Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

30 juli Korenaren uit de volle oogst

Deze heeft God door Zijn rechterhand verhoogd tot een Vorst en Zaligmaker, om Israël te geven bekering en vergeving der zonden.
Handelingen 5:31

Jezus is „verhoogd tot een Vorst en Zaligmaker, om te geven bekering en vergeving der zonden.” Deze twee gaan samen. Wanneer Hij bekering geeft, geeft Hij vergeving; wanneer Hij vergeving geeft, geeft Hij bekering. Het kan niet zo zijn dat het berouw uitblijft. Elk kind van God wordt tot berouw over zijn zonden gebracht, en door zijn berouw ertoe gebracht ze los te laten.

„Maar,” zegt u, „heb ik berouw? De aard en de grootte mijner zonde ziende, zou ik, zo ik een berouwhebbend zondaar was, voorzeker de gehele dag treuren en smart gevoelen over mijn zonden.” Wat wekt die twijfel dan in uw gemoed? Komt het doordat u vaak hard, duister, dood en koud bent? Hier moeten we opnieuw onderscheid maken tussen het treuren over de zonden, dat uit God is en in het geestelijke gemoed gevonden wordt, en de hardheid en duisternis van ons vleselijk gemoed, dat altijd vijandschap is tegen God. Daarin wordt ook geen geloof, geen liefde, geen berouw of iets goeds gevonden.

Maar er zijn tijden en gelegenheden geweest dat uw hart onder een bijzondere invloed vertederd werd en voor God wegsmolt. Toen was er werkelijk berouw over de zonde. Toen voelde u dat het werkelijk een boze en bittere zaak was om te zondigen tegen zo’n goede, heilige, grote en heerlijke God. Toen smolt de rots en bezweek het harde hart. De ogen vloeiden over van tranen en de zwellende borst stond op het punt te barsten van berouw over uw zonden en over het lijden en de smarten van de Zoon en het Lam van God, en u kon zich alleen maar in stof en as verootmoedigen voor Zijn heilig en alziend oog.

Gij hebt mijn weeklacht en geschrei
veranderd in een blijde rei,
mijn zak ontbonden en mij weer
met vreugd omgord, opdat mijn eer
niet zwijg’: zo klimt uw lof naar boven.
Mijn God, U zal ik eeuwig loven!

Ps. 30:8

Aan de lezer…

Het kan zijn dat u met angst vraagt: „Heb ik wel berouw?” Misschien ziet u zoveel hardheid, duisternis, doodsheid en koudheid in uzelf, dat u meent dat er bij u van waar berouw geen sprake kan zijn. Bedenk dan dat ons vleselijk gemoed altijd hard en vijandig blijft; daarin wordt nooit iets goeds gevonden. Maar zijn er geen tijden geweest dat uw hart voor God wegsmolt, dat de zonde u bitter werd, en dat u zich in stof en as verootmoedigde voor Zijn heilig oog?

Dat berouw komt niet uit uzelf. Jezus is verhoogd tot een Vorst en Zaligmaker om te geven bekering en vergeving der zonden, en deze twee gaan samen. Waar Hij het een geeft, geeft Hij ook het ander. Zoek het dan niet in uw eigen hart, maar bij Hem Die verhoogd is; Hij kan de rots doen smelten en het harde hart doen bezwijken.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

30 juli 365 dagen met Philpot

Geroepen tot de gemeenschap van Christus

God is getrouw, door Welke gij geroepen zijt tot de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus, onze Heere.
1 Korinthe 1:9

Wanneer God Zijn volk door Zijn genade roept, is het om hen deel te geven aan de hoogste zegeningen en de hoogste heerlijkheid die Hij aan mensen kan geven. En dat niet alleen voor de eeuwigheid, maar ook voor de tijd: zowel aan deze als aan de andere kant van het graf. Daarom roept Hij hun door Zijn profeet toe: „Ben Ik Israël een woestijn geweest, of een land van uiterste donkerheid?” (Jer. 2:31). Wanneer de Heere Zijn volk wegroept uit de aardse vermaken, is het dan alleen om hen langs paden van verdrukking en smart te leiden? Wil Hij dat ze de vleespotten van Egypte verlaten om de hongerdood te sterven in een woeste, huilende wildernis?

Dat was de klacht van de murmureerders van vroeger, die Mozes ervan beschuldigden dat hij hen uit Egypte had geleid om hen van dorst te laten sterven. Neemt Hij hun de aardse vermaken af om hen in ellende en wanhoop te laten ondergaan? O nee! Hij roept hen zelfs nu al tot de grootste voorrechten en de hoogste gunst die Zijn eeuwige liefde hun kon schenken. Die roeping is niets minder dan „de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus, onze Heere”. Zo mogen zij hier door genade gemeenschap hebben met de Zoon van God, en straks deel hebben aan Zijn heerlijkheid.

Lezen: 1 Korinthe 1:1-17

Aan de lezer…

Vermoeide pelgrim, hebt u de aardse vermaken moeten loslaten, en lijkt het u nu alsof de Heere u in een woeste, huilende wildernis gebracht heeft? Murmureert uw hart soms zoals Israël deed, alsof Hij u uit Egypte leidde om u van dorst te laten sterven? Hoor dan hoe Hij Zelf vraagt: „Ben Ik Israël een woestijn geweest?” Hij roept Zijn volk niet om het in ellende en wanhoop te laten omkomen.

God is getrouw. Waartoe heeft Hij u geroepen? Tot niets minder dan de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus, onze Heere. Dat is het hoogste voorrecht dat Zijn eeuwige liefde kon schenken, en dat niet alleen aan de andere kant van het graf, maar ook nu, op de weg door de woestijn. Zie dan niet alleen op wat u verloren hebt, maar op Hem tot Wiens gemeenschap u geroepen bent. Die getrouw is, zal het ook doen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

30 juli Door Baca’s vallei

Het kermen der nooddruftigen.
Psalm 12:6

Het onderscheidende kenmerk en de onderscheidende gestalte van een nooddruftige ziel is dat zij vol noden is. Dag aan dag heeft zij er behoefte aan dat Goddelijke werkelijkheden aan haar geopenbaard worden, en om de zoete stem van de genade in haar hart te horen. Dat is de stem van Gods mond, die zegt dat zij een aangenomen kind is en dat zij als het ware mag baden in de zoete bekendmaking van Gods liefde en genade. Zij gelooft dat het merg van alle ware godsdienst en levende godzaligheid bestaat in het vervullen van haar behoeften. Daarom kan zij dus niet tevreden zijn met haar huidige noodtoestand en die voor de ware godsdienst houden.

Als zij in twijfel en vrees verkeert, of door zware verzoekingen heen moet worstelen en bittere dingen tegen zichzelf moet schrijven, dan kan zij niet zeggen: dit is godsdienst. Wat zij nodig heeft, is iets anders dan wat zij voelt, zelfs al heeft zij vroeger de gezegende getuigenissen en openbaringen ontvangen dat zij een van de kinderen van de Heere is. En uit zielsbevinding ben ik er vast van overtuigd dat niets anders dan de toepassing van de hemelse zegeningen aan de ziel een mens die deel heeft aan het leven van God, voldoening kan schenken.

Daarom lezen wij van de nooddruftige dat hij kermt of zucht: „Om de verwoesting der ellendigen, om het kermen der nooddruftigen.” Hij zucht naar God en kermt in het binnenste van zijn gemoed om het verheffen van het licht van Gods aangezicht. Hij zucht onder het gewicht van het ongeloof, onder de last van zijn trouweloosheid, onder de kracht van de verzoeking, onder de ellende van zijn hart, onder de vleselijkheid van zijn gemoed, onder de onvruchtbaarheid van zijn leven, en onder zijn domheid, onverschilligheid, onreinheid en verdorvenheid. Hij zucht tot de Heere onder de last van deze dingen, die als lood op zijn geweten liggen.

En hij smeekt de Heere of Hij maar het licht van Zijn aangezicht over hem wil verheffen, of Hij maar een zoet blijk van Zijn gunst in zijn ziel wil laten neerdruppelen, en of het Hem behaagt maar één woordje tot zijn ziel te spreken. Of Hij verlossing wil brengen en hem wil stellen in het licht, het leven, de vrijheid en de vrede van het heerlijk Evangelie van de zalige God.

Aan de lezer…

Zucht u, lezer, onder de last van ongeloof, onder de kracht van de verzoeking, onder de vleselijkheid en onvruchtbaarheid van uw eigen hart? Liggen deze dingen als lood op uw geweten, en kunt u niet tevreden zijn met wat u vroeger ontving? Dan hoort u bij de nooddruftigen, en het kermen van de nooddruftigen is de Heere niet onbekend.

Het is geen teken van een dood hart dat u vol noden bent, maar van een levende ziel die niet zonder Gods zoete stem van genade kan. Niets anders dan de toepassing van hemelse zegeningen zal u voldoening geven, en dat is goed. Kerm dan voort voor Zijn aangezicht en smeek of Hij het licht van Zijn aangezicht over u wil verheffen, en één woordje tot uw ziel wil spreken. Hij Die het zuchten van de ellendigen hoort, kan u stellen in de vrijheid en de vrede van het heerlijk Evangelie.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina