15 juni
Een tijd om te doden en een tijd om te genezen.
Prediker 3:3
Het gehele leven van een christen zal een tijd zijn om te doden en een tijd om te genezen. Wij lezen somtijds in boeken en horen ook wel in samensprekingen van een zonderlinge bevinding, dat namelijk een werk der genade met krachtdadige overtuiging van zonde begonnen is, de ziel is gebracht aan de rand van de hel, waarop een wonderlijke openbaring van Jezus Christus gevolgd is, een krachtdadige toepassing van Zijn verzoenend bloed aan de consciëntie, en een vriendelijke openbaring van de liefde Gods in de ziel. En wat volgt dan? Indien wij op hun woorden kunnen ingaan en zij ons noch zichzelf bedriegen, of indien wij hun mededeling niet misverstaan, dan volgt erop een onwankelbare verzekering gedurende het overige van hun doortocht hier op aarde. De zonde en de duivel brengen hen nooit in verwarring, noch verwonden hen; het vlees is kalm en gerust, evenals de zee in de zomer, en wordt nooit opgezweept door boze hartstochten in een storm van gemelijkheid en opstand. De zeevogels van twijfel en vrees fladderen nooit met geschreeuw rondom hen, als voorboden van een onweder, maar een briesje van Goddelijke gunst vervult zachtkens hun zeilen en drijft hen over het water, totdat zij de haven van eeuwige rust binnenvallen.
Is dit alles overeenkomstig de waarheid van Gods Woord? Stelt niet het Woord van God het pad van de christen voor als een weg van beproeving en aanvechting? Kan een levendgemaakte ziel door vele tonelen heengaan, zonder ooit in gewaarwording bevindelijk gedood te worden als één van de slachtschapen? Is niet een veelbewogen leven het kenmerk van een christen? Geeft de Schrift ons de minste waarborg om te geloven dat iemand zou kunnen wandelen in de voetstappen van een verzochte, lijdende Borg, die maanden en jaren de rust in Sion geniet, zonder enige moeite, oefening, smart of kommer?
Dit was niet Davids bevinding; Jeremia’s en Paulus’ bevinding evenmin. Heman en Asaf wisten er niets van. Gij zult bevinden dat al Gods heiligen, wier bevinding ons in de Bijbel getekend is, nooit zulk een rustig pad bewandeld hebben, maar hun weg was een weg van veranderingen en wisselvalligheden; dan erop en dan eronder, somtijds treurende, somtijds zich verblijdende, doch nooit lang achtereen bewandelen zij een effen pad. De Geest des Heeren werkt in het uitvoeren van dit grote werk in de harten Zijner kinderen voortdurend op twee onderscheiden wijzen in hun hart.
Jeremia was een profeet des Heeren en was gesteld over volken en koninkrijken om uit te roeien en af te breken en te verderven. Dit was een gedeelte van zijn opdracht, en te bouwen en te planten was het tweede gedeelte. Deze twee onderscheiden werkzaamheden liepen door geheel zijn bediening heen; zij waren „de last des Heeren”, hem opgelegd reeds bij zijn eerste roeping tot de profetische bediening, en dit betrof een tijdruimte van veertig jaren. Ging deze handeling dan over slechts één enkel geval, dat wil zeggen, dat hij een keer profeteerde om af te breken en een keer om op te bouwen? Was het niet zo dat hij dit deed zijn gehele bediening door, zoals wordt aangetoond in de profetieën, vervat in het boek dat zijn naam draagt? Dus een gedurig neerwerpen met de ene, en een opbouwen met de andere hand?
Evenzo is het met de bediening van des Heeren Geest in een vat der genade. Voortdurend doodt Hij, voortdurend heelt Hij; voortdurend werpt Hij neer en wekt Hij wederom op; dan legt Hij de ziel laag in het stof van zelfverfoeiing, en dan weer bouwt Hij haar liefelijk op in Christus.
Aan de lezer…
Misschien, lezer, hebt u wel eens gedacht dat het bij u niet goed kan zijn, omdat uw weg zo ongelijk is. Dan erop, dan eronder; dan getroost, dan weer in het stof; dan een zoet briesje van Gods gunst, dan weer een storm van twijfel en vrees. U hoort van anderen die altijd rustig schijnen te varen, en u vraagt u af wat er met u is. Maar laat mij u vragen: geeft de Schrift ons de minste waarborg voor zulk een effen pad?
Het gehele leven van een christen is een tijd om te doden en een tijd om te genezen. De Geest des Heeren werpt neer en richt weer op; Hij legt de ziel laag in het stof van zelfverfoeiing, en bouwt haar dan liefelijk op in Christus. Zo is de weg van al Gods heiligen geweest. Wordt u nu gedood, vrees niet dat het einde daar is. Dezelfde hand die verwondt, zal ook genezen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Een tijd om te doden en een tijd om te genezen.
Prediker 3:3
Het hele leven van een christen zal een tijd zijn om te doden en een tijd om te genezen. Wij lezen soms in boeken, en horen ook wel in gesprekken, van een bijzondere bevinding. Een werk van genade is dan begonnen met een krachtige overtuiging van zonde; de ziel is tot aan de rand van de hel gebracht, en daarop volgde een wonderlijke openbaring van Jezus Christus, een krachtige toepassing van Zijn verzoenend bloed aan het geweten en een vriendelijke openbaring van de liefde van God in de ziel. En wat volgt er dan? Als wij op hun woorden kunnen afgaan en zij ons en zichzelf niet bedriegen, of als wij hun verhaal niet verkeerd begrijpen, dan volgt er een onwankelbare verzekering gedurende de rest van hun reis hier op aarde. De zonde en de duivel brengen hen nooit in verwarring en verwonden hen nooit; het vlees is kalm en rustig, als de zee in de zomer, en wordt nooit door boze hartstochten opgezweept tot een storm van prikkelbaarheid en opstand. De zeevogels van twijfel en vrees fladderen nooit krijsend om hen heen als voorboden van onweer, maar een briesje van Goddelijke gunst vult zacht hun zeilen en drijft hen over het water, totdat zij de haven van eeuwige rust binnenlopen.
Is dit alles in overeenstemming met de waarheid van Gods Woord? Stelt het Woord van God het pad van de christen niet voor als een weg van beproeving en aanvechting? Kan een levendgemaakte ziel door allerlei omstandigheden heengaan zonder ooit bevindelijk gedood te worden als een van de slachtschapen? Is een veelbewogen leven niet juist het kenmerk van een christen? Geeft de Schrift ons ook maar de minste grond om te geloven dat iemand in de voetstappen van een verzochte, lijdende Borg zou kunnen wandelen terwijl hij maandenlang en jarenlang de rust in Sion geniet, zonder enige moeite, oefening, smart of zorg?
Dat was niet de bevinding van David, en evenmin die van Jeremia en Paulus. Heman en Asaf wisten er niets van. U zult merken dat al Gods heiligen van wie de bevinding ons in de Bijbel beschreven is, nooit zo’n rustig pad gegaan zijn. Hun weg was een weg van veranderingen en wisselingen; dan erboven en dan eronder, soms treurend, soms zich verblijdend, maar nooit gingen zij lange tijd achtereen een effen pad. Bij het uitvoeren van dit grote werk in de harten van Zijn kinderen werkt de Geest van de Heere voortdurend op twee verschillende manieren in hun hart.
Jeremia was een profeet van de Heere en was gesteld over volken en koninkrijken om uit te roeien, af te breken en te verderven. Dat was een deel van zijn opdracht; bouwen en planten was het tweede deel. Deze twee verschillende werkzaamheden liepen door heel zijn bediening heen. Zij waren „de last des Heeren” die hem al bij zijn eerste roeping tot het profetisch ambt werd opgelegd, en dat besloeg een tijdsruimte van veertig jaar. Ging het hier dan om maar één enkel geval, namelijk dat hij één keer profeteerde om af te breken en één keer om op te bouwen? Was het niet zo dat hij dit zijn hele bediening door deed, zoals blijkt uit de profetieën in het boek dat zijn naam draagt? Was het dus niet een voortdurend neerwerpen met de ene hand en een opbouwen met de andere?
Zo is het ook met het werk van de Geest van de Heere in een vat van genade. Voortdurend doodt Hij, voortdurend geneest Hij; voortdurend werpt Hij neer en richt Hij weer op. De ene keer legt Hij de ziel laag in het stof van zelfverfoeiing, en de andere keer bouwt Hij haar lieflijk op in Christus.
Aan de lezer…
Misschien hebt u wel eens gedacht dat het bij u niet goed kan zijn, omdat uw weg zo ongelijk is. Dan erboven, dan eronder; dan getroost, dan weer in het stof; dan een zoet briesje van Gods gunst, dan weer een storm van twijfel en vrees. U hoort van anderen die altijd rustig lijken te varen, en u vraagt zich af wat er met u is. Maar laat mij u vragen: geeft de Schrift ons ook maar de minste grond voor zo’n effen pad?
Het hele leven van een christen is een tijd om te doden en een tijd om te genezen. De Geest van de Heere werpt neer en richt weer op; Hij legt de ziel laag in het stof van zelfverfoeiing, en bouwt haar dan lieflijk op in Christus. Zo is de weg van al Gods heiligen geweest. Wordt u nu gedood, vrees dan niet dat het einde daar is. Dezelfde hand die verwondt, zal ook genezen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
A time to kill, and a time to heal.
Ecclesiastes 3:3
All through the Christian’s life there will be “a time to kill, and a time to heal.” We sometimes read in books, and hear in conversation, an experience of this kind—a work of grace commencing with very powerful convictions of sin, and the soul brought almost to the very brink of hell, and then a wonderful revelation of Jesus Christ, a powerful application of His atoning blood to the conscience, and a blessed manifestation of God’s love to the soul. And then what follows? They possess an unwavering assurance during the remainder of their sojourn upon earth. Sin and Satan never distress nor wound them; the flesh lies calm and tranquil, like the summer sea, never lashed up by angry gusts into a storm of fretfulness and rebellion; the sea birds of doubt and fear never flit with screams around them, as harbingers of a tempest, but the gale of divine favor gently fills their sail, and wafts them along until they reach the harbor of endless rest.
Is this consistent with the Scriptures of truth? Does not the Word of God set forth the path of a Christian as one of trial and temptation? Can a living soul pass through many scenes without ever being killed experimentally in his feelings as one of “the flock of slaughter?” Does not a chequered experience run through the whole of a Christian’s life? Does the Scripture ever afford us the least warrant to believe that a man can be walking in the footsteps of a tempted, suffering Lord, who continues for months and years together at ease in Zion, without any trouble, exercise, grief, or distress in his soul?
David never was there. Jeremiah never was there. Paul never was there. Heman never was there. Asaph never was there. You will find that no saints of God, whose experience is left on record in the Bible, ever were there; but their path was one of change and vicissitude; sometimes down, sometimes up, sometimes mourning, sometimes rejoicing, but never long together in one unvaried spot.
The Spirit of the Lord, in carrying on this grand work in the hearts of God’s people, will be continually operating in two distinct ways upon their souls. Jeremiah was a prophet of the Lord, and he was “set over the nations and over the kingdoms to root out, and to pull down, and to destroy, and to throw down”—thus ran one part of his commission; “to build and to plant”—that was the second part of his office. These two distinct operations were to run through the whole of his mission; they were “the burden of the Lord,” laid upon him at his first call to the prophetical office, and they continued during the whole of his ministry, a space of more than forty years.
Did he, then, merely on one occasion pull down, and on one occasion build up? Was not the whole of his ministration, as evidenced in the prophecies that are contained in the book that bears his name, a continual pulling down with one hand, and building up with the other? So is it then with the ministry of the Spirit of the Lord in a vessel of mercy. He is continually killing, continually healing, continually casting down, continually raising up, now laying the soul low in the dust of self-abasement, and now building it up sweetly in Christ.
To the reader…
Perhaps you have sometimes thought that things cannot be right with you, because your way is so uneven. Now up, now down; now comforted, now in the dust again; now a sweet breeze of God’s favour, now another storm of doubt and fear. You hear of others who always seem to sail calmly, and you wonder what is wrong with you. But let me ask you: does the Scripture give us even the least ground for such a smooth path?
The whole life of a Christian is a time to kill and a time to heal. The Spirit of the Lord casts down and raises up again; He lays the soul low in the dust of self-abasement, and then builds it up sweetly in Christ. That has been the way of all God’s saints. If you are being slain now, do not fear that this is the end. The same hand that wounds will also heal.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Tiempo de matar, y tiempo de curar.
Eclesiastés 3:3
A lo largo de toda la vida del cristiano habrá “tiempo de matar, y tiempo de curar”. A veces leemos en libros, y oímos en conversaciones, una experiencia de esta clase: una obra de gracia que comienza con convicciones de pecado muy poderosas, y el alma llevada casi hasta el mismo borde del infierno, y después una revelación maravillosa de Jesucristo, una aplicación poderosa de Su sangre expiatoria a la conciencia, y una bendita manifestación del amor de Dios al alma. ¿Y qué sigue después? Poseen una seguridad inquebrantable durante el resto de su peregrinación sobre la tierra. El pecado y Satanás nunca los angustian ni los hieren; la carne yace calma y tranquila, como el mar en verano, nunca azotada por ráfagas airadas hasta una tempestad de impaciencia y rebeldía; las aves marinas de la duda y del temor nunca revolotean chillando a su alrededor como heraldos de una tormenta, sino que el viento del favor divino hincha suavemente su vela y los lleva hasta que llegan al puerto del reposo sin fin.
¿Concuerda esto con las Escrituras de verdad? ¿No presenta la Palabra de Dios el camino del cristiano como un camino de prueba y tentación? ¿Puede un alma viva pasar por muchas situaciones sin ser jamás muerta experimentalmente en sus sentimientos como una de “las ovejas de la matanza”? ¿No recorre una experiencia de luces y sombras toda la vida de un cristiano? ¿Nos da la Escritura alguna vez la más mínima garantía para creer que un hombre puede estar andando en las pisadas de un Señor tentado y sufriente, si continúa durante meses y años enteros reposado en Sion, sin ninguna angustia, ejercicio, pena o aflicción en su alma?
David nunca estuvo allí. Jeremías nunca estuvo allí. Pablo nunca estuvo allí. Hemán nunca estuvo allí. Asaf nunca estuvo allí. Usted hallará que ningún santo de Dios cuya experiencia quedó registrada en la Biblia estuvo jamás allí; sino que su camino fue de cambio y vicisitud; a veces abajo, a veces arriba, a veces llorando, a veces gozándose, pero nunca mucho tiempo seguido en un mismo lugar invariable.
El Espíritu del Señor, al llevar adelante esta gran obra en los corazones del pueblo de Dios, estará obrando continuamente de dos maneras distintas sobre sus almas. Jeremías era profeta del Señor, y fue puesto “sobre gentes y sobre reinos, para arrancar y para destruir, y para arruinar y para derribar”: así decía una parte de su comisión; “y para edificar y para plantar”: esa era la segunda parte de su oficio. Estas dos operaciones distintas habían de recorrer toda su misión; eran “la carga de Jehová”, puesta sobre él en su primer llamamiento al oficio profético, y continuaron durante todo su ministerio, un período de más de cuarenta años.
¿Acaso, entonces, derribó solamente en una ocasión, y edificó en una ocasión? ¿No fue todo su ministerio, como lo muestran las profecías contenidas en el libro que lleva su nombre, un continuo derribar con una mano y edificar con la otra? Así sucede, pues, con el ministerio del Espíritu del Señor en un vaso de misericordia. Continuamente mata, continuamente cura, continuamente abate, continuamente levanta; ahora postrando al alma en el polvo de la humillación propia, y ahora edificándola dulcemente en Cristo.
Al lector…
Quizás alguna vez ha pensado usted que las cosas no pueden estar bien con usted, porque su camino es tan desigual. Ahora arriba, ahora abajo; ahora consolado, ahora otra vez en el polvo; ahora una dulce brisa del favor de Dios, ahora otra tormenta de duda y temor. Oye de otros que siempre parecen navegar en calma, y se pregunta qué le pasa a usted. Pero permítame preguntarle: ¿nos da la Escritura siquiera el más mínimo fundamento para un camino tan llano?
Toda la vida de un cristiano es tiempo de matar y tiempo de curar. El Espíritu del Señor abate y vuelve a levantar; postra al alma en el polvo de la humillación propia, y luego la edifica dulcemente en Cristo. Ese ha sido el camino de todos los santos de Dios. Si ahora está siendo herido de muerte, no tema que este sea el fin. La misma mano que hiere también curará.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl