Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

365 dagen met Philpot

15 maart

Het gebed van Salomo

Vandaag

3 min. lezen

En zij in het land, waar zij gevankelijk weggevoerd zijn, weder aan hun hart brengen, dat zij zich bekeren, en tot U smeken in het land hunner gevangenis (…), hoor dan uit de hemel.
2 Kronieken 6:37-39

Er zijn graden van gevangenschap. De zonde verwijdert iedereen die haar bedrijft van God, maar sommige zonden verwijderen de ziel verder van Hem dan andere. Wanneer de arme gevangenen zo weggevoerd worden, verliezen ze hun zoete vertrouwen. Ze hebben niet meer dezelfde toegang tot God als vroeger, en naar hun gevoel zijn ze ver, vaak heel ver van God verwijderd. Maar worden ze daar gelaten? Heeft de Heere helemaal geen oog meer voor hen? Vergeet Hij hun gevangenschap?

„En daar,” zegt Salomo, „als zij het weer aan hun hart brengen” (2 Kron. 6:37). God brengt die gedachte in hun hart; het gaat hun net als de verloren zoon: „ze komen tot zichzelf”. De zonde is als een vloedgolf over hen gekomen, heeft hen meegesleurd en in gevangenschap gedreven. Maar „zij denken na”: genadige gedachten komen in hun ziel op. De Heere raakt met Zijn vinger hun hart aan, en „ze denken na” over waar ze zijn en waar ze geweest zijn, over wat ze gedaan hebben en over de toestand waarin ze terechtgekomen zijn. En „zij bekeren zich, en smeken in het land hunner gevangenis”, en zeggen: „Wij hebben gezondigd, verkeerdelijk gedaan, en goddelooslijk gehandeld.”

Belijdenis, eerlijke en diepe belijdenis van hun afval en zonde! En dan, als vrucht daarvan: „als zij zich tot U bekeren, met hun ganse hart en met hun ganse ziel”. Het moet met het hele hart en de hele ziel zijn; halve maatregelen zijn niet genoeg wanneer ze in het land zijn waarheen ze gevankelijk zijn weggevoerd. En „zullen bidden naar de weg huns lands, dat Gij hun vaderen gegeven hebt, en naar deze stad, die Gij verkoren hebt, en naar dit huis, dat ik Uw Naam gebouwd heb; Hoor dan uit de hemel, uit de vaste plaats Uwer woning, hun gebed en hun smekingen, en voer hun recht uit, en vergeef Uw volk, wat zij tegen U gezondigd zullen hebben”: vergeef hun al hun zonden wanneer zij zich tot de Heere bekeren.

Lezen: Zacharia 9

Aan de lezer…

Bent u, lezer, ver weggevoerd? Voelt u dat u uw zoete vertrouwen kwijt bent, dat u niet meer dezelfde toegang tot God hebt als vroeger, en dat er een grote afstand is tussen Hem en u? Vraagt u zich af of de Heere uw gevangenschap vergeten is? Dat is Hij niet. Dezelfde Heere Die u zag wegvoeren, kan met Zijn vinger uw hart aanraken, zodat u het weer aan uw hart brengt, zoals de verloren zoon tot zichzelf kwam.

Wat dan? Belijd het eerlijk en diep: „Wij hebben gezondigd, verkeerdelijk gedaan, en goddelooslijk gehandeld.” Geen halve maatregelen, maar met heel uw hart en heel uw ziel. Richt uw gebed naar de plaats die de Heere verkoren heeft, naar het huis waar Zijn Naam woont, en wacht op Zijn antwoord. Want Salomo bad niet tevergeefs: „Hoor dan uit de hemel, en vergeef Uw volk.” Ook in het land van uw gevangenschap is de weg naar huis niet afgesneden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl