Zijn Biografie, Preken en Bijbels Dagboek

22 September – Door Baca’s Vallei

Vader, Ik wil, dat daar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt; want Gij hebt Mij liefgehad vóór de grondlegging der wereld. Johannes 17:24

Hoe groot, hoe verheven boven alle uiting of begrip van mensen of engelen moet de heerlijkheid van Christus zijn als de Zoon des Vaders in waarheid en liefde! En niet alleen is de Heere Jezus Christus heerlijk in Zijn wezenlijke Godheid als de Zoon van God, maar ook heerlijk in Zijn heilige, vlekkeloze mensheid, die Hij aannam in de baarmoeder van de maagd Maria. Want ofschoon die mensheid was het vlees en bloed der kinderen, zij was het Heilige, van de Heilige Geest ontvangen, en verenigd geworden met Zijn eeuwige Godheid, opdat Hij mocht zijn Immanuel, God met ons. De zuiverheid, heiligheid en onschuld, de vlekkeloze schoonheid en algehele volmaaktheid van deze menselijke natuur, maakt haar in zichzelf buitengewoon heerlijk; maar haar grote heerlijkheid bestaat in de vereniging, die zij bezit en geniet met de Goddelijke natuur van de Zoon van God. De zuivere mensheid van de Heere Jezus Christus omsluiert zijn Godheid en toch schijnt de Godheid er in uit, haar vervullende met onuitsprekelijke glans en beschijnende haar met een onbegrijpelijke heerlijkheid. Er is geen verwarring of vermenging van de twee naturen, want de mensheid kan niet de Godheid worden, noch de Godheid de mensheid, elke natuur blijft afzonderlijk, en iedere natuur heeft haar eigen bijzondere heerlijkheid. Maar er is ook een heerlijkheid in de vereniging van beide naturen in de Persoon van de Godheid. Dat zulk een wijsheid moest ontplooid worden, zulk een genade aan het licht gebracht, zulk een liefde geopenbaard, en dat de vereniging der twee naturen van de Persoon des Zoons Gods, niet slechts, om zo te spreken, eertijds zou plaats hebben, maar zou blijven voortbestaan, en dat de zaligheid met al haar tegenwoordige vruchten van genade en al haar toekomende vruchten van heerlijkheid zou gehandhaafd worden, dit maakt de vereniging van de twee naturen zo onuitsprekelijk heerlijk. En wanneer we verder daarop acht geven, dat door de vereniging van de menselijke natuur met de Goddelijke, de kerk in de nauwste en innigste gemeenschap is gebracht met de Vader en de Heilige Geest, welk een heerlijkheid wordt dan aanschouwd in de verheerlijking van de Persoon van de Godmens. Die als God één is met God, en als mens één is met de mens; en aldus als mens verenigd is met God, en God met de mens, waarin de vervulling van deze wonderlijke woorden volbracht wordt. „Opdat zij allen één zijn; gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zijn”. En wederom: „Ik in hen, en Gij in Mij, opdat zij volmaakt zijn in één”. Zo is er dus de heerlijkheid van Christus als God, de heerlijkheid van Christus als mens, en de heerlijkheid van Christus als Godmens. En deze drievoudige heerlijkheid komt in zekere mate overeen, met wat Hij was vóór Hij in de wereld kwam; met wat Hij was toen Hij in de wereld was en met hetgeen Hij nu is, nadat Hij tot de Vader is heengegaan, volgens Zijn eigen woorden, Joh. 16 : 28. Vóór Hij in de wereld kwam, was Zijn hoogste heerlijkheid hetgeen Hem eigen was als de Zoon van God; terwijl Hij in de wereld was, was Zijn hoogste heerlijkheid, dat Hij was de Zoon des mensen; en nu Hij is heengegaan naar de hemel, is Zijn hoogste heerlijkheid, dat Hij God en mens is in één heerlijk Persoon. Deze laatste heerlijkheid van Christus is in bijzondere zin Zijn middelaars heerlijkheid. Zij wordt hier door het geloof aanschouwd en zal hiernamaals van aangezicht tot aangezicht gezien worden van degenen, die Hem verwachten tot zaligheid. De drie discipelen op de berg der verheerlijking, Stefanus toen hij gemarteld werd, Paulus toen hij werd opgetrokken in de derde, hemel, Johannes op het eiland Patmos, zij hebben allen bijzondere en bovennatuurlijke openbaringen gehad van de heerlijkheid van Christus, dat wil zeggen: openbaringen, die te boven gaan zulke, die gewoonlijk een gelovige gegeven worden. Doch de gewone wijze, waarop wij nu Zijn heerlijkheid aanschouwen, is door de Heilige Geest, Die Hem verheerlijkt door het te nemen uit het Zijne en het aan de ziel te openbaren. Deze Goddelijke en gezegende Leraar getuigt van Hem, neemt het deksel van onwetendheid en ongeloof, dat Hem voor de ziel verbergt, weg, schijnt met een heilig en glansrijk licht op de Schrift, die van Hem spreekt, wekt het geloof op om in Zijn Naam te geloven, verlicht de ogen des verstands, zodat op Hem gezien kan worden. En ofschoon niet gezien met het lichamelijk oog, wordt Hij bemind, geliefd, geloofd, en verblijdt zich de ziel met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde. Alzo door het oog des geloofs gezien in wat Hij is en heeft, wat Hij zegt en doet, maakt het Hem dierbaar en heerlijk. Zijn genadewonderen toen Hij op aarde was, Zijn woorden, zo vol genade, wijsheid en waarheid, Zijn gaan door het land, goed doende, Zijn uitnemend voorbeeld van lijdzaamheid, zachtmoedigheid, onderdanigheid, Zijn lijden en smarten in de hof en op het kruis, Zijn vlekkeloze heiligheid en reinheid, Zijn verzoenend bloed en rechtvaardig makende gehoorzaamheid, Zijn stervende liefde, zo sterk en krachtig en toch zo beproefd door de wereld, de hemel en de hel, Zijn nederige en toch eerbare begrafenis, Zijn heerlijke opstanding als de Eerstgeborene des doods, waardoor Hij krachtig bewezen werd te zijn de Zoon van God, Zijn zitten aan de rechterhand des Vaders, waar Hij regeert en de scepter zwaait, alle macht Hem gegeven zijnde in de hemel en op de aarde, en waar Hij nog voortreedt voor Zijn volk als de Hogepriester over het huis Gods. Welk een schoonheid en heerlijkheid blinken er uit al deze Goddelijke werkelijkheden, wanneer het geloof ze bespiedt in vereniging met het werk en de Persoon van Immanuel.

Zijn Biografie, Preken en Bijbels Dagboek

Donatie

Welkom op deze website. Hier vindt u de Bijbelse dagboeken "Korenaren uit de volle oogst" "Door Baca's Vallei" en "365 Dagen Met Philpot" van J.C. Philpot.

J.C. Philpot

Philpot werd geboren in Ripple in het Engelse graafschap Kent, iets ten noorden van Dover. Hij studeerde in Londen en in Oxford en werd op 26-jarige leeftijd in Stadhampton bevestigd tot predikant van de Kerk van Engeland.

Na een lange 'worsteling' onttrok Philpot zich in 1835 aan de staatskerk. Hij schrijft daarover in één van zijn preken: Ik verlaat de Kerk van Engeland omdat ik in haar nauwelijks een merkteken van de ware kerk bespeuren kan. Hij sloot zich aan de baptistengemeenten, die later de Gospel Standard Strict Baptists zouden worden genoemd. Philpot was een van de eerste redacteuren van het kerkblad The Gospel Standard.

In 1838 werd Philpot predikant van de Strict Baptist-gemeenten Stamford en Oakham. Zijn laatste levensjaren bracht hij door in de Londense buitenwijk Croydon. Hij stierf eind 1869. Joseph Charles Philpot ligt begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Queens Road in Croydon.