Nieuw verschenenEen medelijdende Hogepriester en een troon der genadePreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

6 juli Korenaren uit de volle oogst

Die door Hem gelooft in God, welke Hem opgewekt heeft uit de doden, en Hem heerlijkheid gegeven heeft, opdat uw geloof en hoop op God zijn zoude.
1 Petrus 1:21

Let goed op het kenmerk dat hier gegeven wordt van hen voor wie Christus geopenbaard was. Van hen wordt gezegd dat „zij door Hem in God geloven”. Het moet beslist iets groots zijn om in God te geloven. Als dit hun onderscheidingsteken is, mogen we wel onderzoeken wat ermee bedoeld wordt. Het moet beslist iets groots zijn om in God te geloven met een geloof dat behoudenis met zich meebrengt.

Het is gemakkelijk te geloven dat er een God is in de natuur, of een God in de voorzienigheid, of een God in de genade naar de letter van het Woord. Dat doen duizenden die laten zien dat ze geen deel hebben aan verzoenende liefde en uitdelgend bloed. Het is zelfs de grote misleiding van deze tijd: de godsdienst van die godsdienstige menigte die noch God, noch zichzelf, noch de Wet, noch het Evangelie, noch de zonde, noch de behoudenis kent. Dit alles is een geloven betreffende God, of een geloven van God: dat Hij bestaat, of dat Hij een God is zoals de Schrift Hem voorstelt. Maar het is iets heel anders om in God te geloven.

Dat is een bijzonder en eigen geloof. Het vereist een geestelijke en zaligmakende kennis van God, zoals onze Heere Zelf zegt (Joh. 17:3). Niemand kan Hem kennen dan door het eeuwige leven: doordat Hij Zichzelf ontdekt, Zijn tegenwoordigheid persoonlijk openbaart en nadert in de kracht van Zijn Woord en de openbaring van Zijn genade. Zo kan ook niemand in Hem geloven zonder een geloof dat uit goddelijke openbaring voortkomt. In God geloven is dus geen handeling van de natuurlijke geest. Het is de gave en het werk van God, aan ons gegeven door de bemiddeling van Christus, en daarom, zoals de apostel zegt, gegeven in de zaak van Christus (Fil. 1:29).

Komt, luistert toe, gij godgezinden,
gij, die de Heer van harte vreest,
hoort, wat mij God deed ondervinden,
wat Hij gedaan heeft aan mijn geest.

Ps. 66:8

Aan de lezer…

U die zegt in God te geloven, vraag uzelf af: gelooft u in God, of alleen betreffende God? Het is gemakkelijk te erkennen dat er een God is in de natuur en in de voorzienigheid, en duizenden doen dat zonder ooit deel te hebben aan verzoenende liefde en uitdelgend bloed. Laat ik het eerlijk zeggen: dat is de grote misleiding van deze tijd. Laat deze woorden u niet bang maken, maar u wel doen onderzoeken wat er in uw hart leeft.

Want in God geloven is geen handeling van de natuurlijke geest; het is de gave en het werk van God, aan ons gegeven door Christus. Kunt u dat geloof niet in uzelf vinden, zoek het daar dan ook niet. Vraag Hem, Die Zichzelf door Zijn Woord en de openbaring van Zijn genade aan arme zielen bekendmaakt, om ook u nabij te komen. Wie door Hem in God gelooft, mag ook zijn geloof en hoop op God hebben, en eens met de psalmist zeggen wat God aan zijn geest gedaan heeft.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

6 juli 365 dagen met Philpot

Gods leiding met Israël in de woestijn

Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn vleugelen uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijn vlerken, zo leidde hem de Heere alleen, en er was geen vreemd God met hem.
Deuteronomium 32:11,12

Het woord „zweven” komt ook voor in de tekst: „de Geest Gods zweefde op de wateren” (Gen. 1:2). Er zit iets heel rijks in dat woord. De Geest Gods zweefde fladderend boven de wateren en vervulde de chaos met leven. Zo wekt ook de arend, wanneer zij terugkeert van haar jacht op prooi, eerst haar slapende jongen op. Daarna fladdert zij voorzichtig boven haar nest, broedt met een trillende beweging van borst en vleugels op haar jongen, en vult hun lijfjes, die door haar lange afwezigheid van de kou verstijfd zijn, met warmte en levenskracht. Wat een prachtig beeld van de terugkeer van de Heere tot de ziel die in slaap is gevallen en koud is geworden toen Hij weg was! Christus, zo lezen we, „voedt”, of zoals het woord betekent, „verwarmt met Zijn lichaam”, de Kerk (Ef. 5:29).

Terwijl Hij met zachte bewegingen boven de ziel zweeft, brengt Hij door de heilige Geest leven en warmte in haar over. Het leven Gods in de ziel opwekken en voeden zijn de twee voornaamste doelen van de prediking. Ga eens na of u deze twee uitwerkingen van het verkondigde Evangelie in uw ziel kunt bespeuren.

Wordt u niet soms opgewekt? En klopt uw hart niet soms als antwoord op het blijde geluid, en trilt en fladdert het niet onder de zoete woorden van de evangeliegenade, wanneer die met goddelijke zalving in uw binnenste vallen? Fladderen de jonge arenden ook niet? Zo fladdert en trilt de ziel van de gelovige als antwoord op het bewegen van de gezegende Geest. Zoek deze twee dingen bij het verkondigde Evangelie. Wat een verschil in leven en gevoel wanneer het Woord wordt verkondigd: we ontwaken uit een diepe verdoving!

Lezen: Psalm 91

Aan de lezer…

Het kan zijn dat uw ziel koud en verstijfd geworden is, alsof de Heere lang van u weg is geweest. Dan bent u als die jonge arenden in het verlaten nest, verkleumd en zonder kracht om zichzelf te verwarmen. Maar zie hoe de arend terugkeert, haar jongen opwekt en met trillende vleugels warmte en levenskracht in hen brengt. Zo keert ook de Heere terug tot de ziel die in slaap is gevallen. Christus voedt en verwarmt Zijn Kerk; Hij laat haar niet in de kou liggen.

Let daarom op wanneer het Woord verkondigd wordt. Werd uw hart niet soms opgewekt, trilde het niet onder de zoete woorden van de evangeliegenade? Dat was het zweven van de gezegende Geest boven uw ziel. Zoek dat, en wees niet tevreden met een kale gewoonte. Hij Die eens boven de wateren zweefde en de chaos met leven vervulde, kan ook in uw dorre, koude hart leven en warmte brengen, en u doen ontwaken uit uw diepe verdoving.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

6 juli Door Baca’s vallei

Hij is machtig te vernederen degenen, die in hoogmoed wandelen.
Daniël 4:37

Van al de gruwelen die naakt en geopend liggen voor de ogen van Hem met Wie wij te doen hebben, lijkt Hij in het bijzonder Zijn heilige afkeer van de hoogmoed te tonen. De uiterlijke openbaringen daarvan zijn misschien meer dan enige andere zonde blootgesteld geweest aan de bliksemstralen van de Almachtige. Hoogmoed deed de aarde splijten, zodat Korach, Dathan en Abiram ter helle voeren, en hij hing Absalom op aan de takken van een eik. Hoogmoed vervulde Sauls hart met een moorddadige afkeer van David en scheurde in één keer tien stammen onder de heerschappij van Rehabeam vandaan. Hoogmoed verdreef Nebukadnezar uit het gezelschap van zijn hofhouding en deed hem gras eten als een os. Zijn lichaam werd nat van de dauw van de hemel, totdat zijn haren groeiden als arendsveren en zijn nagels als die van de vogels.

En als hij de goddelozen van de aarde heeft weggevaagd en hun zoon noch neef, wortel noch tak gelaten heeft, dan heeft hij ook onder de kinderen van God zijn slag geslagen. Hoogmoed sloot Aäron uit van het beloofde land en maakte Mirjam melaats, wit als sneeuw. Hoogmoed, werkzaam in Davids hart, bracht een pest waardoor zeventigduizend mensen werden weggerukt. De hoogmoed bracht al Hizkia’s schatten en nakomelingen naar Babel, en sloot Jona op in de ingewanden van de walvis, en naar zijn eigen beleving in de buik van de hel.

Hij is de enige bron van twist, de zekere voorloper van de val, de aanstoker van vervolging, een strik voor de voet, een keten die het hele lichaam omsluit, het hoofdbestanddeel van bedrog en het graf van alle oprechtheid. Als het tegendeel van de naastenliefde is de hoogmoed niet lankmoedig en nooit vriendelijk. Hij is altijd afgunstig, roemt op zichzelf en is voortdurend opgeblazen. Hij gedraagt zich altijd onbetamelijk, zoekt of bedoelt altijd zichzelf, wordt zeer gemakkelijk boos, denkt altijd kwaad, en verblijdt zich in de ongerechtigheid en niet in de waarheid. Hij verdraagt niets, gelooft niets — namelijk niets goeds van een ander — hoopt niets en duldt niets.

Hij is altijd rusteloos en ellendig en kwelt zichzelf en anderen. Hij is het verderf van de kerken, de aanstoker van twist en de uitdover van de liefde. Laat het onze wijsheid zijn hem te zien, onze genade hem te verafschuwen en onze overwinning hem te overwinnen. En laat onze bevinding zijn zoals Hart die in een van zijn dichtregels bezingt:

Uw hof, zij is ’t terrein,
Waar hoogmoed niet kan leven.
Eén moment daar te zijn,
Zou hem in ’t bloed doen sneven.

Aan de lezer…

Soms denkt u, als u deze lange rij van gevallenen leest, aan Korach of aan Nebukadnezar. Maar de hoogmoed blijft niet bij de goddelozen staan: ook onder de kinderen van God heeft hij zijn slag geslagen. Aäron en Mirjam, David en Hizkia, zelfs Jona: zij allen hebben ondervonden dat God machtig is te vernederen degenen die in hoogmoed wandelen. Zou u dan denken dat dit kwaad niet in uw hart woont? Hij is rusteloos en ellendig, afgunstig, zoekt zichzelf en dooft de liefde uit; en hoe vaak vinden wij dat niet in ons eigen hart?

Wanhoop daarom niet wanneer de Heere u vernedert; het is Zijn heilige afkeer van uw hoogmoed, niet van uw ziel. Bid liever dat het uw wijsheid mag zijn hem te zien, uw genade hem te verafschuwen en uw overwinning hem te overwinnen. En weet: één moment in het hof van de Heere, in Zijn nabijheid, doet hem sneven als niets anders. Zoek daar uw plaats, aan Zijn voeten.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina