Nieuw verschenenEen medelijdende Hogepriester en een troon der genadePreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

1 juli Korenaren uit de volle oogst

Mijne genade is u genoeg; want Mijne kracht wordt in zwakheid volbracht.
2 Korinthe 12:9

Hoe ondoorgrondelijk zijn Gods wegen! Een zo hoog begenadigd man als Paulus moest uit de „derde hemel” neerdalen tot voor de poorten van de hel. Die uitdrukking is niet te sterk, want „de engel des satans” kwam uit de hel. Hij moest, zoals zijn ziel dat voelde, wegzinken tot voor de poorten van de hel, om daar door de „engel des satans” met vuisten geslagen te worden. En dat alles om hem een les te leren die de hemel hem niet leerde: de kracht van God wordt in zwakheid volbracht! Gelooft u niet dat wij, als wij onze zwakheid moeten leren kennen, haar op dezelfde manier moeten leren kennen? Hoe kwam Paulus tot die kennis? En moeten ook wij de onze niet verkrijgen, al is het in mindere mate, langs dezelfde wegen, door dezelfde middelen en door hetzelfde inwendige onderwijs?

Als wij het geheim van de kracht van Christus willen leren, dan is dat niet door dagelijkse vorderingen in vleselijke heiligheid en door dagelijks sterker te worden in onszelf. Het is niet door de oude natuur te veranderen en te verbeteren, alsof zij nu en dan iets van genade weerspiegelde, zoals de kleuren van de regenboog zo harmonieus in elkaar overlopen dat men nauwelijks kan zien waar de ene eindigt en de andere begint. Want dat is wat men bedoelt met „toenemen in heiligmaking”: dat de oude natuur zo geleidelijk verzacht wordt en in genade overgaat, dat men niet kan zeggen waar de oude mens ophoudt en de nieuwe natuur begint. Leerde de apostel de kracht van Christus op deze manier? Nee, maar door met vuisten geslagen te worden door de „engel des satans”, en door zo zijn eigen kracht verslagen te zien, vond hij de kracht van Christus in zijn zwakheid volbracht.

Want goedertieren is de Heer,
Zijn goedheid eindigt nimmermeer.
Zijn trouw en waarheid houdt haar kracht
tot in het laatste nageslacht.

Psalm 100:4

Aan de lezer…

Deze woorden spreken tegen wat u misschien gedacht hebt: dat u de kracht van Christus zou leren kennen door van dag tot dag sterker en heiliger te worden in uzelf. En merkt u in plaats daarvan dat u zwakker wordt, dat u geslagen wordt en uw eigen kracht ziet bezwijken? Denk dan niet dat de Heere u verlaten heeft. Ook Paulus moest van de derde hemel neerdalen tot voor de poorten van de hel, om een les te leren die de hemel hem niet leerde.

Juist op die plaats van zwakheid gaat het woord leven: „Mijne genade is u genoeg.” Niet de verbeterde oude natuur, maar de genade van Christus, groot gemaakt in uw onmacht, is uw sterkte. Klaag dan niet alleen over uw zwakheid, maar breng haar bij Hem. Daar waar uw eigen kracht verslagen ligt, wordt Zijn kracht volbracht.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

1 juli 365 dagen met Philpot

Gods leiding met Israël in de woestijn

Hij vond hem in een land der woestijn, en in een woeste, huilende wildernis.
Deuteronomium 32:10

Over het algemeen, denk ik, kunnen de meesten die iets weten van Gods handelen met hun ziel, bepaalde duidelijke, opmerkelijke omstandigheden aanwijzen waardoor de voorzienigheid als het ware aan de genade gekoppeld werd. Het ene eind van de ketting kan van ijzer zijn en het andere van goud, maar er is een punt waarop de schakels aan elkaar verbonden zijn, en dat is gewoonlijk de plek waar het werk van de genade in de ziel begint. Meestal gaat er een duidelijke voorzienigheid vooraf aan het begin van het werk van de genade.

Een opvallende gebeurtenis, een ramp in de familie, een huiselijke beproeving, een lichamelijke ziekte of een ongewone loop van de omstandigheden leidde tot dat gedenkwaardige punt waarop het de Heere voor het eerst behaagde door Zijn Geest het geweten aan te raken. Sommigen hebben reden God te danken voor een ziekte; anderen voor een verhuizing; anderen voor een nieuwe betrekking; anderen voor een bijzondere omstandigheid die hen ertoe bracht een bepaald boek te lezen of naar een bepaalde predikant te luisteren.

Weer anderen zien Gods wonderdoende hand in zware verliezen of pijnlijke tegenslagen in hun zaken, omstandigheden waardoor zij op de knieën werden gebracht, misschien hun wereldse goederen kwijtraakten, of zelfs tot werkelijke armoede en ellende vervielen. En al deze ongewone voorzienigheden of gebeurtenissen zijn zo verbonden met Gods werk in de ziel, dat ze, hoewel ze zelf geen genade zijn, hetzelfde gevolg hadden als Ruths komst naar Kanaän, die uitliep op haar huwelijk met Boaz, of als het zitten van Mattheüs in het tolhuis, dat ertoe leidde dat hij geroepen werd om een discipel van de Heere Jezus te worden.

Lezen: Ruth 2:1-14

Aan de lezer…

Wanneer u terugziet op een ziekte, een verlies, een huiselijke beproeving of een tegenslag die u op de knieën bracht, hebt u die dag misschien alleen maar als een donkere bladzijde in uw leven beschouwd. Maar zou het niet kunnen zijn dat juist daar de ijzeren schakel aan de gouden werd verbonden, en dat de Heere u in een land der woestijn, in een woeste, huilende wildernis, gevonden heeft?

De voorzienigheid is zelf geen genade, maar Hij Die alle dingen bestuurt, kan haar dienstbaar maken aan Zijn werk in de ziel. Zoals Ruth naar Kanaän kwam en Mattheüs in het tolhuis zat zonder te weten wat de Heere voorhad, zo kan ook uw zwaarste weg de plaats zijn waar Hij door Zijn Geest uw geweten aanraakt. Dank Hem dan ook voor de omwegen. Hij Die u in de wildernis vond, kent ook de weg die Hij met u gaat.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

1 juli Door Baca’s vallei

Gelijk een hert schreeuwt naar de waterstromen, alzo schreeuwt mijn ziel tot U, o God.
Psalm 42:2

Wat een treffend beeld gebruikt David in deze woorden! Stel u een gewond hert voor, met een pijl in zijn zijde en achtervolgd door een troep jagers en honden, die het allemaal willen doden. Stel dat het al geruime tijd is opgejaagd onder een brandende zon en over hopen zand, en bedenk daarbij dat dit arme, gewonde en aangeschoten dier in de verte helder stromend water ziet. O, wat verlangt het daarnaar! Hoe hijgt zijn borst en verlangt het naar de frisse waterstroom, niet alleen om een paar grote teugen van dat water te drinken en zijn vermoeide leden te verkwikken, maar ook om dat water over te steken en zo aan de jagers en honden te ontkomen.

Wat is dit beeld treffend en sprekend! En toch, hoe treffend het op zichzelf ook is, David gebruikt het alleen om het sterke verlangen van zijn ziel naar God uit te drukken. Wij kunnen de volle betekenis van het beeld misschien niet bevatten. Wij kunnen en durven ons niet met David te meten, of dezelfde uitdrukkingen te gebruiken die zulke brandende, hevige en vurige begeerten uitdrukken; maar wij kunnen er in elk geval uit zien wat de heiligen van vroeger in tijden van verzoeking en beproeving hebben doorgemaakt. En wij kunnen in zekere zin de bevinding van onze ziel met die van hen vergelijken. Soms vervult dat ons met schaamte en verlegenheid over onze tekortkomingen, en soms worden wij erdoor bemoedigd en opgewekt, voor zover wij er in zekere mate onze eigen bevinding in terugvinden.

Want deze dingen zijn geschreven tot lering voor ons, op wie de einden der eeuwen gekomen zijn. Zo mogen wij in veel opzichten en met verschillende doelen, met Gods hulp en zegen, letten op zulke uitspraken als wij vinden in de woorden van David. En wij mogen in de vreze Gods ons hart onderzoeken, of wij daarin iets vinden dat overeenkomt met het werk van de genade dat de Heilige Geest beschrijft als levend in zijn ziel. Wees niet helemaal terneergeslagen en niet helemaal ontmoedigd wanneer u geen volledige overeenkomst met het leven van David kunt vinden. Kunt u er iets van ontdekken? Zo ja, grijp dan moed, want de Heere veracht de dag der kleine dingen niet.

Het is Zijn eigen werk in het hart, en alleen Zijn eigen werk, waar Hij naar ziet, zoals David zegt in Psalm 138:8: „De Heere zal het voor mij voleinden; Uw goedertierenheid, Heere, is in eeuwigheid, en laat niet varen de werken Uwer handen.” En dat werk zal altijd een volledig afschrift zijn, al is het op kleine schaal, een volmaakt maar verkleind portret van het werk van de genade dat in het Woord beschreven is, zoals de Geest dat werkte in de harten van Gods kinderen in vroeger tijden.

Aan de lezer…

Kent u iets van dat hijgen van het gewonde hert? Misschien niet in de volle maat van David; u durft zich niet met hem te meten, en wanneer u zijn brandende woorden leest, beschaamt de koelheid van uw eigen hart u. Toch is er soms een zucht, een verlangen naar God Zelf, dat niets anders kan stillen. Is dat er, al is het nog zo zwak, wees dan niet helemaal terneergeslagen.

De Heere veracht de dag der kleine dingen niet. Wat Hij in u werkt, is Zijn eigen werk, en daar ziet Hij met welgevallen naar, al is het maar een verkleind portret van wat Hij in Zijn heiligen van vroeger gewerkt heeft. Grijp dan moed, arme, opgejaagde ziel. Hij Die het werk begon, zal het voor u voleinden, want Zijn goedertierenheid is in eeuwigheid, en de werken van Zijn handen laat Hij niet varen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina