Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

15 juni

Vandaag

4 min. lezen

Een tijd om te doden en een tijd om te genezen.
Prediker 3:3

Het hele leven van een christen zal een tijd zijn om te doden en een tijd om te genezen. Wij lezen soms in boeken, en horen ook wel in gesprekken, van een bijzondere bevinding. Een werk van genade is dan begonnen met een krachtige overtuiging van zonde; de ziel is tot aan de rand van de hel gebracht, en daarop volgde een wonderlijke openbaring van Jezus Christus, een krachtige toepassing van Zijn verzoenend bloed aan het geweten en een vriendelijke openbaring van de liefde van God in de ziel. En wat volgt er dan? Als wij op hun woorden kunnen afgaan en zij ons en zichzelf niet bedriegen, of als wij hun verhaal niet verkeerd begrijpen, dan volgt er een onwankelbare verzekering gedurende de rest van hun reis hier op aarde. De zonde en de duivel brengen hen nooit in verwarring en verwonden hen nooit; het vlees is kalm en rustig, als de zee in de zomer, en wordt nooit door boze hartstochten opgezweept tot een storm van prikkelbaarheid en opstand. De zeevogels van twijfel en vrees fladderen nooit krijsend om hen heen als voorboden van onweer, maar een briesje van Goddelijke gunst vult zacht hun zeilen en drijft hen over het water, totdat zij de haven van eeuwige rust binnenlopen.

Is dit alles in overeenstemming met de waarheid van Gods Woord? Stelt het Woord van God het pad van de christen niet voor als een weg van beproeving en aanvechting? Kan een levendgemaakte ziel door allerlei omstandigheden heengaan zonder ooit bevindelijk gedood te worden als een van de slachtschapen? Is een veelbewogen leven niet juist het kenmerk van een christen? Geeft de Schrift ons ook maar de minste grond om te geloven dat iemand in de voetstappen van een verzochte, lijdende Borg zou kunnen wandelen terwijl hij maandenlang en jarenlang de rust in Sion geniet, zonder enige moeite, oefening, smart of zorg?

Dat was niet de bevinding van David, en evenmin die van Jeremia en Paulus. Heman en Asaf wisten er niets van. U zult merken dat al Gods heiligen van wie de bevinding ons in de Bijbel beschreven is, nooit zo’n rustig pad gegaan zijn. Hun weg was een weg van veranderingen en wisselingen; dan erboven en dan eronder, soms treurend, soms zich verblijdend, maar nooit gingen zij lange tijd achtereen een effen pad. Bij het uitvoeren van dit grote werk in de harten van Zijn kinderen werkt de Geest van de Heere voortdurend op twee verschillende manieren in hun hart.

Jeremia was een profeet van de Heere en was gesteld over volken en koninkrijken om uit te roeien, af te breken en te verderven. Dat was een deel van zijn opdracht; bouwen en planten was het tweede deel. Deze twee verschillende werkzaamheden liepen door heel zijn bediening heen. Zij waren „de last des Heeren” die hem al bij zijn eerste roeping tot het profetisch ambt werd opgelegd, en dat besloeg een tijdsruimte van veertig jaar. Ging het hier dan om maar één enkel geval, namelijk dat hij één keer profeteerde om af te breken en één keer om op te bouwen? Was het niet zo dat hij dit zijn hele bediening door deed, zoals blijkt uit de profetieën in het boek dat zijn naam draagt? Was het dus niet een voortdurend neerwerpen met de ene hand en een opbouwen met de andere?

Zo is het ook met het werk van de Geest van de Heere in een vat van genade. Voortdurend doodt Hij, voortdurend geneest Hij; voortdurend werpt Hij neer en richt Hij weer op. De ene keer legt Hij de ziel laag in het stof van zelfverfoeiing, en de andere keer bouwt Hij haar lieflijk op in Christus.

Aan de lezer…

Misschien hebt u wel eens gedacht dat het bij u niet goed kan zijn, omdat uw weg zo ongelijk is. Dan erboven, dan eronder; dan getroost, dan weer in het stof; dan een zoet briesje van Gods gunst, dan weer een storm van twijfel en vrees. U hoort van anderen die altijd rustig lijken te varen, en u vraagt zich af wat er met u is. Maar laat mij u vragen: geeft de Schrift ons ook maar de minste grond voor zo’n effen pad?

Het hele leven van een christen is een tijd om te doden en een tijd om te genezen. De Geest van de Heere werpt neer en richt weer op; Hij legt de ziel laag in het stof van zelfverfoeiing, en bouwt haar dan lieflijk op in Christus. Zo is de weg van al Gods heiligen geweest. Wordt u nu gedood, vrees dan niet dat het einde daar is. Dezelfde hand die verwondt, zal ook genezen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl