Zijn Biografie, Preken en Bijbels Dagboek

29 November – Door Baca’s Vallei

Dit gebod beveel ik u, mijn zoon Timotheüs, dat gij naar de profetieën, die van u voorgegaan zijn, in dezelve de goede strijd strijdt. Houdende het geloof en een goede consciëntie, welke sommigen verstoten hebbende, van het geloof schipbreuk geleden hebben. 1 Timotheüs 1:18—19

Deze goede strijd wordt gevoerd tegen drie voorname vijanden — het vlees, de wereld en de duivel. En al deze vijanden spannen zo nauw samen, en elk van die is zo sterk en zo vijandig, dat zij ons gewisselijk overwinnen moeten, tenzij wij versterkt worden met kracht naar de inwendige mens. Daar is het vlees met al zijn aanlokselen, liefkozingen en bedriegelijke aantrekkingskracht, ons voortdurend netten en strikken voor de voeten uitspannend, telkens ons verstrikkende in enig kwaad woord of kwaad werk, en wij daar tegenover ten enenmale weerloos. Zei ik weerloos? Ja, begerig om gehoor te geven, gelijk een onbedachtzame vogel, die de graankorrels voor zich ziet uitgespreid in de val, maar er niet aan denkt, wanneer hij er omheen fladdert, dat de steen zal vallen en hij als een gevangene zal worden opgesloten. Alzo ook wij, aangelokt door enige graankorrels, voor ons oog uitgespreid, zien dikwijls de strik niet, totdat wij erin gevangen zijn. Het geloof dan is dat oog der ziel, dat de verborgen haak ziet; door het geloof roepen wij de Heere aan om ons te verlossen van te luisteren naar de aanlokking; en door het geloof, als een geestelijk wapen, snijden wij bij tijden de strik aan stukken. O, hoe weerloos zijn wij, als de verzoekingen en aanlokselen van het vlees pleiten voor inwilliging, tenzij het geloof in oefening is, tenzij het geloof vaststelt de haat van God tegen de zonde, en in onze consciëntie een gevoel afdrukt van het hartdoorzoekend oog van God en Zijn toorn tegen alle ongerechtigheid. Doch waar de Heere het wapen des geloofs in de hand van Zijn soldaat geeft, wil Hij dikwijls zijn armen sterken om het te handhaven in deze tijden van uiterste nood; zelfs in geval het wapen hem zelf zou snijden en verwonden. Hoe werd niet Jozef in staat gesteld om de strikken, voor zijn voeten uitgespannen, te ontwijken door zich de tegenwoordigheid Gods in gedachten te brengen! Hoe werd hij bekrachtigd om de band, vast rondom zijn hart gespannen, in stukken te breken toen het geloof in zijn ziel zich deed gelden en hij zeide: „Hoe zou ik zulk een groot kwaad doen en zondigen tegen God?” Zie, hoe die drie mannen in de brandende oven stonden geworpen te worden, ten ware zij het gouden beeld, dat Nebukadnezar opgericht had, wilden aanbidden. En hoe zij werden belaagd door die vreselijke verzoeking om hun God te verloochenen en hun geloof te verzaken; maar ook hoe zij overwonnen door het levendig geloof! O, welk een kostelijk wapen is het geloof, als de Heere ons kracht verleent om het te hanteren

Snijdt de weg door massa’s duiv’len,
Wijl zij vallen voor het Woord.

Maar wanneer de zonde, de verzoeking en het ongeloof dit wapen ons uit de handen slaan; wanneer het schijnbaar bevende aan onze voeten ligt en wij geen ander zodanig zwaard uit Gods tuighuis krijgen kunnen; hoe naakt en weerloos staan wij dan voor onze vijanden! Daarom hebben wij niet alleen deze hemelse genade in onze zielen nodig, maar ook nodig haar vast te houden en niet te laten gaan, opdat niet de toveres onze voet zou verstrikken in haar wargaren. En wederom, wanneer de satan met zijn krachtige verzoekingen en vurige pijlen bij ons aan boord komt, wat anders dan het geloof kan ons in staat stellen om hem te weerstaan, gelijk de apostel zegt: „Bovenal aangenomen hebbende het schild des geloofs, waarmede gij al de vurige pijlen des bozen zou kunnen uitblussen”. Niets dan het geloof in God, in Zijn kracht en tegenwoordigheid; niets dan het geloof in Jezus, in Zijn bloed en Zijn gerechtigheid; niets dan het geloof in de Heilige Geest, Die een banier in het hart opricht door middel van Zijn Goddelijke werking; niets dan het geloof in een drie-enig God kan de ziel in staat stellen te strijden tegen de aanvallen van de satan. Zie derhalve hoe onmisbaar het geloof is om de goede strijd te strijden; zo noodzakelijk, waarom een goede strijd nadrukkelijk genoemd wordt: „De strijd des geloofs”. „Strijd de goede strijd des geloofs”. Te kennen gevende, dat het ware geloof de mens in staat stelt als meer dan overwinnaar uit de strijd te treden en om elke tegenstand te overleven.

Zijn Biografie, Preken en Bijbels Dagboek

Donatie

Welkom op deze website. Hier vindt u de Bijbelse dagboeken "Korenaren uit de volle oogst" "Door Baca's Vallei" en "365 Dagen Met Philpot" van J.C. Philpot.

J.C. Philpot

Philpot werd geboren in Ripple in het Engelse graafschap Kent, iets ten noorden van Dover. Hij studeerde in Londen en in Oxford en werd op 26-jarige leeftijd in Stadhampton bevestigd tot predikant van de Kerk van Engeland.

Na een lange 'worsteling' onttrok Philpot zich in 1835 aan de staatskerk. Hij schrijft daarover in één van zijn preken: Ik verlaat de Kerk van Engeland omdat ik in haar nauwelijks een merkteken van de ware kerk bespeuren kan. Hij sloot zich aan de baptistengemeenten, die later de Gospel Standard Strict Baptists zouden worden genoemd. Philpot was een van de eerste redacteuren van het kerkblad The Gospel Standard.

In 1838 werd Philpot predikant van de Strict Baptist-gemeenten Stamford en Oakham. Zijn laatste levensjaren bracht hij door in de Londense buitenwijk Croydon. Hij stierf eind 1869. Joseph Charles Philpot ligt begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Queens Road in Croydon.