Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

Door Baca’s vallei

6 maart

Vandaag

3 min. lezen

Daarom is zij uit het geloof, opdat zij naar genade zij.
Romeinen 4:16

Wij lezen in het bijzonder dat het geloof een gave van God is. Het is de grote hoofdgenade in de ziel. Het is het voornaamste rad, dat alle andere raderen in het hart doet draaien. Het is het oog, het oor en de hand van de nieuwe mens van de genade. Alleen voor zover wij geloof hebben en de Heere het geloof in oefening brengt, hebben wij ook een waar, geestelijk gevoel.

Maar wat maakt dat ik het geloof, de gave van het geloof, zo hoog acht? Het is de kennis van de smart van het ongeloof en van de werking daarvan in de ziel. Is dat niet heel natuurlijk? Wat maakt dat ik de gezondheid zo op prijs stel? Is het niet dat ik een zwak, ziekelijk lichaam heb? Wat doet mij de rust zo waarderen? Vermoeidheid. Wanneer stel ik gemak zo op prijs? Wanneer ik pijn heb. Wat doet mij het voedsel zo hoog schatten? Het is de honger. En waarom waardeer ik een kop koud water? Omdat ik dorst heb.

Door deze omstandigheden ken ik niet alleen de waarde ervan, maar geniet ik ook de zegen wanneer ik ze mag ontvangen en ze mij gegeven worden. Zo is het in het geestelijke net als in het natuurlijke. Wat zou ik van het geloof weten als ik het geloof niet in oefening kende, en als ik niet dagelijks in meerdere of mindere mate de werking van het ongeloof moest opmerken: van trouweloosheid, van de vragen van het verdorven verstand en van het zaad van mijn ongelovig hart? Wanneer de ziel op en neer geworpen wordt (en vaak wordt zij op deze zee van het ongeloof heen en weer geslingerd), dan leert zij de haven van het geloof waarderen. En wanneer de Heere in Zijn barmhartigheid de ziel een weinig geloof geeft, en het geloof werkelijkheid begint te worden, zich bewust wordt en zich voedt met de waarheid zoals die in Jezus is, dan weten wij wat het geloof is doordat wij het bezitten.

Wat een genade is het dat de Heere de gave van het geloof kan schenken. Hier zijn arme zielen die zwoegen, tobben, werken, steunen en zuchten, verdrukt door het ongeloof, die geweldige reus in het hart, die zijn duizenden en tienduizenden verslagen heeft. Wat zinken onze zielen soms diep weg onder dit vreselijke ongeloof! Maar ook: wat waarderen wij het geloof des te meer als het binnenstroomt!

Al het neergedrukt worden door het ongeloof doet het geloof des te hoger opklimmen, en al die somberheid maakt de veranderingen des te dierbaarder. Zoals het op en neer geworpen worden van de zeeman op zee, met alle gevaren en ellende van de reis, de kalme haven zo aangenaam maakt, zo wordt de heilige kalmte van het levend geloof in de ziel des te dierbaarder, naarmate de golven van het ongeloof zich in de ziel hebben laten gelden.

Aan de lezer…

Lezer, wordt u op en neer geworpen op de zee van het ongeloof? Zwoegt en zucht u onder die geweldige reus in het hart, die al zovelen heeft neergeslagen? Schaam u niet om het eerlijk te zeggen. Zoals de dorstige de waarde van een kop koud water kent en de vermoeide de rust leert waarderen, zo leert juist de ziel die het ongeloof kent, het geloof hoogachten.

Het geloof is een gave van God, niet iets dat u in uzelf kunt opwekken. „Daarom is zij uit het geloof, opdat zij naar genade zij.” Dat is uw troost: de zaligheid hangt niet aan de kracht van uw geloof, maar aan de genade van Hem Die het geeft. Roep dan tot Hem om een weinig geloof. Wanneer Hij het schenkt, zult u de stille haven na de storm des te dierbaarder vinden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl