6 de julio
Die door Hem gelooft in God, welke Hem opgewekt heeft uit de doden, en Hem heerlijkheid gegeven heeft, opdat uw geloof en hoop op God zijn zoude.
1 Petrus 1:21
Let wel op het kenmerk dat hier gegeven is van hen voor wie Christus was geopenbaard. Er wordt van hen gezegd dat „zij door Hem in God geloven”. Het moet voorzeker iets groots zijn in God te geloven. Indien dit hun onderscheidingsteken is, mogen wij wel onderzoeken wat ermede bedoeld wordt. Het moet voorzeker iets groots zijn in God te geloven met een geloof dat behoudenis met zich brengt.
Het is gemakkelijk te geloven dat er een God is in de natuur, of een God in de Voorzienigheid, of een God in de genade, naar de letter van het Woord, en dat doen duizenden die tonen geen belang te hebben bij verzoenende liefde en uitdelgend bloed. Inderdaad, het is de grote misleiding van de dag, de godsdienst van die godsdienstige menigte die noch God, noch zichzelf, noch Wet, noch Evangelie, noch zonde, noch behoudenis kennen. Dit alles is een geloven betreffende God, of een geloven van God, zoals Hij bestaat, of dat Hij een God is zoals de Schrift Hem voorstelt te zijn; maar het is een zeer groot verschil van in God te geloven.
Dit is een bijzonder en eigenaardig geloof, en vereist een geestelijke en zaligmakende kennis van God, zoals onze Heere Zelf spreekt (Joh. 17:3); en daar dus niemand Hem kan kennen dan door het eeuwige leven, dan door de ontdekking van Zichzelf, door persoonlijke openbaring Zijner tegenwoordigheid, door een toenadering van Hem in de kracht van Zijn Woord en de openbaring Zijner genade, zo kan ook niemand in Hem geloven zonder een geloof aan Goddelijke openbaring. In God te geloven is dus niet een handeling van de natuurlijke geest, maar het is de gave en het werk van God, ons gegeven door tussenkomst van Christus, en daarom, zoals de apostel zegt, gegeven in de zaak van Christus (Fil. 1:29).
Komt, luistert toe, gij godgezinden,
gij, die de Heer van harte vreest,
hoort, wat mij God deed ondervinden,
wat Hij gedaan heeft aan mijn geest.
Ps. 66:8
Aan de lezer…
U die zegt in God te geloven, vraag uzelf af: gelooft u in God, of slechts betreffende God? Het is gemakkelijk te erkennen dat er een God is in de natuur en in de Voorzienigheid, en duizenden doen het zonder ooit belang te hebben bij verzoenende liefde en uitdelgend bloed. Laat ik het eerlijk zeggen: dat is de grote misleiding van de dag. Laat deze woorden u niet bevreesd maken, maar wel doen onderzoeken wat er in uw hart leeft.
Want in God te geloven is geen handeling van de natuurlijke geest; het is de gave en het werk van God, ons gegeven door Christus. Kunt u dat geloof niet in uzelf vinden, zoek het dan ook niet daar. Vraag Hem, Die Zichzelf door Zijn Woord en de openbaring Zijner genade aan arme zielen bekendmaakt, dat Hij ook u nabij wil komen. Wie door Hem in God gelooft, die mag ook zijn geloof en hoop op God hebben, en eens met de psalmist zeggen wat God aan zijn geest gedaan heeft.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Die door Hem gelooft in God, welke Hem opgewekt heeft uit de doden, en Hem heerlijkheid gegeven heeft, opdat uw geloof en hoop op God zijn zoude.
1 Petrus 1:21
Let goed op het kenmerk dat hier gegeven wordt van hen voor wie Christus geopenbaard was. Van hen wordt gezegd dat „zij door Hem in God geloven”. Het moet beslist iets groots zijn om in God te geloven. Als dit hun onderscheidingsteken is, mogen we wel onderzoeken wat ermee bedoeld wordt. Het moet beslist iets groots zijn om in God te geloven met een geloof dat behoudenis met zich meebrengt.
Het is gemakkelijk te geloven dat er een God is in de natuur, of een God in de voorzienigheid, of een God in de genade naar de letter van het Woord. Dat doen duizenden die laten zien dat ze geen deel hebben aan verzoenende liefde en uitdelgend bloed. Het is zelfs de grote misleiding van deze tijd: de godsdienst van die godsdienstige menigte die noch God, noch zichzelf, noch de Wet, noch het Evangelie, noch de zonde, noch de behoudenis kent. Dit alles is een geloven betreffende God, of een geloven van God: dat Hij bestaat, of dat Hij een God is zoals de Schrift Hem voorstelt. Maar het is iets heel anders om in God te geloven.
Dat is een bijzonder en eigen geloof. Het vereist een geestelijke en zaligmakende kennis van God, zoals onze Heere Zelf zegt (Joh. 17:3). Niemand kan Hem kennen dan door het eeuwige leven: doordat Hij Zichzelf ontdekt, Zijn tegenwoordigheid persoonlijk openbaart en nadert in de kracht van Zijn Woord en de openbaring van Zijn genade. Zo kan ook niemand in Hem geloven zonder een geloof dat uit goddelijke openbaring voortkomt. In God geloven is dus geen handeling van de natuurlijke geest. Het is de gave en het werk van God, aan ons gegeven door de bemiddeling van Christus, en daarom, zoals de apostel zegt, gegeven in de zaak van Christus (Fil. 1:29).
Komt, luistert toe, gij godgezinden,
gij, die de Heer van harte vreest,
hoort, wat mij God deed ondervinden,
wat Hij gedaan heeft aan mijn geest.
Ps. 66:8
Aan de lezer…
U die zegt in God te geloven, vraag uzelf af: gelooft u in God, of alleen betreffende God? Het is gemakkelijk te erkennen dat er een God is in de natuur en in de voorzienigheid, en duizenden doen dat zonder ooit deel te hebben aan verzoenende liefde en uitdelgend bloed. Laat ik het eerlijk zeggen: dat is de grote misleiding van deze tijd. Laat deze woorden u niet bang maken, maar u wel doen onderzoeken wat er in uw hart leeft.
Want in God geloven is geen handeling van de natuurlijke geest; het is de gave en het werk van God, aan ons gegeven door Christus. Kunt u dat geloof niet in uzelf vinden, zoek het daar dan ook niet. Vraag Hem, Die Zichzelf door Zijn Woord en de openbaring van Zijn genade aan arme zielen bekendmaakt, om ook u nabij te komen. Wie door Hem in God gelooft, mag ook zijn geloof en hoop op God hebben, en eens met de psalmist zeggen wat God aan zijn geest gedaan heeft.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Who by Him do believe in God, that raised Him up from the dead, and gave Him glory; that your faith and hope might be in God.
1 Peter 1:21
Observe the special mark which is here given of those for whom Christ was manifested. It is said of those who “by Him they believe in God.” If this be their distinctive mark, we may well inquire what is intended by it. It must surely be a very great thing to believe in God with a faith that brings salvation with it. It is easy to believe that there is a God in nature, or a God in providence, or a God in grace, according to the mere letter of the word, and this is what thousands do who have no manifested interest in redeeming love and atoning blood.
In fact, it is the great delusion of the day, the religion of that religious multitude who know neither God nor themselves, neither law nor gospel, neither sin nor salvation. All this is a believing about God, or a believing of God, such as that He exists, or that He is such a God as the Scriptures represent Him to be; but this is a very different thing from believing in God.
This is a special and peculiar faith, and implies a spiritual and saving knowledge of God, such as our Lord speaks of (John 17:3); and as none can thus know Him unto eternal life but from some discovery of Himself, some personal manifestation of His presence, some coming near of Himself in the power of His word and the operations of His grace, so none can believe in Him without a faith of divine operation. To believe, therefore, in God is not an act of the natural mind, but it is the gift and work of God, bestowed upon us through the mediation of Christ, and therefore, as the Apostle says, “given in the behalf of Christ” (Phil. 1:29).
To the reader…
You who say you believe in God, ask yourself: do you believe in God, or only about God? It is easy to acknowledge that there is a God in nature and in providence, and thousands do so without ever having any part in redeeming love and atoning blood. Let me say it honestly: that is the great delusion of our day. Do not let these words frighten you, but do let them make you search what lives in your heart.
For to believe in God is not an act of the natural mind; it is the gift and work of God, given to us through Christ. If you cannot find that faith in yourself, then do not look for it there. Ask Him, Who makes Himself known to poor souls through His Word and the revelation of His grace, to come near to you as well. Whoever believes in God through Him may also have their faith and hope in God, and one day say with the psalmist what God has done for their soul.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Que por Él creéis en Dios, el cual le resucitó de los muertos, y le ha dado gloria, para que vuestra fe y esperanza sea en Dios.
1 Pedro 1:21
Observe la señal especial que se da aquí de aquellos por quienes Cristo fue manifestado. Se dice de ellos que “por Él creen en Dios”. Si esta es su señal distintiva, bien podemos preguntar qué se quiere decir con ella. Ciertamente ha de ser una cosa muy grande creer en Dios con una fe que trae consigo la salvación. Es fácil creer que hay un Dios en la naturaleza, o un Dios en la providencia, o un Dios en la gracia, según la mera letra de la palabra, y esto es lo que hacen miles que no tienen ninguna parte manifiesta en el amor redentor y en la sangre expiatoria.
De hecho, es el gran engaño de nuestros días, la religión de aquella multitud religiosa que no conoce ni a Dios ni a sí misma, ni la ley ni el evangelio, ni el pecado ni la salvación. Todo esto es un creer acerca de Dios, o un creer a Dios, como que Él existe, o que es un Dios tal como las Escrituras le presentan; pero esto es algo muy diferente de creer en Dios.
Esta es una fe especial y peculiar, e implica un conocimiento espiritual y salvador de Dios, como aquel del cual habla nuestro Señor (Juan 17:3); y así como nadie puede conocerle de este modo para vida eterna sino por algún descubrimiento de Sí mismo, alguna manifestación personal de Su presencia, algún acercarse Él mismo en el poder de Su palabra y en las operaciones de Su gracia, así nadie puede creer en Él sin una fe de operación divina. Creer en Dios, por tanto, no es un acto de la mente natural, sino que es don y obra de Dios, otorgado a nosotros por la mediación de Cristo, y por tanto, como dice el apóstol, “concedido por Cristo” (Filipenses 1:29).
Al lector…
Usted que dice que cree en Dios, pregúntese: ¿cree en Dios, o solo acerca de Dios? Es fácil reconocer que hay un Dios en la naturaleza y en la providencia, y miles lo hacen sin haber tenido jamás parte en el amor redentor y en la sangre expiatoria. Permítame decirlo con sinceridad: ese es el gran engaño de nuestros días. No deje que estas palabras le asusten, pero sí que le lleven a escudriñar lo que vive en su corazón.
Porque creer en Dios no es un acto de la mente natural; es don y obra de Dios, dado a nosotros por Cristo. Si no puede hallar esa fe en sí mismo, no la busque allí. Pida a Aquel que se da a conocer a las almas pobres por Su Palabra y por la revelación de Su gracia, que se acerque también a usted. Quien por Él cree en Dios puede tener también su fe y esperanza en Dios, y un día decir con el salmista lo que Dios ha hecho por su alma.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl