6 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
11 dagen geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
2 weken geleden verschenen
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Het is wenselijk de Authorised Version te behouden
Philpot pleit in 1857 tegen een herziene Bijbelvertaling. Hij vreest verminking door dwalende geleerden, onzekerheid en verwarring bij Gods kinderen, en verlies van een gezaghebbende maatstaf en van een nationaal…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Hiertoe is de Zone Gods geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zoude.
1 Johannes 5:8
Er zal geen algehele vernietiging der zonde in de mens plaats hebben, vóórdat het lichaam in het graf zinkt en de ziel opstijgt, om met haar Heere te wezen; evenmin als een algehele vernietiging harer uitwerkselen in het lichaam vóór de morgen der opstanding, wanneer het lichaam uit het sluimerend stof zal worden opgewekt en veranderd in het heerlijke beeld van het lichaam van de Zone Gods, een gepaste gezellin voor de onsterfelijke ziel. Dan zal de overwinning volkomen zijn; dan zal Christus verschijnen, blinkende met de glans van miljoenen zonnen; dan zal het de heerlijke openbaring van de Zone Gods zijn en zullen de werken van de duivel geheel verbroken worden. De last van de vloek des hemels, het grote onderwerp van eeuwige aanbidding, zal de openbaring zijn van de Zone Gods, om de werken des duivels te verbreken.
De verlosten zullen van de transen des hemels nederzien en de werken aanschouwen, die door de satan zijn verricht; zij zullen miljoenen wezens, zoals zij waren, verwezen zien naar de eeuwige rampzaligheid, zich wentelend in de hel, terwijl zij meenden geborgen te zijn in de armen der eeuwige liefde. Zij zullen de Zone Gods zien van aangezicht tot aangezicht, aan hun ogen geopenbaard in zulk een hartverrukkende heerlijkheid, waarvan de drie discipelen slechts een zwak, flauw gezicht hadden op de Thabor. Het zal hun vreugde zijn, Hem te zien gelijk Hij is.
Hij zal altijd Zijn menselijke natuur dragen; die zal Hij nooit afleggen. Die zal altijd schitteren met al de heerlijkheid der Godheid; die zal het doel zijn van eeuwige bewondering en liefde, en naar die heerlijkheid van de Godmens zullen al de gezaligden steeds zien en haar aanbidden; want de zonde zal in hen geen bestaan meer hebben, maar zij zullen gelijkvormig zijn aan het verheerlijkte beeld van de Zone Gods, en eeuwig de grote zegepraal des kruises vieren.
Door ’s Hoogsten arm ’t geweld onttogen,
zal ik, genoopt tot dankbaarheid,
verschijnen voor Zijn heilig’ ogen
met offers, aan Hem toegezeid.
Ik zal, nu ik mag ademhalen
na zoveel bange tegenspoed,
al mijn geloften U betalen,
U, Die in nood mij hebt behoed.
Ps. 66:6
Aan de lezer…
Wie soms zucht onder de zonde die nog in hem woont, vraagt zich af waarom zij niet eens en voorgoed uitgeroeid wordt. Hier wordt u eerlijk gezegd dat de algehele vernietiging der zonde niet plaatsheeft voordat het lichaam in het graf zinkt. U zult dus strijd houden zolang u hier bent. Maar laat dat u niet doen versagen, want hiertoe is de Zone Gods geopenbaard: opdat Hij de werken des duivels verbreken zou.
Er komt een morgen dat de overwinning volkomen zal zijn. Dan zal het lichaam uit het stof opgewekt worden en veranderd in het heerlijke beeld van Zijn lichaam, en zullen de verlosten Hem zien gelijk Hij is, van aangezicht tot aangezicht. Wat de drie discipelen op de Thabor slechts flauw zagen, zult u dan in volle heerlijkheid aanschouwen. Houd daarom moed in de strijd; Die u verlost heeft, zal Zijn werk voleindigen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Hiertoe is de Zone Gods geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zoude.
1 Johannes 3:8
De zonde in de mens zal niet volledig vernietigd worden voordat het lichaam in het graf zinkt en de ziel opstijgt om bij haar Heere te zijn. Evenmin zullen haar gevolgen in het lichaam volledig vernietigd worden vóór de morgen van de opstanding, wanneer het lichaam uit het sluimerende stof zal worden opgewekt en veranderd in het heerlijke beeld van het lichaam van de Zoon van God, een passende metgezel voor de onsterfelijke ziel. Dan zal de overwinning volkomen zijn. Dan zal Christus verschijnen, stralend met de glans van miljoenen zonnen; dan zal de Zoon van God heerlijk geopenbaard worden en zullen de werken van de duivel geheel verbroken worden. Het lied van de hemel, het grote onderwerp van eeuwige aanbidding, zal de openbaring zijn van de Zoon van God, om de werken van de duivel te verbreken.
De verlosten zullen van de transen van de hemel neerzien en de werken aanschouwen die door satan zijn verricht. Zij zullen miljoenen wezens, zoals zij zelf waren, verwezen zien naar de eeuwige rampzaligheid, zich wentelend in de hel, terwijl zij zichzelf geborgen zien in de armen van de eeuwige liefde. Zij zullen de Zoon van God zien van aangezicht tot aangezicht, aan hun ogen geopenbaard in zo’n hartverrukkende heerlijkheid, waarvan de drie discipelen op de Thabor slechts een zwakke, flauwe glimp zagen. Het zal hun vreugde zijn Hem te zien zoals Hij is.
Hij zal Zijn menselijke natuur altijd dragen; die zal Hij nooit afleggen. Zij zal altijd stralen met alle heerlijkheid van de Godheid. Zij zal het voorwerp zijn van eeuwige bewondering en liefde, en naar die heerlijkheid van de Godmens zullen alle gezaligden steeds zien, en haar aanbidden. Want de zonde zal in hen niet meer bestaan; zij zullen gelijkvormig gemaakt zijn aan het verheerlijkte beeld van de Zoon van God en voor eeuwig de grote overwinning van het kruis vieren.
Door ’s Hoogsten arm ’t geweld onttogen,
zal ik, genoopt tot dankbaarheid,
verschijnen voor Zijn heilig’ ogen
met offers, aan Hem toegezeid.
Ik zal, nu ik mag ademhalen
na zoveel bange tegenspoed,
al mijn geloften U betalen,
U, Die in nood mij hebt behoed.
Ps. 66:6
Aan de lezer…
Wie soms zucht onder de zonde die nog in hem woont, vraagt zich af waarom zij niet eens en voorgoed wordt uitgeroeid. Hier wordt u eerlijk gezegd dat de zonde niet volledig vernietigd wordt voordat het lichaam in het graf zinkt. U zult dus strijd hebben zolang u hier bent. Maar laat dat u niet de moed doen verliezen, want hiertoe is de Zoon van God geopenbaard: om de werken van de duivel te verbreken.
Er komt een morgen waarop de overwinning volkomen zal zijn. Dan zal het lichaam uit het stof worden opgewekt en veranderd in het heerlijke beeld van Zijn lichaam, en zullen de verlosten Hem zien zoals Hij is, van aangezicht tot aangezicht. Wat de drie discipelen op de Thabor slechts flauw zagen, zult u dan in volle heerlijkheid aanschouwen. Houd daarom moed in de strijd; Hij Die u verlost heeft, zal Zijn werk voleindigen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For this purpose the Son of God was manifested, that He might destroy the works of the devil.
1 John 3:8
There will be no thorough destruction of indwelling sin, until the body drops into the grave, and the soul mounts aloft to be with the Lord; nor a full destruction of its effects in the body until the resurrection morn, when the body shall be raised from the sleeping dust and changed into the glorious image of the body of the Son of God, a fit companion for the immortal soul. Then will the victory be complete; then will Christ appear, shining forth with the luster of a million suns; then will be the glorious manifestation of the Son of God; and the works of the devil will be thoroughly destroyed. The theme of heaven’s anthem, the grand theme of eternal adoration, will be the manifestation of the Son of God to destroy the works of the devil.
The redeemed will look down from the battlements of heaven and see what works have been executed by the devil; they will see millions of fellow-beings consigned to eternal misery, weltering in hell, while they view themselves safe in the arms of eternal love. They will see the Son of God, without a veil between, manifested to their eyes in such heart-ravishing glory as the three disciples had but a feeble, dim view of on the Mount of Transfiguration. It will be their joy to see Him as He is.
He will always wear His human nature; He will never lay that aside. That will always shine resplendent with all the glory of Godhead; that will be the object of eternal admiration and love; and to that glory of the God-man all the saints in bliss will be forever looking and forever adoring, for sin will no longer have a being in them, but they will be conformed to the glorified image of the Son of God, and be celebrating forever the grand triumph of the cross.
To the reader…
Whoever sometimes sighs under the sin that still dwells within him asks himself why it is not rooted out once and for all. Here you are told honestly that sin is not wholly destroyed until the body sinks into the grave. So you will have conflict as long as you are here. But do not let that make you lose heart, for for this purpose the Son of God was manifested: that He might destroy the works of the devil.
A morning is coming when the victory will be complete. Then the body will be raised from the dust and changed into the glorious image of His body, and the redeemed will see Him as He is, face to face. What the three disciples saw only dimly on the mount, you will then behold in full glory. Take courage, therefore, in the conflict; He Who has redeemed you will finish His work.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Para esto apareció el Hijo de Dios, para deshacer las obras del diablo.
1 Juan 3:8
No habrá una destrucción completa del pecado que mora en nosotros hasta que el cuerpo caiga en la tumba y el alma suba a lo alto para estar con el Señor; ni una destrucción plena de sus efectos en el cuerpo hasta la mañana de la resurrección, cuando el cuerpo será levantado del polvo dormido y transformado en la imagen gloriosa del cuerpo del Hijo de Dios, compañero digno del alma inmortal. Entonces será completa la victoria; entonces aparecerá Cristo, resplandeciendo con el brillo de un millón de soles; entonces será la gloriosa manifestación del Hijo de Dios; y las obras del diablo serán completamente deshechas. El tema del himno del cielo, el gran tema de la adoración eterna, será la manifestación del Hijo de Dios para deshacer las obras del diablo.
Los redimidos mirarán desde las almenas del cielo y verán qué obras ha llevado a cabo el diablo; verán a millones de semejantes entregados a la miseria eterna, revolcándose en el infierno, mientras se contemplan a sí mismos seguros en los brazos del amor eterno. Verán al Hijo de Dios, sin velo de por medio, manifestado a sus ojos en una gloria tan arrebatadora del corazón, de la cual los tres discípulos no tuvieron más que una visión débil y tenue en el monte de la Transfiguración. Será su gozo verle como Él es.
Él llevará siempre Su naturaleza humana; nunca la dejará a un lado. Ella resplandecerá siempre con toda la gloria de la Deidad; ella será el objeto de admiración y amor eternos; y a esa gloria del Dios-Hombre estarán mirando para siempre y adorando para siempre todos los santos en la dicha, porque el pecado ya no tendrá existencia en ellos, sino que serán conformados a la imagen glorificada del Hijo de Dios, y celebrarán para siempre el gran triunfo de la cruz.
Al lector…
Quien suspira a veces bajo el pecado que todavía mora en él se pregunta por qué no es arrancado de una vez para siempre. Aquí se le dice con sinceridad que el pecado no es destruido del todo hasta que el cuerpo baja a la tumba. Así que usted tendrá lucha mientras esté aquí. Pero no deje que eso le desanime, porque para esto apareció el Hijo de Dios: para deshacer las obras del diablo.
Viene una mañana en que la victoria será completa. Entonces el cuerpo será levantado del polvo y transformado en la imagen gloriosa de Su cuerpo, y los redimidos Le verán como Él es, cara a cara. Lo que los tres discípulos vieron solo tenuemente en el monte, usted lo contemplará entonces en plena gloria. Cobre ánimo, pues, en la lucha; Aquel que le ha redimido acabará Su obra.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Een hoog vertrek
En de HEERE zal een Hoog Vertrek zijn voor de verdrukte, een Hoog Vertrek in tijden van benauwdheid. En die Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen, omdat Gij, HEERE, niet hebt verlaten degenen die U zoeken.
Psalm 9:10-11
Hoe moet men zoeken? U bidt, u zucht, u roept, u steunt, u zoekt in de Heilige Schrift, u luistert naar het Woord. Uw arme hart schreeuwt soms naar de Heere zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen (Ps. 42). U roept om een zoete openbaring van Jezus’ bloed aan uw geweten. Soms twijfelt u, soms bent u bang; soms hebt u hoop, soms bent u wanhopig; soms bent u opgewekt, soms terneergeslagen; soms voelt u dat u een kind van God bent, soms gelooft u dat u een kind van de duivel bent. En toch gaat u verder.
U kunt niet voldaan rusten, zoals duizenden doen, met een naam om te leven, met vormelijke vroomheid, met de buitenkant van godsdienst. Iets levendigs, iets innerlijks, iets bevindelijks, iets verlossends, in uw hart en geweten geopenbaard door de Heilige Geest: u weet dat dit het wezen van levende godvruchtigheid is. En als u dit niet hebt, beseft u niets te hebben. U kunt niet leven met iets dat minder is dan dit. U kunt niet op uiterlijke beginselvastheid rusten. U kunt niet door uw eigen sterkte geloven. U kunt uw hoofd niet volstoppen met orthodoxe leerstellingen en rusten in een schriftuurlijke geloofsbelijdenis.
Als u Jezus niet in uw hart en in uw armen hebt, hebt u niets, beseft u niets te hebben. En dit stelt uw geest vaak op de proef. U krijgt geen heerlijke aanblik van Jezus, kunt Hem niet met zachte liefde en kracht in uw hart voelen komen. Hij zal niet spreken. Hij zal geen vrede fluisteren. Hij zal u niet zeggen dat u de Zijne bent. Hij zal uw wonden niet verbinden. Hij zal Zich niet openbaren in de openbaringen van Zijn barmhartigheid. Dit stelt u op de proef.
Het is goed dat dit gebeurt. Want het wekt uw verlangen naar goddelijke dingen op. Dit doet u hongeren en dorsten naar gerechtigheid. Dit maakt u moe en daarom wilt u rusten. Dit verwart u en daarom hebt u troost nodig. Dit verbijstert u en daarom snakt u naar een goddelijke oplossing voor uw moeilijkheden. Dit maakt u leeg, en daarom verlangt u ernaar goddelijk te worden vervuld.
Lezen: 2 Kronieken 15
Aan de lezer…
Er zijn dagen van hoop en dagen van wanhoop, dagen waarin u denkt dat u een kind van God bent, en dan weer dagen waarin u vreest dat u het niet bent. En toch gaat u verder. U kunt niet rusten in een naam dat u leeft, in vormelijke vroomheid of in een hoofd vol rechtzinnige leer. Hebt u Jezus niet in uw hart en in uw armen, dan beseft u niets te hebben.
Zwijgt Hij nu, fluistert Hij geen vrede en verbindt Hij uw wonden nog niet, houd dan toch aan met bidden, zuchten en roepen. Het is goed dat dit u op de proef stelt. Juist zo maakt Hij u leeg, opdat u goddelijk vervuld zou willen worden; juist zo doet Hij u hongeren en dorsten naar gerechtigheid. Want omdat Hij niet verlaten heeft degenen die Hem zoeken, is uw honger geen vergeefse honger.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En de HEERE zal een Hoog Vertrek zijn voor de verdrukte, een Hoog Vertrek in tijden van benauwdheid. En die Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen, omdat Gij, HEERE, niet hebt verlaten degenen die U zoeken.
Psalm 9:10-11
Hoe moet men zoeken? U bidt, u zucht, u roept, u kermt, u onderzoekt de Heilige Schrift, u luistert naar het Woord. Uw arme hart schreeuwt soms naar de Heere zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen (Ps. 42). U roept om een zoete openbaring van het bloed van Jezus aan uw geweten. Soms twijfelt u, soms bent u bang; soms hebt u hoop, soms bent u wanhopig; soms bent u opgewekt, soms terneergeslagen; soms voelt u dat u een kind van God bent, soms gelooft u dat u een kind van de duivel bent. En toch gaat u verder.
U kunt niet tevreden rusten, zoals duizenden doen, in een naam dat u leeft, in vormelijke vroomheid, in de buitenkant van de godsdienst. Iets levends, iets innerlijks, iets bevindelijks, iets verlossends, door de Heilige Geest in uw hart en geweten geopenbaard: u weet dat dit het wezen van de levende godsvrucht is. En als u dat niet hebt, beseft u dat u niets hebt. U kunt niet leven met iets wat minder is dan dit. U kunt niet rusten op uiterlijke beginselvastheid. U kunt niet in eigen kracht geloven. U kunt uw hoofd niet volstoppen met rechtzinnige leerstellingen en rusten in een schriftuurlijke geloofsbelijdenis.
Als u Jezus niet in uw hart en in uw armen hebt, hebt u niets en beseft u dat u niets hebt. En dat stelt uw geest vaak op de proef. U krijgt geen heerlijke aanblik van Jezus en kunt Hem niet met tedere liefde en kracht in uw hart voelen komen. Hij wil niet spreken. Hij wil geen vrede fluisteren. Hij wil u niet zeggen dat u de Zijne bent. Hij wil uw wonden niet verbinden. Hij wil Zich niet openbaren in de openbaringen van Zijn barmhartigheid. Dat stelt u op de proef.
Het is goed dat dit gebeurt, want het wekt uw verlangen naar goddelijke dingen op. Het doet u hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. Het maakt u moe, en daarom wilt u rusten. Het brengt u in verwarring, en daarom hebt u troost nodig. Het verbijstert u, en daarom snakt u naar een goddelijke oplossing voor uw moeiten. Het maakt u leeg, en daarom verlangt u ernaar door God vervuld te worden.
Lezen: 2 Kronieken 15
Aan de lezer…
Er zijn dagen van hoop en dagen van wanhoop, dagen waarin u denkt dat u een kind van God bent, en dan weer dagen waarin u vreest dat u het niet bent. En toch gaat u verder. U kunt niet rusten in een naam dat u leeft, in vormelijke vroomheid of in een hoofd vol rechtzinnige leer. Hebt u Jezus niet in uw hart en in uw armen, dan beseft u dat u niets hebt.
Zwijgt Hij nu, fluistert Hij geen vrede en verbindt Hij uw wonden nog niet, houd dan toch aan met bidden, zuchten en roepen. Het is goed dat dit u op de proef stelt. Juist zo maakt Hij u leeg, zodat u verlangt door God vervuld te worden; juist zo doet Hij u hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. Want omdat Hij niet verlaten heeft degenen die Hem zoeken, is uw honger geen vergeefse honger.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
The LORD also will be a refuge for the oppressed, a refuge in times of trouble. And they that know Thy Name will put their trust in Thee: for Thou, LORD, hast not forsaken them that seek Thee.
Psalm 9:9-10
How must one seek? You pray, you sigh, you cry, you groan, you search the Holy Scriptures, you listen to the Word. Your poor heart sometimes cries after the Lord as the hart panteth after the water brooks (Psalm 42). You cry for a sweet manifestation of the blood of Jesus to your conscience. Sometimes you doubt, sometimes you fear; sometimes you hope, sometimes you despair; sometimes you are lifted up, sometimes cast down; sometimes you feel that you are a child of God, sometimes you believe you are a child of the devil. And yet you go on.
You cannot rest contentedly, as thousands do, in a name to live, in formal religion, in the outside of godliness. Something living, something inward, something experimental, something saving, revealed by the Holy Ghost in your heart and conscience: you know that this is the essence of vital godliness. And if you have not got it, you feel that you have nothing. You cannot live on anything short of this. You cannot rest on outward consistency. You cannot believe in your own strength. You cannot fill your head with sound doctrines and rest in a scriptural creed.
If you have not got Jesus in your heart and in your arms, you have nothing, and you feel that you have nothing. And this often tries your spirit. You get no blessed view of Jesus, and cannot feel Him come into your heart with tender love and power. He will not speak. He will not whisper peace. He will not tell you that you are His. He will not bind up your wounds. He will not reveal Himself in the manifestations of His mercy. This tries you.
It is good that this should be so, for it stirs up your desires after divine things. It makes you hunger and thirst after righteousness. It wearies you, and therefore you want rest. It perplexes you, and therefore you need comfort. It bewilders you, and therefore you pant for a divine solution of your troubles. It empties you, and therefore you long to be filled by God.
Reading: 2 Chronicles 15
To the reader…
There are days of hope and days of despair, days in which you think you are a child of God, and then again days in which you fear you are not. And yet you go on. You cannot rest in a name to live, in formal religion or in a head full of sound doctrine. If you have not got Jesus in your heart and in your arms, you feel that you have nothing.
If He is silent now, if He whispers no peace and does not yet bind up your wounds, still keep on praying, sighing and crying. It is good that this tries you. In just this way He empties you, so that you long to be filled by God; in just this way He makes you hunger and thirst after righteousness. For because He has not forsaken them that seek Him, your hunger is not a hunger in vain.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y será Jehová refugio al pobre, refugio para el tiempo de angustia. Y en Ti confiarán los que conocen Tu Nombre; por cuanto Tú, oh Jehová, no desamparaste a los que Te buscaron.
Salmo 9:9-10
¿Cómo se debe buscar? Usted ora, suspira, clama, gime, escudriña las Santas Escrituras, escucha la Palabra. Su pobre corazón clama a veces por el Señor como el ciervo brama por las corrientes de las aguas (Salmo 42). Clama por una dulce manifestación de la sangre de Jesús a su conciencia. A veces duda, a veces teme; a veces espera, a veces desespera; a veces es levantado, a veces abatido; a veces siente que es un hijo de Dios, a veces cree que es un hijo del diablo. Y sin embargo sigue adelante.
No puede descansar satisfecho, como lo hacen miles, en un nombre de que vive, en una religión formal, en la apariencia exterior de la piedad. Algo vivo, algo interior, algo experimental, algo salvador, revelado por el Espíritu Santo en su corazón y su conciencia: usted sabe que esto es la esencia de la piedad vital. Y si no lo tiene, siente que no tiene nada. No puede vivir de nada que sea menos que esto. No puede descansar en una conducta exteriormente coherente. No puede creer en su propia fuerza. No puede llenarse la cabeza de doctrinas sanas y descansar en un credo bíblico.
Si no tiene a Jesús en su corazón y en sus brazos, no tiene nada, y siente que no tiene nada. Y esto prueba a menudo su espíritu. No recibe ninguna visión bendita de Jesús, y no puede sentirle entrar en su corazón con tierno amor y poder. Él no quiere hablar. No quiere susurrar paz. No quiere decirle que usted es Suyo. No quiere vendar sus heridas. No quiere revelarse en las manifestaciones de Su misericordia. Esto le prueba.
Es bueno que así sea, porque despierta sus deseos por las cosas divinas. Le hace tener hambre y sed de justicia. Le cansa, y por eso quiere descanso. Le deja perplejo, y por eso necesita consuelo. Le desconcierta, y por eso anhela una solución divina para sus angustias. Le vacía, y por eso anhela ser llenado por Dios.
Lectura: 2 Crónicas 15
Al lector…
Hay días de esperanza y días de desesperación, días en que piensa que es un hijo de Dios, y luego otra vez días en que teme no serlo. Y sin embargo sigue adelante. No puede descansar en un nombre de que vive, en una religión formal ni en una cabeza llena de doctrina sana. Si no tiene a Jesús en su corazón y en sus brazos, siente que no tiene nada.
Si Él calla ahora, si no le susurra paz y aún no venda sus heridas, siga, con todo, orando, suspirando y clamando. Es bueno que esto le pruebe. Precisamente así le vacía, para que anhele ser llenado por Dios; precisamente así le hace tener hambre y sed de justicia. Porque, ya que Él no desamparó a los que Le buscaron, su hambre no es un hambre en vano.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Mijn volk waren verloren schapen.
Jeremia 50:6
Wanneer God de Heilige Geest met een ziel een begin maakt, dan is het evenals met de vingers van eens mensen hand, die een vonnis van veroordeling schreven op de muur van het paleis van de koning van Babel; zo schrijft de gezegende Geest het woord „verloren” op de consciëntie van elk vat der genade. En wanneer Hij dit woord met kracht op hun consciënties heeft afgedrukt, dan dragen zij dit woord mede op zodanige wijze, als waren het vurige letteren; ook kan de indruk daarvan nooit uitgewist worden totdat hij door het verzoenend bloed van de Middelaar wordt uitgewist. En zo worden door de onderwijzing van de Heilige Geest in de consciëntie van de uitverkorenen de woorden „verloren, verloren, verloren” op de tafel van hun hart geschreven. „Verloren, verloren, verloren” is de uitroep van hun lippen; „verloren, verloren, verloren” ligt op de bodem der ziel.
En er is geen kind van God, dat niet min of meer weet te zeggen wat „verloren” betekent. Niemand werd ooit in de armen van de hemelse Schaapherder opgenomen, of bij de bergen en heuvelen opgezocht, op Zijn schouderen gelegd, thuisgebracht met blijdschap en verheuging, ooit gebracht in een hemelse kennisneming van Jezus, teneinde gemeenschap met Hem te mogen hebben, die niets afweet van te kermen onder een gevoel van zijn verloren staat als een schuldige zondaar voor God.
Welnu, wanneer de ziel zo onderwezen is geworden door de Heilige Geest, om zowel te gevoelen als te zien en te kennen, dat zij in zichzelf zonder kracht is om zichzelf te verlossen van de toekomende toorn, en dientengevolge neerzinkt in moedeloosheid en vrees, dan is het de tijd, dat de Heilige Geest gewoonlijk enige ontdekking geeft van de barmhartigheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus. Wij vinden dit dierbaar omschreven in dat opmerkelijke kapittel, Ezechiël 16. Het vat der barmhartigheid wordt uitgebeeld als een pasgeboren kind, van zijn moeder verlaten, en geworpen op het vlakke des velds vanwege de walgelijkheid zijner ziel ten dage toen het geboren werd.
Als één, met wie niemand medelijden heeft, als een verlaten, bevlekt, hulpeloos, verdorven, ellendig en uitgeworpen schepsel is de levendgemaakte ziel. Maar zij wordt niet aan zichzelf overgelaten. „Als Ik u voorbijging”, zegt de beminde Verlosser, „zo zag Ik u, en zie, uw tijd was de tijd der minne; zo breidde Ik Mijn vleugelen over u uit (ten teken van ondertrouw, Ruth 3:9) en dekte uw naaktheid; ja, Ik zwoer u, en kwam met u in een verbond, spreekt de Heere HEERE, en gij werdt Mijne.”
Aan de lezer…
Hoe dikwijls hebt u dat ene woord in uw consciëntie geschreven gezien: „verloren”? Ligt het op de bodem van uw ziel als in vurige letters, en kunt u het niet uitwissen, hoe u het ook probeert? Schrik daar niet te zeer van. Geen schaap werd ooit door de hemelse Schaapherder op Zijn schouderen thuisgedragen, of het heeft eerst gekermd onder het gevoel van zijn verloren staat. Dat woord schrijft de Heilige Geest Zelf, en Hij doet het niet om u te verderven.
Want als de ziel neerzinkt in moedeloosheid en vrees en ziet dat zij zichzelf niet verlossen kan, dan is het de tijd van de barmhartigheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus. U mag u zien als dat verworpen kind op het vlakke des velds, bevlekt en hulpeloos; maar Hij gaat voorbij, en uw tijd wordt de tijd der minne. Alleen Zijn verzoenend bloed wist dat woord uit, en Hij spreekt: „Gij werdt Mijne.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Mijn volk waren verloren schapen.
Jeremia 50:6
Wanneer God de Heilige Geest met een ziel een begin maakt, gaat het zoals met de vingers van een mensenhand die een vonnis van veroordeling schreven op de muur van het paleis van de koning van Babel. Zo schrijft de gezegende Geest het woord „verloren” op het geweten van elk vat van genade. En wanneer Hij dit woord met kracht in hun geweten heeft gedrukt, dragen zij het met zich mee alsof het in vurige letters geschreven is. De indruk daarvan kan ook nooit worden uitgewist, totdat hij door het verzoenend bloed van de Middelaar wordt uitgewist. Zo worden door het onderwijs van de Heilige Geest in het geweten van de uitverkorenen de woorden „verloren, verloren, verloren” op de tafel van hun hart geschreven. „Verloren, verloren, verloren” is de uitroep van hun lippen; „verloren, verloren, verloren” ligt op de bodem van de ziel.
Er is geen kind van God dat niet min of meer kan zeggen wat „verloren” betekent. Niemand werd ooit in de armen van de hemelse Schaapherder opgenomen, op de bergen en heuvels opgezocht, op Zijn schouders gelegd en met blijdschap en vreugde thuisgebracht, of ooit tot een hemelse kennis van Jezus gebracht om gemeenschap met Hem te mogen hebben, die niets weet van kermen onder het gevoel van zijn verloren staat als een schuldig zondaar voor God.
Welnu, wanneer de ziel zo door de Heilige Geest onderwezen is dat zij zowel voelt als ziet en weet dat zij in zichzelf geen kracht heeft om zich te verlossen van de toekomende toorn, en daardoor wegzinkt in moedeloosheid en vrees, dan is het de tijd waarin de Heilige Geest gewoonlijk iets laat zien van de barmhartigheid van God in het aangezicht van Jezus Christus. Wij vinden dit kostbaar beschreven in dat opmerkelijke hoofdstuk, Ezechiël 16. Het vat van barmhartigheid wordt daar afgebeeld als een pasgeboren kind, door zijn moeder verlaten en op het vlakke van het veld geworpen vanwege de walgelijkheid van zijn ziel op de dag dat het geboren werd.
Zo is de levendgemaakte ziel: als iemand met wie niemand medelijden heeft, als een verlaten, bevlekt, hulpeloos, verdorven, ellendig en uitgeworpen schepsel. Maar zij wordt niet aan zichzelf overgelaten. „Als Ik u voorbijging”, zegt de beminde Verlosser, „zo zag Ik u, en zie, uw tijd was de tijd der minne; zo breidde Ik Mijn vleugelen over u uit (ten teken van ondertrouw, Ruth 3:9) en dekte uw naaktheid; ja, Ik zwoer u, en kwam met u in een verbond, spreekt de Heere HEERE, en gij werdt Mijne.”
Aan de lezer…
Hoe vaak hebt u dat ene woord in uw geweten geschreven gezien: „verloren”? Ligt het op de bodem van uw ziel als in vurige letters, en kunt u het niet uitwissen, hoe u het ook probeert? Schrik daar niet te erg van. Geen schaap werd ooit door de hemelse Schaapherder op Zijn schouders thuisgedragen zonder eerst te hebben gekermd onder het gevoel van zijn verloren staat. Dat woord schrijft de Heilige Geest Zelf, en Hij doet het niet om u te verderven.
Want wanneer de ziel wegzinkt in moedeloosheid en vrees en ziet dat zij zichzelf niet kan verlossen, dan is het de tijd van de barmhartigheid van God in het aangezicht van Jezus Christus. U mag uzelf zien als dat verworpen kind op het vlakke van het veld, bevlekt en hulpeloos; maar Hij gaat voorbij, en uw tijd wordt de tijd der minne. Alleen Zijn verzoenend bloed wist dat woord uit, en Hij spreekt: „Gij werdt Mijne.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“My people hath been lost sheep.”
Jeremiah 50:6
When God the Holy Spirit takes a soul in hand, just as the fingers of a man’s hand wrote a sentence of condemnation upon the wall of the palace of the king of Babylon, so does the blessed Spirit write the word “lost” upon the conscience of every vessel of mercy; and when He has written this word with power on their consciences, they carry it about with them branded as it were in letters of fire, in such a manner that the impression is never to be erased, until it is blotted out by the atoning blood of the Mediator.
And thus in the teachings of the Holy Spirit in the consciences of God’s family, “lost, lost, lost” is written on their heart; “lost, lost, lost” is the cry of their lips; “lost, lost, lost” is the deep feeling of their soul. And none was ever found who had not the feeling lost written more or less deeply upon his heart. None was ever gathered into the arms of the heavenly Shepherd; sought out upon the mountains and the hills, laid upon His shoulders, and brought home with rejoicing; none was ever brought into a spiritual acquaintance with Jesus, so as to enjoy communion with Him, who had not sighed and groaned and cried under a sense of his lost state, as a guilty sinner before God.
Now when the soul has been taught by the Holy Spirit, to feel as well as to see and know itself to be without strength to deliver itself from the wrath to come, and is in consequence sunk down into despondency and dismay, then is the time when the Holy Spirit usually gives it some discovery of the mercy of God in the face of Jesus Christ. We find this sweetly set forth in that remarkable chapter, Ezekiel 16. The vessel of mercy is there delineated under the figure of a new-born babe, abandoned by its mother, and “cast out in the open field, to the loathing of its person in the day that it was born.” As unpitied, as abandoned, as polluted, as helpless, as perishing, as wretched an outcast is the quickened soul.
But it is not left to perish. “When I passed by you,” says the loving Redeemer, “and looked upon you, behold, your time was the time of love; and I spread My skirt over you” (the sign of espousal, Ruth 3:9), “and covered your nakedness—yes, I swore unto you, and entered into a covenant with you, says the Lord God, and you became Mine.”
To the reader…
How often have you seen that one word written in your conscience: “lost”? Does it lie at the bottom of your soul as in letters of fire, and can you not erase it, however you try? Do not be too alarmed by it. No sheep was ever carried home on the shoulders of the heavenly Shepherd without first having groaned under the sense of its lost state. That word is written by the Holy Spirit Himself, and He does not write it to destroy you.
For when the soul sinks down in despondency and fear and sees that it cannot deliver itself, then it is the time of the mercy of God in the face of Jesus Christ. You may see yourself as that abandoned child in the open field, defiled and helpless; but He passes by, and your time becomes the time of love. Only His atoning blood blots out that word, and He says, “Thou becamest Mine.”
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Ovejas perdidas fueron Mi pueblo.
Jeremías 50:6
Cuando Dios el Espíritu Santo toma en Sus manos un alma, así como los dedos de una mano de hombre escribieron una sentencia de condenación en la pared del palacio del rey de Babilonia, así escribe el bendito Espíritu la palabra “perdido” en la conciencia de cada vaso de misericordia; y cuando ha escrito esta palabra con poder en sus conciencias, la llevan consigo grabada como en letras de fuego, de tal manera que la impresión nunca podrá borrarse hasta que sea raída por la sangre expiatoria del Mediador.
Y así, en las enseñanzas del Espíritu Santo en la conciencia de la familia de Dios, “perdido, perdido, perdido” queda escrito en su corazón; “perdido, perdido, perdido” es el clamor de sus labios; “perdido, perdido, perdido” es el profundo sentir de su alma. Y nunca fue hallado nadie que no tuviera el sentimiento de perdido escrito más o menos hondamente en su corazón. Nunca fue nadie recogido en los brazos del Pastor celestial, buscado por los montes y collados, puesto sobre Sus hombros y llevado a casa con gozo; nunca fue nadie llevado a un conocimiento espiritual de Jesús, de modo que gozara de comunión con Él, que no hubiera suspirado, gemido y clamado bajo el sentido de su estado perdido, como pecador culpable delante de Dios.
Ahora bien, cuando el alma ha sido enseñada por el Espíritu Santo a sentir, así como a ver y saber, que no tiene fuerza para librarse de la ira venidera, y por consiguiente se ha hundido en el abatimiento y la consternación, entonces es el tiempo en que el Espíritu Santo suele darle algún descubrimiento de la misericordia de Dios en la faz de Jesucristo. Hallamos esto dulcemente expuesto en aquel notable capítulo, Ezequiel 16. Allí se describe al vaso de misericordia bajo la figura de una criatura recién nacida, abandonada por su madre y “echada sobre la faz del campo, con menosprecio de su vida, en el día que nació”. Tan sin compasión, tan abandonada, tan contaminada, tan desvalida, tan a punto de perecer, tan miserable desechada es el alma vivificada.
Pero no se la deja perecer. “Y pasé Yo junto a ti”, dice el amante Redentor, “y te miré, y he aquí que tu tiempo era tiempo de amores; y extendí Mi manto sobre ti” (la señal de desposorio, Rut 3:9), “y cubrí tu desnudez; y te di juramento, y entré en concierto contigo, dice el Señor Jehová, y fuiste Mía.”
Al lector…
¿Cuántas veces ha visto usted escrita en su conciencia esa sola palabra: “perdido”? ¿Yace en el fondo de su alma como en letras de fuego, y no puede borrarla por más que lo intente? No se alarme demasiado por ello. Ninguna oveja fue jamás llevada a casa sobre los hombros del Pastor celestial sin haber gemido primero bajo el sentido de su estado perdido. Esa palabra la escribe el Espíritu Santo mismo, y no la escribe para destruirle.
Porque cuando el alma se hunde en el abatimiento y el temor, y ve que no puede librarse a sí misma, entonces es el tiempo de la misericordia de Dios en la faz de Jesucristo. Puede usted verse como aquella criatura abandonada en campo abierto, contaminada y desvalida; pero Él pasa junto a usted, y su tiempo se convierte en tiempo de amores. Solo Su sangre expiatoria borra esa palabra, y Él dice: “Fuiste Mía.”
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl