4 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
11 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Want het betaamde Hem, om Welke alle dingen zijn, en door Welke alle dingen zijn, dat Hij vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, de overste Leidsman hunner zaligheid door lijden zoude heiligen.
Hebreeën 2:10
Wanneer wij met gelovige ogen God de Zoon kunnen aanschouwen als de enige zaligheid van allen die de Vader Hem gegeven heeft; wanneer wij Hem door het oog des geloofs kunnen zien nederdalen op deze lage aarde, onze natuur aannemende, in vereniging met Zijn eigen Goddelijke Persoon; wanneer wij door het geloof de Man van Smarten kunnen volgen in Gethsémané’s hof, of Hem zien kermen, bloeden en sterven aan het kruis, ten deel aan smaad en schande, en geloven dat in deze weg, en deze alleen, de zaligheid kan worden gewrocht, o, welk een gezicht verkrijgen wij dan van de snoodheid en afschuwelijkheid der zonde, dat niets minder dan de vleeswording van Gods eniggeboren Zoon, niets minder dan zulk een vreselijk offer de zonde kan wegnemen en de uitverkorenen tot God terugbrengen!
Wanneer wij aan de ene zijde een blik slaan op het lijdende en stervende Lam Gods, hoe toont ons dit de vreselijke en verfoeilijke natuur der zonde! En aan de andere zijde, wanneer wij door het oog des geloofs zien kunnen wat dat werk is, door Wie dat werk werd volbracht en hoe heerlijk en krachtig dat werk moest zijn, hetwelk de Zoon van God, Die de Vader in heerlijkheid en majesteit gelijk is, ondernam en tot het einde toe volbracht — hoe wordt die zaligheid dan in ons oog verhoogd! Dus vertoont een gelovige blik op de Heere Jezus, hangende aan het kruis op Golgotha’s heuvel, ons niet alleen, aan de ene zijde, de vreselijke natuur der zonde, maar, aan de andere zijde, hoe volkomen, hoe heerlijk en hoe krachtig die zaligheid moest zijn, van welke de stervende Zoon Gods zeide: „Het is volbracht!”
Lout’re goedheid, liefdekoorden,
waarheid, zijn des Heeren paan
hun, die Zijn verbond en woorden
als hun schatten gadeslaan.
Wil mij, Uwe naam ter eer,
al mijn euveldaan vergeven:
ik heb tegen U, o Heer,
zwaar en menigmaal misdreven!
Ps. 25:5
Aan de lezer…
U die met gelovige ogen de Man van Smarten gevolgd hebt in Gethsémané’s hof en tot op Golgotha’s heuvel, weet het: daar leert men wat de zonde is. Niets minder dan de vleeswording van Gods eniggeboren Zoon, niets minder dan zulk een vreselijk offer kon haar wegnemen. Ziet u daar de snoodheid van uw eigen zonden, laat dat gezicht u dan verootmoedigen en niet verstoten.
Want aan de andere zijde staat het kruis vol troost. Die daar hing, is de Vader in heerlijkheid en majesteit gelijk, en Hij heeft het werk tot het einde toe volbracht. Hoe volkomen moet dan die zaligheid zijn, waarvan Hij zeide: „Het is volbracht!” Hebt u zwaar en menigmaal misdreven, neem dan dat oude gebed op uw lippen: „Wil mij, Uwe naam ter eer, al mijn euveldaan vergeven.” Het is niet tevergeefs gebeden aan de voet van dat kruis.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want het betaamde Hem, om Welke alle dingen zijn, en door Welke alle dingen zijn, dat Hij vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, de overste Leidsman hunner zaligheid door lijden zoude heiligen.
Hebreeën 2:10
Soms mogen wij met gelovige ogen God de Zoon aanschouwen als de enige zaligheid van allen die de Vader Hem gegeven heeft. Wij mogen Hem door het oog van het geloof zien neerdalen op deze lage aarde, waar Hij onze natuur aannam in vereniging met Zijn eigen Goddelijke Persoon. Wij mogen door het geloof de Man van Smarten volgen in de hof van Gethsémané, of Hem zien kermen, bloeden en sterven aan het kruis, overgegeven aan smaad en schande. En wij mogen geloven dat langs deze weg, en alleen langs deze weg, de zaligheid kon worden bewerkt. O, welk een gezicht krijgen wij dan van de snoodheid en afschuwelijkheid van de zonde! Niets minder dan de vleeswording van Gods eniggeboren Zoon, niets minder dan zo’n vreselijk offer kon de zonde wegnemen en de uitverkorenen tot God terugbrengen!
Wanneer wij aan de ene kant het lijdende en stervende Lam van God zien, hoe laat ons dat de vreselijke en verfoeilijke aard van de zonde zien! En aan de andere kant: wanneer wij met het oog van het geloof kunnen zien wat dat werk is, door Wie dat werk werd volbracht en hoe heerlijk en krachtig dat werk moest zijn dat de Zoon van God, Die de Vader in heerlijkheid en majesteit gelijk is, op Zich nam en tot het einde toe volbracht, hoe wordt die zaligheid dan in onze ogen verhoogd! Zo laat een gelovige blik op de Heere Jezus, hangend aan het kruis op de heuvel Golgotha, ons dus niet alleen aan de ene kant de vreselijke aard van de zonde zien. Hij laat ons aan de andere kant ook zien hoe volkomen, hoe heerlijk en hoe krachtig die zaligheid moest zijn waarvan de stervende Zoon van God zei: „Het is volbracht!”
Lout’re goedheid, liefdekoorden,
waarheid, zijn des Heeren paan
hun, die Zijn verbond en woorden
als hun schatten gadeslaan.
Wil mij, Uwe naam ter eer,
al mijn euveldaan vergeven:
ik heb tegen U, o Heer,
zwaar en menigmaal misdreven!
Ps. 25:5
Aan de lezer…
U die met gelovige ogen de Man van Smarten gevolgd hebt in de hof van Gethsémané en tot op de heuvel Golgotha, weet het: daar leert men wat de zonde is. Niets minder dan de vleeswording van Gods eniggeboren Zoon, niets minder dan zo’n vreselijk offer kon haar wegnemen. Ziet u daar de snoodheid van uw eigen zonden, laat dat gezicht u dan verootmoedigen en niet wegdrijven.
Want aan de andere kant is het kruis vol troost. Hij Die daar hing, is de Vader in heerlijkheid en majesteit gelijk, en Hij heeft het werk tot het einde toe volbracht. Hoe volkomen moet die zaligheid dan zijn, waarvan Hij zei: „Het is volbracht!” Hebt u zwaar en menigmaal misdreven, neem dan dat oude gebed op uw lippen: „Wil mij, Uwe naam ter eer, al mijn euveldaan vergeven.” Aan de voet van dat kruis wordt het niet tevergeefs gebeden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For it became Him, for Whom are all things, and by Whom are all things, in bringing many sons unto glory, to make the Captain of their salvation perfect through sufferings.
Hebrews 2:10
When, with believing eyes, we can view God the Son as the eternal salvation of all whom the Father gave unto Him; when we can see Him, by the eye of faith, coming down into this lower world, taking our nature into union with His own Divine Person; when, by faith, we can accompany the Man of Sorrows into the gloomy garden of Gethsemane, or behold Him groaning, bleeding, and dying on the cross, an object of ignominy and shame, and believe that in this way, and this alone, salvation could be wrought out, O, what a view it gives us of the demerit and dreadful nature of SIN, that nothing short of the incarnation of God’s only begotten Son, nothing short of such a tremendous sacrifice could put away sin, and bring the elect back unto God!
On the one hand, as we take a glance at the suffering and dying Lamb of God, how it shows us the dreadful and abominable nature of sin; and, on the other hand, when we can see by the eye of faith what that work is, by Whom that work was wrought out, and how glorious and efficacious that work must be which the Son of God, equal with the Father in glory and majesty, undertook and went through to the uttermost—how it exalts SALVATION in our eyes!
Thus a believing sight of the Lord Jesus hanging upon Calvary’s tree, not only, on the one hand, shows us the dreadful nature of sin, but, on the other, how full, how complete, how glorious, and how effectual must that salvation be, of which the expiring Son of God could say, “It is finished!”
To the reader…
You who have followed the Man of Sorrows with believing eyes into the garden of Gethsemane and up the hill of Golgotha know it well: there one learns what sin is. Nothing less than the incarnation of God’s only begotten Son, nothing less than so dreadful a sacrifice, could put it away. If you see there the vileness of your own sins, let that sight humble you and not drive you away.
For on the other hand the cross is full of comfort. He Who hung there is equal with the Father in glory and majesty, and He finished the work to the very end. How complete, then, must that salvation be of which He said, “It is finished!” If you have sinned grievously and often, take that old prayer upon your lips: “For Thy Name’s sake, O Lord, pardon mine iniquity; for it is great.” At the foot of that cross it is never prayed in vain.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque convenía que aquel por cuya causa son todas las cosas, y por el cual todas las cosas subsisten, habiendo de llevar muchos hijos á la gloria, hiciese consumado por aflicciones al autor de la salud de ellos.
Hebreos 2:10
Cuando con ojos creyentes podemos contemplar a Dios el Hijo como la salvación eterna de todos los que el Padre le dio; cuando podemos verle, con el ojo de la fe, descender a este mundo inferior, tomando nuestra naturaleza en unión con Su propia Persona divina; cuando por la fe podemos acompañar al Varón de dolores al sombrío huerto de Getsemaní, o contemplarle gimiendo, sangrando y muriendo en la cruz, objeto de ignominia y vergüenza, y creer que de esta manera, y solo de esta, podía obrarse la salvación, ¡oh, qué visión nos da de la culpabilidad y la terrible naturaleza del PECADO, que nada menos que la encarnación del Hijo unigénito de Dios, nada menos que un sacrificio tan tremendo, pudiera quitar el pecado y traer de nuevo a los escogidos a Dios!
Por un lado, al echar una mirada al Cordero de Dios que padece y muere, ¡cómo nos muestra la naturaleza terrible y abominable del pecado!; y, por otro lado, cuando podemos ver con el ojo de la fe qué obra es esa, por Quién fue obrada, y cuán gloriosa y eficaz debe ser esa obra que el Hijo de Dios, igual al Padre en gloria y majestad, emprendió y llevó a cabo hasta lo sumo, ¡cómo engrandece la SALVACIÓN a nuestros ojos!
Así, una vista creyente del Señor Jesús colgado del madero del Calvario no solo nos muestra, por un lado, la terrible naturaleza del pecado, sino, por otro, cuán plena, cuán completa, cuán gloriosa y cuán eficaz debe ser aquella salvación de la cual el Hijo de Dios, al expirar, pudo decir: “¡Consumado es!”
Al lector…
Usted, que ha seguido con ojos creyentes al Varón de dolores al huerto de Getsemaní y por la colina del Gólgota, lo sabe bien: allí se aprende lo que es el pecado. Nada menos que la encarnación del Hijo unigénito de Dios, nada menos que un sacrificio tan terrible, podía quitarlo. Si ve allí la vileza de sus propios pecados, deje que esa vista le humille y no que le aleje.
Porque, por otro lado, la cruz está llena de consuelo. Aquel que colgó allí es igual al Padre en gloria y majestad, y llevó la obra a cabo hasta el fin. ¡Cuán completa, pues, debe ser aquella salvación de la cual dijo: “¡Consumado es!”! Si ha pecado gravemente y a menudo, tome en sus labios aquella antigua oración: “Por amor de Tu Nombre, oh Jehová, perdonarás también mi pecado; porque es grande.” Al pie de esa cruz nunca se ora en vano.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Leren wat nut is
Alzo zegt de Heere, uw Verlosser, de Heilige Israëls: Ik ben de Heere, uw God, Die u leert, wat nut is, Die u leidt op de weg die gij gaan moet.
Jesaja 48:17
Vergelijk wat u hoort met de kenmerken die in Gods Woord zijn gegeven. Dit is wat u zou moeten doen; u moet zich afvragen: Is het mij van nut? Welk gevoel, welke indrukken laat het op mijn geest achter? Als ik uit de kerk kom, meng ik mij dan in het eerste het beste vleselijke gesprek dat ik op mijn pad tegenkom? Ga ik naar huis en ben ik even vleselijk en werelds als ik voordien was? Of is er een ernstige, geestelijke indruk op mijn hart nagelaten? Leidt het me tot gebed? Maakt het Gods Woord zoet? Ga ik naar huis en houd ik me de rest van de dag min of meer bezig met goddelijke zaken?
Voel ik dat mijn hart meer van de aarde naar de hemel toe wordt getrokken? Zie ik steeds meer van mijn eigen zondigheid en ellende, en meer van de schoonheid, zaligheid en geschiktheid van de Heere Jezus Christus? Voel ik een vaste, blijvende en geestelijke indruk op mijn ziel nagelaten, zodat de dingen Gods zwaar en krachtig op mijn geest rusten? Als ik wakker lig in bed op de avond van de dag des Heeren, worden mijn gedachten dan meer tot de Heere aangetrokken dan voorheen?
Als ik op maandag aan het werk ben, draag ik dan nog steeds bij me wat ik op de dag des Heeren heb gehoord? Zondert het me af van de mensen met wie ik moet werken, en van het werk dat ik moet doen? En hef ik af en toe gedurende de dag mijn hart op naar God, en vraag ik Hem mijn ziel te bezoeken en te zegenen? Kan ik die dingen terugvoeren op wat ik op de dag des Heeren heb gehoord, en merken dat wat ik heb gehoord, echt van nut is geweest voor mijn ziel? Welnu, zo moeten we preken en dienstknechten beoordelen: of ze ons van nut zijn geweest; hierdoor weten we wat God ons heeft geleerd.
Lezen: Spreuken 4
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u na de dienst weinig mee naar huis neemt, omdat het gehoorde verdwijnt in het eerste het beste vleselijke gesprek. Of blijft er een ernstige indruk op uw hart liggen? Het is niet genoeg dat wij onder het Woord gezeten hebben; de vraag is of het ons van nut is geweest, of het ons tot gebed leidt en Gods Woord zoet maakt.
Moet u bekennen dat u zo vaak even werelds naar huis gaat als u gekomen bent? Laat dat u niet doen wanhopen, maar u doen uitzien naar Hem Die u leert wat nut is. Hij kan maken dat het gehoorde u bijblijft, ook op maandag aan het werk en ’s avonds wakker in bed. Hef dan uw hart tot Hem op, en vraag Hem uw ziel te bezoeken en te zegenen, opdat u meer van uw eigen zondigheid en meer van de schoonheid van de Heere Jezus Christus mag zien.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Alzo zegt de Heere, uw Verlosser, de Heilige Israëls: Ik ben de Heere, uw God, Die u leert, wat nut is, Die u leidt op de weg die gij gaan moet.
Jesaja 48:17
Vergelijk wat u hoort met de kenmerken die in Gods Woord gegeven zijn. Dat is wat u zou moeten doen. U moet zich afvragen: Is het mij van nut? Welk gevoel, welke indrukken laat het in mijn geest achter? Als ik uit de kerk kom, begin ik dan aan het eerste het beste vleselijke gesprek dat ik op mijn weg tegenkom? Ga ik naar huis en ben ik even vleselijk en werelds als ik daarvoor was? Of is er een ernstige, geestelijke indruk op mijn hart achtergebleven? Brengt het mij tot gebed? Maakt het Gods Woord zoet? Ga ik naar huis en houd ik mij de rest van de dag min of meer bezig met goddelijke zaken?
Voel ik dat mijn hart meer van de aarde naar de hemel wordt getrokken? Zie ik steeds meer van mijn eigen zondigheid en ellende, en meer van de schoonheid, zaligheid en geschiktheid van de Heere Jezus Christus? Voel ik dat er een vaste, blijvende en geestelijke indruk op mijn ziel is achtergebleven, zodat de dingen van God zwaar en krachtig op mijn geest rusten? Als ik op de avond van de dag des Heeren wakker in bed lig, worden mijn gedachten dan meer naar de Heere getrokken dan voorheen?
Als ik op maandag aan het werk ben, draag ik dan nog steeds bij mij wat ik op de dag des Heeren gehoord heb? Zondert het mij af van de mensen met wie ik moet werken en van het werk dat ik moet doen? Hef ik af en toe in de loop van de dag mijn hart op naar God, en vraag ik Hem mijn ziel te bezoeken en te zegenen? Kan ik die dingen terugvoeren op wat ik op de dag des Heeren gehoord heb, en merken dat het werkelijk van nut is geweest voor mijn ziel? Welnu, zo moeten we preken en dienaren beoordelen: of ze ons van nut zijn geweest. Daaraan weten we wat God ons geleerd heeft.
Lezen: Spreuken 4
Aan de lezer…
Het kan zijn dat u na de dienst weinig mee naar huis neemt, omdat wat u gehoord hebt verdwijnt in het eerste het beste vleselijke gesprek. Of blijft er een ernstige indruk op uw hart liggen? Het is niet genoeg dat wij onder het Woord gezeten hebben. De vraag is of het ons van nut is geweest, of het ons tot gebed brengt en Gods Woord zoet maakt.
Moet u bekennen dat u zo vaak even werelds naar huis gaat als u gekomen bent? Laat dat u niet tot wanhoop brengen, maar u doen uitzien naar Hem Die u leert wat nut is. Hij kan maken dat wat u gehoord hebt u bijblijft, ook op maandag op uw werk en ’s avonds wakker in bed. Hef dan uw hart tot Hem op en vraag Hem uw ziel te bezoeken en te zegenen, zodat u meer van uw eigen zondigheid en meer van de schoonheid van de Heere Jezus Christus mag zien.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Thus saith the LORD, thy Redeemer, the Holy One of Israel; I am the LORD thy God which teacheth thee to profit, which leadeth thee by the way that thou shouldest go.
Isaiah 48:17
Compare what you hear with the marks given in God’s Word. That is what you ought to do. You must ask yourself: Does it profit me? What feeling, what impressions does it leave upon my mind? When I come out of chapel, do I fall into the first carnal conversation I meet on my way? Do I go home as carnal and worldly as I was before? Or is there a solemn, spiritual impression left upon my heart? Does it bring me to prayer? Does it make God’s Word sweet? Do I go home and occupy myself more or less with divine things for the rest of the day?
Do I feel my heart drawn more from earth to heaven? Do I see more and more of my own sinfulness and misery, and more of the beauty, blessedness and suitability of the Lord Jesus Christ? Do I feel that a firm, abiding and spiritual impression has been left upon my soul, so that the things of God rest weightily and powerfully upon my mind? When I lie awake in bed on the evening of the Lord’s day, are my thoughts drawn more to the Lord than before?
When I am at work on Monday, do I still carry with me what I heard on the Lord’s day? Does it separate me from the people with whom I have to work and from the work I have to do? Do I now and then in the course of the day lift up my heart to God, and ask Him to visit and bless my soul? Can I trace these things back to what I heard on the Lord’s day, and find that it has really profited my soul? Well, this is how we must judge sermons and ministers: whether they have profited us. By this we know what God has taught us.
Reading: Proverbs 4
To the reader…
It may be that you take little home with you after the service, because what you heard vanishes in the first carnal conversation that comes along. Or does a solemn impression remain upon your heart? It is not enough that we have sat under the Word. The question is whether it has profited us, whether it brings us to prayer and makes God’s Word sweet.
Must you confess that you so often go home as worldly as you came? Do not let that drive you to despair, but let it make you look to Him Who teaches you to profit. He can make what you have heard stay with you, at work on Monday too, and in the evening as you lie awake in bed. Lift up your heart to Him, then, and ask Him to visit and bless your soul, so that you may see more of your own sinfulness and more of the beauty of the Lord Jesus Christ.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Así ha dicho Jehová, Redentor tuyo, el Santo de Israel: Yo Jehová Dios tuyo, que te enseña provechosamente, que te encamina por el camino que andas.
Isaías 48:17
Compare lo que oye con las señales que da la Palabra de Dios. Eso es lo que debe hacer. Tiene que preguntarse: ¿Me aprovecha? ¿Qué sentimiento, qué impresiones deja en mi mente? Cuando salgo de la capilla, ¿caigo en la primera conversación carnal que encuentro en mi camino? ¿Vuelvo a casa tan carnal y mundano como era antes? ¿O queda una impresión solemne y espiritual en mi corazón? ¿Me lleva a la oración? ¿Hace dulce la Palabra de Dios? ¿Vuelvo a casa y me ocupo más o menos en las cosas divinas durante el resto del día?
¿Siento mi corazón atraído más de la tierra al cielo? ¿Veo cada vez más de mi propia pecaminosidad y miseria, y más de la hermosura, la bienaventuranza y la idoneidad del Señor Jesucristo? ¿Siento que ha quedado en mi alma una impresión firme, duradera y espiritual, de modo que las cosas de Dios descansan con peso y poder sobre mi mente? Cuando estoy despierto en la cama la noche del día del Señor, ¿son atraídos mis pensamientos al Señor más que antes?
Cuando estoy en el trabajo el lunes, ¿llevo todavía conmigo lo que oí el día del Señor? ¿Me separa de la gente con la que tengo que trabajar y del trabajo que tengo que hacer? ¿Elevo de vez en cuando, en el curso del día, mi corazón a Dios, y le pido que visite y bendiga mi alma? ¿Puedo remontar estas cosas a lo que oí el día del Señor, y hallar que realmente ha aprovechado a mi alma? Pues bien, así debemos juzgar los sermones y a los ministros: si nos han aprovechado. Por esto sabemos lo que Dios nos ha enseñado.
Lectura: Proverbios 4
Al lector…
Puede que usted lleve poco consigo a casa después del culto, porque lo que oyó se desvanece en la primera conversación carnal que se presenta. ¿O queda una impresión solemne en su corazón? No basta con haber estado sentados bajo la Palabra. La pregunta es si nos ha aprovechado, si nos lleva a la oración y hace dulce la Palabra de Dios.
¿Tiene que confesar que tantas veces vuelve a casa tan mundano como vino? No deje que eso le lleve a la desesperación, sino que le haga mirar a Aquel que le enseña provechosamente. Él puede hacer que lo que ha oído permanezca con usted, también en el trabajo el lunes, y por la noche cuando está despierto en la cama. Eleve, pues, su corazón a Él, y pídale que visite y bendiga su alma, para que vea más de su propia pecaminosidad y más de la hermosura del Señor Jesucristo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Alle dalen zullen verhoogd worden, en alle bergen en heuvelen zullen vernederd worden; en wat krom is, dat zal recht, en wat hobbelachtig is, dat zal tot een vallei gemaakt worden.
Jesaja 40:4
Indien zich op uw weg hemelwaarts nooit een vallei heeft voorgedaan, nooit een berg of heuvel voor u is opgerezen; indien gij door dit donkere woud en door de ruwe plaatsen nooit met een rollende steen en menige doornige distels hebt te doen gehad, dan hebt gij blijkbaar nooit het pad der heiligen Gods betreden, noch ook een bijzondere hulp uit het heiligdom benodigd, of enige bijzondere kracht behoefd tot uw hulp en uitredding. Maar indien gij in dit door God toegewezen pad diepe valleien en diepe verdrukkingen hebt ontmoet, die gij niet kon effenen; kromme dingen, die gij niet recht, en hobbelachtige plaatsen, die gij niet tot een vallei kon maken, dan waart gij genoodzaakt uit kracht van de noodzakelijkheid naar hulp van boven om te zien.
Deze verbijsterende omstandigheden waren juist de middelen die u geschikt maakten voor het Evangelie, die juist de gemoedsgestalte in u verwekten waaraan de zaligheid kon worden toegepast, die de rechte gestalten der ziel teweegbrachten, voor welke de openbaring der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus geheel gepast was. Zodat, indien gij voor dit ogenblik deze beproevingen met geestelijke ogen kon bespieden, gij zou zien dat deze alle door de oneindige wijsheid en eeuwige liefde gesteld en bepaald waren voor de welstand uwer ziel, en gij dan liever God danken zou dat uw weg, zowel in de voorzienigheid als in de genade, zo beschikt werd, dat gij nu een vallei, dan een berg, dan iets kroms en dan een doorn hebt mogen ontmoeten. En zelfs ten opzichte van de tegenwoordige bevinding uwer ziel zou gij zien dat deze zelfde moeilijkheden in de weg u vele boodschappen hebben doen brengen aan de troon der genade, en dat deze alle u als met luide stem hebben toegeroepen om de Heere te vragen of Hij Zich in liefde aan uw hart wilde openbaren.
Wij allen zien uit naar gemak en beminnen een effen pad. Wij zouden gaarne ten hemel willen gaan in een draagstoel en alles genieten wat de aarde biedt en ons hart begeert, en dan sterven zonder benauwing van lichaam of ziel, en zo veilig thuiskomen in de hemel. Maar dit is Gods weg niet. Het Woord der waarheid, het lijden van Christus, de algemene bevinding der heiligen getuigen tegen een weg van vleselijk gemak; zij alle getuigen van een weg der beproevingen. Zij alle roepen als met verenigde stem uit: „Wijd is de poort en breed is de weg, die ten verderve leidt.” En dit is de weg van gemak en voorspoed, die de zotten bederft (Spreuken 1:32). Maar eng is de poort en nauw is de weg, die ten leven leidt, en dit is het pad van lijden en smart.
Aan de lezer…
Soms ligt er op uw weg een berg die u niet kunt slechten, of een krom ding dat u niet recht kunt maken. Wij allen zien uit naar een effen pad en zouden het liefst in een draagstoel ten hemel gaan. Maar dit is Gods weg niet. Juist de valleien en de doornen dringen ons om naar hulp van boven uit te zien, en zij maken het hart geschikt voor het Evangelie.
Gevoelt u zich nu nog verbijsterd en ziet u er geen wijsheid in? Eens zult u zien dat oneindige wijsheid en eeuwige liefde elke moeilijkheid voor de welstand uwer ziel bepaald hebben. Laat iedere hobbelachtige plaats u dan een boodschap aan de troon der genade doen brengen. Want de belofte staat vast: wat krom is, zal recht worden, en in het aangezicht van Jezus Christus zal de heerlijkheid Gods de vermoeide pelgrim tegemoetkomen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Alle dalen zullen verhoogd worden, en alle bergen en heuvelen zullen vernederd worden; en wat krom is, dat zal recht, en wat hobbelachtig is, dat zal tot een vallei gemaakt worden.
Jesaja 40:4
Misschien is er op uw weg naar de hemel nog nooit een vallei geweest, en is er nooit een berg of heuvel voor u opgerezen. Misschien hebt u in dit donkere woud en op de ruwe plaatsen nooit te maken gehad met een rollende steen en met vele doornige distels. Dan hebt u blijkbaar nooit het pad van de heiligen van God betreden, en ook nooit een bijzondere hulp uit het heiligdom nodig gehad, of enige bijzondere kracht om u te helpen en te redden. Maar misschien hebt u op dit door God toegewezen pad diepe valleien en diepe verdrukkingen ontmoet, die u niet kon effenen; kromme dingen die u niet recht kon maken, en hobbelige plaatsen die u niet tot een vallei kon maken. Dan was u gedwongen door pure noodzaak naar hulp van boven uit te zien.
Deze verbijsterende omstandigheden waren juist de middelen die u geschikt maakten voor het Evangelie. Zij brachten juist de gemoedstoestand in u teweeg waarop de zaligheid kon worden toegepast. Zij werkten de juiste gesteldheid van de ziel, waarbij de openbaring van de heerlijkheid van God in het aangezicht van Jezus Christus volkomen paste. Als u deze beproevingen nu met geestelijke ogen kon bekijken, zou u zien dat zij allemaal door de oneindige wijsheid en eeuwige liefde gesteld en bepaald waren voor het welzijn van uw ziel. Dan zou u God veel eerder danken dat uw weg, zowel in de voorzienigheid als in de genade, zo beschikt werd, dat u nu eens een vallei, dan een berg, dan iets kroms en dan een doorn hebt mogen ontmoeten.
En zelfs wat de huidige bevinding van uw ziel betreft, zou u zien dat juist deze moeilijkheden op de weg u vele boodschappen naar de troon van de genade hebben doen brengen. Zij hebben u allemaal als met luide stem toegeroepen om de Heere te vragen of Hij Zich in liefde aan uw hart wilde openbaren.
Wij zien allemaal uit naar gemak en houden van een effen pad. Wij zouden graag in een draagstoel naar de hemel gaan, alles genieten wat de aarde biedt en ons hart begeert, en dan sterven zonder benauwdheid van lichaam of ziel, en zo veilig thuiskomen in de hemel. Maar dat is Gods weg niet. Het Woord van de waarheid, het lijden van Christus en de algemene bevinding van de heiligen getuigen tegen een weg van vleselijk gemak; zij getuigen allemaal van een weg van beproevingen. Zij roepen allemaal als met één stem: „Wijd is de poort en breed is de weg, die ten verderve leidt.” En dat is de weg van gemak en voorspoed, die de zotten bederft (Spreuken 1:32). Maar eng is de poort en nauw is de weg die ten leven leidt, en dat is het pad van lijden en smart.
Aan de lezer…
Soms ligt er op uw weg een berg die u niet kunt slechten, of een krom ding dat u niet recht kunt maken. Wij zien allemaal uit naar een effen pad en zouden het liefst in een draagstoel naar de hemel gaan. Maar dat is Gods weg niet. Juist de valleien en de doornen dringen ons om naar hulp van boven uit te zien, en zij maken het hart geschikt voor het Evangelie.
Voelt u zich nu nog verbijsterd en ziet u er geen wijsheid in? Eens zult u zien dat oneindige wijsheid en eeuwige liefde elke moeilijkheid voor het welzijn van uw ziel bepaald hebben. Laat iedere hobbelige plaats u dan een boodschap naar de troon van de genade doen brengen. Want de belofte staat vast: wat krom is, zal recht worden, en in het aangezicht van Jezus Christus zal de heerlijkheid van God de vermoeide pelgrim tegemoetkomen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Every valley shall be exalted, and every mountain and hill shall be made low: and the crooked shall be made straight, and the rough places plain.
Isaiah 40:4
If in your road heavenward, no valley ever sank before you; if no mountain and hill ever rose up in sight; if you encountered no crooked path through the dense woods; and no rough places, with many a rolling stone and many a thorny briar in the tangled forest, it would not seem that you were treading the way which the saints of God have ever trod, nor would it appear as if you needed special help from the sanctuary, or any peculiar power to be put forth for your help and deliverance. But being in this path, and that by God’s own appointment, and finding right before your eyes valleys of deep depression which you cannot raise up; mountains and hills of difficulty that you cannot lay low; crooked things which you cannot straighten; and rough places which you cannot make smooth; you are compelled, from felt necessity, to look for help from above.
These perplexing difficulties, then, are the very things that make yours a case for the gospel, yours a state of mind to which salvation by grace is thoroughly adapted, yours the very condition of soul to which the revelation of the glory of God in the face of Jesus Christ is altogether suitable. So that if you could at the present moment view these trials with spiritual eyes, and feel that they were all appointed by unerring wisdom and eternal love, and were designed for the good of your soul, you would rather bless God that your pathway was so cast in providence and grace that you had now a valley, now a mountain, now a crook, and now a thorn.
And even as regards the present experience of your soul, you would feel that these very difficulties in the road were all productive of so many errands to the throne—that they all called upon you, as with so many speaking voices, to beg of the Lord that He would manifest Himself in love to your heart.
We all desire ease; we love a smooth path. We would like to be carried to heaven in a palanquin; to enjoy every comfort that earth can give or heart desire, and then, dying without a pang of body or mind, find ourselves safe in heaven. But that is not God’s way. The Word of truth, the sufferings of Christ, and the universal experience of the saints, all testify against the path of ease; all testify for the path of trial; they all proclaim, as with one united voice, “Wide is the gate and broad is the way that leads to destruction,”—and this is the way of ease and of that prosperity which destroys fools (Prov. 1:32); but “strait is the gate and narrow is the way which leads unto life,”—and this is the path of suffering and sorrow.
To the reader…
Sometimes there lies on your road a mountain you cannot level, or a crooked thing you cannot make straight. We all long for a smooth path and would rather be carried to heaven in a palanquin. But that is not God’s way. It is just the valleys and the thorns that press us to look for help from above, and they make the heart ready for the gospel.
Do you still feel perplexed, and can you see no wisdom in it? One day you will see that infinite wisdom and eternal love appointed every difficulty for the good of your soul. Let every rough place, then, send you on an errand to the throne of grace. For the promise stands sure: the crooked shall be made straight, and in the face of Jesus Christ the glory of God will meet the weary pilgrim.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Todo valle sea alzado, y bájese todo monte y collado; y lo torcido se enderece, y lo áspero se allane.
Isaías 40:4
Si en su camino hacia el cielo jamás se hundió ante usted ningún valle; si nunca se alzó a la vista monte ni collado; si no encontró ningún sendero torcido a través del espeso bosque, ni lugares ásperos, con muchas piedras sueltas y muchas zarzas espinosas en la enmarañada selva, no parecería que usted estuviera recorriendo el camino que los santos de Dios siempre han recorrido, ni parecería que necesitara ayuda especial del santuario, ni que tuviera que desplegarse algún poder particular para su ayuda y liberación. Pero estando en esta senda, y eso por disposición de Dios mismo, y hallando delante de sus ojos valles de profundo abatimiento que no puede alzar; montes y collados de dificultad que no puede bajar; cosas torcidas que no puede enderezar; y lugares ásperos que no puede allanar, usted se ve obligado, por necesidad sentida, a buscar ayuda de lo alto.
Estas dificultades desconcertantes son, pues, precisamente las que hacen de su caso un caso para el evangelio, de su estado de ánimo uno al que la salvación por gracia está perfectamente adaptada, de la condición de su alma aquella a la que la revelación de la gloria de Dios en la faz de Jesucristo es del todo adecuada. De modo que si en este momento pudiera mirar estas pruebas con ojos espirituales, y sentir que todas fueron dispuestas por una sabiduría infalible y un amor eterno, y destinadas al bien de su alma, más bien bendeciría a Dios porque su senda en la providencia y en la gracia fue trazada de tal manera que ora tenía un valle, ora un monte, ora un recodo y ora una espina.
Y aun en cuanto a la experiencia presente de su alma, sentiría que estas mismas dificultades del camino producían otros tantos recados al trono; que todas le llamaban, como con otras tantas voces, a rogar al Señor que se manifestara en amor a su corazón.
Todos deseamos comodidad; amamos un camino llano. Nos gustaría ser llevados al cielo en un palanquín; disfrutar de toda comodidad que la tierra pueda dar o el corazón desear, y luego, muriendo sin una punzada de cuerpo o de mente, hallarnos seguros en el cielo. Pero ese no es el camino de Dios. La Palabra de verdad, los sufrimientos de Cristo y la experiencia universal de los santos, todos dan testimonio contra la senda de la comodidad; todos dan testimonio a favor de la senda de la prueba; todos proclaman, como a una sola voz: “Ancha es la puerta, y espacioso el camino que lleva a perdición”, y este es el camino de la comodidad y de aquella prosperidad que echa a perder a los necios (Prov. 1:32); pero “estrecha es la puerta, y angosto el camino que lleva a la vida”, y esta es la senda del sufrimiento y del dolor.
Al lector…
A veces hay en su camino un monte que usted no puede bajar, o algo torcido que no puede enderezar. Todos anhelamos un camino llano y preferiríamos ser llevados al cielo en un palanquín. Pero ese no es el camino de Dios. Son precisamente los valles y las espinas los que nos empujan a buscar ayuda de lo alto, y preparan el corazón para el evangelio.
¿Se siente aún desconcertado, y no puede ver sabiduría en ello? Un día verá que una sabiduría infinita y un amor eterno dispusieron cada dificultad para el bien de su alma. Deje, pues, que cada lugar áspero le envíe con un recado al trono de la gracia. Porque la promesa está firme: lo torcido se enderezará, y en la faz de Jesucristo la gloria de Dios saldrá al encuentro del peregrino cansado.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl