Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 3 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

2 juni

Vandaag

3 min. lezen

Al wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.
Johannes 6:37

Nu, arme zondaar, op wiens hoofd de stralen van een vurige wet neerschieten; nu, ellendige zondaar, bedroefd in uw gemoed, schuldig in uw geweten, verzocht door wel duizend aanvechtingen, omringd door ontelbare twijfels en vrezen: kunt u uw oog niet een beetje opheffen uit uw somberheid en droefheid en zien dat de eeuwige God uw Toevlucht is? Klemt u zich niet met al uw kracht aan Hem vast, nu elke andere toevlucht u ontvalt? Hebt u Zijn sterkte niet aangegrepen, opdat u vrede met Hem zou maken? Ziet u niet naar Hem op? En zegt Hij niet: „Ziet op Mij en wordt behouden, alle gij einden der aarde”?

Hij beveelt u op Hem te zien, zoals Mozes de kinderen Israëls gebood op de koperen slang te zien. Arme zondaar, die lijdt onder het gewicht van uw overtredingen, Hij gebiedt u op Hem te zien. Heeft de Heere, op Wiens lippen genade is uitgestort, niet gezegd: „Hij, die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen”? Waarom zou u niet op Hem zien? Waarom niet tot Hem komen? Zal Hij u uitwerpen?

Merkt u niet de verborgen trekkingen van Zijn genade, de bewegingen in uw hart die u zo vaak doen komen met sterk geroep en tranen, met smeken en wenen, met ernst en vuur, met voortdurende smekingen? Wat zijn die anders dan de innerlijke onderwijzingen van God, zoals de Heere zegt: „Gelijk in de profeten geschreven is: En zij zullen allen van God geleerd zijn”? „Daarom zal eenieder, die het gehoord en van de Vader geleerd heeft, tot Mij komen.” En weet u niet dat de Heere Zelf zegt dat niemand tot Hem kan komen, tenzij de Vader, Die Hem gezonden heeft, hem trekt? Dit komen met ernst en vurig verlangen van de ziel komt daarom, volgens Zijn eigen getuigenis, voort uit de bijzondere trekking en het bijzondere onderwijs. Nu Hij Zijn geliefde Zoon tot een Toevlucht voor uw ziel gesteld heeft, komt Hij u nu trekken, opdat u verzoening en vrede in Hem mag vinden.

Maar misschien zegt u: ik ben zo zondig, zo schuldig; ik ben een zondaar, veel slechter dan u zich kunt voorstellen, en daarom ga ik zo gebukt. Bent u dieper gezonken dan broeder Jona, toen hij in de buik van de walvis was en naar zijn eigen schatting in de buik van het graf? En wat riep hij uit? „Nochtans zal ik de tempel Uwer heiligheid weder aanschouwen!” Kunt u niet opzien naar de heilige tempel? Heeft Zijn goedertierenheid dan een einde? Zo meende David het in zijn hart, maar zo was het niet, want „Zijn goedertierenheid duurt in eeuwigheid”. En dat is een wijd en nadrukkelijk woord. Zie en leef! Zie en leef!

Aan de lezer…

Arme, bedroefde lezer, omringd door twijfels en vrezen, schuldig in uw geweten: bent u bang dat u te slecht bent om te komen? Dan spreekt dit woord juist tot u: „Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.” Hij zegt niet: wie goed genoeg is, maar: wie komt. Zou Hij, op Wiens lippen genade is uitgestort, u dan uitwerpen? Waarom zou u niet op Hem zien?

En let op wat er in uw eigen hart gebeurt. Die zuchten, die tranen, die voortdurende smekingen: waar komen zij vandaan? Niemand kan tot Hem komen, tenzij de Vader hem trekt. Zijn die trekkingen dan niet al een teken dat Hij met u bezig is? Hebt u het gevoel dat u dieper gezonken bent dan wie ook, kunt u dan toch niet opzien naar Zijn heilige tempel? Zijn goedertierenheid duurt in eeuwigheid. Zie en leef!

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl