September 8
Want het betaamde Hem, om Welke alle dingen zijn, en door Welke alle dingen zijn, dat Hij vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, de overste Leidsman hunner zaligheid door lijden zoude heiligen.
Hebreeën 2:10
Wanneer wij met gelovige ogen God de Zoon kunnen aanschouwen als de enige zaligheid van allen die de Vader Hem gegeven heeft; wanneer wij Hem door het oog des geloofs kunnen zien nederdalen op deze lage aarde, onze natuur aannemende, in vereniging met Zijn eigen Goddelijke Persoon; wanneer wij door het geloof de Man van Smarten kunnen volgen in Gethsémané’s hof, of Hem zien kermen, bloeden en sterven aan het kruis, ten deel aan smaad en schande, en geloven dat in deze weg, en deze alleen, de zaligheid kan worden gewrocht, o, welk een gezicht verkrijgen wij dan van de snoodheid en afschuwelijkheid der zonde, dat niets minder dan de vleeswording van Gods eniggeboren Zoon, niets minder dan zulk een vreselijk offer de zonde kan wegnemen en de uitverkorenen tot God terugbrengen!
Wanneer wij aan de ene zijde een blik slaan op het lijdende en stervende Lam Gods, hoe toont ons dit de vreselijke en verfoeilijke natuur der zonde! En aan de andere zijde, wanneer wij door het oog des geloofs zien kunnen wat dat werk is, door Wie dat werk werd volbracht en hoe heerlijk en krachtig dat werk moest zijn, hetwelk de Zoon van God, Die de Vader in heerlijkheid en majesteit gelijk is, ondernam en tot het einde toe volbracht — hoe wordt die zaligheid dan in ons oog verhoogd! Dus vertoont een gelovige blik op de Heere Jezus, hangende aan het kruis op Golgotha’s heuvel, ons niet alleen, aan de ene zijde, de vreselijke natuur der zonde, maar, aan de andere zijde, hoe volkomen, hoe heerlijk en hoe krachtig die zaligheid moest zijn, van welke de stervende Zoon Gods zeide: „Het is volbracht!”
Lout’re goedheid, liefdekoorden,
waarheid, zijn des Heeren paan
hun, die Zijn verbond en woorden
als hun schatten gadeslaan.
Wil mij, Uwe naam ter eer,
al mijn euveldaan vergeven:
ik heb tegen U, o Heer,
zwaar en menigmaal misdreven!
Ps. 25:5
Aan de lezer…
U die met gelovige ogen de Man van Smarten gevolgd hebt in Gethsémané’s hof en tot op Golgotha’s heuvel, weet het: daar leert men wat de zonde is. Niets minder dan de vleeswording van Gods eniggeboren Zoon, niets minder dan zulk een vreselijk offer kon haar wegnemen. Ziet u daar de snoodheid van uw eigen zonden, laat dat gezicht u dan verootmoedigen en niet verstoten.
Want aan de andere zijde staat het kruis vol troost. Die daar hing, is de Vader in heerlijkheid en majesteit gelijk, en Hij heeft het werk tot het einde toe volbracht. Hoe volkomen moet dan die zaligheid zijn, waarvan Hij zeide: „Het is volbracht!” Hebt u zwaar en menigmaal misdreven, neem dan dat oude gebed op uw lippen: „Wil mij, Uwe naam ter eer, al mijn euveldaan vergeven.” Het is niet tevergeefs gebeden aan de voet van dat kruis.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want het betaamde Hem, om Welke alle dingen zijn, en door Welke alle dingen zijn, dat Hij vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, de overste Leidsman hunner zaligheid door lijden zoude heiligen.
Hebreeën 2:10
Soms mogen wij met gelovige ogen God de Zoon aanschouwen als de enige zaligheid van allen die de Vader Hem gegeven heeft. Wij mogen Hem door het oog van het geloof zien neerdalen op deze lage aarde, waar Hij onze natuur aannam in vereniging met Zijn eigen Goddelijke Persoon. Wij mogen door het geloof de Man van Smarten volgen in de hof van Gethsémané, of Hem zien kermen, bloeden en sterven aan het kruis, overgegeven aan smaad en schande. En wij mogen geloven dat langs deze weg, en alleen langs deze weg, de zaligheid kon worden bewerkt. O, welk een gezicht krijgen wij dan van de snoodheid en afschuwelijkheid van de zonde! Niets minder dan de vleeswording van Gods eniggeboren Zoon, niets minder dan zo’n vreselijk offer kon de zonde wegnemen en de uitverkorenen tot God terugbrengen!
Wanneer wij aan de ene kant het lijdende en stervende Lam van God zien, hoe laat ons dat de vreselijke en verfoeilijke aard van de zonde zien! En aan de andere kant: wanneer wij met het oog van het geloof kunnen zien wat dat werk is, door Wie dat werk werd volbracht en hoe heerlijk en krachtig dat werk moest zijn dat de Zoon van God, Die de Vader in heerlijkheid en majesteit gelijk is, op Zich nam en tot het einde toe volbracht, hoe wordt die zaligheid dan in onze ogen verhoogd! Zo laat een gelovige blik op de Heere Jezus, hangend aan het kruis op de heuvel Golgotha, ons dus niet alleen aan de ene kant de vreselijke aard van de zonde zien. Hij laat ons aan de andere kant ook zien hoe volkomen, hoe heerlijk en hoe krachtig die zaligheid moest zijn waarvan de stervende Zoon van God zei: „Het is volbracht!”
Lout’re goedheid, liefdekoorden,
waarheid, zijn des Heeren paan
hun, die Zijn verbond en woorden
als hun schatten gadeslaan.
Wil mij, Uwe naam ter eer,
al mijn euveldaan vergeven:
ik heb tegen U, o Heer,
zwaar en menigmaal misdreven!
Ps. 25:5
Aan de lezer…
U die met gelovige ogen de Man van Smarten gevolgd hebt in de hof van Gethsémané en tot op de heuvel Golgotha, weet het: daar leert men wat de zonde is. Niets minder dan de vleeswording van Gods eniggeboren Zoon, niets minder dan zo’n vreselijk offer kon haar wegnemen. Ziet u daar de snoodheid van uw eigen zonden, laat dat gezicht u dan verootmoedigen en niet wegdrijven.
Want aan de andere kant is het kruis vol troost. Hij Die daar hing, is de Vader in heerlijkheid en majesteit gelijk, en Hij heeft het werk tot het einde toe volbracht. Hoe volkomen moet die zaligheid dan zijn, waarvan Hij zei: „Het is volbracht!” Hebt u zwaar en menigmaal misdreven, neem dan dat oude gebed op uw lippen: „Wil mij, Uwe naam ter eer, al mijn euveldaan vergeven.” Aan de voet van dat kruis wordt het niet tevergeefs gebeden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For it became Him, for Whom are all things, and by Whom are all things, in bringing many sons unto glory, to make the Captain of their salvation perfect through sufferings.
Hebrews 2:10
When, with believing eyes, we can view God the Son as the eternal salvation of all whom the Father gave unto Him; when we can see Him, by the eye of faith, coming down into this lower world, taking our nature into union with His own Divine Person; when, by faith, we can accompany the Man of Sorrows into the gloomy garden of Gethsemane, or behold Him groaning, bleeding, and dying on the cross, an object of ignominy and shame, and believe that in this way, and this alone, salvation could be wrought out, O, what a view it gives us of the demerit and dreadful nature of SIN, that nothing short of the incarnation of God’s only begotten Son, nothing short of such a tremendous sacrifice could put away sin, and bring the elect back unto God!
On the one hand, as we take a glance at the suffering and dying Lamb of God, how it shows us the dreadful and abominable nature of sin; and, on the other hand, when we can see by the eye of faith what that work is, by Whom that work was wrought out, and how glorious and efficacious that work must be which the Son of God, equal with the Father in glory and majesty, undertook and went through to the uttermost—how it exalts SALVATION in our eyes!
Thus a believing sight of the Lord Jesus hanging upon Calvary’s tree, not only, on the one hand, shows us the dreadful nature of sin, but, on the other, how full, how complete, how glorious, and how effectual must that salvation be, of which the expiring Son of God could say, “It is finished!”
To the reader…
You who have followed the Man of Sorrows with believing eyes into the garden of Gethsemane and up the hill of Golgotha know it well: there one learns what sin is. Nothing less than the incarnation of God’s only begotten Son, nothing less than so dreadful a sacrifice, could put it away. If you see there the vileness of your own sins, let that sight humble you and not drive you away.
For on the other hand the cross is full of comfort. He Who hung there is equal with the Father in glory and majesty, and He finished the work to the very end. How complete, then, must that salvation be of which He said, “It is finished!” If you have sinned grievously and often, take that old prayer upon your lips: “For Thy Name’s sake, O Lord, pardon mine iniquity; for it is great.” At the foot of that cross it is never prayed in vain.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque convenía que aquel por cuya causa son todas las cosas, y por el cual todas las cosas subsisten, habiendo de llevar muchos hijos á la gloria, hiciese consumado por aflicciones al autor de la salud de ellos.
Hebreos 2:10
Cuando con ojos creyentes podemos contemplar a Dios el Hijo como la salvación eterna de todos los que el Padre le dio; cuando podemos verle, con el ojo de la fe, descender a este mundo inferior, tomando nuestra naturaleza en unión con Su propia Persona divina; cuando por la fe podemos acompañar al Varón de dolores al sombrío huerto de Getsemaní, o contemplarle gimiendo, sangrando y muriendo en la cruz, objeto de ignominia y vergüenza, y creer que de esta manera, y solo de esta, podía obrarse la salvación, ¡oh, qué visión nos da de la culpabilidad y la terrible naturaleza del PECADO, que nada menos que la encarnación del Hijo unigénito de Dios, nada menos que un sacrificio tan tremendo, pudiera quitar el pecado y traer de nuevo a los escogidos a Dios!
Por un lado, al echar una mirada al Cordero de Dios que padece y muere, ¡cómo nos muestra la naturaleza terrible y abominable del pecado!; y, por otro lado, cuando podemos ver con el ojo de la fe qué obra es esa, por Quién fue obrada, y cuán gloriosa y eficaz debe ser esa obra que el Hijo de Dios, igual al Padre en gloria y majestad, emprendió y llevó a cabo hasta lo sumo, ¡cómo engrandece la SALVACIÓN a nuestros ojos!
Así, una vista creyente del Señor Jesús colgado del madero del Calvario no solo nos muestra, por un lado, la terrible naturaleza del pecado, sino, por otro, cuán plena, cuán completa, cuán gloriosa y cuán eficaz debe ser aquella salvación de la cual el Hijo de Dios, al expirar, pudo decir: “¡Consumado es!”
Al lector…
Usted, que ha seguido con ojos creyentes al Varón de dolores al huerto de Getsemaní y por la colina del Gólgota, lo sabe bien: allí se aprende lo que es el pecado. Nada menos que la encarnación del Hijo unigénito de Dios, nada menos que un sacrificio tan terrible, podía quitarlo. Si ve allí la vileza de sus propios pecados, deje que esa vista le humille y no que le aleje.
Porque, por otro lado, la cruz está llena de consuelo. Aquel que colgó allí es igual al Padre en gloria y majestad, y llevó la obra a cabo hasta el fin. ¡Cuán completa, pues, debe ser aquella salvación de la cual dijo: “¡Consumado es!”! Si ha pecado gravemente y a menudo, tome en sus labios aquella antigua oración: “Por amor de Tu Nombre, oh Jehová, perdonarás también mi pecado; porque es grande.” Al pie de esa cruz nunca se ora en vano.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl