Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

10 juli Korenaren uit de volle oogst

Gij verdrukte, door onweder voortgedrevene, ongetrooste!
Jesaja 54:11

De Heere vergelijkt Zijn strijdende Kerk hier met een schip op zee onder een ruwe hemel. Het kampt met stormen en wordt door tegenwind uit de koers gedreven, zoals bij Paulus op de Adriatische Zee, en het weet niet of het ooit de haven weer zal bereiken. Wat een beeld van een ziel die door stormen wordt voortgedreven! Zon en sterren zijn achter wolken verborgen, het kompas is verloren, de kaarten zijn onbruikbaar, de stuurman is afwezig, en de branding ligt voor de boeg!

Velen, heel velen van Gods lieve kinderen worden zo „door onweders voortgedreven”. Sommigen door een onweer van twijfel en vrees, anderen door een onweer van lusten en verdorvenheid, weer anderen door een onweer van weerspannigheid en ontevredenheid, en nog anderen door een onweer van schuld en moedeloosheid, of van sombere voortekenen en droevige vrees. Zo drijven zij uit hun koers. Hun zon en sterren zijn verduisterd en er zijn geen duidelijke aanwijzingen. Boven is het donker, onder hen woelt de zee. Er is geen haven in zicht, en de hoop om de verlangde haven te bereiken is bijna helemaal vervlogen.

Maar verder wordt er van Sion gezegd dat zij „ongetroost” is. Dat betekent dat zij troost niet ontvangt van, en er ook niet vatbaar voor is vanuit iemand anders dan God. Dat beschouw ik als een zeker bewijs van een werk van genade in de ziel. Wanneer iemand in zijn gevoel zo benauwd is, in zijn geest zo neergedrukt en in zijn geweten zo verontrust, dat God alleen hem kan troosten, dan lijken we ineens op het spoor van de Geest te zijn. Op die weg vindt men geen huichelaars.

Valse belijders kunnen gemakkelijk getroost worden. Zij kunnen stelen wat God niet geeft, en zich toe-eigenen wat Hij hun niet schenkt. Maar het eigen kenmerk van Sion is dat zij „ongetroost” is: haar wonden zijn te diep voor menselijke balsem, haar ziekte is te zwaar voor de medicijnen van het schepsel. God heeft haar troost in Zijn eigen handen bewaard; alleen van Zijn lippen kan troost in haar ziel neerdalen.

Ik dacht in mijn verdriet te smoren.
Dies riep ik: „Heer, Gij zijt mijn God!
Neem mijne smekingen ter oren,
verzacht in ’t eind mijn droevig lot!”

Ps. 140:6

Aan de lezer…

Het kan zijn dat u bent als dat schip op zee: door onweer voortgedreven, uit uw koers geslagen, zon en sterren verduisterd en geen haven in zicht. Misschien is het bij u een storm van twijfel en vrees, misschien een storm van schuld of van eigen verdorvenheid. En wat het zwaarst valt: niemand kan u troosten. Wat anderen zeggen, glijdt langs uw wonden af; menselijke balsem helpt niet.

Wanhoop daar niet over. Het is juist een zeker bewijs van een werk van genade wanneer God alleen u kan troosten. Huichelaars troosten zichzelf gemakkelijk, maar Sion wacht op de troost die van Zijn lippen moet komen. Hij heeft die troost in Zijn eigen handen bewaard, en Hij bewaart haar niet om haar te weigeren. Roep dan met de psalmist: „Heer, Gij zijt mijn God!” Hij alleen kan Zijn verdrukte, ongetrooste kinderen troosten.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

10 juli 365 dagen met Philpot

De paden des rechts

Ik doe wandelen op de weg der gerechtigheid, in het midden van de paden des rechts.
Spreuken 8:20

Het Verbondshoofd van Zijn Kerk komt hier naar voren als Degene Die Zijn volk leidt: „Ik doe wandelen”, zoals de Goede Herder, Die voor Zijn schapen uit gaat en hen stap voor stap leidt. Wij kunnen geen enkele stap zetten zonder Hem. Alleen voor zover het Hem behaagt ons stap voor stap en voet voor voet op de weg van het eeuwige leven te leiden, zullen wij wijsheid, sterkte of kracht hebben om daarop te wandelen.

„Ik doe wandelen op de weg der gerechtigheid.” Deze woorden zijn van toepassing op Zijn gezegend werk in de ziel. Door dat werk doet Hij ieder die Hij het behaagt levend te maken tot een eeuwig leven, „wandelen in de weg der gerechtigheid”. Laten we beginnen waar Zijn werk in de ziel begint. Want ook bij het allereerste begin van Zijn werk aan het hart is het nadrukkelijk waar dat Hij doet wandelen op de weg der gerechtigheid. En hoe doet Hij hen in het begin op de weg der gerechtigheid wandelen? Door de rechtvaardigheid van Gods heilige wet te openen en zo de ziel in de wet in te leiden.

Dit werk in de ziel gaat echter niet in alle gevallen tot dezelfde diepte van overtuiging. Het gaat niet altijd met dezelfde verschrikkingen gepaard. Ook wordt de ziel, wanneer deze rechtvaardige wet aan het geweten wordt toegepast, niet altijd in dezelfde diepte van angst en droefheid gedompeld.

Wij kunnen daarvoor geen vaste maat vaststellen. Wij mogen niet zeggen dat de overtuigingen zo diep moeten gaan of dat zij zo lang moeten duren. Maar dit kunnen wij ervan zeggen: zij moeten zo diep gaan dat zij tot de grond toe vernederen, en zij moeten zo lang duren dat het werk van de overtuiging volkomen tot stand gekomen is. Maar hoe diep en hoe lang, dat moeten wij aan de onfeilbare wijsheid van God overlaten.

Lezen: Spreuken 8:1-21

Aan de lezer…

Wie meet niet soms zijn eigen overtuiging af aan die van een ander? Hebt u gehoord van zielen die in diepe verschrikkingen werden gedompeld, en vreest u nu dat het werk bij u niet echt is, omdat het bij u anders ging? Ik zeg het eerlijk: wij kunnen daarvoor geen vaste maat vaststellen. Het werk gaat niet bij iedereen even diep en gaat niet altijd met dezelfde angst gepaard.

Wat wel nodig is, is dit: dat het u tot de grond toe vernedert, zodat u geen enkele stap meer zonder Hem kunt zetten. Laat de vraag hoe diep en hoe lang dan over aan de onfeilbare wijsheid van God. Hij is de Goede Herder, Die voor Zijn schapen uit gaat en hen stap voor stap leidt. Wie Hij levend maakt, die doet Hij ook wandelen op de weg der gerechtigheid, in het midden van de paden des rechts.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

10 juli Door Baca’s vallei

Ik ben de Wijnstok en gij de ranken. Die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen.
Johannes 15:5

Zonder vereniging met Christus hebben wij geen geestelijk bestaan. Wij mogen met vrijmoedigheid zeggen dat wij buiten Christus net zomin deel kunnen hebben aan de Geest van God, als de tak van een boom een zelfstandig bestaan kan hebben buiten de stam waaraan hij groeit. Maar let in dit zinnebeeld van de wijnstok en de ranken ook op hoe de vruchtbaarheid van de rank afhangt van haar vereniging met de wijnstok. Al het leven dat in de rank is, stroomt haar toe uit de stam; welke kracht zij ook bezit, die komt haar toe uit de vereniging met de stam; haar bladeren en haar vrucht komen daar allemaal uit voort. En dat geldt evengoed voor de grote als voor de kleine takken. Van de dikste tak van de boom tot het tederste twijgje toe zijn zij allemaal met de stam verenigd en worden zij daaruit gevoed.

Zo is het ook in de genade. Niet alleen ons bestaan als zonen en dochters van de Heere, de Almachtige, vloeit voort uit onze vereniging met Christus, maar ook ons welzijn. Daarom vloeit al onze kennis van hemelse verborgenheden, al ons geloof, al onze hoop en al onze liefde, in één woord al onze genade, voort uit een persoonlijke, geestelijke en bevindelijke vereniging met de Heere Jezus. Dat geldt of het veel is of weinig, of het nu de genade is van een zuigeling, van een kind, van een jongeling of van een vader. Want alles wat wij zijn, zijn wij in Hem, en wij bezitten niets dan uit kracht van de vereniging met Hem.

Aan de lezer…

Kind van God, voelt u zich maar een tenger twijgje aan de wijnstok, zo zwak en klein dat u nauwelijks durft te geloven dat er leven in u is? Bedenk dan dat het tederste twijgje evengoed met de stam verenigd is als de dikste tak, en daaruit evengoed gevoed wordt. Uw genade, of het nu veel is of weinig, of het de genade is van een zuigeling of van een vader, vloeit uit dezelfde bron.

Zoek uw kracht daarom niet in uzelf, want zonder Hem kunt u niets doen. Alles wat u bent, bent u in Hem, en u bezit niets dan uit kracht van de vereniging met Hem. Is dat niet een rijke troost voor een arme rank? Blijf in Hem, en Hij in u; dan zal de vrucht niet uitblijven.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina