17 oktober
Want gij hebt lijdzaamheid van node; opdat gij, de wil Gods gedaan hebbende, de beloftenis moogt wegdragen.
Hebreeën 10:36
Waarom heeft men lijdzaamheid nodig? Omdat wij verzekerd zijn vele beproevingen te hebben, indien wij tot ’s Heeren volk behoren. De Heere zendt ons droefheid, opdat Hij ons de genade des gedulds geve om haar te verdragen. Maar o, welk een weerspannig hart dragen wij in onze boezem om! Welk een weerspannigheid, ontevredenheid en eigenzinnigheid woont niet in ons! Hoe spoedig is onze drift opgewekt en onze prikkelbare geest ontstemd door de minste kleinigheid! Hoe weinig geduld hebben wij onder de beproevingen die God goed acht ons te zenden!
Zo leren wij onze behoefte aan lijdzaamheid kennen, en dat is geen vrucht, geteeld op de bodem van onze eigen natuur. De behoefte eraan doet de ziel haar najagen; en als de Heere onderwerping geeft aan Zijn wil, en Zijn kinderen in staat stelt te zien hoe weldadig die beproevingen voor hun ziel zijn, en hoe zij zonder deze zware last in de wereld zouden zijn meegevoerd, kunnen zij Zijn genadige hand in deze beproevingen opmerken. Door zich dus somtijds ontevreden en weerspannig te gevoelen en hun behoefte aan lijdzaamheid te kennen, en somtijds zich onderworpen te gevoelen en daarvan de liefelijkheid te smaken, zien zij welk een grote genade lijdzaamheid is.
Er is bijna geen genade die wij dagelijks meer nodig hebben. Wij hebben haar nodig jegens God, als Hij onze plannen verijdelt, onze wensen niet vervult en, in plaats van ons te tonen waarom Hij ons bezoekt, Zich achter dikke wolken verbergt, door welke noch geloof noch gebed kunnen heendringen. Wij hebben lijdzaamheid nodig met elkander; met de wereld; met onze betrekkingen in het leven; met de gemeente Gods. En welk een genade is het, onder deze scherpe beproevingen lijdzaamheid te bezitten, en zo het voorbeeld van onze gezegende Heere te volgen, „Die, wanneer men Hem schold, niet wederschold; wanneer Hij leed, niet dreigde, maar alles overgaf aan Hem, Die rechtvaardiglijk oordeelt.”
’t Is goed voor mij, verdrukt te zijn geweest,
opdat ik dus Uw godd’lijk recht zou leren;
sinds heeft mijn hart voor hovaardij gevreesd.
Ai, doe mij steeds Uw wil als heilig eren!
Ver boven goud en zilver en wat meest
de mens bekoort, zal ik Uw wet waarderen.
Ps. 119:36
Aan de lezer…
Soms moet u ervaren hoe spoedig uw drift is opgewekt en hoe weinig geduld u hebt, wanneer de Heere uw plannen verijdelt en Zich achter dikke wolken verbergt. Schrik daar niet zo van alsof het een vreemde zaak was. Lijdzaamheid groeit niet op de bodem van onze eigen natuur; daarom zendt de Heere de beproeving, opdat u uw behoefte eraan zou leren kennen en haar bij Hem zou zoeken.
Zie dan op Hem, Die, wanneer men Hem schold, niet wederschold, en alles overgaf aan Hem, Die rechtvaardiglijk oordeelt. Wat Hij volmaakt deed, kan Hij in een weerspannig hart werken. En wanneer u eens zien mag hoe weldadig de last was, hoe hij u bewaarde voor het meegevoerd worden door de wereld, zult u met de psalmdichter zeggen dat het goed voor u is geweest verdrukt te zijn.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want gij hebt lijdzaamheid van node; opdat gij, de wil Gods gedaan hebbende, de beloftenis moogt wegdragen.
Hebreeën 10:36
Waarom hebben wij lijdzaamheid nodig? Omdat wij er zeker van kunnen zijn dat wij veel beproevingen zullen hebben als wij tot het volk van de Heere behoren. De Heere zendt ons droefheid om ons de genade van het geduld te geven om haar te dragen. Maar o, wat een weerspannig hart dragen wij in onze boezem mee! Hoeveel weerspannigheid, ontevredenheid en eigenzinnigheid woont er niet in ons! Hoe snel wordt onze drift gewekt en raakt onze prikkelbare geest ontstemd door de kleinste kleinigheid! Hoe weinig geduld hebben wij onder de beproevingen die God goed vindt ons te zenden!
Zo leren wij onze behoefte aan lijdzaamheid kennen, en die is geen vrucht die op de bodem van onze eigen natuur groeit. De behoefte eraan doet de ziel haar najagen. En wanneer de Heere onderwerping aan Zijn wil geeft, en Zijn kinderen in staat stelt te zien hoe weldadig die beproevingen voor hun ziel zijn, en hoe zij zonder die zware last door de wereld zouden zijn meegesleept, dan kunnen zij Zijn genadige hand in die beproevingen opmerken. Doordat zij zich soms ontevreden en weerspannig voelen en hun behoefte aan lijdzaamheid kennen, en zich op andere momenten onderworpen voelen en de lieflijkheid daarvan smaken, zien zij wat een grote genade lijdzaamheid is.
Er is bijna geen genade die wij dagelijks meer nodig hebben. Wij hebben haar nodig tegenover God, wanneer Hij onze plannen verijdelt en onze wensen niet vervult, en wanneer Hij Zich, in plaats van ons te tonen waarom Hij ons bezoekt, verbergt achter dikke wolken waar geloof noch gebed doorheen kunnen dringen. Wij hebben lijdzaamheid nodig met elkaar, met de wereld, met onze relaties in het leven, met de gemeente van God. En wat een genade is het om onder deze scherpe beproevingen lijdzaamheid te bezitten, en zo het voorbeeld te volgen van onze gezegende Heere, „Die, wanneer men Hem schold, niet wederschold; wanneer Hij leed, niet dreigde, maar alles overgaf aan Hem, Die rechtvaardiglijk oordeelt.”
’t Is goed voor mij, verdrukt te zijn geweest,
opdat ik dus Uw godd’lijk recht zou leren;
sinds heeft mijn hart voor hovaardij gevreesd.
Ai, doe mij steeds Uw wil als heilig eren!
Ver boven goud en zilver en wat meest
de mens bekoort, zal ik Uw wet waarderen.
Ps. 119:36
Aan de lezer…
Soms moet u ervaren hoe snel uw drift gewekt wordt en hoe weinig geduld u hebt, wanneer de Heere uw plannen verijdelt en Zich achter dikke wolken verbergt. Schrik daar niet van alsof het iets vreemds was. Lijdzaamheid groeit niet op de bodem van onze eigen natuur. Daarom zendt de Heere de beproeving, zodat u uw behoefte eraan leert kennen en haar bij Hem zoekt.
Zie dan op Hem Die, wanneer men Hem schold, niet wederschold, en alles overgaf aan Hem Die rechtvaardiglijk oordeelt. Wat Hij volmaakt deed, kan Hij ook in een weerspannig hart werken. En wanneer u eens mag zien hoe weldadig de last was, en hoe hij u ervoor bewaarde door de wereld meegesleept te worden, zult u met de psalmdichter zeggen dat het goed voor u is geweest verdrukt te zijn.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For ye have need of patience, that, after ye have done the will of God, ye might receive the promise.
Hebrews 10:36
Why is patience needed? Because if we are the Lord’s people, we are sure to have many trials. The Lord sends us afflictions that He may give us the grace of patience to bear them. But O, what a rebellious heart do we carry in our bosom! What perverseness, peevishness, and self-will dwell in us! How soon our temper is stirred up, and our irritable minds roused in a moment by the smallest trifle! How little patience have we under the trials that God sees fit to lay upon us!
We thus learn our need of patience, and that it is not a fruit of nature’s soil. The lack of it makes the soul follow after it; and when the Lord does give submission to His will, and enables His children to see how profitable these trials are for their souls, and how, but for this heavy ballast, they would certainly have been carried away into the world, they can see His merciful hand in their heavy afflictions.
Thus sometimes by feeling peevish and rebellious, and thus knowing their need of patience; and sometimes by feeling submissive, and enjoying the sweetness of it, they see what a blessed grace patience is. Scarcely any grace do we more daily need. We need it toward God, when He crosses us in our schemes, thwarts us in our desires, and instead of showing why He afflicts us, hides Himself behind a thick cloud that neither faith nor prayer can pierce through.
We need patience with each other, with the world, with our relations in life, and with the Church of God. We need patience when anything is said or done to hurt our minds, wound our feelings, irritate our tempers, and stir us up to revenge. And what a mercy it is, under these sharp trials, to have patience, and thus follow the example of the blessed Lord, “Who, when He was reviled, reviled not again; when He suffered, He threatened not, but committed Himself to Him Who judges righteously.”
To the reader…
Sometimes you have to find out how quickly your temper is stirred and how little patience you have, when the Lord crosses your plans and hides Himself behind thick clouds. Do not be alarmed at that as though it were something strange. Patience does not grow in the soil of our own nature. That is why the Lord sends the trial, so that you learn your need of it and seek it from Him.
Look, then, to Him Who, when He was reviled, reviled not again, but committed Himself to Him that judgeth righteously. What He did perfectly, He can also work in a rebellious heart. And when one day you are allowed to see how profitable the burden was, and how it kept you from being carried away by the world, you will say with the psalmist that it was good for you to have been afflicted.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque os es necesaria la paciencia; para que, habiendo hecho la voluntad de Dios, obtengáis la promesa.
Hebreos 10:36
¿Por qué es necesaria la paciencia? Porque, si somos del pueblo del Señor, con seguridad tendremos muchas pruebas. El Señor nos envía aflicciones para darnos la gracia de la paciencia para soportarlas. Pero ¡oh, qué corazón rebelde llevamos en el pecho! ¡Qué perversidad, qué mal humor y qué obstinación habitan en nosotros! ¡Qué pronto se altera nuestro genio, y nuestra mente irritable se agita en un instante por la menor nimiedad! ¡Qué poca paciencia tenemos bajo las pruebas que Dios tiene a bien poner sobre nosotros!
Así aprendemos nuestra necesidad de paciencia, y que esta no es fruto del suelo de la naturaleza. Su falta hace que el alma la persiga; y cuando el Señor da sumisión a Su voluntad, y capacita a Sus hijos para ver cuán provechosas son estas pruebas para su alma, y cómo, de no ser por este pesado lastre, ciertamente habrían sido arrastrados al mundo, pueden ver Su mano misericordiosa en sus pesadas aflicciones.
Así, a veces sintiéndose malhumorados y rebeldes, y conociendo de este modo su necesidad de paciencia; y a veces sintiéndose sumisos y gozando de su dulzura, ven qué gracia tan bendita es la paciencia. Casi no hay gracia que necesitemos más cada día. La necesitamos para con Dios, cuando Él se cruza en nuestros planes, frustra nuestros deseos, y en vez de mostrar por qué nos aflige, se esconde detrás de una nube espesa que ni la fe ni la oración pueden traspasar.
Necesitamos paciencia unos con otros, con el mundo, con nuestros parientes y relaciones en la vida, y con la Iglesia de Dios. Necesitamos paciencia cuando se dice o se hace algo que lastima nuestra mente, hiere nuestros sentimientos, irrita nuestro genio y nos incita a la venganza. ¡Y qué misericordia es, bajo estas pruebas agudas, tener paciencia, y seguir así el ejemplo del bendito Señor, “quien cuando Le maldecían no retornaba maldición: cuando padecía, no amenazaba, sino remitía la causa al que juzga justamente”!
Al lector…
A veces tiene usted que descubrir qué pronto se altera su genio y qué poca paciencia tiene, cuando el Señor se cruza en sus planes y se esconde detrás de nubes espesas. No se alarme por ello como si fuera algo extraño. La paciencia no crece en el suelo de nuestra propia naturaleza. Por eso el Señor envía la prueba, para que usted aprenda su necesidad de ella y la busque en Él.
Mire, pues, a Aquel que, cuando Le maldecían, no retornaba maldición, sino que remitía la causa al que juzga justamente. Lo que Él hizo perfectamente, también puede obrarlo en un corazón rebelde. Y cuando un día se le conceda ver cuán provechosa fue la carga, y cómo le guardó de ser arrastrado por el mundo, dirá con el salmista que bueno le fue haber sido humillado.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl