14 juni
Werkt uws zelfs zaligheid met vrezen en beven.
Filippenzen 2:12
Alleen Gods volk weet onder de lering des Geestes wat het is „zijns zelfs zaligheid te werken”. En allen die hun zaligheid werken, zullen het doen „met vrezen en beven”. Want als een mens van God geleerd is te weten wat hij is; wanneer hij gevoelt welk een bedriegelijk hart hij in zijn boezem omdraagt; wanneer de verschillende strikken, verzoekingen en het verderf, waardoor hij dagelijks is omringd, zich aan hem vertonen; wanneer hij weet en gevoelt welk een ellendeling hij in zichzelf is, dan begint hij te vrezen en te beven dat hij ten laatste mocht verdoemd worden. Hij kan niet vermetel en zorgeloos voorwaarts gaan zonder „zijn paden recht voor zijn voeten te maken”, zonder zelf te onderzoeken of hij in het geloof is.
En wanneer het bedriegelijk hart van de mens aan hem ontdekt is; wanneer zijn holle en ledige belijdenis is ontmaskerd; wanneer hij gevoelt hoe eng het pad en hoe nauw de weg is en hoe weinigen er zijn die hem vinden; wanneer hij ertoe gebracht wordt te zien hoe gemakkelijk een mens misleid wordt, en hoe zeker hij misleid moet worden, tenzij God hem op een bijzondere wijze lere — wanneer een mens zover gebracht is dat hij ziet hoe zeldzaam, hoe heilig en hoe geestelijk de godsdienst is, dat God Zelf de Werker en de Voleindiger ervan is in het geweten, en dat een mens niet meer godsdienst heeft dan God hem wil geven, en dat hij zelf geen enkele korrel in zijn ziel kan werken; wanneer hij op die heilige grond staat, en begint uit te werken wat God erin gewerkt heeft, dan zal het altijd zijn „met vrezen en beven”: met „vrezen”, opdat hij niet bedrogen worde, tot God hem door Zijn eigen gezegende lippen zegt dat hij niet misleid is, en met „beven”, omdat hij erkent in Gods onmiddellijke tegenwoordigheid en onder Zijn hartdoorzoekende ogen te staan.
Maar ik, ik ben oprecht:
verlos dan uwen knecht
van ’t ongeval, dat hem genaakt.
Wil mij in gunst gedenken,
mij uw genade schenken:
zo wordt door U mijn heil volmaakt.
Ps. 26:11
Aan de lezer…
Misschien beeft u soms bij de gedachte dat u ten laatste nog bedrogen zou kunnen uitkomen. Vreest u voor uw bedriegelijk hart, en kent u die bange vraag of uw godsdienst wel echt is? Dan bent u niet ver van het pad dat hier beschreven wordt. Alleen wie van God geleerd is wat hij in zichzelf is, werkt zijn zaligheid met vrezen en beven en kan niet vermetel en zorgeloos voortgaan.
Maar die zaligheid is niet iets wat u zelf voortbrengt. U kunt geen enkele korrel godsdienst in uw ziel werken; God Zelf is er de Werker en de Voleindiger van. U werkt slechts uit wat Hij in u gewerkt heeft, onder Zijn hartdoorzoekende ogen. Breng uw vrees dan bij Hem, en smeek Hem dat Hij u met Zijn eigen gezegende lippen zegge dat u niet misleid bent.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Werkt uws zelfs zaligheid met vrezen en beven.
Filippenzen 2:12
Alleen Gods volk weet, onder het onderwijs van de Geest, wat het is „zijns zelfs zaligheid te werken”. En allen die hun zaligheid werken, zullen dat doen „met vrezen en beven”. Want wanneer iemand door God geleerd is te weten wat hij is, wanneer hij voelt wat voor een bedrieglijk hart hij in zijn binnenste meedraagt, wanneer de verschillende strikken, verzoekingen en het verderf waardoor hij dagelijks omringd is, zich aan hem vertonen, en wanneer hij weet en voelt wat voor een ellendeling hij in zichzelf is, dan begint hij te vrezen en te beven dat hij uiteindelijk verdoemd zou kunnen worden. Hij kan niet vermetel en zorgeloos verder gaan zonder „zijn paden recht voor zijn voeten te maken” en zonder zichzelf te onderzoeken of hij in het geloof is.
Dan wordt het bedrieglijke hart van de mens aan hem ontdekt en wordt zijn holle en lege belijdenis ontmaskerd. Hij voelt hoe eng het pad en hoe nauw de weg is, en hoe weinigen er zijn die hem vinden. Hij gaat zien hoe gemakkelijk een mens misleid wordt, en hoe zeker hij misleid zal worden, tenzij God hem op een bijzondere manier onderwijst. Zo wordt hij zover gebracht dat hij ziet hoe zeldzaam, hoe heilig en hoe geestelijk de godsdienst is: dat God Zelf de Werker en de Voleinder ervan is in het geweten, dat een mens niet meer godsdienst heeft dan God hem wil geven, en dat hij zelf geen enkele korrel ervan in zijn ziel kan werken. Wanneer hij op die heilige grond staat en begint uit te werken wat God erin gewerkt heeft, dan zal het altijd zijn „met vrezen en beven”. Met „vrezen”, opdat hij niet bedrogen worde, totdat God hem met Zijn eigen gezegende lippen zegt dat hij niet misleid is. En met „beven”, omdat hij beseft dat hij in Gods onmiddellijke tegenwoordigheid staat en onder Zijn hartdoorzoekende ogen.
Maar ik, ik ben oprecht:
verlos dan uwen knecht
van ’t ongeval, dat hem genaakt.
Wil mij in gunst gedenken,
mij uw genade schenken:
zo wordt door U mijn heil volmaakt.
Ps. 26:11
Aan de lezer…
Misschien beeft u soms bij de gedachte dat u uiteindelijk nog bedrogen zou kunnen uitkomen. Vreest u voor uw bedrieglijke hart, en kent u die bange vraag of uw godsdienst wel echt is? Dan bent u niet ver van het pad dat hier beschreven wordt. Alleen wie door God geleerd is wat hij in zichzelf is, werkt zijn zaligheid met vrezen en beven en kan niet vermetel en zorgeloos verder gaan.
Maar die zaligheid is niet iets wat u zelf voortbrengt. U kunt geen enkele korrel godsdienst in uw ziel werken; God Zelf is er de Werker en de Voleinder van. U werkt alleen uit wat Hij in u gewerkt heeft, onder Zijn hartdoorzoekende ogen. Breng uw vrees dan bij Hem, en smeek Hem dat Hij u met Zijn eigen gezegende lippen zegt dat u niet misleid bent.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Work out your own salvation with fear and trembling.
Philippians 2:12
None but God’s people under the teachings of the Spirit know what it is to “work out their own salvation.” And all who work out their own salvation will work it out “with fear and trembling.” For when a man is taught by God to know what he is; when he feels what a deceitful heart he carries in his bosom; when the various snares, temptations, and corruptions by which he is daily encompassed are opened up to him; when he knows and feels what a ruined wretch he is in self, then he begins to fear and tremble lest he should be damned at the last. He cannot go recklessly and carelessly on without “making straight paths for his feet,” without “examining himself whether he be in the faith.”
And whenever a man’s dreadfully deceitful heart is opened up to him; whenever the hollowness of an empty profession is unmasked; whenever he feels how strait is the path, how narrow the way, and how few there are that find it; whenever he is brought to see how easily a man is deceived, and how certainly he must be deceived unless God teaches him in a special manner–whenever a man is brought to this point, to see what a rare thing, what a sacred thing, and what a spiritual thing religion is, that God Himself is the author and finisher of it in the conscience, and that a man has no more religion than God is pleased to give him, and cannot work a single grain of it into his own soul; when he stands on this solemn ground, and begins to work out that which God works in, it will always be “with fear and trembling;” with some “fear” lest he be deceived, until God assures him by His own blessed lips that he is not deluded; and “with trembling,” as knowing that he stands in the immediate presence of God, and under His heart-searching eye.
To the reader…
Perhaps you sometimes tremble at the thought that in the end you might still turn out to have been deceived. Do you fear your deceitful heart, and do you know that anxious question whether your religion is real? Then you are not far from the path described here. Only someone who has been taught by God what he is in himself works out his salvation with fear and trembling and cannot go on presumptuously and carelessly.
But that salvation is not something you produce yourself. You cannot work a single grain of religion into your soul; God Himself is its Author and Finisher. You only work out what He has worked in you, under His heart-searching eye. Bring your fear to Him, then, and plead with Him to tell you with His own blessed lips that you are not deluded.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Ocupaos en vuestra salud con temor y temblor.
Filipenses 2:12
Nadie sino el pueblo de Dios bajo las enseñanzas del Espíritu sabe lo que es “ocuparse en su propia salvación”. Y todos los que se ocupan en su propia salvación lo harán “con temor y temblor”. Porque cuando un hombre es enseñado por Dios a conocer lo que él es; cuando siente qué corazón tan engañoso lleva en su pecho; cuando le son descubiertos los diversos lazos, tentaciones y corrupciones de que está rodeado cada día; cuando sabe y siente qué miserable arruinado es en sí mismo, entonces comienza a temer y temblar no sea que al final se condene. No puede seguir adelante temeraria y descuidadamente sin “hacer derechos pasos a sus pies”, sin “examinarse a sí mismo si está en fe”.
Y siempre que se le descubre a un hombre su corazón terriblemente engañoso; siempre que se desenmascara el vacío de una profesión hueca; siempre que siente cuán estrecha es la senda, cuán angosto el camino y cuán pocos son los que lo hallan; siempre que es llevado a ver con qué facilidad se engaña un hombre, y cuán ciertamente ha de ser engañado a menos que Dios le enseñe de una manera especial; siempre que un hombre es llevado a este punto, a ver qué cosa tan rara, tan sagrada y tan espiritual es la religión, que Dios mismo es su autor y consumador en la conciencia, y que un hombre no tiene más religión que la que a Dios Le place darle, y no puede producir ni un solo grano de ella en su propia alma; cuando está en este terreno solemne y comienza a ocuparse en aquello que Dios obra en él, será siempre “con temor y temblor”: con algún “temor” de ser engañado, hasta que Dios le asegure con Sus propios benditos labios que no está engañado; y “con temblor”, sabiendo que está en la presencia inmediata de Dios y bajo Su ojo que escudriña los corazones.
Al lector…
Quizá usted tiembla a veces ante el pensamiento de que al final pudiera resultar que ha estado engañado. ¿Teme su corazón engañoso, y conoce esa pregunta angustiosa de si su religión es real? Entonces no está lejos de la senda que aquí se describe. Solo quien ha sido enseñado por Dios lo que es en sí mismo se ocupa en su salvación con temor y temblor, y no puede seguir adelante con presunción y descuido.
Pero esa salvación no es algo que usted produzca por sí mismo. No puede producir ni un solo grano de religión en su alma; Dios mismo es su Autor y Consumador. Usted solo se ocupa en lo que Él ha obrado en usted, bajo Su ojo que escudriña los corazones. Lleve, pues, su temor a Él, y suplíquele que le diga con Sus propios benditos labios que usted no está engañado.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl