30 de agosto
En zij hebben hem overwonnen door het bloed des Lams, en door het woord hunner getuigenis.
Openbaring 12:11
Is het niet het bloed des Lams, zoals dit geopenbaard wordt in het Woord van God, maar toegepast en gesprenkeld op de consciëntie, dat de beschuldigingen van satan beantwoordt? Maar laat ons opmerken dat er een komen tot het bloed der besprenging is onzerzijds, en een komen van het bloed der besprenging tot ons. De apostel spreekt in Hebreeën 12:22-24: „Maar gij zijt gekomen tot het bloed der besprenging, hetwelk betere dingen spreekt dan het bloed van Abel.” Dit komen tot het bloed is de eerste stap om de overwinning te behalen. Maar in Christus’ krijgsdienst gaat de nederlaag gewoonlijk, zo niet altijd, vóór de overwinning. Het is daarom niet zo gemakkelijk de zonde, dood en hel te overwinnen, die ons alle tezamen tegen zijn; en gewoonlijk gaan wij nooit tot de ware bron om hulp, tenzij al onze hoop bijna vergaan is.
De eerste flikkering komt over het algemeen uit een gezicht, zij het als het ware op een afstand, op het bloed des Lams. De vuurtoren werpt zijn schemerlicht over het wijduitgestrekte water, om de zeeman die zich in de storm bevindt, in de veilige haven te leiden. Evenzo is het wanneer in de ziel een gezicht komt op het bloed des Lams; al is dit ook op een afstand, het is als een lichtbaken, hetwelk oog en hart tot zich trekt van degenen die handel doen op grote wateren. Het licht moge in het eerst niet zo helder en klaar schijnen, maar het is een morgenster, die de opgang der zon verkondigt. De Geest schijnt op het Woord en verwekt het geloof in de ziel om te geloven dat het Lam geslacht is, het bloed gevloeid heeft, de offerande geofferd is, en dat een nieuwe en verse weg geopend en ingewijd is door het voorhangsel, het gescheurde vlees van de Heere Jezus. Dit verschaft aan de beschuldigde ziel een zekere vastigheid, waarop zij staan kan en des satans beschuldigingen kan beantwoorden.
„Inderdaad,” zegt zij, „ik ben een schuldige ellendeling, een zondaar, de grootste der zondaren, want ik heb gezondigd tegen licht, tegen overtuigingen, tegen de consciëntie en de vreze Gods. Mijn hart is geheel en al boos, mijn geest geheel bedorven en mijn natuur volkomen afkerig. Nooit heb ik iets goeds gedaan. Ik ben een ellendige, de slechtste der slechten. Ik kan niet te slecht van mijzelf spreken, en ook anderen kunnen dit niet. Maar boven dit alles: het Lam Gods heeft Zijn dierbaar bloed gestort, en dit bloed reinigt van alle zonden.”
Als de vijand zal aankomen als een stroom, dan zal de Geest des Heeren de banier daartegen oprichten: de met bloed bedekte vlag van de gekruisigde Verlosser. En onder de bescherming te zijn van de in bloed gedoopte banier is gelijk aan het hoofd bieden aan de satan. Echter is de overwinning niet ten volle verkregen. Dit heeft plaats wanneer het bloed in het hart komt, de consciëntie wordt besprengd en een openbaring en toepassing daarvan aan de ziel wordt geschonken; dan wordt de satan absoluut op de vlucht gedreven.
Aan de lezer…
Hoe fel kan satan u met zijn beschuldigingen bestoken! Zegt hij u dat u tegen licht en consciëntie gezondigd hebt, dat uw hart boos en uw natuur bedorven is? U behoeft hem niet tegen te spreken; het is maar al te waar. Maar ontneem hem het laatste woord. Want boven dit alles staat het: het Lam Gods heeft Zijn dierbaar bloed gestort, en dit bloed reinigt van alle zonden.
Ziet u dat bloed nog maar van verre, als een flauw schijnsel van een vuurtoren over woelige wateren? Veracht dat licht niet; het is een morgenster die de opgang der zon verkondigt. Houd uw oog erop gericht en roep tot de Heere dat Hij het bloed in uw hart en op uw consciëntie wil sprenkelen. Dan zult u ervaren dat de vijand niet kan standhouden waar de banier van de gekruisigde Verlosser wordt opgericht.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En zij hebben hem overwonnen door het bloed des Lams, en door het woord hunner getuigenis.
Openbaring 12:11
Is het niet het bloed van het Lam, zoals dat in het Woord van God geopenbaard wordt, maar dan toegepast en gesprenkeld op het geweten, dat de beschuldigingen van satan beantwoordt? Maar laten wij opmerken dat er van onze kant een komen is tot het bloed der besprenging, en een komen van het bloed der besprenging tot ons. De apostel zegt in Hebreeën 12:22-24: „Maar gij zijt gekomen tot het bloed der besprenging, hetwelk betere dingen spreekt dan het bloed van Abel.” Dit komen tot het bloed is de eerste stap om de overwinning te behalen. Maar in de krijgsdienst van Christus gaat de nederlaag gewoonlijk, zo niet altijd, aan de overwinning vooraf. Het is daarom niet zo gemakkelijk om de zonde, de dood en de hel te overwinnen, die allemaal samen tegen ons zijn; en gewoonlijk gaan wij pas naar de ware bron om hulp wanneer al onze hoop bijna vergaan is.
Het eerste schijnsel komt over het algemeen uit een gezicht op het bloed van het Lam, al is het als het ware van een afstand. De vuurtoren werpt zijn schemerlicht over het wijde water, om de zeeman die in de storm verkeert naar de veilige haven te leiden. Zo is het ook wanneer de ziel een gezicht krijgt op het bloed van het Lam. Ook al is het van een afstand, het is als een lichtbaken dat oog en hart trekt van hen die handel drijven op grote wateren. Het licht mag in het begin niet zo helder en duidelijk schijnen, maar het is een morgenster, die de opgang van de zon aankondigt. De Geest schijnt op het Woord en wekt in de ziel het geloof dat het Lam geslacht is, dat het bloed gevloeid heeft, dat de offerande gebracht is, en dat een nieuwe en levende weg geopend en ingewijd is door het voorhangsel, het gescheurde vlees van de Heere Jezus. Dit geeft de beschuldigde ziel een zekere vaste grond, waarop zij kan staan en de beschuldigingen van satan kan beantwoorden.
„Inderdaad,” zegt zij, „ik ben een schuldige ellendeling, een zondaar, de grootste der zondaren, want ik heb gezondigd tegen licht, tegen overtuigingen, tegen de consciëntie en de vreze Gods. Mijn hart is geheel en al boos, mijn geest geheel bedorven en mijn natuur volkomen afkerig. Nooit heb ik iets goeds gedaan. Ik ben een ellendige, de slechtste der slechten. Ik kan niet te slecht van mijzelf spreken, en ook anderen kunnen dit niet. Maar boven dit alles: het Lam Gods heeft Zijn dierbaar bloed gestort, en dit bloed reinigt van alle zonden.”
Wanneer de vijand aankomt als een stroom, zal de Geest van de Heere de banier daartegen opheffen: de met bloed bedekte vlag van de gekruisigde Verlosser. En onder de bescherming van die in bloed gedoopte banier staan, staat gelijk aan het weerstaan van satan. Toch is de overwinning dan nog niet volledig behaald. Dat gebeurt wanneer het bloed in het hart komt, het geweten besprengd wordt en de ziel een openbaring en toepassing ervan ontvangt; dan wordt satan volkomen op de vlucht gedreven.
Aan de lezer…
Hoe fel kan satan u met zijn beschuldigingen bestoken! Zegt hij u dat u tegen licht en geweten gezondigd hebt, dat uw hart boos en uw natuur bedorven is? U hoeft hem niet tegen te spreken; het is maar al te waar. Maar laat hem niet het laatste woord. Want boven dit alles staat het: het Lam Gods heeft Zijn dierbaar bloed gestort, en dit bloed reinigt van alle zonden.
Ziet u dat bloed nog maar van verre, als het zwakke schijnsel van een vuurtoren over woelige wateren? Veracht dat licht niet; het is een morgenster die de opgang van de zon aankondigt. Houd uw oog erop gericht en roep tot de Heere dat Hij het bloed in uw hart en op uw geweten wil sprenkelen. Dan zult u ervaren dat de vijand niet kan standhouden waar de banier van de gekruisigde Verlosser wordt opgeheven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“And they overcame him by the blood of the Lamb, and by the word of their testimony.”
Revelation 12:11
It is not “the blood of the Lamb” as revealed in the Word of God, but as applied to and sprinkled on the conscience, which answers the accusations of Satan. But we may observe that there is our coming unto “the blood of sprinkling,” and there is “the blood of sprinkling” coming unto us. The Apostle speaks, Hebrews 12:22-24—“You have come to the blood of sprinkling, which speaks better things than that of Abel.” This coming to the blood is the first step in gaining the victory. But in Christian warfare defeat generally, if not always, precedes conquest. It is not, therefore, so easy to overcome sin, death, and hell, which are all striving against us; and usually we never look to the right quarter for help until well-nigh all hope is gone. The first gleam generally comes from a view of “the blood of the Lamb,” as it were, in the distance.
The lighthouse casts its glimmering rays far over the wide waste of waters, to guide into harbor the storm-tossed mariner; so, when there is a view in the soul of “the blood of the Lamb,” even at a distance, it is a beacon light, which draws towards it the eyes and heart of those who are doing business “in deep waters.” The light may not at first seem very bright or clear; but it is a day-star, heralding the rising of the sun. The Spirit shines on the Word, and raises up faith in the soul to believe that the Lamb has been slain, that blood has been shed, that a sacrifice has been offered, and that “a new and living way” has been opened and consecrated “through the veil,” the torn “flesh” of the Lord Jesus. This affords the accused soul some foothold on which it can stand and answer Satan’s accusations.
“True,” he says, “I am a guilty wretch, a sinner, and the chief of sinners, for I have sinned against light, against convictions, against conscience, and the fear of God; my heart is altogether evil, my mind wholly corrupt, and my nature utterly depraved; I have never done any good thing; I am a wretch, and the worst of wretches, and I can never say anything too bad of myself, nor others of me; but, with all that, the Lamb of God has shed His precious blood, and that blood cleanses from all sin.”
“When the enemy comes in like a flood, the Spirit of the Lord,” we read, “shall lift up a standard against him”—the blood-stained flag of the crucified Redeemer; and to come for refuge under this banner dipped in blood is to make head against Satan. Still, the victory is not fully gained. It is only when there is a coming of the blood into the heart, a sprinkling of it on the conscience, a manifestation and application of it to the soul, that Satan is effectually put to flight.
To the reader…
How fiercely Satan can assail you with his accusations! Does he tell you that you have sinned against light and conscience, that your heart is evil and your nature depraved? You need not contradict him; it is all too true. But do not let him have the last word. For above all this stands this: the Lamb of God has shed His precious blood, and this blood cleanses from all sin.
Do you see that blood as yet only from afar, like the faint gleam of a lighthouse over troubled waters? Do not despise that light; it is a day-star heralding the rising of the sun. Keep your eye fixed upon it and cry to the Lord that He would sprinkle the blood in your heart and on your conscience. Then you will find that the enemy cannot stand where the banner of the crucified Redeemer is lifted up.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y ellos le han vencido por causa de la sangre del Cordero, y por la palabra de su testimonio.
Apocalipsis 12:11
No es “la sangre del Cordero” tal como está revelada en la Palabra de Dios, sino tal como es aplicada y rociada sobre la conciencia, la que responde a las acusaciones de Satanás. Pero podemos observar que hay un venir nuestro a “la sangre del esparcimiento”, y hay un venir de “la sangre del esparcimiento” a nosotros. El Apóstol dice en Hebreos 12:22-24: “Os habéis llegado a la sangre del esparcimiento que habla mejor que la de Abel.” Este venir a la sangre es el primer paso para obtener la victoria. Pero en la guerra cristiana la derrota precede por lo general, si no siempre, a la conquista. No es, pues, tan fácil vencer al pecado, a la muerte y al infierno, que luchan todos contra nosotros; y normalmente nunca miramos hacia el lugar debido en busca de ayuda hasta que casi toda esperanza se ha ido. El primer destello viene generalmente de una visión de “la sangre del Cordero”, como si dijéramos, a lo lejos.
El faro arroja sus rayos titilantes a lo lejos sobre la vasta extensión de las aguas, para guiar al puerto al marinero zarandeado por la tormenta; así, cuando hay en el alma una visión de “la sangre del Cordero”, aunque sea a distancia, es una luz de faro que atrae hacia sí los ojos y el corazón de aquellos que hacen negocio “en las muchas aguas”. La luz puede no parecer al principio muy brillante ni clara; pero es un lucero de la mañana que anuncia la salida del sol. El Espíritu brilla sobre la Palabra y levanta fe en el alma para creer que el Cordero ha sido inmolado, que se ha derramado sangre, que se ha ofrecido un sacrificio, y que se ha abierto y consagrado “un camino nuevo y vivo por el velo”, la “carne” desgarrada del Señor Jesús. Esto da al alma acusada algún punto de apoyo sobre el cual puede afirmarse y responder a las acusaciones de Satanás.
“Es verdad”, dice, “soy un miserable culpable, un pecador, y el primero de los pecadores, porque he pecado contra la luz, contra las convicciones, contra la conciencia y el temor de Dios; mi corazón es del todo malo, mi mente enteramente corrompida y mi naturaleza completamente depravada; nunca he hecho nada bueno; soy un miserable, y el peor de los miserables, y nunca podré decir de mí mismo nada demasiado malo, ni podrán decirlo otros de mí; pero, con todo eso, el Cordero de Dios ha derramado Su preciosa sangre, y esa sangre limpia de todo pecado.”
“Vendrá el enemigo como río”, leemos, “mas el Espíritu de Jehová levantará bandera contra él”: la bandera manchada de sangre del Redentor crucificado; y venir a refugiarse bajo este estandarte teñido en sangre es hacer frente a Satanás. Con todo, la victoria aún no se ha obtenido plenamente. Solo cuando la sangre viene al corazón, cuando es rociada sobre la conciencia, manifestada y aplicada al alma, Satanás es puesto en fuga eficazmente.
Al lector…
¡Con qué ferocidad puede Satanás asaltarle con sus acusaciones! ¿Le dice que usted ha pecado contra la luz y la conciencia, que su corazón es malo y su naturaleza depravada? No necesita contradecirle; todo es demasiado cierto. Pero no le deje tener la última palabra. Porque por encima de todo esto está esto otro: el Cordero de Dios ha derramado Su preciosa sangre, y esta sangre limpia de todo pecado.
¿Ve usted esa sangre todavía solo de lejos, como el débil destello de un faro sobre aguas agitadas? No desprecie esa luz; es un lucero de la mañana que anuncia la salida del sol. Mantenga los ojos fijos en ella y clame al Señor que rocíe la sangre en su corazón y sobre su conciencia. Entonces hallará que el enemigo no puede mantenerse en pie donde se levanta la bandera del Redentor crucificado.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl