Zijn Biografie, Preken en Bijbels Dagboek

28 Maart – Door Baca’s Vallei

Want Gij zult Mijn ziel in de hel niet verlaten; Gij zult niet toelaten, dat Uw Heilige de verderving zie. Psalm 16:10

Toen de aanbiddelijke Zoon Gods door een vrijwillige daad Zijn leven had afgelegd, waren de laatste woorden, die Hij sprak: „Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest”. Onder Zijn geest moeten wij verstaan Zijn menselijke ziel, die in de dadelijkheid ging in het Paradijs, in de onmiddellijke tegenwoordigheid Gods. Zo drukte Hij Zich vertrouwelijk uit: „Maar nu kom Ik tot U”, Joh. 17:10. Nu ging Hij daarheen niet alleen. Een zegeteken volgde Hem zeer spoedig. Want de ziel van die berouwhebbende, gelovige misdadiger, een medegenoot met Hem in Zijn lijden, werd door Zijn soevereine genade een deelgenoot met Hem in de heerlijkheid. Er was dan een werkelijke scheiding van des Verlossers lichaam en ziel, doch die vernietigde niet de vereniging van Zijn Godheid en mensheid. Die vereniging bleef intact toen Zijn heilige ziel in het Paradijs ging en zo was Hij nog de Godmens, zijnde in het Paradijs, die Hij was bij het graf van Lazarus, evenals aan het Avondmaal. Maar Zijn heilig lichaam bleef, ofschoon door de dood het leven was uitgegaan, evenals tevoren „het Heilige”. De dood kon dit heilig lichaam in het graf evenmin aantasten, als de zonde dit kon doen in de baarmoeder van Maria. De belofte derhalve was: Gij zult Mijn ziel in de hel niet verlaten; noch toelaten, dat Uw Heilige de verderving zie. Dit heilig lichaam was wezenlijk onverderfelijk, zijnde door de Heilige Geest, door een bijzondere, bovennatuurlijke generatie, toebereid uit het vlees van Maria; doch gelijk in alle andere handelingen van de gezegende Drie-eenheid, Vader, Zoon en Heilige Geest, waren allen overeengekomen, dat geen verderving in het graf het lichaam zou aantasten. De Vader beloofde dit, en als een God, Die niet liegen kan, volvoerde Hij dit door Zijn almachtige, allesbeheersende kracht; de Zoon, door dezelfde eigen, werkzame, Goddelijke, innerlijke kracht, onderhield en bewaarde Zijn lichaam in het graf even onbevlekt als Hij dit deed in de baarmoeder van de maagd; en de Heilige Geest, Die het formeerde in zijn eerste ontvangenis, ademde over dit lichaam Zijn heilige invloed om het te onderhouden, in weerwil van dood ei) graf, zo zuiver en onverderfelijk als toen Hij het eerst formeerde. Deze dingen zijn inderdaad moeilijk om te bevatten, maar het zijn hemelse verborgenheden, die het geloof omhelst en vaststelt, ondanks gevoel, rede en ongeloof. Want zie eens de vreselijke gevolgtrekkingen, die wij hier konden maken, indien inderdaad dit gezegend lichaam had kunnen aangetast worden door verderving. Zou een verderfelijk lichaam kunnen opgewekt worden? Het verderf zou het hebben aangetast, zoals het onze lichamen zal doen; en hoe zou een verderfelijk lichaam de woning hebben kunnen zijn van de Zoon van God? Wij worden dikwijls middellijk voor dwaling bewaard, niet slechts door het kennen en smaken van de zoetheid en kracht der waarheid, maar door als met één oogopslag te zien de schrikkelijke gevolgen, die een verloochening van de levende, fundamentele waarheden inhoudt.

Zijn Biografie, Preken en Bijbels Dagboek

Donatie

Welkom op deze website. Hier vindt u de Bijbelse dagboeken "Korenaren uit de volle oogst" "Door Baca's Vallei" en "365 Dagen Met Philpot" van J.C. Philpot.

J.C. Philpot

Philpot werd geboren in Ripple in het Engelse graafschap Kent, iets ten noorden van Dover. Hij studeerde in Londen en in Oxford en werd op 26-jarige leeftijd in Stadhampton bevestigd tot predikant van de Kerk van Engeland.

Na een lange 'worsteling' onttrok Philpot zich in 1835 aan de staatskerk. Hij schrijft daarover in één van zijn preken: Ik verlaat de Kerk van Engeland omdat ik in haar nauwelijks een merkteken van de ware kerk bespeuren kan. Hij sloot zich aan de baptistengemeenten, die later de Gospel Standard Strict Baptists zouden worden genoemd. Philpot was een van de eerste redacteuren van het kerkblad The Gospel Standard.

In 1838 werd Philpot predikant van de Strict Baptist-gemeenten Stamford en Oakham. Zijn laatste levensjaren bracht hij door in de Londense buitenwijk Croydon. Hij stierf eind 1869. Joseph Charles Philpot ligt begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Queens Road in Croydon.