-eenheid van onderscheiden Personen, ofschoon onverdeeld in gelijkheid van bestaan, is er een wederzijdse, onuitsprekelijke liefde tussen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Van deze wederzijdse, onuitsprekelijke liefde der drie Personen in de gezegende Godheid getuigt de Schrift overvloedig. „De Vader heeft de Zoon lief”. „En hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt”. „En gelijk de Vader de Zoon liefheeft, zo heeft de Zoon dé Vader lief”. „Opdat de wereld mag weten, dat Ik de Vader liefheb”. Dit zijn Zijn eigen woorden. En dat de Heilige Geest de Vader en de Zoon liefheeft, blijkt niet alleen uit Zijn Goddelijke Persoonlijkheid in de Godheid, maar omdat Hij wezenlijk is de Geest der liefde, Rom. 15:30, en als zodanig stort Hij de liefde Gods in het hart van de uitverkorenen der genade. Zo was de mens niet noodzakelijk als een voorwerp der Goddelijke liefde, vermits die liefde in de eeuwig gezegende Drie-eenheid bestond. Genoegzaam en meer dan genoegzaam voor al de gelukzaligheid, volmaaktheid en heerlijkheid van Jehova was en zal eeuwig zijn de onderlinge liefde en gemeenschap der drie Goddelijke Personen in de gezegende Godheid. Maar de liefde, de even gelijke, onderlinge liefde des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes, vloeide uit haar oorspronkelijke en wezenlijke Bron tot de mens uit. En dit niet slechts tot de mens als mens, dat is tot de menselijke natuur, als het toebereide lichaam, dat de Zoon van God zou aannemen, maar tot duizenden en miljoenen van het menselijk geslacht, die allen persoonlijk met een oneindige liefde Gods bemind waren, even gelijk alsof de liefde slechts één enig persoon gold, zoals de Vader Zijn Zoon bemint. „Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde”, wordt gezegd tot elk der uitverkorenen, zowel als tot de gehele kerk, beschouwd als het verborgen lichaam des Lams. Dus bepaalt zich de liefde Gods niet slechts tot de natuur, die de Zoon van God in de volheid des tijds zou aannemen, dus het vlees en bloed der kinderen, het zaad Abrahams, dat Hij aannemen zou, Hebr. 2:14—16, en om die reden door de drieenige Jehova beschouwd met een oog van welbehagen, maar zij bepaalt zich ook tot de ontelbare menigte van menselijke wezens, die het verborgen- lichaam van Christus uitmaken. Was de Schrift minder duidelijk, wij konden nog geloven, dat de natuur, die één der Personen uit de heilige Drie-eenheid zou aannemen, door de heilige Drie-eenheid zou worden bemind. Maar wij hebben in dit opzicht het getuigenis van de Heilige Geest, dat boven alle twijfel verheven is. Toen in de eerste schepping van die natuur de heilige Drie-eenheid Zich op deze wijze uitliet: „Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis”, en toen als gevolg van die Goddelijke raad de Heere God die mens formeerde uit het stof der aarde, en in zijn neusgaten blies de adem des levens, en de mens tot een levende ziel werd, verenigde de Heere een onsterfelijke ziel met een aards lichaam. Deze menselijke natuur werd niet slechts geformeerd naar het zedelijk beeld van God, maar naar het patroon van dat lichaam, hetwelk door de Vader zou worden toebereid voor de Zoon van God.

Zijn Biografie, Preken en Bijbels Dagboek

Donatie

Welkom op deze website. Hier vindt u de Bijbelse dagboeken "Korenaren uit de volle oogst" "Door Baca's Vallei" en "365 Dagen Met Philpot" van J.C. Philpot.

J.C. Philpot

Philpot werd geboren in Ripple in het Engelse graafschap Kent, iets ten noorden van Dover. Hij studeerde in Londen en in Oxford en werd op 26-jarige leeftijd in Stadhampton bevestigd tot predikant van de Kerk van Engeland.

Na een lange 'worsteling' onttrok Philpot zich in 1835 aan de staatskerk. Hij schrijft daarover in één van zijn preken: Ik verlaat de Kerk van Engeland omdat ik in haar nauwelijks een merkteken van de ware kerk bespeuren kan. Hij sloot zich aan de baptistengemeenten, die later de Gospel Standard Strict Baptists zouden worden genoemd. Philpot was een van de eerste redacteuren van het kerkblad The Gospel Standard.

In 1838 werd Philpot predikant van de Strict Baptist-gemeenten Stamford en Oakham. Zijn laatste levensjaren bracht hij door in de Londense buitenwijk Croydon. Hij stierf eind 1869. Joseph Charles Philpot ligt begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Queens Road in Croydon.