vandaag verschenen
Een medelijdende Hogepriester en een troon der genade
Over Hebreeën 4:15,16: Christus, onze grote Hogepriester, kan medelijden hebben met onze zwakheden en is in alles verzocht, maar zonder zonde. Juist wie zijn zwakheden en verzoekingen voelt, wordt aangespoord…
7 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
2 weken geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
3 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Korenaren Uit De Volle Oogst
In welke gij u verheugt, nu een weinig tijds, (zo het nodig is) bedroefd zijnde door menigerlei verzoekingen.
1 Petrus 1:6
Daar alles in ons van nature in strijd is met het leven Gods, zo is het noodzakelijk dat velerlei beproevingen en verzoekingen ons verlossen van die dingen die met de genade Gods in strijd zijn, om ons gelijkvormig te maken aan het beeld van Zijn geliefde Zoon. Zo hebben wij beproeving na beproeving nodig om ons te genezen van die wereldsgezindheid, die vleselijkheid en zorgeloosheid, die lichte, niets betekenende belijdenis, die uiterlijke godsdienstigheid, dat niet acht geven op Goddelijk onderwijs, hemelse zegen en geestelijke openbaringen, dat blijven bij de oude droesem en rustig zijn in Zion, dat zich inlaten met allerlei leraren, die onbekendheid met het geheim des Heeren, dat alleen is met hen die Hem vrezen: al die tekenen des doods zien wij op de belijdenis van deze tijd ingedrukt.
Het is even noodzakelijk geleid te worden buiten die kring van valse, bedrieglijke, huichelachtige, eigenwijze belijdenis, hetzij hoog of laag, gezond in de leer of ongezond, als eenvoudig en oprecht, eerlijk en openhartig, teder en leerzaam gemaakt te worden, en iets bij ervaring te kennen van dat verbroken en verslagen hart waarin de Heere Zelf wil wonen. En daar de Heere die Geest der nederigheid en liefde meestal door beproevingen en verzoekingen werkt, zo zijn deze ook een noodzakelijkheid voor iedereen, van welke natuur hij ook zij, of vanwaar hij ook kome.
Maar wat klaag ik, Heer der heren?
Mijn begeren
is voor U, in al mijn leed
met mijn zuchten en mijn zorgen
niet verborgen,
daar Gij alles ziet en weet.
Ps. 38:9
Aan de lezer…
Hoe dikwijls vraagt u met een moe hart waarom de ene beproeving na de andere komt! U zou wel rust willen in plaats van strijd. Maar zie eens eerlijk in uw eigen binnenste: hoeveel wereldsgezindheid, zorgeloosheid en lichte belijdenis kleeft u nog aan? Zulke dingen laten zich niet door een woord verdrijven; de Heere gebruikt menigerlei verzoekingen om u daarvan te verlossen en u gelijkvormig te maken aan het beeld van Zijn geliefde Zoon.
Het is maar „een weinig tijds”, en het is niet zonder reden: „zo het nodig is”. Zo maakt Hij u eenvoudig en oprecht, teder en leerzaam, en geeft Hij u te kennen wat een verbroken en verslagen hart is. En in zulk een hart wil de Heere Zelf wonen. Breng dan uw zuchten en zorgen tot Hem; zij zijn voor Hem niet verborgen, want Hij ziet en weet alles.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
In welke gij u verheugt, nu een weinig tijds, (zo het nodig is) bedroefd zijnde door menigerlei verzoekingen.
1 Petrus 1:6
Omdat alles in ons van nature in strijd is met het leven van God, is het nodig dat velerlei beproevingen en verzoekingen ons verlossen van de dingen die met Gods genade in strijd zijn, om ons gelijkvormig te maken aan het beeld van Zijn geliefde Zoon. Zo hebben wij beproeving na beproeving nodig om ons te genezen van die wereldsgezindheid, die vleselijkheid en zorgeloosheid, die lichte belijdenis die niets voorstelt, die uiterlijke godsdienstigheid. Wij moeten genezen worden van het geen acht slaan op goddelijk onderwijs, hemelse zegen en geestelijke openbaringen, van het blijven liggen op de oude droesem en het gerust zijn in Sion, van het zich inlaten met allerlei leraars, en van de onbekendheid met de verborgenheid van de Heere, die alleen is bij hen die Hem vrezen. Al die tekenen van de dood zien wij in de belijdenis van deze tijd gedrukt.
Het is even nodig om weggeleid te worden uit die kring van valse, bedrieglijke, huichelachtige en eigenwijze belijdenis, of die nu hoog is of laag, gezond in de leer of ongezond, als om eenvoudig en oprecht, eerlijk en openhartig, teder en leerzaam gemaakt te worden. Het is even nodig iets uit ervaring te kennen van dat verbroken en verslagen hart waarin de Heere Zelf wil wonen. En omdat de Heere die geest van nederigheid en liefde meestal door beproevingen en verzoekingen werkt, zijn ook die voor iedereen noodzakelijk, wat zijn aard ook is en waar hij ook vandaan komt.
Maar wat klaag ik, Heer der heren?
Mijn begeren
is voor U, in al mijn leed
met mijn zuchten en mijn zorgen
niet verborgen,
daar Gij alles ziet en weet.
Ps. 38:9
Aan de lezer…
Hoe vaak vraagt u met een moe hart waarom de ene beproeving na de andere komt! U zou wel rust willen in plaats van strijd. Maar kijk eens eerlijk in uw eigen binnenste: hoeveel wereldsgezindheid, zorgeloosheid en lichte belijdenis kleeft u nog aan? Zulke dingen laten zich niet met één woord verdrijven; de Heere gebruikt menigerlei verzoekingen om u daarvan te verlossen en u gelijkvormig te maken aan het beeld van Zijn geliefde Zoon.
Het is maar „een weinig tijds”, en het is niet zonder reden: „zo het nodig is”. Zo maakt Hij u eenvoudig en oprecht, teder en leerzaam, en laat Hij u kennen wat een verbroken en verslagen hart is. En in zo’n hart wil de Heere Zelf wonen. Breng dan uw zuchten en zorgen bij Hem; zij zijn voor Hem niet verborgen, want Hij ziet en weet alles.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wherein ye greatly rejoice, though now for a season, if need be, ye are in heaviness through manifold temptations.
1 Peter 1:6
As everything in SELF is contrary to the life of God, there is a needs-be for manifold trials and temptations to bring us out of those things which are opposed to the grace of God, and to conform us to the image of His dear Son. Thus we need trial after trial, and temptation upon temptation, to cure us of that worldly spirit, that carnality and carelessness, that light, trifling, and empty profession, that outside form of godliness, that spirit of pride and self-righteousness, that resting short of divine teachings, heavenly blessings, and spiritual manifestations, that settling on our lees and being at ease in Zion, that being mixed up with all sorts of professors, that ignorance of the secret of the Lord which is with those who fear Him–all which marks of death we see so visibly stamped upon the profession of the day.
There is a needs-be to be brought out of all this false, deceptive, hypocritical, and presumptuous profession, whether high or low, sound in doctrine or unsound, so as to be made simple and sincere, honest and upright, tender and teachable, and to know something experimentally of that broken and contrite spirit in which the Lord Himself condescends to dwell. And as the Lord works this spirit of humility and love for the most part through trials and temptations, there is a needs-be for every one, of whatever nature it may be, or from whatever quarter it may come.
To the reader…
How often you ask with a weary heart why one trial follows another! You would like rest instead of conflict. But look honestly into your own heart: how much worldliness, carelessness and light profession still clings to you? Such things are not driven out with a single word; the Lord uses manifold temptations to deliver you from them and to conform you to the image of His beloved Son.
It is only “for a season,” and it is not without reason: “if need be.” In this way He makes you simple and sincere, tender and teachable, and lets you know what a broken and contrite spirit is. And in such a heart the Lord Himself is pleased to dwell. Bring your sighs and cares to Him, then; they are not hidden from Him, for He sees and knows everything.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
En lo cual vosotros os alegráis, estando al presente un poco de tiempo afligidos en diversas tentaciones, si es necesario.
1 Pedro 1:6
Como todo lo que hay en el YO es contrario a la vida de Dios, es necesario que haya diversas pruebas y tentaciones para sacarnos de aquellas cosas que se oponen a la gracia de Dios, y para conformarnos a la imagen de Su amado Hijo. Así necesitamos prueba tras prueba, y tentación sobre tentación, para curarnos de ese espíritu mundano, de esa carnalidad y descuido, de esa profesión ligera, frívola y vacía, de esa forma exterior de piedad, de ese espíritu de orgullo y de justicia propia, de ese quedarnos cortos de las enseñanzas divinas, de las bendiciones celestiales y de las manifestaciones espirituales, de ese reposar sobre nuestras heces y estar reposados en Sion, de ese mezclarnos con toda clase de profesantes, de esa ignorancia del secreto del Señor, que es con los que le temen; todas las cuales son señales de muerte que vemos tan visiblemente estampadas sobre la profesión de nuestros días.
Es necesario ser sacados de toda esta profesión falsa, engañosa, hipócrita y presuntuosa, sea alta o baja, sana o no sana en la doctrina, para ser hechos sencillos y sinceros, honrados y rectos, tiernos y dóciles, y para conocer algo por experiencia de aquel espíritu quebrantado y contrito en el cual el Señor mismo se digna habitar. Y como el Señor obra este espíritu de humildad y de amor mayormente por medio de pruebas y tentaciones, cada una de ellas es necesaria, sea cual fuere su naturaleza o de dondequiera que venga.
Al lector…
¡Cuántas veces pregunta usted con el corazón cansado por qué una prueba sigue a otra! Quisiera descanso en lugar de lucha. Pero mire con sinceridad a su propio corazón: ¿cuánta mundanalidad, cuánto descuido y cuánta profesión ligera se le pegan todavía? Tales cosas no se echan fuera con una sola palabra; el Señor usa diversas tentaciones para librarle de ellas y para conformarle a la imagen de Su amado Hijo.
Es solo “un poco de tiempo”, y no es sin motivo: “si es necesario”. De este modo Él le hace sencillo y sincero, tierno y dócil, y le hace conocer lo que es un espíritu quebrantado y contrito. Y en un corazón así se complace en habitar el Señor mismo. Lleve, pues, a Él sus suspiros y sus cuidados; no le están ocultos, porque Él lo ve y lo sabe todo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Een grote Hogepriester
Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd.
Hebreeën 4:16
Wat krijgen we als we tot de troon der genade komen? Barmhartigheid! „Opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen”: de zoete blijken van Gods barmhartigheid, de openbaring van Zijn vergevende liefde, het uitstorten van Zijn oneindige en eeuwige gunst; opdat al onze zonden worden uitgevaagd, onze terugvallen geheeld, en onze overtredingen achter Gods rug geworpen. Sterker nog, opdat wij er alle steun, sterkte, wijsheid, troost, alles wat onze zielen maar wensen, mogen vinden: „En genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd”, als de duivel ons kwelt, als de zonde ons verontrust, als de schuld ons bezwaart. „O,” zegt hij, „laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen” van een vriendelijke en liefdevolle God, en genade vinden om geholpen te worden, en kracht om ons te steunen en te troosten ter bekwamer tijd.
Maar wat is „ter bekwamer tijd”? De tijd van verlokking, de tijd van bezoeking, en vooral de tijd van de dood, als we ons hoofd op een sterfkussen moeten leggen. „O,” zegt hij, „er is een genadetroon; zullen we er niet heengaan om barmhartigheid te verkrijgen, die alleen onze ziel zoete vertroosting kan bieden ter bekwamer tijd?”
Dit is de aanmoediging. Wat zet de Heere hier een deur open voor ons, door ons aan te moedigen naar Zijn genadetroon te komen! En legt Hij het gewicht van ook maar één atoom op de goedheid in de mens, om ons aan te moedigen vrijmoedig te komen? Geen enkel gewicht! Mag ik dan niet uw geweten aanspreken, als het getuigenis van de Geest er aanwezig is dat we zo’n Hogepriester hebben? Is dit geen aanmoediging voor een arme ziel, die niets anders in zichzelf ontdekt dan zonde, verwarring en ellende, om vrijmoedig tot de genadetroon toe te gaan?
We zullen nooit verlies lijden als we erheen gaan. O, dat we vaak mogen gaan! O, dat we vrijmoedig mogen gaan, dat we gelovig mogen gaan! De Heere zal niemand ooit met lege handen wegsturen die op Hem steunt, die geheel en uitsluitend van Zijn barmhartigheid en genade afhankelijk is; want in Zijn trouw heeft Hij het beloofd. Hij zal en kan Zichzelf niet verloochenen. Hoewel hemel en aarde voorbij zullen gaan, Zijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.
Lezen: Efeze 3:1-13
Aan de lezer…
Er zijn dagen dat u nauwelijks tot de troon der genade durft te naderen, omdat u in uzelf niets anders ontdekt dan zonde, verwarring en ellende. Juist voor zulk een arme ziel staat die deur open. De Heere legt niet het gewicht van één atoom op enige goedheid in u; Hij nodigt u, omdat er een Hogepriester is Die voor u pleit. Daar is barmhartigheid te verkrijgen, daar worden zonden uitgevaagd en terugvallen geheeld.
Wacht dan niet tot u zich waardiger voelt. Gaat u door verlokking of bezoeking, of ziet u op tegen het uur dat u uw hoofd op een sterfkussen moet leggen, dat is de bekwame tijd waarvoor de genade beloofd is. Niemand die op Hem steunt, zendt Hij met lege handen weg; Hij kan Zichzelf niet verloochenen. Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar Zijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd.
Hebreeën 4:16
Wat krijgen we als we tot de troon der genade komen? Barmhartigheid! „Opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen”: de zoete blijken van Gods barmhartigheid, de openbaring van Zijn vergevende liefde, de uitstorting van Zijn oneindige en eeuwige gunst. Opdat al onze zonden worden uitgewist, onze afkeringen geheeld en onze overtredingen achter Gods rug geworpen. Meer nog: opdat wij daar alle steun, kracht, wijsheid en troost vinden, alles wat onze ziel maar verlangt: „En genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd”, wanneer de duivel ons kwelt, wanneer de zonde ons verontrust, wanneer de schuld ons bezwaart. „O,” zegt hij, „laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen” van een goedertieren en liefdevolle God, en genade vinden om geholpen te worden, en kracht om ons te ondersteunen en te troosten ter bekwamer tijd.
Maar wat is „ter bekwamer tijd”? De tijd van verzoeking, de tijd van bezoeking, en vooral de tijd van de dood, wanneer we ons hoofd op een sterfbed moeten neerleggen. „O,” zegt hij, „er is een genadetroon; zullen we er niet heengaan om barmhartigheid te verkrijgen, die alleen onze ziel zoete vertroosting kan bieden ter bekwamer tijd?”
Dit is de aanmoediging. Wat zet de Heere hier een deur voor ons open, door ons aan te moedigen tot Zijn troon der genade te komen! En legt Hij ook maar het gewicht van één stofje op enige goedheid in de mens, om ons aan te moedigen vrijmoedig te komen? Geen enkel gewicht! Mag ik dan niet uw geweten aanspreken, als het getuigenis van de Geest daarin aanwezig is dat we zo’n Hogepriester hebben? Is dit geen aanmoediging voor een arme ziel, die in zichzelf niets anders ontdekt dan zonde, verwarring en ellende, om vrijmoedig tot de troon der genade te gaan?
We zullen er nooit iets bij verliezen als we erheen gaan. O, mochten we vaak gaan! O, mochten we vrijmoedig gaan, mochten we gelovig gaan! De Heere zal nooit iemand met lege handen wegsturen die op Hem steunt, die geheel en alleen van Zijn barmhartigheid en genade afhankelijk is; want in Zijn trouw heeft Hij het beloofd. Hij wil en kan Zichzelf niet verloochenen. Al zullen hemel en aarde voorbijgaan, Zijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.
Lezen: Efeze 3:1-13
Aan de lezer…
Er zijn dagen dat u nauwelijks tot de troon der genade durft te naderen, omdat u in uzelf niets anders ontdekt dan zonde, verwarring en ellende. Juist voor zo’n arme ziel staat die deur open. De Heere legt niet het gewicht van één stofje op enige goedheid in u; Hij nodigt u, omdat er een Hogepriester is Die voor u pleit. Daar is barmhartigheid te verkrijgen, daar worden zonden uitgewist en afkeringen geheeld.
Wacht dan niet tot u zich waardiger voelt. Gaat u door verzoeking of bezoeking, of ziet u op tegen het uur dat u uw hoofd op een sterfbed moet neerleggen? Dat is de bekwame tijd waarvoor de genade beloofd is. Niemand die op Hem steunt, stuurt Hij met lege handen weg; Hij kan Zichzelf niet verloochenen. Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar Zijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Let us therefore come boldly unto the throne of grace, that we may obtain mercy, and find grace to help in time of need.
Hebrews 4:16
What do we receive when we come to the throne of grace? Mercy! “That we may obtain mercy”: the sweet manifestations of God’s mercy, the revelation of His pardoning love, the outpouring of His infinite and eternal favour. That all our sins may be blotted out, our backslidings healed and our transgressions cast behind God’s back. More still: that we may find there all support, strength, wisdom and comfort, all that our soul can desire: “And find grace to help in time of need,” when the devil harasses us, when sin troubles us, when guilt burdens us. “Oh,” he says, “let us therefore come boldly unto the throne of grace, that we may obtain mercy” from a gracious and loving God, and find grace to help, and strength to support and comfort us in time of need.
But what is “the time of need”? The time of temptation, the time of affliction, and above all the time of death, when we must lay our head upon a dying pillow. “Oh,” he says, “there is a throne of grace; shall we not go to it to obtain mercy, which alone can give our soul sweet consolation in time of need?”
This is the encouragement. What a door the Lord sets open for us here, by encouraging us to come to His throne of grace! And does He lay even the weight of one grain of dust upon any goodness in man, to encourage us to come boldly? Not a single grain! May I not, then, appeal to your conscience, if the witness of the Spirit is present there that we have such a High Priest? Is not this an encouragement for a poor soul, who finds nothing in himself but sin, confusion and misery, to come boldly to the throne of grace?
We shall never lose anything by going there. Oh, that we might go often! Oh, that we might go boldly, that we might go believingly! The Lord will never send away empty one who leans upon Him, who hangs wholly and solely upon His mercy and grace; for in His faithfulness He has promised it. He will not and cannot deny Himself. Heaven and earth shall pass away, but His words shall not pass away.
Reading: Ephesians 3:1-13
To the reader…
There are days when you hardly dare to draw near to the throne of grace, because you find nothing in yourself but sin, confusion and misery. It is precisely for such a poor soul that the door stands open. The Lord does not lay the weight of one grain of dust upon any goodness in you; He invites you because there is a High Priest Who pleads for you. There mercy is to be obtained, there sins are blotted out and backslidings healed.
Do not wait, then, until you feel more worthy. Are you passing through temptation or affliction, or do you dread the hour when you must lay your head upon a dying pillow? That is the time of need for which grace is promised. He sends no one away empty who leans upon Him; He cannot deny Himself. Heaven and earth shall pass away, but His words shall not pass away.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Lleguémonos pues confiadamente al trono de la gracia, para alcanzar misericordia, y hallar gracia para el oportuno socorro.
Hebreos 4:16
¿Qué recibimos cuando venimos al trono de la gracia? ¡Misericordia! “Para alcanzar misericordia”: las dulces manifestaciones de la misericordia de Dios, la revelación de Su amor perdonador, el derramamiento de Su favor infinito y eterno. Para que todos nuestros pecados sean borrados, nuestras rebeliones sanadas y nuestras transgresiones echadas tras las espaldas de Dios. Más aún: para que hallemos allí todo sostén, fuerza, sabiduría y consuelo, todo lo que nuestra alma puede desear: “Y hallar gracia para el oportuno socorro”, cuando el diablo nos acosa, cuando el pecado nos turba, cuando la culpa nos agobia. “Oh —dice él—, lleguémonos pues confiadamente al trono de la gracia, para alcanzar misericordia” de un Dios clemente y amoroso, y hallar gracia para socorrernos, y fuerza para sostenernos y consolarnos en el tiempo de necesidad.
Pero ¿qué es “el tiempo de necesidad”? El tiempo de la tentación, el tiempo de la aflicción, y sobre todo el tiempo de la muerte, cuando hemos de reclinar nuestra cabeza sobre la almohada del lecho de muerte. “Oh —dice él—, hay un trono de la gracia; ¿no iremos a él para alcanzar misericordia, la única que puede dar a nuestra alma dulce consuelo en el tiempo de necesidad?”
Este es el estímulo. ¡Qué puerta nos abre aquí el Señor, al animarnos a venir a Su trono de la gracia! ¿Y pone Él siquiera el peso de un grano de polvo sobre alguna bondad en el hombre, para animarnos a llegarnos confiadamente? ¡Ni un solo grano! ¿No puedo, pues, apelar a su conciencia, si está presente allí el testimonio del Espíritu de que tenemos tal Sumo Sacerdote? ¿No es esto un estímulo para una pobre alma, que no halla en sí misma sino pecado, confusión y miseria, para llegarse confiadamente al trono de la gracia?
Nunca perderemos nada por ir allí. ¡Oh, que fuéramos a menudo! ¡Oh, que fuéramos confiadamente, que fuéramos creyendo! El Señor nunca despedirá vacío a quien se apoya en Él, a quien pende entera y únicamente de Su misericordia y gracia; porque en Su fidelidad lo ha prometido. Él no quiere ni puede negarse a Sí mismo. El cielo y la tierra pasarán, mas Sus palabras no pasarán.
Lectura: Efesios 3:1-13
Al lector…
Hay días en que usted apenas se atreve a acercarse al trono de la gracia, porque no halla en sí mismo sino pecado, confusión y miseria. Precisamente para una pobre alma así está abierta la puerta. El Señor no pone el peso de un grano de polvo sobre bondad alguna en usted; le invita porque hay un Sumo Sacerdote que aboga por usted. Allí se alcanza misericordia, allí se borran los pecados y se sanan las rebeliones.
No espere, pues, hasta sentirse más digno. ¿Pasa usted por tentación o aflicción, o teme la hora en que habrá de reclinar su cabeza sobre la almohada del lecho de muerte? Ese es el tiempo de necesidad para el cual se promete gracia. Él no despide vacío a nadie que se apoya en Él; no puede negarse a Sí mismo. El cielo y la tierra pasarán, mas Sus palabras no pasarán.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
In die dagen en te dier tijd, spreekt de Heere, zal Israëls ongerechtigheid gezocht worden, maar zij zal er niet zijn; en de zonden van Juda, maar zij zullen niet gevonden worden; want Ik zal ze degenen vergeven, die Ik zal doen overblijven.
Jeremia 50:20
Sommigen vrezen dat, althans ten laatsten dage, hun zonden tot hun schande in het openbaar zullen worden tentoongesteld. Dit zal echter niet het geval zijn met de beminde kinderen Gods. Wij lezen inderdaad dat velen van die in het stof der aarde slapen, zullen ontwaken; en terwijl sommigen ontwaken zullen ten eeuwigen leven, zullen anderen ontwaken tot versmaadheden en een eeuwige afgrijzing, omdat hun zonden zullen worden herdacht en als getuigen van hun rechtvaardige veroordeling tegen hen zullen worden voortgebracht. Maar Gods kinderen zullen blinken als de glans des uitspansels en zullen opstaan tot eer en heerlijkheid en onverderfelijkheid; en niet één van hun zonden zal hun ten laste gelegd worden. Zij zullen staan, bekleed met Christus’ volkomen gerechtigheid, zijnde gewassen in Zijn bloed, en zullen voor de troon van God verschijnen zonder vlek en zonder rimpel.
Wij kunnen nauwelijks onze zonden herinneren. Doch wat zou er van ons worden, indien de herinnering aan een onbegraven zonde ons voor ogen zou worden gesteld in die dag, wanneer de Heere Zijn eigendom erkennen en verschonen zal? Indien er enige zonde van de vrouw des Lams als getuige tegen haar kon worden aangevoerd, hoe zou dan de stem die Johannes in de Openbaring hoorde, hebben kunnen klinken? Een stem van een grote menigte, als de stem van vele wateren, en als de stem van sterke donderslagen, zeggende: „Hallelujah! want de Heere, de almachtige God, heeft als Koning geheerst.” Nu, wat was de inhoud van deze stem? „Laat ons blijde zijn en vreugde bedrijven en Hem de heerlijkheid geven, want de bruiloft des Lams is gekomen en Zijn vrouw heeft zichzelf bereid. En haar is gegeven, dat zij bekleed worde met rein en blinkend fijn lijnwaad; want dit fijn lijnwaad zijn de rechtvaardigmakingen der heiligen” (Openb. 19:7, 8).
Doch veronderstel dat op die bruiloftsdag enige van haar vroegere overtredingen haar konden worden voorgehouden, bijvoorbeeld een geval van ontrouw aan haar beloofde goede trouw: zou dit niet voldoende zijn om het huwelijk niet te doen doorgaan, om het bruiloftsmaal te verderven en de bruid met schande weg te zenden? Neen, niets is in Gods Woord zekerder en gewisser dan de volkomen vergeving der zonden, en dat de bruid op die grote dag aan Christus zal worden voorgesteld zonder enige smet, tot Zijn heerlijkheid en uitnemende blijdschap.
Aan de lezer…
Vreest u, lezer, dat op die grote dag uw zonden tot uw schande zullen worden opgehaald? Ziet u met beving terug op ontrouw en overtreding, die u liever voor altijd begraven wist? Hoor dan wat de Heere zegt: „Israëls ongerechtigheid zal gezocht worden, maar zij zal er niet zijn.” Wat Hij vergeven heeft, wordt niet meer gevonden, al zocht men het met alle macht.
De bruid van het Lam zal niet staan in haar eigen kleed, maar bekleed met Christus’ volkomen gerechtigheid, gewassen in Zijn bloed, zonder vlek en zonder rimpel. Geen aanklager zal de bruiloft kunnen verhinderen of de bruid met schande wegzenden. Bent u een arme zondaar die naar Hem uitziet, rust dan op deze vergeving; zij is zeker en gewis, en zij zal op die dag tot Zijn heerlijkheid en uw blijdschap openbaar worden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
In die dagen en te dier tijd, spreekt de Heere, zal Israëls ongerechtigheid gezocht worden, maar zij zal er niet zijn; en de zonden van Juda, maar zij zullen niet gevonden worden; want Ik zal ze degenen vergeven, die Ik zal doen overblijven.
Jeremia 50:20
Sommigen vrezen dat hun zonden, in elk geval op de laatste dag, tot hun schande openlijk zullen worden tentoongesteld. Dat zal echter niet het geval zijn met de geliefde kinderen van God. Wij lezen inderdaad dat velen van hen die in het stof van de aarde slapen, zullen ontwaken. Sommigen zullen ontwaken tot het eeuwige leven, maar anderen tot versmaadheden en een eeuwige afgrijzing, omdat hun zonden zullen worden herdacht en als getuigen van hun rechtvaardige veroordeling tegen hen zullen worden ingebracht. Maar Gods kinderen zullen blinken als de glans van het uitspansel en zullen opstaan tot eer, heerlijkheid en onvergankelijkheid; en niet één van hun zonden zal hun ten laste gelegd worden. Zij zullen staan, bekleed met de volkomen gerechtigheid van Christus en gewassen in Zijn bloed, en zij zullen voor de troon van God verschijnen zonder vlek en zonder rimpel.
Wij kunnen ons onze zonden nauwelijks herinneren. Maar wat zou er van ons worden als de herinnering aan een onbegraven zonde ons voor ogen gesteld zou worden op die dag, wanneer de Heere Zijn eigendom zal erkennen en sparen? Als er ook maar één zonde van de vrouw van het Lam als getuige tegen haar kon worden aangevoerd, hoe had dan de stem kunnen klinken die Johannes in de Openbaring hoorde? Een stem van een grote menigte, als de stem van vele wateren en als de stem van sterke donderslagen, die zei: „Hallelujah! want de Heere, de almachtige God, heeft als Koning geheerst.” Wat was nu de inhoud van deze stem? „Laat ons blijde zijn en vreugde bedrijven en Hem de heerlijkheid geven, want de bruiloft des Lams is gekomen en Zijn vrouw heeft zichzelf bereid. En haar is gegeven, dat zij bekleed worde met rein en blinkend fijn lijnwaad; want dit fijn lijnwaad zijn de rechtvaardigmakingen der heiligen” (Openb. 19:7, 8).
Maar stel dat haar op die bruiloftsdag enkele van haar vroegere overtredingen konden worden voorgehouden, bijvoorbeeld een geval van ontrouw aan haar beloofde trouw. Zou dat niet genoeg zijn om het huwelijk niet te laten doorgaan, om het bruiloftsmaal te bederven en de bruid met schande weg te sturen? Nee, niets is in Gods Woord zekerder en vaster dan de volkomen vergeving van de zonden, en dat de bruid op die grote dag zonder enige smet aan Christus zal worden voorgesteld, tot Zijn heerlijkheid en uitnemende blijdschap.
Aan de lezer…
Vreest u dat op die grote dag uw zonden tot uw schande zullen worden opgehaald? Ziet u met beving terug op ontrouw en overtreding, die u liever voor altijd begraven wist? Hoor dan wat de Heere zegt: „Israëls ongerechtigheid zal gezocht worden, maar zij zal er niet zijn.” Wat Hij vergeven heeft, wordt niet meer gevonden, al zocht men er met alle macht naar.
De bruid van het Lam zal niet in haar eigen kleed staan, maar bekleed met de volkomen gerechtigheid van Christus, gewassen in Zijn bloed, zonder vlek en zonder rimpel. Geen aanklager zal de bruiloft kunnen verhinderen of de bruid met schande wegsturen. Bent u een arme zondaar die naar Hem uitziet, rust dan op deze vergeving. Zij is zeker en vast, en zij zal op die dag openbaar worden, tot Zijn heerlijkheid en uw blijdschap.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
In those days, and in that time, saith the LORD, the iniquity of Israel shall be sought for, and there shall be none; and the sins of Judah, and they shall not be found: for I will pardon them whom I reserve.
Jeremiah 50:20
Some have feared lest in the great day their sins should be brought to light, and they put to shame by the exposure of their crimes to open view. But that will not be the case with the dear family of God. We read indeed that “many of them that sleep in the dust of the earth shall awake;” and while some awake “to everlasting life,” others will awake “to shame and everlasting contempt,” because their sins will be remembered and brought against them as evidences of their just condemnation. But the wise, who “shall shine as the brightness of the skies,” will rise to glory and honor and immortality, and not one of their sins will be remembered, charged, or brought against them. They will stand arrayed in Christ’s perfect righteousness and washed in His blood, and will appear before the throne of God without spot or blemish.
We can scarcely bear the recollection of our sins now. But what would become of us if the spirit of one unburied sin could flit before our eyes in the day when the Lord makes up His jewels? If any one sin of the Lamb’s wife could be remembered or brought against her, where would be the voice which John heard in Revelation, as “the voice of a great multitude, as the voice of many waters, and as the voice of mighty thunderings, saying, Alleluia; for the Lord God omnipotent reigns?” Now what was this voice? “Let us be glad and rejoice, and give honor to Him; for the marriage of the Lamb is come, and His wife has made herself ready. And to her was granted that she should be arrayed in fine linen, clean and white—for the fine linen is the righteousness of saints” (Rev. 19:7, 8).
But suppose that any of the past transgressions of the Lamb’s wife could be brought against her on that marriage day, any one instance of unfaithfulness to her plighted troth, would it not be sufficient to prevent the marriage, mar the wedding supper, and drive the bride away for very shame? No, there is no truth in God’s Word more certain than the complete forgiveness of sins, and the presentation of the Church to Christ at the great day faultless before the presence of His glory, with exceeding joy.
To the reader…
Do you fear that on that great day your sins will be brought up to your shame? Do you look back with trembling on unfaithfulness and transgression that you would rather know buried for ever? Then hear what the Lord says: “The iniquity of Israel shall be sought for, and there shall be none.” What He has pardoned is not found any more, though one searched for it with all one’s might.
The bride of the Lamb will not stand in her own garment, but clothed in the perfect righteousness of Christ, washed in His blood, without spot and without wrinkle. No accuser will be able to prevent the wedding or send the bride away in shame. If you are a poor sinner who looks out for Him, rest on this forgiveness. It is sure and steadfast, and on that day it will be made manifest, to His glory and your joy.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
En aquellos días y en aquel tiempo, dice Jehová, la maldad de Israel será buscada, y no parecerá; y los pecados de Judá, y no se hallarán: porque perdonaré a los que yo hubiere dejado.
Jeremías 50:20
Algunos han temido que en el gran día sus pecados sean sacados a la luz, y ellos avergonzados al quedar sus faltas expuestas a la vista de todos. Pero no será así con la amada familia de Dios. Leemos, en efecto, que “muchos de los que duermen en el polvo de la tierra serán despertados”; y mientras unos despiertan “para vida eterna”, otros despertarán “para vergüenza y confusión perpetua”, porque sus pecados serán recordados y presentados contra ellos como pruebas de su justa condenación. Pero los entendidos, que “resplandecerán como el resplandor del firmamento”, se levantarán para gloria, honra e inmortalidad, y ni uno solo de sus pecados será recordado, imputado ni presentado contra ellos. Estarán vestidos de la perfecta justicia de Cristo y lavados en Su sangre, y comparecerán ante el trono de Dios sin mancha ni defecto.
Apenas podemos soportar ahora el recuerdo de nuestros pecados. Pero ¿qué sería de nosotros si el espectro de un solo pecado no sepultado pudiera revolotear ante nuestros ojos en el día en que el Señor reúna Sus joyas? Si un solo pecado de la esposa del Cordero pudiera ser recordado o presentado contra ella, ¿dónde quedaría la voz que Juan oyó en el Apocalipsis, “como la voz de una grande compañía, y como el ruido de muchas aguas, y como la voz de grandes truenos, que decía: Aleluya: porque reinó el Señor nuestro Dios Todopoderoso”? Ahora bien, ¿cuál era esta voz? “Gocémonos y alegrémonos y démosle gloria; porque son venidas las bodas del Cordero, y su esposa se ha aparejado. Y le fue dado que se vista de lino fino, limpio y brillante: porque el lino fino son las justificaciones de los santos” (Ap. 19:7, 8).
Pero supongamos que alguna de las transgresiones pasadas de la esposa del Cordero pudiera ser presentada contra ella en aquel día de bodas, un solo caso de infidelidad a la fe que había empeñado: ¿no bastaría para impedir el casamiento, estropear la cena de bodas y hacer huir a la esposa de pura vergüenza? No; no hay verdad en la Palabra de Dios más cierta que el perdón completo de los pecados, y la presentación de la Iglesia a Cristo en el gran día, irreprensible delante de Su gloria, con grande alegría.
Al lector…
¿Teme usted que en aquel gran día sus pecados sean sacados a relucir para su vergüenza? ¿Mira atrás con temblor a infidelidades y transgresiones que preferiría saber sepultadas para siempre? Entonces escuche lo que dice el Señor: “La maldad de Israel será buscada, y no parecerá”. Lo que Él ha perdonado ya no se halla, aunque se buscara con todas las fuerzas.
La esposa del Cordero no estará en su propio vestido, sino vestida de la perfecta justicia de Cristo, lavada en Su sangre, sin mancha ni arruga. Ningún acusador podrá impedir las bodas ni despedir a la esposa avergonzada. Si usted es un pobre pecador que mira hacia Él, descanse en este perdón. Es seguro y firme, y en aquel día será manifestado, para Su gloria y para su gozo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl