4 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
11 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Want ons Evangelie is onder u niet alleen in woorden geweest, maar ook in kracht, en in Heilige Geest, en in vele verzekerdheid.
1 Thessalonicensen 1:5
De Heilige Geest komt nooit in de ziel van een arme zondaar dan door tussenkomst van het Evangelie der genade Gods. Hebt gij daarover wel eens nagedacht? Gij bidt misschien dat de Heilige Geest u mocht onderwijzen en in u zijn een Geest der openbaring, een Vermaner, een Trooster, een Terechtwijzer, een Leermeester. Gij bidt om Zijn gaven, genadegiften en heiligende werking; maar hebt gij ooit die genadegiften beschouwd in verband met het Evangelie van de Heere Jezus Christus? Nu dan, zo gij wilt dat de Heilige Geest in uw ziel komt, moet gij het Evangelie aangrijpen; gij moet het niet loslaten om tot de Wet of uzelf de toevlucht te nemen, maar gij moet het standvastig aankleven, zo gij zijn kracht hebt gevoeld en er een levendig geloof aan hebt.
Zo gij bezocht wordt, klem u vast aan het Evangelie. Zo Satan u wil ziften, klem u vast aan het Evangelie; in het vuur der beproeving, klem u vast aan het Evangelie; moet gij door vloeden van smart, klem u vast aan het Evangelie. Zo gij ooit de kracht en de dierbaarheid van het Evangelie gevoeld hebt, laat Satan u niet verlokken en het u ontnemen; maar houd vast aan het Evangelie, want het is uw leven.
Waarlijk, waar anders zult gij vinden wat gij nodig hebt, zo gij een arm, verzocht, beproefd zondaar zijt? Wilt gij tot de Wet uw toevlucht nemen? Zij kan u alleen vloeken en veroordelen. Wilt gij tot uzelven gaan? Wat is uw eigen ik? Niets dan verderf. Waarheen wilt gij dan gaan? Gij moet ten slotte tot het Evangelie komen, zo uw ziel wil behouden en gezegend worden, en zo gij de vertroosting des Heiligen Geestes wilt ondervinden, Die alleen u kan zegenen en troosten.
Onder Gods zegen wil ik deze levende waarheid op uw geweten binden, opdat gij u van het Evangelie niet afkeert en een andere weg uitgluurt, maar dat gij uw oog vast op het Evangelie gevestigd houdt; want indien gij het gelooft, kan en zal het uw ziel redden. Zegt de apostel niet dat het „de kracht Gods is tot zaligheid, een ieder die gelooft”, zodat er noch kracht, noch zaligheid is in iets anders? Verwacht dus geen kracht, geen zaligheid, geen troost anders dan in en bij en door de Heilige Geest, Die het Evangelie aan uw hart predikt.
Ps. 31:15
Aan de lezer…
Soms overvalt de beproeving u, en dan is de vraag: waar zoekt u uw kracht en troost? Misschien keert u in uw benauwdheid telkens weer naar uzelf, of naar de Wet, in de hoop daar iets te vinden waarop u steunen kunt. Maar de Wet kan u alleen vloeken en veroordelen, en uw eigen ik is niets dan verderf. Waarheen wilt u dan gaan?
Klem u vast aan het Evangelie. Wordt u gezift, gaat u door het vuur of door vloeden van smart, laat het niet los, want het is uw leven. Het is de kracht Gods tot zaligheid voor een ieder die gelooft, en langs die weg komt de Heilige Geest in de ziel van een arme zondaar. Hebt u ooit iets van zijn kracht en dierbaarheid gevoeld, laat u dat dan door niets en niemand ontnemen. Het kan en zal uw ziel redden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want ons Evangelie is onder u niet alleen in woorden geweest, maar ook in kracht, en in Heilige Geest, en in vele verzekerdheid.
1 Thessalonicensen 1:5
De Heilige Geest komt nooit in de ziel van een arme zondaar dan door middel van het Evangelie van de genade van God. Hebt u daar wel eens over nagedacht? Misschien bidt u dat de Heilige Geest u wil onderwijzen en in u wil zijn als een Geest van openbaring, een Vermaner, een Trooster, een Terechtwijzer, een Leermeester. U bidt om Zijn gaven, Zijn genadegaven en Zijn heiligende werking. Maar hebt u die genadegaven ooit gezien in verband met het Evangelie van de Heere Jezus Christus? Welnu, als u wilt dat de Heilige Geest in uw ziel komt, moet u het Evangelie aangrijpen. U moet het niet loslaten om uw toevlucht te nemen tot de Wet of tot uzelf, maar u moet het standvastig vasthouden, als u zijn kracht hebt gevoeld en er een levend geloof in hebt.
Wordt u beproefd, klem u vast aan het Evangelie. Wil satan u ziften, klem u vast aan het Evangelie. Bent u in het vuur van de beproeving, klem u vast aan het Evangelie. Moet u door vloeden van smart, klem u vast aan het Evangelie. Als u ooit de kracht en de dierbaarheid van het Evangelie gevoeld hebt, laat satan u dan niet verleiden en het u ontnemen. Houd vast aan het Evangelie, want het is uw leven.
Waar anders zult u immers vinden wat u nodig hebt, als u een arme, verzochte, beproefde zondaar bent? Wilt u uw toevlucht nemen tot de Wet? Zij kan u alleen vervloeken en veroordelen. Wilt u naar uzelf gaan? Wat is uw eigen ik? Niets dan verderf. Waarheen wilt u dan gaan? U moet ten slotte toch bij het Evangelie komen, als uw ziel behouden en gezegend wil worden, en als u de vertroosting wilt ervaren van de Heilige Geest, Die alleen u kan zegenen en troosten.
Onder Gods zegen wil ik deze levende waarheid op uw geweten binden, zodat u zich niet van het Evangelie afkeert en naar een andere weg uitkijkt, maar uw oog vast op het Evangelie gericht houdt. Want als u het gelooft, kan en zal het uw ziel redden. Zegt de apostel niet dat het „de kracht Gods is tot zaligheid, een ieder die gelooft”, zodat er in niets anders kracht of zaligheid is? Verwacht dus geen kracht, geen zaligheid en geen troost dan in en bij en door de Heilige Geest, Die het Evangelie aan uw hart predikt.
Ps. 31:15
Aan de lezer…
Soms overvalt de beproeving u, en dan is de vraag: waar zoekt u uw kracht en troost? Misschien keert u in uw benauwdheid telkens weer terug naar uzelf, of naar de Wet, in de hoop daar iets te vinden waarop u kunt steunen. Maar de Wet kan u alleen vervloeken en veroordelen, en uw eigen ik is niets dan verderf. Waarheen wilt u dan gaan?
Klem u vast aan het Evangelie. Wordt u gezift, gaat u door het vuur of door vloeden van smart, laat het niet los, want het is uw leven. Het is de kracht Gods tot zaligheid voor een ieder die gelooft, en langs die weg komt de Heilige Geest in de ziel van een arme zondaar. Hebt u ooit iets van zijn kracht en dierbaarheid gevoeld, laat u dat dan door niets en niemand afnemen. Het kan en zal uw ziel redden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For our gospel came not unto you in word only, but also in power, and in the Holy Ghost, and in much assurance; as ye know what manner of men we were among you for your sake.
1 Thessalonians 1:5
The Holy Spirit never comes into any poor sinner’s soul, except through the medium of the gospel of the grace of God. Have you ever considered that point? You are praying, perhaps, that the Holy Spirit would teach you, and be in you a Spirit of revelation, a Remembrancer, a Comforter, Instructor, and Teacher. You pray for His gifts, and graces, and sanctifying operations; but have you ever viewed these graces in connection with the gospel of Jesus Christ? Now, if you want the Holy Spirit to come into your soul, you must keep firm hold of the gospel; you must not run away from it to the law or to self; but keep firm, fast hold of it, so far as you have felt its power, and have a living faith in it.
If, then, you are tried, still hold the gospel. If Satan get you into his sieve, still hold the gospel. If in the furnace of affliction, still hold the gospel. If called on to wade through floods of sorrow, still hold fast the gospel. Let not Satan, if ever you have felt the power and the preciousness of the gospel, baffle you out of it, and drive you from it; but hold to the gospel, for it is your life.
Indeed, where else will you find anything to suit your case if you are a poor, tempted, tried sinner? Will you go to the LAW, which can only curse and condemn you? Will you go to SELF? What is self? A heap of ruins. Where, then, will you go? After all, you must come to the gospel, if your soul is to be saved and blessed, and if you are to experience the consolations of the Holy Spirit, Who alone can bless and comfort you.
I want, with God’s blessing, to impress this vital truth upon your conscience, that you may not be looking away from the gospel, and as Berridge says, “squint and peep another way,” but that you may keep your eyes firmly fixed on the gospel; for if you believe it, it can and will save your soul. Does not the Apostle say it is “the power of God unto salvation to everyone who believes,” so that there is neither power nor salvation in anything else? Never, therefore, expect power, salvation, or comfort, but in, and by, and through the Holy Spirit preaching the gospel into your heart.
To the reader…
Sometimes trial overtakes you, and then the question is: where do you look for your strength and comfort? Perhaps in your distress you keep turning back to yourself, or to the law, hoping to find something there to lean upon. But the law can only curse and condemn you, and your own self is nothing but ruin. Where, then, will you go?
Cling to the gospel. If you are sifted, if you pass through the fire or through floods of sorrow, do not let it go, for it is your life. It is the power of God unto salvation to every one that believeth, and by that way the Holy Spirit comes into a poor sinner’s soul. If you have ever felt something of its power and preciousness, let nothing and no one take it from you. It can and will save your soul.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Por cuanto nuestro evangelio no fué á vosotros en palabra solamente, mas también en potencia, y en Espíritu Santo, y en gran plenitud; como sabéis cuáles fuimos entre vosotros por amor de vosotros.
1 Tesalonicenses 1:5
El Espíritu Santo nunca entra en el alma de ningún pobre pecador sino por medio del evangelio de la gracia de Dios. ¿Ha considerado usted alguna vez este punto? Quizá ora para que el Espíritu Santo le enseñe y sea en usted Espíritu de revelación, Recordador, Consolador, Instructor y Maestro. Ora por Sus dones, Sus gracias y Sus operaciones santificadoras; pero ¿ha contemplado alguna vez estas gracias en relación con el evangelio de Jesucristo? Ahora bien, si quiere que el Espíritu Santo entre en su alma, tiene que mantenerse firmemente asido del evangelio; no debe huir de él hacia la ley o hacia el yo, sino mantenerse firme y fuertemente asido de él, en la medida en que haya sentido su poder y tenga una fe viva en él.
Si, pues, es probado, aférrese aún al evangelio. Si Satanás le mete en su zaranda, aférrese aún al evangelio. Si está en el horno de la aflicción, aférrese aún al evangelio. Si es llamado a vadear inundaciones de tristeza, siga aferrado al evangelio. Si alguna vez ha sentido el poder y la preciosidad del evangelio, no deje que Satanás le desconcierte hasta sacarle de él y le aparte de él; aférrese al evangelio, porque es su vida.
En verdad, ¿dónde más hallará algo que convenga a su caso si es usted un pobre pecador tentado y probado? ¿Irá a la LEY, que solo puede maldecirle y condenarle? ¿Irá al YO? ¿Qué es el yo? Un montón de ruinas. ¿Adónde, pues, irá? Al fin y al cabo, tiene que venir al evangelio, si su alma ha de ser salva y bendecida, y si ha de experimentar las consolaciones del Espíritu Santo, el único que puede bendecirle y consolarle.
Quiero, con la bendición de Dios, imprimir esta verdad vital en su conciencia, para que no esté apartando la mirada del evangelio y, como dice Berridge, “bizquee y atisbe hacia otro lado”, sino que mantenga los ojos firmemente fijos en el evangelio; porque, si lo cree, puede salvar su alma y la salvará. ¿No dice el apóstol que es “potencia de Dios para salud á todo aquel que cree”, de modo que no hay poder ni salvación en ninguna otra cosa? Nunca espere, por tanto, poder, salvación ni consuelo sino en el Espíritu Santo, y por Él, y mediante Él, cuando predica el evangelio a su corazón.
Al lector…
A veces la prueba le sobreviene, y entonces la pregunta es: ¿dónde busca usted su fuerza y su consuelo? Quizá en su angustia vuelve una y otra vez a sí mismo, o a la ley, esperando hallar allí algo en que apoyarse. Pero la ley solo puede maldecirle y condenarle, y su propio yo no es sino ruina. ¿Adónde, pues, irá?
Aférrese al evangelio. Si es zarandeado, si pasa por el fuego o por inundaciones de tristeza, no lo suelte, porque es su vida. Es potencia de Dios para salud a todo aquel que cree, y por ese camino entra el Espíritu Santo en el alma de un pobre pecador. Si alguna vez ha sentido algo de su poder y su preciosidad, no deje que nada ni nadie se lo quite. Puede salvar su alma y la salvará.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Paulus’ afscheidswens
En nu, broeders, ik beveel u Gode, en het Woord Zijner genade, Die machtig is u op te bouwen, en u een erfdeel te geven onder al de geheiligden.
Handelingen 20:32
Sprekend over dit „Woord Zijner genade”, zegt de apostel dat het „machtig is u op te bouwen” (Hand. 20:32). Een fundament was in hun hart gelegd; ze waren van de zandbodem van zichzelf weggevoerd; de toren van Babel van hun rechtschapenheid was in stukken geslagen, en de stenen en het slik ervan over de vier windstreken verspreid. Christus was door de gezegende Geest als een fundament in hun ziel gelegd. Naar Hem waren ze gekomen als armzalige zondaren; van Hem maakten ze gebruik; Zijn Persoon hadden ze gezien door het oog van het levende geloof; ze hadden gevoeld dat Zijn bloed uitzonderlijk kostbaar was; onder Zijn gerechtigheid hadden ze zich verscholen; iets van Zijn stervende liefde was in hun hart uitgestort.
Hierdoor kwamen zij op een stevig fundament te staan — de Rots der Eeuwen, Jezus Christus! Op Hem stonden ze derhalve, en „uit Zijn volheid ontvingen allen genade voor genade” (Joh. 1:16). Hierop moesten ze dus worden gebouwd. En er was slechts één ding dat hen zo kon opbouwen — „het woord van Gods genade.” Waarom? Omdat er zich helemaal niets in ons hart bevindt dat van begin tot eind geestelijk goed is, behalve wat „het woord van Gods genade” overbrengt.
Het is door „het woord van Gods genade” dat we op de Rots der Eeuwen, Jezus Christus, worden gelegd; het is door „het woord van Gods genade” dat elke steen vastgehecht wordt in het geestelijke bouwwerk; en het is door „het woord van Gods genade” dat de hoeksteen op het laatst wordt geopenbaard, terwijl geroepen wordt: „Genade, genade zij denzelven!” (Zach. 4:7).
Lezen: Zacharia 4
Aan de lezer…
Arme zondaar, is de toren van uw eigen rechtschapenheid ook in stukken geslagen? Staat u met lege handen, en vindt u in uw hart niets dat geestelijk goed is? Wees daarover niet wanhopig, want zo heeft de Heere het altijd gedaan met hen die Hij op de Rots der Eeuwen wil zetten. Eerst wordt de zandbodem van het eigen ik weggenomen, opdat Christus het enige fundament zij.
En is er iets van Zijn kostbaar bloed en Zijn stervende liefde in uw ziel gekomen, dan zal het woord van Gods genade ook verder bouwen. Elke steen wordt erdoor vastgehecht, en niets ervan komt uit uzelf. Zoek het dan niet in uw eigen kracht, maar ontvang uit Zijn volheid genade voor genade. Die het werk begon, zal ook de hoeksteen opbrengen, en eens zal het van uw lippen klinken: „Genade, genade zij denzelven!”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En nu, broeders, ik beveel u Gode, en het Woord Zijner genade, Die machtig is u op te bouwen, en u een erfdeel te geven onder al de geheiligden.
Handelingen 20:32
Over dit „Woord Zijner genade” zegt de apostel dat het „machtig is u op te bouwen” (Hand. 20:32). Er was een fundament in hun hart gelegd. Ze waren weggehaald van de zandgrond van hun eigen ik. De toren van Babel van hun eigen rechtschapenheid was in stukken geslagen, en de stenen en het slijk ervan waren naar de vier windstreken verspreid. Christus was door de gezegende Geest als fundament in hun ziel gelegd. Tot Hem waren ze gekomen als arme zondaren, van Hem maakten ze gebruik, en Zijn Persoon hadden ze gezien met het oog van het levende geloof. Ze hadden gevoeld dat Zijn bloed bijzonder kostbaar was, onder Zijn gerechtigheid hadden ze zich verborgen, en iets van Zijn stervende liefde was in hun hart uitgestort.
Zo kwamen zij op een vast fundament te staan: de Rots der eeuwen, Jezus Christus! Op Hem stonden ze dus, en „uit Zijn volheid ontvingen allen genade voor genade” (Joh. 1:16). Hierop moesten ze dus opgebouwd worden. En er was maar één ding dat hen zo kon opbouwen: „het woord van Gods genade.” Waarom? Omdat er in ons hart van begin tot eind helemaal niets geestelijk goeds is, behalve wat „het woord van Gods genade” daarin brengt.
Het is door „het woord van Gods genade” dat we op de Rots der eeuwen, Jezus Christus, gelegd worden. Het is door „het woord van Gods genade” dat elke steen in het geestelijke gebouw wordt vastgezet. En het is door „het woord van Gods genade” dat ten slotte de hoeksteen wordt uitgebracht, terwijl er geroepen wordt: „Genade, genade zij denzelven!” (Zach. 4:7).
Lezen: Zacharia 4
Aan de lezer…
Arme zondaar, is de toren van uw eigen rechtschapenheid ook in stukken geslagen? Staat u met lege handen, en vindt u in uw hart niets dat geestelijk goed is? Wanhoop daar niet over, want zo heeft de Heere het altijd gedaan met hen die Hij op de Rots der eeuwen wil zetten. Eerst wordt de zandgrond van het eigen ik weggenomen, zodat Christus het enige fundament is.
En is er iets van Zijn kostbaar bloed en Zijn stervende liefde in uw ziel gekomen, dan zal het woord van Gods genade ook verder bouwen. Elke steen wordt erdoor vastgezet, en niets ervan komt uit uzelf. Zoek het dan niet in uw eigen kracht, maar ontvang uit Zijn volheid genade voor genade. Hij Die het werk begon, zal ook de hoeksteen uitbrengen, en eens zal het van uw lippen klinken: „Genade, genade zij denzelven!”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And now, brethren, I commend you to God, and to the word of His grace, which is able to build you up, and to give you an inheritance among all them which are sanctified.
Acts 20:32
Of this “word of His grace” the apostle says that it “is able to build you up” (Acts 20:32). A foundation had been laid in their hearts. They had been taken off the sandy ground of self. The tower of Babel of their own righteousness had been dashed to pieces, and its stones and slime scattered to the four winds. Christ had been laid by the blessed Spirit as a foundation in their souls. To Him they had come as poor sinners, of Him they had made use, and His Person they had seen with the eye of living faith. They had felt His blood to be especially precious, under His righteousness they had hidden themselves, and something of His dying love had been shed abroad in their hearts.
So they came to stand upon a firm foundation: the Rock of Ages, Jesus Christ! On Him therefore they stood, and “of His fulness have all we received, and grace for grace” (John 1:16). Upon this, then, they were to be built up. And there was only one thing that could so build them up: “the word of God’s grace.” Why? Because in our heart, from beginning to end, there is nothing spiritually good at all, except what “the word of God’s grace” brings into it.
It is by “the word of God’s grace” that we are laid upon the Rock of Ages, Jesus Christ. It is by “the word of God’s grace” that every stone in the spiritual building is set fast. And it is by “the word of God’s grace” that at last the headstone is brought forth, with shoutings, crying, “Grace, grace unto it” (Zech. 4:7).
Reading: Zechariah 4
To the reader…
Poor sinner, has the tower of your own righteousness been dashed to pieces too? Do you stand with empty hands, and do you find nothing in your heart that is spiritually good? Do not despair over that, for this is how the Lord has always dealt with those whom He will set upon the Rock of Ages. First the sandy ground of self is taken away, so that Christ is the only foundation.
And if something of His precious blood and His dying love has come into your soul, the word of God’s grace will go on building too. Every stone is set fast by it, and none of it comes from yourself. Do not seek it, then, in your own strength, but receive out of His fulness grace for grace. He Who began the work will also bring forth the headstone, and one day it will sound from your lips: “Grace, grace unto it!”
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y ahora, hermanos, os encomiendo a Dios, y a la palabra de Su gracia: el cual es poderoso para sobreedificar, y daros heredad con todos los santificados.
Hechos 20:32
De esta “palabra de Su gracia” dice el apóstol que “es poderosa para sobreedificar” (Hech. 20:32). Se había puesto un fundamento en su corazón. Habían sido sacados del terreno arenoso del yo. La torre de Babel de su propia justicia había sido hecha pedazos, y sus piedras y su betún esparcidos a los cuatro vientos. Cristo había sido puesto por el bendito Espíritu como fundamento en su alma. A Él habían venido como pobres pecadores, de Él habían hecho uso, y Su Persona habían visto con el ojo de una fe viva. Habían sentido Su sangre como especialmente preciosa, bajo Su justicia se habían escondido, y algo de Su amor agonizante había sido derramado en su corazón.
Así llegaron a estar sobre un fundamento firme: ¡la Roca de los siglos, Jesucristo! Sobre Él, pues, estaban, y “de Su plenitud tomamos todos, y gracia por gracia” (Juan 1:16). Sobre esto, pues, habían de ser sobreedificados. Y solo había una cosa que pudiera sobreedificarlos así: “la palabra de la gracia de Dios”. ¿Por qué? Porque en nuestro corazón, de principio a fin, no hay absolutamente nada espiritualmente bueno, excepto lo que “la palabra de la gracia de Dios” trae a él.
Es por “la palabra de la gracia de Dios” que somos puestos sobre la Roca de los siglos, Jesucristo. Es por “la palabra de la gracia de Dios” que cada piedra del edificio espiritual queda asentada firmemente. Y es por “la palabra de la gracia de Dios” que al fin se saca la piedra de remate con aclamaciones de: “Gracia, gracia a ella” (Zac. 4:7).
Lectura: Zacarías 4
Al lector…
Pobre pecador, ¿ha sido hecha pedazos también la torre de su propia justicia? ¿Está usted con las manos vacías, y no halla en su corazón nada que sea espiritualmente bueno? No se desespere por eso, porque así ha tratado siempre el Señor a aquellos a quienes quiere poner sobre la Roca de los siglos. Primero se quita el terreno arenoso del yo, para que Cristo sea el único fundamento.
Y si algo de Su preciosa sangre y de Su amor agonizante ha entrado en su alma, la palabra de la gracia de Dios seguirá también edificando. Cada piedra queda asentada por ella, y nada de ello procede de usted mismo. No lo busque, pues, en sus propias fuerzas, sino reciba de Su plenitud gracia por gracia. Aquel que comenzó la obra sacará también la piedra de remate, y un día sonará de sus labios: “¡Gracia, gracia a ella!”.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
En Enoch wandelde met God.
Genesis 5:24
De hoofdweg waarop wij met God wandelen, is door het geloof en niet door aanschouwen. Abraham wandelde op deze weg. Ongeloof scheidt de ziel van God. Er is geen gemeenschap tussen God en een ongelovige. Een ongelovig hart heeft geen deelgenootschap aan de Heere Jezus; maar een gelovig hart heeft gemeenschap aan Hem.
Het is door het geloof dat wij gemeenschap hebben met God en Zijn beminde Zoon, en gij zult bevinden dat, in de verhouding waarin uw geloof sterk of zwak is, ook uw wandel met God is. Indien gij geloof hebt in oefening, en gij blikt op het verzoenend bloed, dan bevindt gij dat gij met God kunt wandelen; gij kunt uw hart voor Hem uitstorten, voor Hem al uw belangen uitspreken, voor Zijn aangezicht de verborgenste bewegingen uitspreiden en tot Hem opzien om vrede en vertroosting. Doch wanneer uw geloof zwak is, wanneer het bezwijkt onder de beproeving en de beloften niet kan vasthouden, en de gemeenschap verstoord is, dan heeft een wandelen met God niet langer plaats.
Maar naarmate het geloof sterk is, is er een wandelen met God in zoete overeenstemming; want het geloof ziet op de verzoening; het geloof ziet niet zozeer op de zonde, dan wel op de verlossing van de zonde, op de weg waardoor de zonde is vergeven, overwonnen en onderworpen. Zo is het door het geloof, en naar gelang de sterkte van het geloof is, dat wij tezamen wandelen met God.
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u de zoete wandel met God mist die u vroeger wel eens gekend hebt. Is uw geloof zwak geworden onder de beproeving, en kunt u de beloften niet meer vasthouden? Dan voelt u hoe de gemeenschap verstoord raakt en hoe ver de Heere schijnt te zijn. Ga dan niet in uzelf zoeken naar wat u niet vinden kunt.
Het geloof ziet niet zozeer op de zonde als wel op de verlossing van de zonde, op het verzoenend bloed waardoor zij vergeven en overwonnen is. Richt daar uw oog heen, hoe zwak het ook is. Wie zo opziet, mag zijn hart weer voor God uitstorten, zijn belangen voor Hem uitspreiden en tot Hem opzien om vrede en vertroosting. Zo wandelde Enoch met God, en zo mag ook een arme, zwakke gelovige weer met Hem wandelen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En Enoch wandelde met God.
Genesis 5:24
De hoofdweg waarlangs wij met God wandelen, is de weg van het geloof en niet van het aanschouwen. Abraham wandelde op deze weg. Ongeloof scheidt de ziel van God. Er is geen gemeenschap tussen God en een ongelovige. Een ongelovig hart heeft geen deel aan de Heere Jezus; maar een gelovig hart heeft gemeenschap met Hem.
Door het geloof hebben wij gemeenschap met God en Zijn geliefde Zoon. En u zult merken dat uw wandel met God gelijk opgaat met de mate waarin uw geloof sterk of zwak is. Als uw geloof in oefening is en u op het verzoenend bloed ziet, dan merkt u dat u met God kunt wandelen. U kunt uw hart voor Hem uitstorten, al uw belangen voor Hem uitspreken, de meest verborgen bewegingen van uw hart voor Zijn aangezicht uitspreiden en tot Hem opzien om vrede en troost. Maar wanneer uw geloof zwak is, wanneer het bezwijkt onder de beproeving en de beloften niet kan vasthouden, en de gemeenschap verstoord is, dan is er geen wandelen met God meer.
Maar naarmate het geloof sterk is, is er een wandelen met God in zoete overeenstemming. Want het geloof ziet op de verzoening; het geloof ziet niet zozeer op de zonde, maar veel meer op de verlossing van de zonde, op de weg waarlangs de zonde vergeven, overwonnen en onderworpen is. Zo wandelen wij samen met God door het geloof, en naar de mate van de kracht van het geloof.
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u de zoete wandel met God mist die u vroeger wel eens gekend hebt. Is uw geloof zwak geworden onder de beproeving, en kunt u de beloften niet meer vasthouden? Dan voelt u hoe de gemeenschap verstoord raakt en hoe ver de Heere lijkt te zijn. Ga dan niet in uzelf zoeken naar wat u daar niet kunt vinden.
Het geloof ziet niet zozeer op de zonde als wel op de verlossing van de zonde, op het verzoenend bloed waardoor zij vergeven en overwonnen is. Richt daar uw oog op, hoe zwak het ook is. Wie zo opziet, mag zijn hart weer voor God uitstorten, zijn belangen voor Hem uitspreiden en tot Hem opzien om vrede en troost. Zo wandelde Enoch met God, en zo mag ook een arme, zwakke gelovige weer met Hem wandelen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And Enoch walked with God.
Genesis 5:24
The chief way whereby we walk with God is by faith, and not by sight. Abraham walked in this way. Unbelief severs the soul from God. There is no communion between God and an infidel. An unbelieving heart has no fellowship with the Lord Jesus Christ; but a believing heart has communion with Him. It is by faith that we have fellowship with God and His dear Son; and you will find that just in proportion to the strength or weakness of your faith is your walking with God. If you have faith in blessed exercise, as you look to the atoning blood, you find that you can walk with God; you can pour out your heart before Him, tell Him all your concerns, spread before Him the inmost movements of your mind, and look to Him for peace and consolation.
But when your faith is weak, when it gives way under trial, and cannot take hold of the promises, then communion is interrupted; there is no longer a walking with God. But in proportion as faith is strong, so there is a walking with God in sweet agreement; for faith keeps eyeing the atonement; faith looks not so much to sin, as to salvation from sin; at the way whereby sin is pardoned, overcome, and subdued. So it is by faith, and in proportion to our faith, that we walk together with God.
To the reader…
It may be that you miss the sweet walk with God that you once knew. Has your faith grown weak under trial, and can you no longer take hold of the promises? Then you feel how communion is interrupted and how far away the Lord seems to be. Do not then go searching in yourself for what you cannot find there.
Faith looks not so much at sin as at salvation from sin, at the atoning blood by which it is pardoned and overcome. Fix your eye there, however weak it may be. Whoever looks up in this way may pour out his heart before God again, spread his concerns before Him and look to Him for peace and consolation. So Enoch walked with God, and so a poor, weak believer may walk with Him again.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Caminó, pues, Enoc con Dios.
Génesis 5:24
El principal modo en que andamos con Dios es por fe, y no por vista. Abraham anduvo de este modo. La incredulidad separa al alma de Dios. No hay comunión entre Dios y un incrédulo. Un corazón incrédulo no tiene comunión con el Señor Jesucristo; pero un corazón creyente tiene comunión con Él. Es por la fe que tenemos comunión con Dios y con Su amado Hijo; y hallará usted que su andar con Dios está en proporción exacta a la fuerza o debilidad de su fe. Si tiene la fe en bendito ejercicio, mientras mira a la sangre expiatoria, halla que puede andar con Dios; puede derramar su corazón delante de Él, contarle todas sus preocupaciones, extender delante de Él los movimientos más íntimos de su mente y esperar de Él paz y consolación.
Pero cuando su fe es débil, cuando cede bajo la prueba y no puede asirse de las promesas, entonces la comunión se interrumpe; ya no hay un andar con Dios. Pero en la medida en que la fe es fuerte, hay un andar con Dios en dulce acuerdo; porque la fe mantiene la mirada en la expiación; la fe no mira tanto al pecado como a la salvación del pecado, al camino por el cual el pecado es perdonado, vencido y sometido. Así es por la fe, y en proporción a nuestra fe, que andamos juntamente con Dios.
Al lector…
Puede que usted eche de menos el dulce andar con Dios que una vez conoció. ¿Se ha debilitado su fe bajo la prueba, y ya no puede asirse de las promesas? Entonces siente cómo se interrumpe la comunión y cuán lejos parece estar el Señor. No vaya entonces a buscar en sí mismo lo que allí no puede hallar.
La fe no mira tanto al pecado como a la salvación del pecado, a la sangre expiatoria por la cual es perdonado y vencido. Fije allí su mirada, por débil que sea. Quien mira así hacia arriba puede volver a derramar su corazón delante de Dios, extender ante Él sus preocupaciones y esperar de Él paz y consolación. Así caminó Enoc con Dios, y así puede un pobre y débil creyente volver a andar con Él.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl