10 de julio
Ik ben de Wijnstok en gij de ranken. Die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen.
Johannes 15:5
Zonder vereniging met Christus hebben wij geen geestelijk bestaan; en wij mogen met vrijmoedigheid zeggen dat wij net zomin kunnen delen in de Geest van God buiten Christus, als de tak van een boom een onafhankelijk bestaan hebben kan buiten de stam waarin hij groeit. Maar gij moet ook in dit zinnebeeld van de wijnstok met de ranken opmerken hoe de vruchtbaarheid van de rank afhangt van haar vereniging met de wijnstok. Alle leven dat er in de rank is, vloeit haar toe uit de stam; wat kracht zij ook bezit, het komt haar toe uit de vereniging met de stam; haar bladerdos, haar vrucht, het komt alles daaruit voort. En dit geldt evenzeer voor de grote als voor de kleine takken. Van de dikste tak van de boom tot het tederste twijgje toe zijn zij alle verenigd met de stam en worden daaruit gevoed.
Zo is het ook in de genade. Niet alleen vloeit ons bestaan, als zonen en dochteren van de Heere, de Almachtige, uit onze vereniging met Christus, maar ook ons welwezen. Derhalve vloeit al onze kennis van hemelse verborgenheden, al ons geloof, al onze hoop en al onze liefde, in één woord al onze genade, zij het veel of weinig, zij het die van een zuigeling, van een kind, van een jongeling of van een vader, uit een personele, geestelijke en bevindelijke vereniging met de Heere Jezus; want al wat wij zijn, zijn wij in Hem, en wij bezitten niets dan uit kracht van vereniging met Hem.
Aan de lezer…
Kind van God, voelt u zich maar een tenger twijgje aan de wijnstok, zo zwak en klein dat u nauwelijks durft te geloven dat er leven in u is? Bedenk dan dat het tederste twijgje evengoed met de stam verenigd is als de dikste tak, en daaruit evengoed gevoed wordt. Uw genade, zij het veel of weinig, zij het die van een zuigeling of van een vader, vloeit uit dezelfde bron.
Zoek dan uw kracht niet in uzelf, want zonder Hem kunt u niets doen. Al wat u bent, bent u in Hem, en u bezit niets dan uit kracht van vereniging met Hem. Is dat niet een rijke troost voor een arme rank? Blijf in Hem, en Hij in u; dan zal de vrucht niet uitblijven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Ik ben de Wijnstok en gij de ranken. Die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen.
Johannes 15:5
Zonder vereniging met Christus hebben wij geen geestelijk bestaan. Wij mogen met vrijmoedigheid zeggen dat wij buiten Christus net zomin deel kunnen hebben aan de Geest van God, als de tak van een boom een zelfstandig bestaan kan hebben buiten de stam waaraan hij groeit. Maar let in dit zinnebeeld van de wijnstok en de ranken ook op hoe de vruchtbaarheid van de rank afhangt van haar vereniging met de wijnstok. Al het leven dat in de rank is, stroomt haar toe uit de stam; welke kracht zij ook bezit, die komt haar toe uit de vereniging met de stam; haar bladeren en haar vrucht komen daar allemaal uit voort. En dat geldt evengoed voor de grote als voor de kleine takken. Van de dikste tak van de boom tot het tederste twijgje toe zijn zij allemaal met de stam verenigd en worden zij daaruit gevoed.
Zo is het ook in de genade. Niet alleen ons bestaan als zonen en dochters van de Heere, de Almachtige, vloeit voort uit onze vereniging met Christus, maar ook ons welzijn. Daarom vloeit al onze kennis van hemelse verborgenheden, al ons geloof, al onze hoop en al onze liefde, in één woord al onze genade, voort uit een persoonlijke, geestelijke en bevindelijke vereniging met de Heere Jezus. Dat geldt of het veel is of weinig, of het nu de genade is van een zuigeling, van een kind, van een jongeling of van een vader. Want alles wat wij zijn, zijn wij in Hem, en wij bezitten niets dan uit kracht van de vereniging met Hem.
Aan de lezer…
Kind van God, voelt u zich maar een tenger twijgje aan de wijnstok, zo zwak en klein dat u nauwelijks durft te geloven dat er leven in u is? Bedenk dan dat het tederste twijgje evengoed met de stam verenigd is als de dikste tak, en daaruit evengoed gevoed wordt. Uw genade, of het nu veel is of weinig, of het de genade is van een zuigeling of van een vader, vloeit uit dezelfde bron.
Zoek uw kracht daarom niet in uzelf, want zonder Hem kunt u niets doen. Alles wat u bent, bent u in Hem, en u bezit niets dan uit kracht van de vereniging met Hem. Is dat niet een rijke troost voor een arme rank? Blijf in Hem, en Hij in u; dan zal de vrucht niet uitblijven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“I am the vine, ye are the branches: He that abideth in me, and I in him, the same bringeth forth much fruit: for without me ye can do nothing.”
John 15:5
Without a union with Christ, we have no spiritual existence; and we may boldly say that we no more have a spiritual being in the mind of God independent of Christ, than the branch of a tree has an independent existence out of the stem in which it grows. But you will observe, also, in this figure of the vine and the branches, how all the fruitfulness of the branch depends upon its union with the vine. Whatever life there is in the branch, it flows out of the stem; whatever strength there is in the branch, it comes from its union with the stem; whatever foliage, whatever fruit, all come still out of its union with the stem. And this is the case, whether the branch be great or small. From the stoutest limb of a tree to the smallest twig, all are in union with the stem and all derive life and nourishment from it.
So it is in grace—not only is our very being, as sons and daughters of the Lord Almighty, connected with our union with Christ, but our well-being. All our knowledge, therefore, of heavenly mysteries, all our faith, all our hope, and all our love—in a word, all our grace, whether much or little, whether that of the babe, the child, the young man, or the father—flows out of a personal, spiritual, and experimental union with the Lord Jesus; for we are nothing but what we are in Him, and we have nothing but what we possess by virtue of our union with Him.
To the reader…
Child of God, do you feel yourself only a slender twig on the vine, so weak and small that you hardly dare believe there is life in you? Remember, then, that the tenderest twig is just as truly united to the stem as the stoutest branch, and is just as truly nourished by it. Your grace, whether it is much or little, whether it is the grace of a babe or of a father, flows from the same source.
Do not seek your strength in yourself, therefore, for without Him you can do nothing. All that you are, you are in Him, and you possess nothing except by virtue of your union with Him. Is that not a rich comfort for a poor branch? Abide in Him, and He in you; then the fruit will not fail to come.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Yo soy la vid, vosotros los pámpanos: el que está en mí, y yo en él, éste lleva mucho fruto; porque sin mí nada podéis hacer.”
Juan 15:5
Sin unión con Cristo no tenemos existencia espiritual; y podemos decir con valentía que no tenemos un ser espiritual en la mente de Dios independiente de Cristo, como tampoco la rama de un árbol tiene existencia independiente fuera del tronco en que crece. Pero observará usted también, en esta figura de la vid y los pámpanos, cómo toda la fecundidad del pámpano depende de su unión con la vid. Toda la vida que hay en el pámpano fluye del tronco; toda la fuerza que hay en el pámpano procede de su unión con el tronco; todo follaje, todo fruto, procede igualmente de su unión con el tronco. Y así es, sea la rama grande o pequeña. Desde la rama más robusta de un árbol hasta la ramita más pequeña, todas están unidas al tronco y todas reciben de él vida y alimento.
Así es en la gracia: no solo nuestro mismo ser, como hijos e hijas del Señor Todopoderoso, está ligado a nuestra unión con Cristo, sino también nuestro bienestar. Todo nuestro conocimiento, pues, de los misterios celestiales, toda nuestra fe, toda nuestra esperanza y todo nuestro amor —en una palabra, toda nuestra gracia, sea mucha o poca, sea la del niño de pecho, la del niño, la del joven o la del padre— fluye de una unión personal, espiritual y experimental con el Señor Jesús; porque no somos nada sino lo que somos en Él, y no tenemos nada sino lo que poseemos en virtud de nuestra unión con Él.
Al lector…
Hijo de Dios, ¿se siente usted solo una delgada ramita en la vid, tan débil y pequeña que apenas se atreve a creer que hay vida en usted? Recuerde, entonces, que la ramita más tierna está tan verdaderamente unida al tronco como la rama más robusta, y es alimentada por él con la misma verdad. Su gracia, sea mucha o poca, sea la de un niño de pecho o la de un padre, fluye de la misma fuente.
No busque, pues, su fuerza en sí mismo, porque sin Él nada puede hacer. Todo lo que usted es, lo es en Él, y no posee nada sino en virtud de su unión con Él. ¿No es esto un rico consuelo para un pobre pámpano? Permanezca en Él, y Él en usted; entonces el fruto no dejará de venir.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl