5 de agosto
Hij zal van de hemel zenden en mij verlossen, te schande makende degene die mij zoekt op te slokken. Sela. God zal Zijn goedertierenheid en Zijn waarheid zenden.
Psalm 57:4
En waar is Gods goedertierenheid geopenbaard? Uitwendig in Gods Woord; inwendig in het hart. En het is door Zijn goedertierenheid in het geweten te zenden, door Zijn liefde in de ziel uit te storten, door Zijn vergevende liefde van binnen te openbaren, dat God „te schande maakt degene die ons zoekt op te slokken”. De mens moge zeggen: „Ik twijfel niet aan uw godsdienst; voorzeker, gij hebt tekenen en getuigenissen dat gij een kind van God zijt!” Godsdienstleraren kunnen komen en trachten u gerust te stellen, en dat geruststellen doet dikwijls meer kwaad dan goed: „O, indien gij door deze dingen geoefend wordt, zijt gij zeker een kind van God”; alsof een mens met oefeningen tevreden kan zijn, en alsof hij, omdat hij hongert en dorst naar de Heere, met zijn honger en dorst tevreden kan zijn.
Neen, deze dingen tasten de ziekte zelf niet aan; ze gaan niet ver, niet diep genoeg en komen niet met Goddelijke kracht als van de mond des Heeren Zelf. Dit alles laat de arme zieke krank, moedeloos en treurig, en neemt dat niet weg waaronder zijn ziel gebukt gaat. Maar goedertierenheid, liefelijke goedertierenheid, van de hemel gezonden en van boven in zijn ziel neergedaald, aan zijn geweten toegepast en aan zijn hart geopenbaard en koesterend door de Geest van God in zijn ziel gebracht — dat redt hem van het verwijt van elke vijand die hem zou willen opslokken.
Want zo hij vol vertrouwen kan leunen op de armen der barmhartigheid, wat kan dan de mens, wat kan de Satan, wat kan de zonde, wat kan de dood, wat kan de hel zelfs doen om hem te schaden? Indien de goedertierenheid Gods aan zijn zijde is, aan zijn hart geopenbaard en van de hemel in zijn ziel gevonden is, wie of wat zal hem dan opslokken?
God is mijn licht, mijn heil, wie zou ik vrezen?
Hij is de Heer, Die hulp verschaft in nood,
mijn levenskracht: ’k heb niet vervaard te wezen;
Hij is ’t, Die mij beveiligt voor de dood.
Ps. 27:1
Aan de lezer…
Het kan zijn dat mensen u al eens gerustgesteld hebben, terwijl uw ziel toch niet rustig werd. Zeiden zij: „Gij hebt tekenen genoeg”, en bleeft u toch krank, moedeloos en treurig? Verwijt het uzelf dan niet te snel. Zulke woorden gaan niet diep genoeg; zij komen niet met Goddelijke kracht als van de mond des Heeren Zelf. Uw honger en dorst zijn goed, maar zij kunnen u niet verzadigen; alleen Hij kan dat.
Roep daarom met de psalmdichter dat Hij van de hemel zende en u verlosse. Wanneer Zijn goedertierenheid in uw geweten wordt toegepast en Zijn vergevende liefde in uw hart wordt uitgestort, dan vallen de verwijten van elke vijand weg. Wat kan de mens, de Satan, de zonde, de dood of zelfs de hel u dan doen? Leun op de armen der barmhartigheid, en u zult ervaren dat Hij uw licht en uw heil is, Die hulp verschaft in nood.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Hij zal van de hemel zenden en mij verlossen, te schande makende degene die mij zoekt op te slokken. Sela. God zal Zijn goedertierenheid en Zijn waarheid zenden.
Psalm 57:4
En waar is Gods goedertierenheid geopenbaard? Uitwendig in Gods Woord, inwendig in het hart. Door Zijn goedertierenheid in het geweten te zenden, door Zijn liefde in de ziel uit te storten en door Zijn vergevende liefde van binnen te openbaren, is het dat God „te schande maakt degene die ons zoekt op te slokken”. Mensen mogen zeggen: „Ik twijfel niet aan uw godsdienst; voorzeker, gij hebt tekenen en getuigenissen dat gij een kind van God zijt!” Godsdienstleraars kunnen komen en proberen u gerust te stellen, en dat geruststellen doet vaak meer kwaad dan goed: „O, indien gij door deze dingen geoefend wordt, zijt gij zeker een kind van God.” Alsof iemand tevreden kan zijn met zijn oefeningen, en alsof hij, omdat hij hongert en dorst naar de Heere, tevreden kan zijn met zijn honger en dorst.
Nee, deze dingen raken de ziekte zelf niet; ze gaan niet ver en niet diep genoeg, en ze komen niet met Goddelijke kracht, als uit de mond van de Heere Zelf. Dit alles laat de arme zieke krank, moedeloos en treurig achter, en het neemt niet weg waaronder zijn ziel gebukt gaat. Maar goedertierenheid, lieflijke goedertierenheid, uit de hemel gezonden en van boven in zijn ziel neergedaald, aan zijn geweten toegepast, aan zijn hart geopenbaard en koesterend door de Geest van God in zijn ziel gebracht — dat redt hem van het verwijt van elke vijand die hem zou willen opslokken.
Want als hij vol vertrouwen kan leunen op de armen van de barmhartigheid, wat kan de mens dan, wat kan de Satan, wat kan de zonde, wat kan de dood, ja, wat kan zelfs de hel doen om hem te schaden? Als de goedertierenheid van God aan zijn zijde staat, aan zijn hart geopenbaard en uit de hemel in zijn ziel gevonden, wie of wat zal hem dan opslokken?
God is mijn licht, mijn heil, wie zou ik vrezen?
Hij is de Heer, Die hulp verschaft in nood,
mijn levenskracht: ’k heb niet vervaard te wezen;
Hij is ’t, Die mij beveiligt voor de dood.
Ps. 27:1
Aan de lezer…
Het kan zijn dat mensen u al eens gerustgesteld hebben, terwijl uw ziel toch niet tot rust kwam. Zeiden zij: „Gij hebt tekenen genoeg”, en bleef u toch krank, moedeloos en treurig? Verwijt het uzelf dan niet te snel. Zulke woorden gaan niet diep genoeg; zij komen niet met Goddelijke kracht, als uit de mond van de Heere Zelf. Uw honger en dorst zijn goed, maar zij kunnen u niet verzadigen; alleen Hij kan dat.
Roep daarom met de psalmdichter of Hij van de hemel wil zenden en u verlossen. Wanneer Zijn goedertierenheid in uw geweten wordt toegepast en Zijn vergevende liefde in uw hart wordt uitgestort, dan vallen de verwijten van elke vijand weg. Wat kan de mens, de Satan, de zonde, de dood of zelfs de hel u dan doen? Leun op de armen van de barmhartigheid, en u zult ervaren dat Hij uw licht en uw heil is, Die hulp verschaft in nood.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
He shall send from heaven, and save me from the reproach of him that would swallow me up. Selah. God shall send forth His mercy and His truth.
Psalm 57:3
And where is God’s mercy revealed? Outwardly in the word of God; inwardly in the heart. And it is by sending His mercy into the conscience, shedding abroad His love in the soul, manifesting His pardoning favor within, that God “saves from the reproach of him that would swallow us up.” Man may say, ‘I do not doubt your religion; surely you have marks and testimonies of being a child of God!’ Ministers may come and endeavor to soothe you, and often by their soothing make more mischief than they mend—‘O, no doubt, if you are exercised with these things you are a child of God;’ as though a man could be satisfied with exercises, and because he is hungering and thirsting after the Lord, could be contented with his famine and his drought.
No; these things do not touch the secret malady, do not go far enough, nor deep enough, nor come with divine power as from the mouth of the Lord Himself. All short of this leaves the poor patient afflicted, desolate, and dejected; and does not remove that under which his soul labors.
But mercy, sweet mercy, sent from heaven, and dropped from above into his spirit, applied to his conscience, revealed to his heart, and brought warm into his very soul by the Spirit of God—that saves him from the reproach of every enemy that would swallow him up. For if he can lean, confidently lean upon the arms of mercy, what can man do, what can Satan do, what can sin do, what can death do, what can hell itself do to hurt him? If the mercy of God is upon his side, revealed to his heart, and sent from heaven into his soul, who or what shall swallow him up?
To the reader…
It may be that people have already tried to reassure you, while your soul still found no rest. Did they say, “You have marks enough,” and did you remain sick, downcast and sorrowful all the same? Then do not reproach yourself too quickly. Such words do not go deep enough; they do not come with divine power, as from the mouth of the Lord Himself. Your hunger and thirst are good, but they cannot satisfy you; only He can do that.
Cry, therefore, with the psalmist that He would send from heaven and save you. When His lovingkindness is applied to your conscience and His pardoning love is shed abroad in your heart, the reproaches of every enemy fall away. What can man, Satan, sin, death or even hell do to you then? Lean on the arms of mercy, and you will find that He is your light and your salvation, a very present help in trouble.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Él enviará desde los cielos, y me salvará de la infamia del que me apura; Selah. Dios enviará Su misericordia y Su verdad.
Salmo 57:3
¿Y dónde se revela la misericordia de Dios? Exteriormente, en la Palabra de Dios; interiormente, en el corazón. Y es enviando Su misericordia a la conciencia, derramando Su amor en el alma, manifestando dentro Su favor perdonador, como Dios “salva de la infamia del que quiere tragarnos”. Los hombres pueden decir: ‘No dudo de su religión; ¡seguro que usted tiene señales y testimonios de ser hijo de Dios!’ Pueden venir ministros y procurar calmarle, y a menudo con su calmar causan más daño que remedio: ‘Oh, sin duda, si usted es ejercitado en estas cosas, es hijo de Dios’; como si un hombre pudiera quedar satisfecho con ejercicios, y, porque tiene hambre y sed del Señor, pudiera contentarse con su hambre y su sequía.
No; estas cosas no tocan el mal secreto, no llegan lo bastante lejos ni lo bastante hondo, ni vienen con poder divino como de la boca del Señor mismo. Todo lo que no llega a esto deja al pobre enfermo afligido, desolado y abatido, y no quita aquello bajo lo cual su alma gime.
Pero la misericordia, la dulce misericordia, enviada desde el cielo y destilada desde lo alto en su espíritu, aplicada a su conciencia, revelada a su corazón y traída cálida a su misma alma por el Espíritu de Dios, esa le salva de la infamia de todo enemigo que quisiera tragarle. Porque si puede apoyarse, apoyarse confiadamente, en los brazos de la misericordia, ¿qué puede hacerle el hombre, qué Satanás, qué el pecado, qué la muerte, qué el infierno mismo para dañarle? Si la misericordia de Dios está de su parte, revelada a su corazón y enviada desde el cielo a su alma, ¿quién o qué le tragará?
Al lector…
Puede ser que otros ya hayan intentado tranquilizarle, mientras su alma seguía sin hallar descanso. ¿Le dijeron: “Usted tiene señales suficientes”, y aun así siguió enfermo, abatido y triste? Entonces no se reproche demasiado pronto. Tales palabras no llegan lo bastante hondo; no vienen con poder divino, como de la boca del Señor mismo. Su hambre y su sed son buenas, pero no pueden saciarle; solo Él puede hacerlo.
Clame, pues, con el salmista, que Él envíe desde los cielos y le salve. Cuando Su misericordia es aplicada a su conciencia y Su amor perdonador es derramado en su corazón, caen las infamias de todo enemigo. ¿Qué pueden hacerle entonces el hombre, Satanás, el pecado, la muerte o aun el infierno? Apóyese en los brazos de la misericordia, y hallará que Él es su luz y su salvación, su pronto auxilio en las tribulaciones.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl