Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 4 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

30 augustus Korenaren uit de volle oogst

Als gehoorzame kinderen, wordt niet gelijkvormig de begeerlijkheden, die tevoren in uw onwetendheid waren; maar gelijk Hij, Die u geroepen heeft, heilig is, zo wordt ook gij zelf heilig in al uw wandel; daarom dat er geschreven is: Zijt heilig, want Ik ben heilig.
1 Petrus 1:14-16

De genade legt ons de grootste van alle verplichtingen op tegenover Hem Die haar vrij en overvloedig schonk: de verplichting om een gelovige gehoorzaamheid te betonen aan Zijn geopenbaarde wil en Zijn geopenbaard Woord. Het is alleen Zijn vrije, soevereine en bijzondere genade die ons tot Zijn kinderen maakt en ons als zodanig doet kennen. Daarom vraagt zij van ons, als een zwak en zeer onvoldoende bewijs van dankbare lof, dat wij wandelen waardig de roeping waarmee wij geroepen zijn, en Hem verheerlijken in ons lichaam en in onze geest, die Zijn eigendom zijn. Wie dit nooit gekend en gevoeld heeft, kent niets van de rijkdom van Gods genade in de openbaring van barmhartigheid en liefde aan zijn ziel.

Zo iemand weet dat hij, wat hij ook doet, nooit genoeg kan doen om de lof te verkondigen van Hem Die hem uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht. En het is hem altijd tot smart en kruis dat hij door de macht van de zonde die in hem is, niet de dingen kan doen die hij zou willen doen, maar altijd tekortkomt en zondigt tegen de bloedende en stervende Liefde. Voor zo iemand zijn de voorschriften van het Evangelie daarom even dierbaar als de beloften. Hij ziet dat zij in het Woord der Waarheid zijn opgeschreven als „een lamp voor zijn voet en een licht op zijn pad”. Zij zijn een richtsnoer waardoor hij, als hij zijn schreden er maar naar kon richten, God zou verheerlijken, in vrede en liefde met Zijn volk zou omgaan, een goed geweten zou bewaren en de leer die hij belijdt, in alle dingen zou sieren.

Och, dat ik klaar en onderscheiden zag,
hoe ’k mij naar uw bevelen moet gedragen,
uw wond’ren recht betrachten dag aan dag.
Mijn ziel druipt weg van treurigheid en klagen.
Ai, richt mij op, verander mijn geklag,
wil naar uw woord mij gunstig onderschragen.

Psalm 119:14

Aan de lezer…

Kent u dat? Het is u tot smart en kruis dat u niet kunt doen wat u zo graag zou willen. Dat u, terwijl uw hart begeert God te verheerlijken, toch telkens tekortkomt en zondigt tegen de bloedende en stervende Liefde? Laat die smart u niet wanhopig maken. Zij is juist een teken dat de genade in u werkt; wie de genade nooit gekend heeft, kent zo’n droefheid niet.

Want het is alleen de vrije, soevereine genade die u tot een kind van God maakt, en uit die genade wordt ook het verlangen geboren om heilig te wandelen. Daarom worden de voorschriften van het Evangelie u even dierbaar als de beloften: een lamp voor uw voet en een licht op uw pad. Vraag dan de Heere, Die u geroepen heeft en heilig is, of Hij uw zwakke schreden naar Zijn Woord wil richten.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

30 augustus 365 dagen met Philpot

Leren wat nut is

Alzo zegt de HEERE, uw Verlosser, de Heilige Israëls: Ik ben de HEERE, uw God, Die u leert wat nut is, Die u leidt op de weg die gij gaan moet.
Jesaja 48:17

Wat spreekt de Heere persoonlijk: „uw Verlosser” — „uw God” — „Die u leert wat nut is, Die u leidt op de weg die gij gaan moet.” Het is alsof de Heere één persoon, een begunstigde, had uitgekozen en vanuit Zijn zalige hoven tot hem sprak, en deze woorden tot zijn ziel richtte, alsof er niemand anders op aarde was tot wie Hij ze sprak. En dat is de schoonheid en zaligheid van een toe-eigenend geloof: door dat toe-eigenend geloof krijgt de ziel zo deel aan de liefde, het bloed en de genade van God, dat het lijkt alsof zij de enige op aarde of in de hemel is die deze gunst geniet: „Alzo zegt de HEERE, uw Verlosser, de Heilige Israëls.”

Hier spreekt de Heere; moeten wij dan niet luisteren? Hoe begint de Heere die heerlijke profetie in Jesaja 1? „Hoort, gij hemelen! en neem ter ore, gij aarde!” En waarom? „Want de HEERE spreekt.” Laten de hemelen horen en laat de aarde luisteren, want de Heere spreekt. Als onze koningin jaarlijks op haar troon in het parlement zit, hoe goed wordt er dan geluisterd naar elk woord dat zij spreekt! Woord voor woord wordt haar rede weergegeven en van plaats tot plaats tot aan de einden van de aarde verzonden. Want zij spreekt als een machtige koningin, en „waar het woord des konings is, daar is heerschappij” (Pred. 8:4).

Lezen: Jesaja 48

Aan de lezer…

Dat woord van de Heere, uw Verlosser: hebt u het ooit gelezen alsof het alleen tot u gesproken werd? „Uw Verlosser, uw God, Die u leert, Die u leidt.” Het is de schoonheid van het geloof dat het zich dit toe-eigent, alsof er niemand anders op aarde was tot wie de Heere sprak. Misschien durft u dat nauwelijks; u voelt zich te gering en te zondig om zo persoonlijk aangesproken te worden. Toch spreekt Hij hier niet tot de wereld in het algemeen, maar tot Zijn arm en behoeftig volk.

Als men luistert naar elk woord van een aardse vorst, hoeveel te meer moet u dan luisteren wanneer de Heere spreekt! Laat de hemelen het horen en de aarde het ter ore nemen, maar laat vooral uw hart stil worden. Hij Die u leert wat nut is, zal u ook leiden op de weg die u gaan moet. Vraag Hem dan of u dat ene woord „uw” met kracht in uw ziel mag ontvangen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

30 augustus Door Baca’s vallei

En zij hebben hem overwonnen door het bloed des Lams, en door het woord hunner getuigenis.
Openbaring 12:11

Is het niet het bloed van het Lam, zoals dat in het Woord van God geopenbaard wordt, maar dan toegepast en gesprenkeld op het geweten, dat de beschuldigingen van satan beantwoordt? Maar laten wij opmerken dat er van onze kant een komen is tot het bloed der besprenging, en een komen van het bloed der besprenging tot ons. De apostel zegt in Hebreeën 12:22-24: „Maar gij zijt gekomen tot het bloed der besprenging, hetwelk betere dingen spreekt dan het bloed van Abel.” Dit komen tot het bloed is de eerste stap om de overwinning te behalen. Maar in de krijgsdienst van Christus gaat de nederlaag gewoonlijk, zo niet altijd, aan de overwinning vooraf. Het is daarom niet zo gemakkelijk om de zonde, de dood en de hel te overwinnen, die allemaal samen tegen ons zijn; en gewoonlijk gaan wij pas naar de ware bron om hulp wanneer al onze hoop bijna vergaan is.

Het eerste schijnsel komt over het algemeen uit een gezicht op het bloed van het Lam, al is het als het ware van een afstand. De vuurtoren werpt zijn schemerlicht over het wijde water, om de zeeman die in de storm verkeert naar de veilige haven te leiden. Zo is het ook wanneer de ziel een gezicht krijgt op het bloed van het Lam. Ook al is het van een afstand, het is als een lichtbaken dat oog en hart trekt van hen die handel drijven op grote wateren. Het licht mag in het begin niet zo helder en duidelijk schijnen, maar het is een morgenster, die de opgang van de zon aankondigt. De Geest schijnt op het Woord en wekt in de ziel het geloof dat het Lam geslacht is, dat het bloed gevloeid heeft, dat de offerande gebracht is, en dat een nieuwe en levende weg geopend en ingewijd is door het voorhangsel, het gescheurde vlees van de Heere Jezus. Dit geeft de beschuldigde ziel een zekere vaste grond, waarop zij kan staan en de beschuldigingen van satan kan beantwoorden.

„Inderdaad,” zegt zij, „ik ben een schuldige ellendeling, een zondaar, de grootste der zondaren, want ik heb gezondigd tegen licht, tegen overtuigingen, tegen de consciëntie en de vreze Gods. Mijn hart is geheel en al boos, mijn geest geheel bedorven en mijn natuur volkomen afkerig. Nooit heb ik iets goeds gedaan. Ik ben een ellendige, de slechtste der slechten. Ik kan niet te slecht van mijzelf spreken, en ook anderen kunnen dit niet. Maar boven dit alles: het Lam Gods heeft Zijn dierbaar bloed gestort, en dit bloed reinigt van alle zonden.”

Wanneer de vijand aankomt als een stroom, zal de Geest van de Heere de banier daartegen opheffen: de met bloed bedekte vlag van de gekruisigde Verlosser. En onder de bescherming van die in bloed gedoopte banier staan, staat gelijk aan het weerstaan van satan. Toch is de overwinning dan nog niet volledig behaald. Dat gebeurt wanneer het bloed in het hart komt, het geweten besprengd wordt en de ziel een openbaring en toepassing ervan ontvangt; dan wordt satan volkomen op de vlucht gedreven.

Aan de lezer…

Hoe fel kan satan u met zijn beschuldigingen bestoken! Zegt hij u dat u tegen licht en geweten gezondigd hebt, dat uw hart boos en uw natuur bedorven is? U hoeft hem niet tegen te spreken; het is maar al te waar. Maar laat hem niet het laatste woord. Want boven dit alles staat het: het Lam Gods heeft Zijn dierbaar bloed gestort, en dit bloed reinigt van alle zonden.

Ziet u dat bloed nog maar van verre, als het zwakke schijnsel van een vuurtoren over woelige wateren? Veracht dat licht niet; het is een morgenster die de opgang van de zon aankondigt. Houd uw oog erop gericht en roep tot de Heere dat Hij het bloed in uw hart en op uw geweten wil sprenkelen. Dan zult u ervaren dat de vijand niet kan standhouden waar de banier van de gekruisigde Verlosser wordt opgeheven.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina