Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

5 augustus Korenaren uit de volle oogst

Hij zal van de hemel zenden en mij verlossen, te schande makende degene die mij zoekt op te slokken. Sela. God zal Zijn goedertierenheid en Zijn waarheid zenden.
Psalm 57:4

En waar is Gods goedertierenheid geopenbaard? Uitwendig in Gods Woord, inwendig in het hart. Door Zijn goedertierenheid in het geweten te zenden, door Zijn liefde in de ziel uit te storten en door Zijn vergevende liefde van binnen te openbaren, is het dat God „te schande maakt degene die ons zoekt op te slokken”. Mensen mogen zeggen: „Ik twijfel niet aan uw godsdienst; voorzeker, gij hebt tekenen en getuigenissen dat gij een kind van God zijt!” Godsdienstleraars kunnen komen en proberen u gerust te stellen, en dat geruststellen doet vaak meer kwaad dan goed: „O, indien gij door deze dingen geoefend wordt, zijt gij zeker een kind van God.” Alsof iemand tevreden kan zijn met zijn oefeningen, en alsof hij, omdat hij hongert en dorst naar de Heere, tevreden kan zijn met zijn honger en dorst.

Nee, deze dingen raken de ziekte zelf niet; ze gaan niet ver en niet diep genoeg, en ze komen niet met Goddelijke kracht, als uit de mond van de Heere Zelf. Dit alles laat de arme zieke krank, moedeloos en treurig achter, en het neemt niet weg waaronder zijn ziel gebukt gaat. Maar goedertierenheid, lieflijke goedertierenheid, uit de hemel gezonden en van boven in zijn ziel neergedaald, aan zijn geweten toegepast, aan zijn hart geopenbaard en koesterend door de Geest van God in zijn ziel gebracht — dat redt hem van het verwijt van elke vijand die hem zou willen opslokken.

Want als hij vol vertrouwen kan leunen op de armen van de barmhartigheid, wat kan de mens dan, wat kan de Satan, wat kan de zonde, wat kan de dood, ja, wat kan zelfs de hel doen om hem te schaden? Als de goedertierenheid van God aan zijn zijde staat, aan zijn hart geopenbaard en uit de hemel in zijn ziel gevonden, wie of wat zal hem dan opslokken?

God is mijn licht, mijn heil, wie zou ik vrezen?
Hij is de Heer, Die hulp verschaft in nood,
mijn levenskracht: ’k heb niet vervaard te wezen;
Hij is ’t, Die mij beveiligt voor de dood.

Ps. 27:1

Aan de lezer…

Het kan zijn dat mensen u al eens gerustgesteld hebben, terwijl uw ziel toch niet tot rust kwam. Zeiden zij: „Gij hebt tekenen genoeg”, en bleef u toch krank, moedeloos en treurig? Verwijt het uzelf dan niet te snel. Zulke woorden gaan niet diep genoeg; zij komen niet met Goddelijke kracht, als uit de mond van de Heere Zelf. Uw honger en dorst zijn goed, maar zij kunnen u niet verzadigen; alleen Hij kan dat.

Roep daarom met de psalmdichter of Hij van de hemel wil zenden en u verlossen. Wanneer Zijn goedertierenheid in uw geweten wordt toegepast en Zijn vergevende liefde in uw hart wordt uitgestort, dan vallen de verwijten van elke vijand weg. Wat kan de mens, de Satan, de zonde, de dood of zelfs de hel u dan doen? Leun op de armen van de barmhartigheid, en u zult ervaren dat Hij uw licht en uw heil is, Die hulp verschaft in nood.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

5 augustus 365 dagen met Philpot

Mozes’ zegen over Israël

Welgelukzalig zijt gij, o Israël, wie is u gelijk? Gij zijt een volk, verlost door de Heere.
Deuteronomium 33:29

Het geluk van Israël komt voort uit niets minder dan God en de hemel, en is daar ook op gericht. Dat is dus de reden ervan. „Welgelukzalig zijt gij, o Israël.” Waarom bent u welgelukzalig? Gelukkig, omdat God u heeft uitverkoren tot de verlossing in de Persoon van Zijn geliefde Zoon. Gelukkig, omdat Hij u liefheeft met een eeuwige liefde. Gelukkig, omdat Hij u soms geeft Hem op uw beurt lief te hebben. Gelukkig, omdat Hij u door Zijn genade geroepen heeft, om u eens met eeuwige heerlijkheid te kronen. Gelukkig, omdat er in de hemel woningen van eeuwige gelukzaligheid voor u bestemd zijn, ver boven alle stormen en golven van deze woelige wereld. Gelukkig, omdat de Heere uw eeuwig Deel is — omdat God uw Vader en Vriend is, Jezus uw Heiland, Man en oudste Broeder, en de Heilige Geest uw Trooster, Leraar en Heiligmaker. Daarom: „Welgelukzalig zijt gij, o Israël.”

U lijdende heiligen van de Allerhoogste, uw lot hier beneden kan wat de uiterlijke omstandigheden betreft moeilijk zijn. Pijnlijk kunnen de oefeningen zijn waarin u bijna dagelijks de opstandigheid en hopeloze verdorvenheid van uw vleselijke gezindheid ervaart. Zware verzoekingen kunnen voortdurend uw deel zijn; menige doorn en scherpe tak kan op uw pad liggen. En de weg kan zo ruig en ruw zijn dat u soms het gevoel hebt dat u de ellendigste van alle mensen bent. Dat zou u ook beslist zijn zonder Gods genade in uw hart en de heerlijkheid die aan de andere kant van het graf voor u bestemd is. Toch kan bij dit alles, al waren uw bezoekingen en verdrietigheden duizendmaal erger, over u gezegd worden: „Welgelukzalig, driewerf welgelukzalig zijt gij, o Israël!”

Lezen: Klaagliederen 3:19-33

Aan de lezer…

Lijdende ziel, voelt u zich vandaag de ellendigste van alle mensen? Is uw weg ruig en ruw, liggen er doornen op uw pad, en ervaart u dagelijks de opstandigheid van uw eigen hart? Dan klinkt het woord „welgelukzalig” u misschien vreemd in de oren. Toch wordt het juist over zulke mensen gesproken, niet vanwege hun omstandigheden, maar vanwege wat God voor hen is.

Uw geluk ligt niet hier beneden, maar in Hem Die u met een eeuwige liefde liefheeft. Hij heeft u door Zijn genade geroepen; Hij is uw eeuwig Deel, uw Vader en Vriend; Jezus is uw Heiland, en de Heilige Geest uw Trooster. En als Hij u soms geeft Hem op uw beurt lief te hebben, al is het maar een ogenblik, is dat dan geen teken van Zijn werk in u? Al waren uw verdrietigheden duizendmaal erger, de woningen boven de stormen van deze wereld blijven voor u bestemd.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

5 augustus Door Baca’s vallei

En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige en waarachtige God, en Jezus Christus, Die Gij gezonden hebt.
Johannes 17:3

Hoe velen zijn er bezorgd om te weten wat de weg van de zaligheid is, hoe het eeuwige leven te verkrijgen is en hoe men de toekomende toorn kan ontvlieden. Maar de Heere Jezus heeft in één korte zin laten zien waarin het eeuwige leven bestaat: in de kennis van de enige ware God en van Jezus Christus, Die Hij gezonden heeft. Wie daarom de Vader en de Zoon kent, heeft het eeuwige leven in zijn ziel.

In het zesde hoofdstuk van Johannes haalt de Heere Jezus onder andere dit gedeelte uit het Oude Testament aan en zegt: „Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen van God geleerd zijn. Een iegelijk dan die het van de Vader gehoord en geleerd heeft, die komt tot Mij.” Hij stelt dit voor als een bijzondere vrucht van Goddelijk onderwijs, die tot gevolg heeft dat men komt. De Geest, Die onderwijst tot nut, schildert voor de ogen van de ziel de Persoon, het werk, het bloed, de liefde, de genade en de gerechtigheid van de Heere Jezus Christus. Hij laat haar zien dat Hij precies zo’n Zaligmaker is als zij nodig heeft. Hij maakt de waardigheid van Zijn Persoon bekend, en dat Hij de Godmens is.

Hij doet het geweten verstaan dat Hij Zichzelf voor de zonde heeft geofferd en dat Hij Zijn verzoenend bloed heeft uitgestort, zodat de zonde van de kerk voor eeuwig is weggenomen van voor het aangezicht van God. Hij opent voor de ogen van de ziel Zijn heerlijke gerechtigheid, waarin de Vader een welbehagen heeft. En als de ziel daaraan maar deel heeft, is zij bevrijd van de toekomende toorn. Hij opent voor het hart de gewilligheid van Christus om iedere zondaar die komt te ontvangen, en laat zien dat in Hem de schatten van barmhartigheid en genade liggen opgesloten.

Daarbij drukt Hij de troostrijke woorden die de Heere in de dagen van Zijn vlees gesproken heeft, in het hart: „Komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.” „Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.” „Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke.”

Aan de lezer…

Arme zondaar, bent u bezorgd hoe u de toekomende toorn zult ontvlieden? Dat is geen geringe zorg, en het is goed dat zij u niet loslaat. Maar zoek het antwoord niet in een lange weg van eigen werk. Het eeuwige leven bestaat hierin: de enige waarachtige God te kennen, en Jezus Christus, Die Hij gezonden heeft. Wie door de Geest geleerd wordt, die komt tot Hem.

Vraagt u zich af of Hij wel zo’n Zaligmaker is als u nodig hebt? Laat de Geest u dan Zijn Persoon, Zijn bloed en Zijn gerechtigheid voor ogen schilderen. Hij heeft Zichzelf voor de zonde geofferd, en Hij is gewillig iedere zondaar die komt te ontvangen. Bent u vermoeid en belast, dorst uw ziel? Zijn eigen woorden zijn voor u: „Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.” Kom dan zoals u bent, en vertrouw erop dat Hij Zijn Woord niet zal breken.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina