Zijn Biografie, Preken en Bijbels Dagboek

14 Maart – Het Gebed Van Salomo

Wanneer zij gezondigd zullen hebben tegen U (want geen mens is er, die niet zondigt), en Gij tegen hen vertoornd zult zijn, (…) en zij zich tot U bekeren met hun ganse hart en met hun ganse ziel (.. .), hoor dan uit de hemel. 2 Kron. 6:36-39

Nu kom ik bij een zaak waarvan Salomo spreekt, die naar mijn mening overeenkomt met wat bij velen van Gods kinderen het geval is. Want de schoonheid van dit gebed is dat het bij na op iedereen van toepassing is: ‘Wanneer zij gezondigd zullen hebben tegen U (want geen mens is er, die niet zondigt), en Gij tegen hen vertoornd zult zijn, en hen leveren zult voor het aangezicht des vijands, dat degenen, die hen gevangen hebben, hen gevankelijk wegvoeren in een land, dat verre of nabij is’ (v. 36). Dit is het geval bij een arme ziel die gevangen wordt genomen door de zonde. Hoe gaan u en de zonde met elkaar om? Bent u vrij van zonde? Als u dat bent, heeft Salomo hier een grote fout gemaakt, want hij zegt: ‘Geen mens is er, die niet zondigt.’ Als er dus geen mens vrij van zonde is, wie kan dan beweren ervan gevrijwaard te zijn? Dit is waar het om draait. Mensen weten voor het merendeel niet wat zonde is; ze zien het licht niet in Gods licht; ze kennen het kwaad in hun hart niet; ze ervaren niet wat de apostel noemt ‘de zonde die in hen woont’; ze kennen haar bewegingen en werkingen in hun hart niet. Maar iedereen, zonder uitzondering, die van God geleerd is, weet wat de zonde is en voelt dit ook; en sommigen ervaren ook dat ze door de zonde gevangen worden genomen, dat hun vijanden het van hen winnen en hen wegvoeren in knechtschap en gevangenschap. Laat mij deze zaak eens aan u voorleggen. Zondigt u nooit? ‘Ik moet bekennen,’ antwoordt u, ‘dat ik wel zondig. Ja, er gaat geen dag voorbij, geen uur in mijn leven, waarin ik vrij van zonde ben.’ Welnu, laat mij naar aanleiding hiervan een vraag stellen. Hoe voelt u zich nu, als de zonde u heeft verstrikt en overwonnen? Geen schuld? Geen angst? Geen dienstbaarheid? Geen duisternis? Geen gevangenschap? Geen gekerm? Geen gezucht? Als dit zo is, waar, waar is dan het leven Gods in uw ziel? Waar, waar is de vreze Gods in uw hart? Waar, waar is de gevoeligheid in uw geweten? Dus, als niemand ervan vrijgesteld kan zijn, moet u wel min of meer tot knechtschap zijn gebracht. Dit staat mij zo helder voor de geest als twee en twee vier is. Welnu, ze worden gevankelijk weggevoerd in een land, dat verre of nabij is.

Lezen: Psalm 14
Zijn Biografie, Preken en Bijbels Dagboek

Donatie

Welkom op deze website. Hier vindt u de Bijbelse dagboeken "Korenaren uit de volle oogst" "Door Baca's Vallei" en "365 Dagen Met Philpot" van J.C. Philpot.

J.C. Philpot

Philpot werd geboren in Ripple in het Engelse graafschap Kent, iets ten noorden van Dover. Hij studeerde in Londen en in Oxford en werd op 26-jarige leeftijd in Stadhampton bevestigd tot predikant van de Kerk van Engeland.

Na een lange 'worsteling' onttrok Philpot zich in 1835 aan de staatskerk. Hij schrijft daarover in één van zijn preken: Ik verlaat de Kerk van Engeland omdat ik in haar nauwelijks een merkteken van de ware kerk bespeuren kan. Hij sloot zich aan de baptistengemeenten, die later de Gospel Standard Strict Baptists zouden worden genoemd. Philpot was een van de eerste redacteuren van het kerkblad The Gospel Standard.

In 1838 werd Philpot predikant van de Strict Baptist-gemeenten Stamford en Oakham. Zijn laatste levensjaren bracht hij door in de Londense buitenwijk Croydon. Hij stierf eind 1869. Joseph Charles Philpot ligt begraven op de Algemene Begraafplaats aan de Queens Road in Croydon.