Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun
Vandaag

3 min. lezen

Zo weet de Heere de godzaligen uit de verzoeking te verlossen.
2 Petrus 2:9

Weinigen zullen oprecht en geestelijk tot de Heere gaan en uit het diepst van hun hart roepen om van een verzoeking verlost te worden, voordat die zo zwaar op hun geweten drukt en zo’n last op hun ziel legt dat alleen God die kan wegnemen. Maar soms voelen wij werkelijk de last van een verzoeking. Hoewel zij aangenaam is voor het vlees, haat onze geest haar. Hoewel ons vleselijke gemoed er misschien nog aan gehecht is, bloedt ons geweten eronder, en walgen wij er geestelijk van, en om haar ook van onszelf. Als wij dan in staat worden gesteld in ware oprechtheid van ziel en eerlijkheid van hart tot de Heere te gaan en Hem te smeken ons van die verzoeking te verlossen, dan geloof ik dat de Heere die verzoeking vroeg of laat in Zijn voorzienigheid of door Zijn genade geheel zal wegnemen. Of Hij zal haar kracht zo verzwakken dat zij ophoudt te zijn wat zij vroeger was: iets wat onze voeten op de paden van duisternis en kwaad bracht.

Zolang wij echter in de toestand zijn waarover de profeet spreekt: „Hij heeft hun hart verdeeld; nu zullen zij verwoest worden” (Hosea 10:2); zolang wij in die vleselijke, twijfelende gemoedstoestand zijn die Jakobus beschrijft: „Een dubbelhartig mens is onstandvastig in al zijn wegen”; zolang wij naar die verzoeking toe getrokken worden, er verlangende, begerige blikken van terzijde op werpen en haar als een zoete bete onder onze tong laten rollen, en wij het, hoewel ons geweten ertegen getuigt, nog met tegenzin zien dat zij van ons wordt weggenomen — zolang is er geen oprecht geroep uit het hart, geen zucht, geen geestelijke verzuchting van onze ziel dat God haar van ons zou wegnemen.

Maar wanneer wij als in de tegenwoordigheid van God, Die de harten doorzoekt, ertoe gebracht worden het kwaad te haten waartoe wij verzocht worden, en tot Hem roepen of Hij, tot Zijn eer en tot heil van onze ziel, de verzoeking toch wil wegnemen, of haar kracht wil afstompen en doden, dan zal de Heere vroeg of laat het geroep horen van hen die smeken om verlost te worden van de verzoekingen die hen zo zwaar in het stof neerdrukken.

Ps. 130:2

Aan de lezer…

U die gedrukt wordt door een verzoeking waaraan uw vlees nog gehecht is, terwijl uw geweten eronder bloedt: wees eerlijk voor Hem Die de harten doorzoekt. Zolang wij met begerige blikken van terzijde naar de zonde kijken en haar als een zoete bete onder de tong laten rollen, kunnen wij niet van harte bidden dat God haar wegneemt. Ons hart is dan verdeeld, en een dubbelhartig mens is onstandvastig in al zijn wegen.

Maar heeft de Heere u zover gebracht dat u de verzoeking haat en om haar van uzelf walgt? Is de last u zo zwaar geworden dat alleen God hem kan wegnemen? Roep dan tot Hem in oprechtheid van ziel, tot Zijn eer en tot heil van uw ziel. Hij weet de godzaligen uit de verzoeking te verlossen, en vroeg of laat zal Hij het geroep horen van hen die zo zwaar in het stof neergedrukt liggen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl