Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

365 dagen met Philpot

13 maart

Het gebed van Salomo

Vandaag

3 min. lezen

Zelfs ook aangaande de vreemde, die van Uw volk Israël niet zijn zal, maar uit verren lande, om Uws groten Naams, en Uwer sterke hand, en Uws uitgestrekten arms wil, komen zal, als zij komen, en bidden zullen in dit huis, hoor Gij dan uit de hemel.
2 Kron. 6:32-33

Er zijn mensen die niet veel kunnen zeggen over Gods omgang met hun ziel, maar die toch niet kunnen zeggen dat ze geen verlangen naar God kennen, dat ze geen gevoel, geen geweten, geen gebed, geen smeekbede, geen honger en geen dorst naar de zegeningen van God ervaren. Dat durven ze niet te ontkennen, maar veel meer kunnen ze niet zeggen. Welnu, dit zijn „vreemden uit verren lande”, die komen „om Uws groten Naams en Uwer sterke hand, en Uws uitgestrekten arms” wil. Ze komen om de barmhartigheid te ontvangen die in het Evangelie verkondigd wordt, en om, als het God behaagt, gezegend te worden met een openbaring van Zijn liefde.

Zij „komen en bidden in dit huis”, dat wil zeggen: in de Naam van de Heere Jezus en alleen ziende op Hem. Hun hart is vol gebed. De Heere heeft hun geleerd Zijn grote Naam te vrezen, en Hij heeft een roepen en zuchten om barmhartigheid in hun hart gelegd. Zal de Heere weigeren naar hun roepen te luisteren? „Dan,” bidt de koning van Israël, „hoor Gij uit de hemel, uit de vaste plaats Uwer woning, en doe naar alles, waarom die vreemde tot U roepen zal.”

De „vreemde” roept tot God om barmhartigheid, om iets van vergeving en om de kennis dat hij persoonlijk deel heeft aan de Heere Jezus Christus; dat zijn geweten besprenkeld wordt met het bloed van het Lam, en dat hij zonder vrees of twijfel kan zeggen: „De Heere is mijn God.” Hij komt niet uitdagend en aanmatigend, maar nederig en diepbedroefd, als een „vreemde”. Hij stelt geen eisen, hij toont geen misplaatste trots, hij stelt geen vertrouwen op het vlees. Hij komt zoals hij werkelijk is, als een „vreemde”, en vraagt de Heere hem een bepaalde barmhartigheid te bewijzen en een bepaalde zegen te geven, enkel vanwege Zijn overvloedige en soevereine genade.

Salomo, als type van de Middelaar, bidt de Heere dat Hij doet „naar alles, waarom die vreemde tot Hem roepen zal”. En dat zal Hij zeker doen; Hij moet het wel doen omwille van Zijn eigen Naam. Want elk gebed dat gedaan wordt in de Naam van de Heere Jezus Christus, door de onderwijzingen

Lezen: 2 Kronieken 6:29-42

Aan de lezer…

Wanneer u zich een vreemde uit een ver land voelt, kunt u misschien niet veel zeggen over Gods omgang met uw ziel, maar durft u evenmin te ontkennen dat er een honger, een dorst, een zucht om barmhartigheid in u leeft. Dan bent u niet vergeten in deze bede van Salomo. Juist voor zulke mensen bidt hij: „Hoor Gij dan uit de hemel, en doe naar alles, waarom die vreemde tot U roepen zal.”

Kom dan zoals u bent: niet eisend, niet aanmatigend, zonder vertrouwen op het vlees, maar nederig, als een vreemde die niets heeft dan zijn nood. Kom in de Naam van de Heere Jezus, en vraag om vergeving, om besprenkeling met het bloed van het Lam, om het woord: „De Heere is mijn God.” Wie de Heere de vreze van Zijn grote Naam heeft geleerd en bij wie Hij een zucht in het hart heeft gelegd, zal Hij om Zijn eigen Naam niet afwijzen. Zijn genade is groter dan uw vreemdheid.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl