6 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
13 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Die Zijn getuigenis aangenomen heeft, die heeft verzegeld dat God waarachtig is.
Johannes 3:33
Wij kunnen alleen verzegelen dat God waarachtig is in elk punt der leer, in de ervaring of in voorschriften, wanneer wij een inwendig getuigenis hebben dat God het waarlijk heeft verklaard. Bij elke openbaring van Gods goedheid aan de ziel, bij elke toepassing van het bloed van Christus aan het geweten en bij elke openbaring van Gods grote genade is het alsof wij de getuigenis van Christus ontvangen, de inwendige goedkeuring ervan ondervinden en de zoetheid en zaligheid ervan gevoelen, zodat wij bezegelen kunnen dat God waarachtig is. Dit is voorzeker de enige weg om te trachten het wezen van de ware godsdienst te kennen, de Schriften te verstaan en een overtuigend getuigenis te ervaren dat God onze God, Christus onze Zaligmaker, de Heilige Geest onze Leermeester, de hemel onze eeuwige woning en onze ziel gezaligd is in de Heere Jezus Christus met eeuwige zaligheid. En met welk een Goddelijke zekerheid kan zulk een ziel soms spreken!
Somtijds kunnen wij niets geloven; het is als ware er niets in Gods Woord dat wij zouden kunnen bezegelen. Alles schijnt verwarring, en onze onkunde schijnt zo groot dat geen enkele levende waarheid door ons kan worden bezegeld. Maar als de Heilige Geest van de dingen Gods wil getuigen, en wij, de getuigenis van Jezus Christus ontvangende, in het licht dier getuigenis wandelen, dan is er een heilige verzekerdheid van een hemelse instemming met Gods Waarheid. Dit Goddelijk geloof zal ons door al onze beproevingen en smarten heen leiden, en wij zullen weten dat God waarachtig is. Dat dan is de grote beproeving des geloofs: ten eerste de getuigenis van Christus te ontvangen, en dan aan die getuigenis vast te houden, in spijt van alle tegenkanting van binnen en van buiten, van het gevoel harer zwaarte, harer kracht en harer liefelijkheid.
Geen geval, geen zorg, geen list,
oost noch west, noch zandwoestijn,
doet ons meer of minder zijn.
God is rechter, die ’t beslist,
die als aller oppervoogd
deez’ vernedert, die verhoogt.
Ps. 75:4
Aan de lezer…
Wanneer er dagen zijn dat u niets kunt geloven, en het u is alsof er niets in Gods Woord staat wat u zou kunnen bezegelen, schijnt alles verwarring, en lijkt uw onkunde zo groot. Schrik daar niet te zeer van; dat is de weg die het volk van God kent. Niemand kan verzegelen dat God waarachtig is, tenzij de Heilige Geest het inwendig getuigt.
Maar herinnert u zich een uur waarin het bloed van Christus aan uw geweten werd toegepast, waarin u de zoetheid van Zijn getuigenis gevoeld hebt? Houd daaraan vast, in spijt van alle tegenkanting van binnen en van buiten. Dat is de grote beproeving des geloofs. Wie Zijn getuigenis aangenomen heeft, zal door alle beproevingen en smarten heen weten dat God waarachtig is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Die Zijn getuigenis aangenomen heeft, die heeft verzegeld dat God waarachtig is.
Johannes 3:33
We kunnen alleen verzegelen dat God waarachtig is in elk punt van de leer, de bevinding of de voorschriften, wanneer we een innerlijk getuigenis hebben dat God het werkelijk zo verklaard heeft. Bij elke openbaring van Gods goedheid aan de ziel, bij elke toepassing van het bloed van Christus aan het geweten en bij elke openbaring van Gods grote genade is het alsof we het getuigenis van Christus ontvangen. We ervaren dan de innerlijke bevestiging ervan en voelen de zoetheid en zaligheid ervan, zodat we kunnen bezegelen dat God waarachtig is. Dit is beslist de enige weg om het wezen van de ware godsdienst te leren kennen, om de Schriften te verstaan en om een overtuigend getuigenis te ervaren dat God onze God is, Christus onze Zaligmaker, de Heilige Geest onze Leermeester, de hemel onze eeuwige woning, en dat onze ziel in de Heere Jezus Christus zalig gemaakt is met een eeuwige zaligheid. En met wat een goddelijke zekerheid kan zo’n ziel soms spreken!
Soms kunnen we niets geloven. Het is dan alsof er niets in Gods Woord staat wat we zouden kunnen bezegelen. Alles lijkt verwarring, en onze onwetendheid lijkt zo groot dat we geen enkele levende waarheid kunnen bezegelen. Maar wanneer de Heilige Geest van de dingen van God wil getuigen, en wij het getuigenis van Jezus Christus ontvangen en in het licht van dat getuigenis wandelen, dan is er een heilige zekerheid, een hemelse instemming met Gods Waarheid. Dit goddelijke geloof zal ons door al onze beproevingen en smarten heen leiden, en we zullen weten dat God waarachtig is. Dat is dan de grote beproeving van het geloof: eerst het getuigenis van Christus ontvangen, en dan aan dat getuigenis vasthouden, ondanks alle tegenstand van binnen en van buiten, vanuit het gevoel van zijn gewicht, zijn kracht en zijn lieflijkheid.
Geen geval, geen zorg, geen list,
oost noch west, noch zandwoestijn,
doet ons meer of minder zijn.
God is rechter, die ’t beslist,
die als aller oppervoogd
deez’ vernedert, die verhoogt.
Ps. 75:4
Aan de lezer…
Wanneer er dagen zijn dat u niets kunt geloven, en het is alsof er niets in Gods Woord staat wat u zou kunnen bezegelen, dan lijkt alles verwarring en lijkt uw onwetendheid zo groot. Schrik daar niet te veel van; dat is een weg die het volk van God kent. Niemand kan verzegelen dat God waarachtig is, tenzij de Heilige Geest het innerlijk getuigt.
Maar herinnert u zich een uur waarin het bloed van Christus aan uw geweten werd toegepast, waarin u de zoetheid van Zijn getuigenis gevoeld hebt? Houd daaraan vast, ondanks alle tegenstand van binnen en van buiten. Dat is de grote beproeving van het geloof. Wie Zijn getuigenis aangenomen heeft, zal door alle beproevingen en smarten heen weten dat God waarachtig is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
He that hath received His testimony hath set to his seal that God is true.
John 3:33
We can only set to our seal that God is true in any one point of doctrine, experience, or precept when we feel an inward witness that God indeed has declared it. Thus, upon every manifestation of God’s goodness to the soul, every application of Christ’s blood to the conscience, and every revelation of God’s distinguishing grace, it is only as we receive Christ’s testimony, experience the inward approbation of it, and feel its sweetness and blessedness that we can set to our seal that God is true. This, we may be well assured, is the only way to know the power and reality of true religion, to understand the Scriptures, and enjoy a convincing testimony that God is our God, Christ our Saviour, the Holy Spirit our Teacher, heaven our eternal home, and that our soul is saved in the Lord Jesus Christ with an everlasting salvation.
And with what divine certainty can such a soul sometimes speak. Sometimes, indeed, we cannot believe anything; it seems as if there were nothing in God’s word that we could set our seal to. All seems a mass of confusion, and our ignorance appears so great that we cannot set our seal to any vital truth. But when the blessed Spirit is pleased to testify of the things of God, and we, receiving the testimony of Jesus Christ, walk in the light of that testimony, then there is a holy certainty of and heavenly acquiescence with God’s truth.
This divine faith will bring us through all our trials and sorrows, and though we may be dragged through a very hell of temptation, yet shall we know God is true. Here, then, is the grand trial of faith; first to receive Christ’s testimony, and then to hang upon that testimony, in spite of all opposition from within and without, from feeling its weight, power, and sweetness.
To the reader…
When there are days that you cannot believe anything, and it is as if there were nothing in God’s Word that you could set your seal to, everything seems confusion and your ignorance seems so great. Do not be too alarmed by this; it is a path that God’s people know. No one can set to his seal that God is true unless the Holy Spirit bears witness to it within.
But do you remember an hour in which the blood of Christ was applied to your conscience, in which you felt the sweetness of His testimony? Hold fast to that, in spite of all opposition from within and without. That is the great trial of faith. Whoever has received His testimony will know, through all trials and sorrows, that God is true.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
El que recibe Su testimonio, este signó que Dios es verdadero.
Juan 3:33
Solo podemos poner nuestro sello de que Dios es verdadero en cualquier punto de doctrina, experiencia o precepto cuando sentimos un testimonio interior de que Dios en verdad lo ha declarado. Así, en cada manifestación de la bondad de Dios al alma, en cada aplicación de la sangre de Cristo a la conciencia y en cada revelación de la gracia distintiva de Dios, solo cuando recibimos el testimonio de Cristo, experimentamos la aprobación interior del mismo y sentimos su dulzura y bienaventuranza, podemos poner nuestro sello de que Dios es verdadero. Podemos estar bien seguros de que este es el único camino para conocer el poder y la realidad de la verdadera religión, para entender las Escrituras y para gozar de un testimonio convincente de que Dios es nuestro Dios, Cristo nuestro Salvador, el Espíritu Santo nuestro Maestro, el cielo nuestro hogar eterno, y de que nuestra alma es salva en el Señor Jesucristo con salvación eterna.
¡Y con qué certeza divina puede hablar a veces un alma así! A veces, en verdad, no podemos creer nada; parece como si no hubiera nada en la Palabra de Dios a lo que pudiéramos poner nuestro sello. Todo parece una masa de confusión, y nuestra ignorancia parece tan grande que no podemos poner nuestro sello a ninguna verdad vital. Pero cuando al bendito Espíritu le place testificar de las cosas de Dios, y nosotros, recibiendo el testimonio de Jesucristo, andamos en la luz de ese testimonio, entonces hay una santa certeza de la verdad de Dios y un celestial asentimiento a ella.
Esta fe divina nos llevará a través de todas nuestras pruebas y tristezas, y aunque seamos arrastrados a través de un verdadero infierno de tentación, sabremos, no obstante, que Dios es verdadero. Aquí está, pues, la gran prueba de la fe: primero recibir el testimonio de Cristo, y luego asirse de ese testimonio, a pesar de toda oposición de dentro y de fuera, por haber sentido su peso, su poder y su dulzura.
Al lector…
Cuando hay días en que usted no puede creer nada, y es como si no hubiera nada en la Palabra de Dios a lo que pudiera poner su sello, todo parece confusión y su ignorancia parece tan grande. No se alarme demasiado por ello; es un camino que el pueblo de Dios conoce. Nadie puede poner su sello de que Dios es verdadero si el Espíritu Santo no da testimonio de ello en su interior.
Pero ¿recuerda una hora en que la sangre de Cristo fue aplicada a su conciencia, en que sintió la dulzura de Su testimonio? Aférrese a eso, a pesar de toda oposición de dentro y de fuera. Esa es la gran prueba de la fe. Quien ha recibido Su testimonio sabrá, a través de todas las pruebas y tristezas, que Dios es verdadero.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Bevinding
Doch zo wanneer het tot de Heere zal bekeerd zijn, zo wordt het deksel weggenomen.
2 Korinthe 3:16
Ik weet geen betere verklaring voor het woord openbaring dan wat de term zelf bevat. Het betekent letterlijk: „ont-hulling, ofwel het wegnemen van het omhulsel van een voorwerp”, in de Schrift ook wel genoemd deksel, datgene wat tot dekking dient, en dat wordt „ont-dekt”. Er zijn twee van deze omhulsels die de Geest van wijsheid en onthulling wegneemt. Er is een omhulsel dat van nature om het hart ligt, en een omhulsel om het Woord. Onthulling betekent het verwijderen van deze beide omhulsels, en wel tegelijkertijd door dezelfde kracht.
Als dit dubbele omhulsel genadig door de Geest wordt weggenomen, wordt Hij een Geest van openbaring. Dit dubbele omhulsel, ofwel deksel, komt voor in 2 Korinthiërs 3, waarin de apostel het heeft over het deksel dat Mozes op zijn aangezicht legt. Als we ons dus tot de Heere wenden, wordt door de kracht van Zijn genade het deksel van zowel het hart als het Woord weggenomen. Dus, net zoals we niets anders dienen te geloven dan wat in het Woord is geschreven, zo kunnen we niets krachtigs, geestelijks en verlossends kennen, behalve wat in het hart wordt geopenbaard.
God komt niet met een nieuwe openbaring tot ons vanuit de hemel, en ook geeft Hij ons niets van bovenaf met Zijn eigen stem, alsof Hij ons een nieuwe Bijbel verschaft of ons een nieuwe waarheid openbaart die er niet in staat. Alle waarheid staat in de Bijbel. Hoewel de waarheid in de Heilige Schrift staat, ligt er een deksel op het Boek van God, zodat we het pas kunnen begrijpen of geloven als het wordt verwijderd. Maar als het God de Heilige Geest belieft het deksel van ongeloof en onwetendheid van het Woord der Waarheid weg te nemen, en ons zo de kracht te geven te geloven en te ontvangen wat God erin heeft geschreven, is dit een openbaring, of het wegnemen van de bedekking, van het Woord vanbuiten en het hart vanbinnen. En de Geest Die dit bewerkstelligt, is een Geest van openbaring, want het is God de Heilige Geest Die het deksel wegneemt, zoals de apostel verklaart: „De Heere nu is de Geest” (vers 17).
Lezen: 2 Korinthe 3
Aan de lezer…
Soms leest u de Bijbel en blijft hij voor u gesloten. Kent u de woorden, maar niet de kracht ervan? Dan ligt er een dubbel deksel: één op het Woord en één op uw hart. Geen ijver en geen vernuft kan dat wegnemen. God geeft geen nieuwe Bijbel en geen nieuwe waarheid; alles staat er al. Maar zonder de Geest blijft het voor ons verborgen.
Wendt u zich dan tot de Heere, hoe zwak en arm ook, en vraagt u Hem om licht? Wanneer het tot de Heere bekeerd wordt, zo wordt het deksel weggenomen. Dan wordt hetzelfde Woord dat u eerst niets zei, opeens levend en krachtig, en ontvangt u wat God erin geschreven heeft. Hij Die het deksel wegneemt, is de Geest, en Hij doet het nog aan zielen die naar Hem uitzien.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Doch zo wanneer het tot de Heere zal bekeerd zijn, zo wordt het deksel weggenomen.
2 Korinthe 3:16
Ik weet geen betere verklaring voor het woord openbaring dan wat de term zelf inhoudt. Het betekent letterlijk: „ont-hulling, ofwel het wegnemen van het omhulsel van een voorwerp”. In de Schrift wordt dat omhulsel ook wel deksel genoemd: datgene wat iets bedekt, en dat wordt „ont-dekt”. Er zijn twee van zulke omhulsels die de Geest van wijsheid en openbaring wegneemt. Er ligt van nature een omhulsel om het hart, en er ligt een omhulsel om het Woord. Onthulling betekent dat deze beide omhulsels worden weggenomen, en wel tegelijk, door dezelfde kracht.
Wanneer dit dubbele omhulsel genadig door de Geest wordt weggenomen, wordt Hij een Geest van openbaring. Dit dubbele omhulsel of deksel komt voor in 2 Korinthiërs 3, waar de apostel spreekt over het deksel dat Mozes op zijn aangezicht legde. Wanneer we ons dus tot de Heere wenden, wordt door de kracht van Zijn genade het deksel van zowel het hart als het Woord weggenomen. Zoals we dus niets anders moeten geloven dan wat in het Woord geschreven staat, zo kunnen we niets krachtigs, geestelijks en verlossends kennen behalve wat in het hart geopenbaard wordt.
God komt niet met een nieuwe openbaring vanuit de hemel tot ons. Hij geeft ons ook niets van boven met Zijn eigen stem, alsof Hij ons een nieuwe Bijbel gaf of ons een nieuwe waarheid openbaarde die er niet in staat. Alle waarheid staat in de Bijbel. Maar hoewel de waarheid in de Heilige Schrift staat, ligt er een deksel op het Boek van God, zodat we het pas kunnen begrijpen of geloven wanneer dat deksel wordt weggenomen. Wanneer het God de Heilige Geest behaagt het deksel van ongeloof en onwetendheid van het Woord der Waarheid weg te nemen, en ons zo de kracht te geven om te geloven en te ontvangen wat God erin geschreven heeft, dan is dat een openbaring. Het is het wegnemen van de bedekking van het Woord vanbuiten en van het hart vanbinnen. En de Geest Die dit bewerkt, is een Geest van openbaring, want het is God de Heilige Geest Die het deksel wegneemt, zoals de apostel zegt: „De Heere nu is de Geest” (vers 17).
Lezen: 2 Korinthe 3
Aan de lezer…
Soms leest u de Bijbel en blijft hij voor u gesloten. Kent u de woorden, maar niet de kracht ervan? Dan ligt er een dubbel deksel: één op het Woord en één op uw hart. Geen ijver en geen vernuft kan dat wegnemen. God geeft geen nieuwe Bijbel en geen nieuwe waarheid; alles staat er al. Maar zonder de Geest blijft het voor ons verborgen.
Wendt u zich dan tot de Heere, hoe zwak en arm ook, en vraagt u Hem om licht? Wanneer het tot de Heere bekeerd wordt, zo wordt het deksel weggenomen. Dan wordt hetzelfde Woord dat u eerst niets zei, opeens levend en krachtig, en ontvangt u wat God erin geschreven heeft. Hij Die het deksel wegneemt, is de Geest, en Hij doet dat nog altijd bij zielen die naar Hem uitzien.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Nevertheless when it shall turn to the Lord, the vail shall be taken away.
2 Corinthians 3:16
I know no better explanation of the word revelation than what the term itself contains. It means literally “un-veiling, or the taking away of the covering from an object.” In Scripture that covering is also called a vail: that which covers something, and which is “dis-covered.” There are two such coverings which the Spirit of wisdom and revelation takes away. There is by nature a covering over the heart, and there is a covering over the Word. Unveiling means that both these coverings are taken away, and that at the same time, by the same power.
When this double covering is graciously taken away by the Spirit, He becomes a Spirit of revelation. This double covering or vail occurs in 2 Corinthians 3, where the apostle speaks of the vail which Moses put over his face. When, therefore, we turn to the Lord, the vail is taken away from both the heart and the Word by the power of His grace. As, then, we are to believe nothing but what is written in the Word, so we can know nothing powerful, spiritual and saving except what is revealed in the heart.
God does not come to us with a new revelation from heaven. Nor does He give us anything from above by His own voice, as though He gave us a new Bible or revealed to us some new truth that is not in it. All truth is in the Bible. But though the truth is in the Holy Scriptures, there is a vail over the Book of God, so that we cannot understand or believe it until that vail is taken away. When it pleases God the Holy Ghost to take away the vail of unbelief and ignorance from the Word of truth, and so to give us power to believe and receive what God has written in it, that is a revelation. It is the taking away of the covering from the Word without and from the heart within. And the Spirit Who brings this about is a Spirit of revelation, for it is God the Holy Ghost Who takes away the vail, as the apostle says, “Now the Lord is that Spirit” (verse 17).
Reading: 2 Corinthians 3
To the reader…
Sometimes you read the Bible and it remains closed to you. Do you know the words, but not their power? Then there is a double vail: one over the Word and one over your heart. No zeal and no cleverness can take it away. God gives no new Bible and no new truth; everything is already there. But without the Spirit it remains hidden from us.
Do you turn, then, to the Lord, however weak and poor, and ask Him for light? When it shall turn to the Lord, the vail shall be taken away. Then the same Word that at first said nothing to you suddenly becomes living and powerful, and you receive what God has written in it. He Who takes away the vail is the Spirit, and He still does this for souls who look to Him.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Mas cuando se convirtieren al Señor, el velo se quitará.
2 Corintios 3:16
No conozco mejor explicación de la palabra revelación que lo que el término mismo contiene. Significa literalmente “des-velar, o quitar la cubierta de un objeto”. En la Escritura esa cubierta se llama también velo: aquello que cubre algo, y que es “des-cubierto”. Hay dos de tales cubiertas que el Espíritu de sabiduría y de revelación quita. Por naturaleza hay una cubierta sobre el corazón, y hay una cubierta sobre la Palabra. Desvelar significa que ambas cubiertas son quitadas, y eso al mismo tiempo, por el mismo poder.
Cuando esta doble cubierta es quitada por gracia por el Espíritu, Él llega a ser un Espíritu de revelación. Esta doble cubierta o velo aparece en 2 Corintios 3, donde el apóstol habla del velo que Moisés ponía sobre su rostro. Cuando, pues, nos convertimos al Señor, el velo es quitado tanto del corazón como de la Palabra por el poder de Su gracia. Así como no debemos creer nada sino lo que está escrito en la Palabra, así no podemos conocer nada poderoso, espiritual y salvador sino lo que es revelado en el corazón.
Dios no viene a nosotros con una nueva revelación del cielo. Tampoco nos da nada de lo alto por Su propia voz, como si nos diera una nueva Biblia o nos revelara alguna verdad nueva que no esté en ella. Toda la verdad está en la Biblia. Pero aunque la verdad está en las Sagradas Escrituras, hay un velo sobre el Libro de Dios, de modo que no podemos entenderlo ni creerlo hasta que ese velo sea quitado. Cuando place a Dios el Espíritu Santo quitar el velo de incredulidad e ignorancia de la Palabra de verdad, y así darnos poder para creer y recibir lo que Dios ha escrito en ella, eso es una revelación. Es quitar la cubierta de la Palabra por fuera y del corazón por dentro. Y el Espíritu que obra esto es un Espíritu de revelación, porque es Dios el Espíritu Santo quien quita el velo, como dice el apóstol: “Porque el Señor es el Espíritu” (versículo 17).
Lectura: 2 Corintios 3
Al lector…
A veces usted lee la Biblia y permanece cerrada para usted. ¿Conoce las palabras, pero no su poder? Entonces hay un doble velo: uno sobre la Palabra y otro sobre su corazón. Ningún celo ni ninguna habilidad puede quitarlo. Dios no da una nueva Biblia ni una verdad nueva; todo está ya allí. Pero sin el Espíritu permanece oculto para nosotros.
¿Se vuelve usted, pues, al Señor, por débil y pobre que sea, y le pide luz? Cuando se convirtieren al Señor, el velo se quitará. Entonces la misma Palabra que al principio no le decía nada llega de pronto a ser viva y eficaz, y usted recibe lo que Dios ha escrito en ella. El que quita el velo es el Espíritu, y Él todavía lo hace por las almas que miran a Él.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
En heeft ons mede gezet in de hemel in Christus Jezus.
Efeze 2:6
Jezus bleef niet op aarde na Zijn opstanding. Hij voer op naar de plaats waar Hij tevoren was, en nam plaats aan de rechterhand der Majesteit in de hemelen. Doch toen Hij opvoer, voeren al de uitverkorenen met Hem op. Hij liet Zijn leden niet achter op de aarde, maar Hij nam hen allen mede in de hemel. En dit is een onderpand dat zij op zekere dag bij Hem zullen zijn in de gewesten der eeuwige zaligheid, omdat zij alrede met Hem zijn opgevaren als leden van Zijn verborgen lichaam.
Dit, bevindelijk geleerd, haalt de genegenheden uit en wekt de ziel op, bedenkende met Christus mede gezet te zijn in de hemel. De zonde, dood, hel en satan, met al de ellende en jammer die wij ons op de hals gehaald hebben, alle onder onze voeten vertreden te zien, waar Christus nu regeert, alle vijanden onder Zijn voeten verpletterd hebbende, en dit met blijdschap te geloven en te omhelzen: dit is met Christus gezet te zijn in de hemel. Eén van de laatste handelingen die de Heere gewoonlijk voor de ziel doet, is haar een voorproefje te schenken van met Christus te zijn in de eeuwige heerlijkheid. De dood onttroond te zien, de hel gesloten, de zonde vernietigd en een heerlijke onsterfelijkheid in het vooruitzicht gesteld voor het volk van God, en dit te genieten als zoete voorsmaakjes aleer wij in de hemel komen zullen: dit is met Christus mede gezet te zijn in de hemel, en dit alles vloeit uit Zijn zitten aan de rechterhand der Majesteit in de hemelen.
Nu, ziet eens welke weldaden en zegeningen er voortvloeien uit de vereniging met de Zoon van God. Waarom heeft God uw ziel het leven gegeven? Omdat gij een lid van Christus waart. Waarom werd gij opgewekt tot een goede hoop door genade? Waarom vloeiden barmhartigheid, vrede en vergiffenis in uw ziel? Waarom werd gij uit uw ellende en dood opgehaald en gesteld in het licht van Gods vriendelijk aangezicht, en werd er een dierbare Christus aan uw hart geopenbaard? Omdat gij, ten dage toen de Zoon van God triomfantelijk uit de dood verrees, toen ook als een lid van Zijn verborgen lichaam met Hem verrezen zijt.
Waarom wordt gij somtijds verwaardigd dat uw genegenheden gevestigd zijn op de dingen die boven zijn, dat gij enige overwinning behaalt over de zonde, dood, hel en het graf, dat gij uw vijanden verpletterd vindt onder uw voeten en bij tijden een blik voorwaarts werpt, met een aangenaam voorproefje van de eeuwige genietingen? Omdat gij, als een lid van Christus’ verborgen lichaam, alrede zijt opgevaren en zit aan de rechterhand Gods met Christus, Die als het Hoofd van Zijn lichaam hun ten goede daar is.
Aan de lezer…
U die zich nog zo aan de aarde gebonden voelt, door zonde en dood en de ellende die wij ons op de hals gehaald hebben, dat de hemel u ver weg schijnt, bedenk dat Christus Zijn leden niet op aarde achterliet toen Hij opvoer. Hij zit aan de rechterhand der Majesteit, en Hij is daar Zijn volk ten goede.
Waarom hebt u leven ontvangen, waarom een goede hoop, waarom die ogenblikken waarin Christus u dierbaar was en uw genegenheden boven waren? Niet om iets in u, maar omdat u een lid van Hem bent. Zijn die voorsmaakjes kort en zeldzaam, zij zijn toch een onderpand dat u eenmaal bij Hem zult zijn. Hef dan het hoofd op: wat Hij overwon, ligt ook onder uw voeten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En heeft ons mede gezet in de hemel in Christus Jezus.
Efeze 2:6
Jezus bleef na Zijn opstanding niet op aarde. Hij voer op naar de plaats waar Hij eerder was, en nam plaats aan de rechterhand van de Majesteit in de hemelen. Maar toen Hij opvoer, voeren alle uitverkorenen met Hem op. Hij liet Zijn leden niet achter op aarde, maar nam hen allemaal mee naar de hemel. En dat is een onderpand dat zij op een dag bij Hem zullen zijn in de gewesten van de eeuwige zaligheid, omdat zij als leden van Zijn verborgen lichaam al met Hem zijn opgevaren.
Wanneer dit bevindelijk geleerd wordt, trekt het de genegenheden omhoog en wekt het de ziel op, als zij bedenkt dat zij met Christus mede gezet is in de hemel. De zonde, de dood, de hel en satan, met al de ellende en nood die wij ons op de hals gehaald hebben, allemaal onder onze voeten vertreden zien, daar waar Christus nu regeert, nadat Hij alle vijanden onder Zijn voeten verpletterd heeft; en dat met blijdschap geloven en omhelzen: dat is met Christus gezet zijn in de hemel. Een van de laatste dingen die de Heere gewoonlijk voor de ziel doet, is haar een voorproefje te schenken van het met Christus zijn in de eeuwige heerlijkheid. De dood onttroond zien, de hel gesloten, de zonde vernietigd en een heerlijke onsterfelijkheid in het vooruitzicht gesteld voor het volk van God, en dat als zoete voorsmaakjes genieten voordat wij in de hemel komen: dat is met Christus mede gezet zijn in de hemel. En dat alles vloeit voort uit Zijn zitten aan de rechterhand van de Majesteit in de hemelen.
Zie nu eens welke weldaden en zegeningen er voortvloeien uit de vereniging met de Zoon van God. Waarom heeft God uw ziel het leven gegeven? Omdat u een lid van Christus was. Waarom werd u opgewekt tot een goede hoop door genade? Waarom vloeiden barmhartigheid, vrede en vergeving in uw ziel? Waarom werd u uit uw ellende en dood omhooggehaald en in het licht van Gods vriendelijk aangezicht gesteld, en werd er een dierbare Christus aan uw hart geopenbaard? Omdat u, op de dag dat de Zoon van God triomfantelijk uit de dood opstond, toen ook als een lid van Zijn verborgen lichaam met Hem bent opgestaan.
Waarom wordt u soms verwaardigd dat uw genegenheden gericht zijn op de dingen die boven zijn, dat u enige overwinning behaalt over de zonde, de dood, de hel en het graf, dat u uw vijanden verpletterd vindt onder uw voeten, en dat u soms een blik vooruit werpt, met een aangenaam voorproefje van de eeuwige genietingen? Omdat u, als een lid van het verborgen lichaam van Christus, al bent opgevaren en met Christus zit aan de rechterhand van God, Die daar als het Hoofd van Zijn lichaam is, hun ten goede.
Aan de lezer…
U die zich nog zo aan de aarde gebonden voelt, door zonde en dood en de ellende die wij ons op de hals gehaald hebben, dat de hemel ver weg lijkt: bedenk dat Christus Zijn leden niet op aarde achterliet toen Hij opvoer. Hij zit aan de rechterhand van de Majesteit, en Hij is daar Zijn volk ten goede.
Waarom hebt u leven ontvangen, waarom een goede hoop, waarom die ogenblikken waarin Christus u dierbaar was en uw genegenheden boven waren? Niet om iets in u, maar omdat u een lid van Hem bent. Al zijn die voorsmaakjes kort en zeldzaam, toch zijn zij een onderpand dat u eens bij Hem zult zijn. Hef dan het hoofd op: wat Hij overwon, ligt ook onder uw voeten.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“And made us sit together in heavenly places in Christ Jesus.”
Ephesians 2:6
Jesus did not tarry upon the earth after His resurrection; He ascended up where He was before, and took His seat at the right hand of the Majesty on high. But when He ascended up on high, all the election of grace ascended with Him. He did not leave His members behind upon earth, but He took them all ‘virtually’ into heaven. And this is a pledge that they will one day be with Him in the realms of eternal bliss, because they have already ascended with Him, as the members of His mystical body. This, in experimental manifestation, is the lifting up of the affections, the raising up of the soul to sit together with Christ in heavenly places.
Sin, death, hell, and Satan, with all the misery and wretchedness we have brought upon ourselves—to have them all under our feet, as Christ now reigns, having put all enemies under His feet—to enjoy this, is to sit with Christ in heavenly places. One of the last acts that God usually does for the soul, is the lifting it up thus to sit with Christ in the anticipation of eternal glory. To see death dethroned, hell destroyed, sin abolished, and a glorious immortality reserved for the saints of God; to enjoy this in the sweet anticipation and blessed foretastes, so as to be in heaven before we get there—this is to sit down with Christ in heavenly places, by virtue of His sitting down there “at the right hand of the Majesty on high.”
Now, see what benefits and blessings spring out of a union with the Son of God. Why did God quicken your soul? Because you were a member of Christ. Why were you raised up to “a good hope through grace?” Why did mercy, peace, and pardon flow into your soul? Why were you brought out of misery and death into the light of God’s countenance, and had a precious Christ revealed to your heart? Because in the day, when the Son of God rose triumphant from the tomb, you, as a member of His mystical body, rose there and then with Him.
Why are you sometimes privileged to have your affections on things above, attain any victory over sin, death, hell, and the grave, find your enemies put under your feet, and look forward at times with a sweet anticipation of eternal joys? Because, as a member of Christ’s mystical body, you have already ascended, and are already sitting at the right hand of God with Christ, Who is sitting as the Head of His body there.
To the reader…
You who still feel so bound to the earth, by sin and death and the misery we have brought upon ourselves, that heaven seems far away: remember that Christ did not leave His members behind on earth when He ascended. He sits at the right hand of the Majesty, and He is there for the good of His people.
Why did you receive life, why a good hope, why those moments when Christ was precious to you and your affections were set on things above? Not because of anything in you, but because you are a member of Him. Though those foretastes are short and rare, yet they are a pledge that one day you will be with Him. Lift up your head, then: what He has conquered lies under your feet as well.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Y asimismo nos hizo sentar en los cielos con Cristo Jesús.”
Efesios 2:6
Jesús no se quedó en la tierra después de Su resurrección; subió adonde estaba primero, y tomó asiento a la diestra de la Majestad en las alturas. Pero cuando subió a lo alto, toda la elección de gracia subió con Él. No dejó atrás a Sus miembros en la tierra, sino que los llevó a todos ‘virtualmente’ al cielo. Y esto es una prenda de que un día estarán con Él en las regiones de la dicha eterna, porque ya han subido con Él, como miembros de Su cuerpo místico. Esto, en su manifestación experimental, es la elevación de los afectos, el levantamiento del alma para sentarse juntamente con Cristo en los lugares celestiales.
El pecado, la muerte, el infierno y Satanás, con toda la miseria y desdicha que hemos traído sobre nosotros mismos: tenerlos todos bajo nuestros pies, como Cristo reina ahora, habiendo puesto a todos los enemigos bajo Sus pies; gozar de esto es sentarse con Cristo en los lugares celestiales. Uno de los últimos actos que Dios suele hacer por el alma es levantarla así para sentarse con Cristo en la anticipación de la gloria eterna. Ver la muerte destronada, el infierno destruido, el pecado abolido, y una gloriosa inmortalidad reservada para los santos de Dios; gozar de esto en dulce anticipación y bienaventurados anticipos, de modo que estemos en el cielo antes de llegar allá: esto es sentarse con Cristo en los lugares celestiales, en virtud de que Él Se ha sentado allí “a la diestra de la Majestad en las alturas”.
Vea ahora qué beneficios y bendiciones brotan de la unión con el Hijo de Dios. ¿Por qué vivificó Dios su alma? Porque usted era miembro de Cristo. ¿Por qué fue levantado a “buena esperanza por gracia”? ¿Por qué fluyeron misericordia, paz y perdón a su alma? ¿Por qué fue sacado de la miseria y de la muerte a la luz del rostro de Dios, y le fue revelado a su corazón un precioso Cristo? Porque en el día en que el Hijo de Dios se levantó triunfante de la tumba, usted, como miembro de Su cuerpo místico, resucitó allí y entonces con Él.
¿Por qué se le concede a veces el privilegio de poner sus afectos en las cosas de arriba, alcanzar alguna victoria sobre el pecado, la muerte, el infierno y el sepulcro, hallar a sus enemigos puestos bajo sus pies y mirar adelante a veces con una dulce anticipación de los gozos eternos? Porque, como miembro del cuerpo místico de Cristo, usted ya ha subido, y ya está sentado a la diestra de Dios con Cristo, Que está sentado allí como la Cabeza de Su cuerpo.
Al lector…
Usted que todavía se siente tan atado a la tierra, por el pecado, la muerte y la miseria que hemos traído sobre nosotros mismos, que el cielo le parece lejano: recuerde que Cristo no dejó atrás a Sus miembros en la tierra cuando subió. Él está sentado a la diestra de la Majestad, y está allí para el bien de Su pueblo.
¿Por qué recibió usted vida, por qué una buena esperanza, por qué aquellos momentos en que Cristo le era precioso y sus afectos estaban puestos en las cosas de arriba? No por algo que hubiera en usted, sino porque es miembro de Él. Aunque esos anticipos sean breves y escasos, son sin embargo una prenda de que un día estará con Él. Levante, pues, la cabeza: lo que Él ha vencido yace también bajo sus pies.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl