vandaag verschenen
Een medelijdende Hogepriester en een troon der genade
Over Hebreeën 4:15,16: Christus, onze grote Hogepriester, kan medelijden hebben met onze zwakheden en is in alles verzocht, maar zonder zonde. Juist wie zijn zwakheden en verzoekingen voelt, wordt aangespoord…
7 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
2 weken geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
3 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Korenaren Uit De Volle Oogst
En dat wij door vele verdrukkingen moeten ingaan in het Koninkrijk Gods.
Handelingen 14:22
Wat zijn de beloften? Zijn niet al de beloften juist geschikt voor de arme en behoeftige kinderen des Heeren? Wat zijn de beloften van vergeving, behalve voor de schuldige? Wat zijn de beloften van behoudenis, behalve voor de verlorene? Wat zijn de beloften van vertroosting, behalve voor de bedroefde? Wat zijn de beloften van genade, behalve voor hen die zich geheel veroordeeld gevoelen? Het is dus „door vele verdrukkingen” dat wij tot de zoetheid der beloften komen.
Dan komen zij met kracht in het hart; zij worden met leven en gevoel aan de ziel geopenbaard, en wij beginnen, evenals Jeremia in de dagen van ouds, „Gods Woord te vinden en het op te eten”, en te gevoelen dat het de vreugde en de blijdschap van ons hart is. Dit is de uitwerking van de ervaring van velerlei verdrukkingen, zowel in de voorzienigheid als in de genade — van hevige beproevingen; van ernstige, kwellende bezoekingen; van het misnoegen der wereld; van slagen, door zondaars en heiligen ons toegebracht; van het leren kennen van de werkingen van een hart, bedriegelijk en goddeloos meer dan enig ding — om ons te doen ingaan „in het Koninkrijk Gods” en in die zoete openbaringen van grote liefde en tedere barmhartigheid, die alleen hun voldoening kunnen geven wier geweten door Gods vinger is aangeraakt.
En ik geloof dat gij, die eerlijk, die oprecht zijt, die vreest misleid te worden, weet dat er een verborgenheid is in het leven Gods, en verlangt deze verborgenheid grondiger te kennen en krachtiger te gevoelen; en ik ben vast verzekerd dat er in uw ziel een inwendige verzekerdheid is, dat gij nooit in een geheim van het Koninkrijk Gods indrongt, dat in uw hart geplant werd, dan door verdrukking. Was het niet door verdrukking dat gij het Woord verstondt en gevoeldet dat het door de kracht Gods aan uw geweten werd toegepast? En was het niet door en te midden van verdrukkingen, door middel van lijden, dat gij de openbaring Gods aan uw ziel meer en meer leerdet waarderen, en gevoeldet dat niets u voldoening kon schenken, niets u bevredigen dan een gezegende ontdekking van stervende liefde?
D’ eenvoudigen wil God steeds gadeslaan.
’k Was uitgeteerd, maar Hij zag op mij neder.
Keer, mijne ziel, tot uwe ruste weder:
gij zijt verlost, God heeft u welgedaan!
Psalm 116:4
Aan de lezer…
Vermoeide pelgrim, u vraagt zich misschien af waarom uw weg door zoveel verdrukkingen gaat. U leest de beloften, maar zij schijnen u zo ver weg. Bedenk dan voor wie zij geschreven zijn: de beloften van vergeving voor de schuldige, van behoudenis voor de verlorene, van vertroosting voor de bedroefde. Zolang u zich niet schuldig, verloren en bedroefd gevoelt, blijven zij u vreemd.
Daarom leidt de Heere u door beproevingen, door het misnoegen der wereld en door het leren kennen van uw eigen bedriegelijk hart. Het is geen hardheid van Zijn kant; het is de weg naar de zoetheid der beloften. Ziet u terug, was het dan niet juist in de verdrukking dat het Woord met kracht in uw geweten kwam? Zo zal het ook nu zijn. Niets zal u voldoening schenken dan een gezegende ontdekking van stervende liefde, en daarheen leidt Hij u.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En dat wij door vele verdrukkingen moeten ingaan in het Koninkrijk Gods.
Handelingen 14:22
Wat zijn de beloften? Zijn niet alle beloften juist bestemd voor de arme en behoeftige kinderen van de Heere? Voor wie zijn de beloften van vergeving, behalve voor de schuldige? Voor wie zijn de beloften van behoudenis, behalve voor de verlorene? Voor wie zijn de beloften van vertroosting, behalve voor de bedroefde? Voor wie zijn de beloften van genade, behalve voor hen die zich volkomen veroordeeld voelen? Het is dus „door vele verdrukkingen” dat we tot de zoetheid van de beloften komen.
Dan komen zij met kracht in het hart. Zij worden met leven en gevoel aan de ziel geopenbaard, en we beginnen, net als Jeremia in de dagen van weleer, „Gods Woord te vinden en het op te eten”, en te voelen dat het de vreugde en de blijdschap van ons hart is. Daartoe dient de ervaring van allerlei verdrukkingen, zowel in de voorzienigheid als in de genade. Denk aan zware beproevingen, aan ernstige, kwellende bezoekingen, aan het misnoegen van de wereld, aan slagen die zondaars en heiligen ons toebrengen, en aan het leren kennen van de werkingen van een hart dat bedrieglijk en goddeloos is, meer dan enig ding. Dat alles dient om ons te doen ingaan „in het Koninkrijk Gods” en in die zoete openbaringen van grote liefde en tedere barmhartigheid die alleen voldoening kunnen geven aan hen van wie het geweten door Gods vinger is aangeraakt.
U die eerlijk en oprecht bent en vreest misleid te worden, weet, geloof ik, dat er een verborgenheid is in het leven van God. U verlangt die verborgenheid grondiger te kennen en krachtiger te voelen. En ik ben er vast van overtuigd dat er in uw ziel een innerlijke zekerheid is dat u nooit anders dan door verdrukking bent doorgedrongen in een geheim van het Koninkrijk van God dat in uw hart geplant werd. Was het niet door verdrukking dat u het Woord verstond en voelde dat het door de kracht van God aan uw geweten werd toegepast? En was het niet door en te midden van verdrukkingen, door lijden heen, dat u de openbaring van God aan uw ziel steeds meer leerde waarderen? Voelde u toen niet dat niets u voldoening kon schenken en niets u kon bevredigen dan een gezegende ontdekking van stervende liefde?
D’ eenvoudigen wil God steeds gadeslaan.
’k Was uitgeteerd, maar Hij zag op mij neder.
Keer, mijne ziel, tot uwe ruste weder:
gij zijt verlost, God heeft u welgedaan!
Psalm 116:4
Aan de lezer…
Vermoeide pelgrim, u vraagt zich misschien af waarom uw weg door zoveel verdrukkingen gaat. U leest de beloften, maar ze lijken zo ver weg. Bedenk dan voor wie ze geschreven zijn: de beloften van vergeving voor de schuldige, van behoudenis voor de verlorene, van vertroosting voor de bedroefde. Zolang u zich niet schuldig, verloren en bedroefd voelt, blijven ze u vreemd.
Daarom leidt de Heere u door beproevingen, door het misnoegen van de wereld en door het leren kennen van uw eigen bedrieglijke hart. Dat is geen hardheid van Zijn kant; het is de weg naar de zoetheid van de beloften. Als u terugkijkt, was het dan niet juist in de verdrukking dat het Woord met kracht in uw geweten kwam? Zo zal het ook nu zijn. Niets zal u voldoening schenken dan een gezegende ontdekking van stervende liefde, en daarheen leidt Hij u.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
We must through much tribulation enter into the kingdom of God.
Acts 14:22
What are the promises? Are not all the promises suited to the Lord’s poor and needy family? What are the promises of pardon, except to the guilty? What are promises of salvation, except to the lost? What are promises of consolation, except to the afflicted? What are promises of grace, except to those who feel themselves altogether undone? Thus it is “through much tribulation” we enter into the sweetness of the promises. Then they come with power into the heart; they are manifested with life and feeling to the soul; and we begin, like Jeremiah of old, to “find God’s word and eat it;” and feel it to be the very joy and rejoicing of our heart.
This is the effect of passing through tribulation in providence and in grace—of cutting trials; of severe, harassing temptations; of frowns from the world; of blows from sinners and saints; of learning the workings of a heart deceitful above all things and desperately wicked; to lead us “into the kingdom of God;” and into those sweet manifestations of loving-kindness and tender mercy which alone can satisfy us whose consciences God’s finger has touched.
And I believe you that are honest, you that are sincere, you that fear to be deceived, you that know there is a secret in vital godliness, and long to know it more deeply, and feel it more powerfully; I am sure there is an inward witness in your soul that you never entered into any one mystery of the kingdom of God set up in your heart except through tribulation. Was it not through tribulation you understood the word, and felt it applied to your conscience by the power of God? And was it not by and through tribulation, through the medium of suffering, that you were made to value more and more the manifestation of God to your soul? and feel that nothing could satisfy you, nothing content you, but a blessed discovery of dying love?
To the reader…
Weary pilgrim, perhaps you wonder why your way leads through so many tribulations. You read the promises, but they seem so far away. Then consider for whom they were written: the promises of pardon for the guilty, of salvation for the lost, of consolation for the afflicted. As long as you do not feel yourself guilty, lost and afflicted, they remain strange to you.
That is why the Lord leads you through trials, through the frowns of the world and through learning to know your own deceitful heart. This is no harshness on His part; it is the way into the sweetness of the promises. When you look back, was it not precisely in tribulation that the Word came with power into your conscience? So it will be now as well. Nothing will satisfy you but a blessed discovery of dying love, and it is there that He is leading you.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Que es menester que por muchas tribulaciones entremos en el reino de Dios.
Hechos 14:22
¿Qué son las promesas? ¿No son todas las promesas adecuadas a la familia pobre y necesitada del Señor? ¿Para quién son las promesas de perdón, sino para los culpables? ¿Para quién las promesas de salvación, sino para los perdidos? ¿Para quién las promesas de consuelo, sino para los afligidos? ¿Para quién las promesas de gracia, sino para los que se sienten del todo perdidos? Así es “por muchas tribulaciones” como entramos en la dulzura de las promesas. Entonces vienen con poder al corazón; se manifiestan al alma con vida y sentimiento; y comenzamos, como Jeremías en la antigüedad, a “hallar las palabras de Dios y comerlas”, y sentimos que son el gozo y la alegría misma de nuestro corazón.
Este es el efecto de pasar por tribulación en la providencia y en la gracia: por pruebas punzantes, por tentaciones severas y acosadoras, por el ceño del mundo, por golpes de pecadores y de santos, por aprender las obras de un corazón engañoso más que todas las cosas y perverso; para llevarnos “al reino de Dios”, y a aquellas dulces manifestaciones de misericordia y de tierna compasión, que son lo único que puede satisfacernos a nosotros, cuyas conciencias ha tocado el dedo de Dios.
Y creo que ustedes los que son honrados, los que son sinceros, los que temen ser engañados, los que saben que hay un secreto en la piedad vital y anhelan conocerlo más profundamente y sentirlo más poderosamente; estoy seguro de que hay un testimonio interior en su alma de que nunca entraron en ningún misterio del reino de Dios establecido en su corazón sino por medio de la tribulación. ¿No fue por la tribulación como entendieron la palabra y la sintieron aplicada a su conciencia por el poder de Dios? ¿Y no fue por y a través de la tribulación, por medio del sufrimiento, como fueron llevados a valorar cada vez más la manifestación de Dios a su alma, y a sentir que nada podía satisfacerles, nada contentarles, sino un bendito descubrimiento del amor que murió por ustedes?
Al lector…
Peregrino cansado, quizá se pregunta por qué su camino pasa por tantas tribulaciones. Lee las promesas, pero parecen tan lejanas. Considere entonces para quién fueron escritas: las promesas de perdón para los culpables, de salvación para los perdidos, de consuelo para los afligidos. Mientras usted no se sienta culpable, perdido y afligido, le seguirán siendo extrañas.
Por eso el Señor le conduce por pruebas, por el ceño del mundo y por el aprender a conocer su propio corazón engañoso. No es dureza de Su parte; es el camino hacia la dulzura de las promesas. Cuando mira atrás, ¿no fue precisamente en la tribulación cuando la Palabra vino con poder a su conciencia? Así será también ahora. Nada le satisfará sino un bendito descubrimiento del amor que murió por usted, y es allí adonde Él le está llevando.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Gods leiding met Israël in de woestijn
Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn vleugelen uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijn vleugelen, zo leidde hem de Heere alleen, en er was geen vreemd God met hem.
Deuteronomium 32:11, 12
Men zegt dat de arend „haar nest opwekt”. Haar „nest” betekent ongetwijfeld haar jongen, die, net als mensenbaby’s, veel tijd slapend doorbrengen. Maar dan is het voedertijd, en moeten ze worden gewekt. Net zo wekt de Heere Zijn kinderen op. Een belangrijk instrument dat God in handen heeft om het sluimerende nest op te wekken, is de snavel en klauw van een bevindelijke kerkdienst die het geweten onderzoekt — niet om te verscheuren, maar om te wekken; om tussen de veren door te gaan, maar niet om het vlees te scheuren.
Hoe gaarne willen Gods kinderen worden opgewekt! Hoezeer hebben ze niet een slaaplied nodig, maar de alarmbazuin op de heilige berg (Joël 2:1), en dat Sions wachters luid laten klinken: „Ontwaak, ontwaak, sta op, o Jeruzalem”, om hen wakker te maken uit de loomheid waarin ze zo vaak wegzakken. Een belangrijk nut van een predikdienst is Gods kinderen op te wekken. Petrus vond het betamelijk, zolang hij zich in de tabernakel van het lichaam bevond, zijn broeders „op te wekken”, en zegt dat hij „in beide zendbrieven door vermaning hun oprecht gemoed opwekte” (2 Petr. 3:1). Een vuur gaat al gauw uit, tenzij het wordt opgepookt; en net zo zou Gods vuur in de ziel uitdoven als het niet voortdurend werd aangewakkerd.
De hele week bent u bezig met zakendoen; u leeft wellicht te midden van een drukke klantenkring, waar geld, geld, geld alle tijd van werkgever en werknemer opslokt; of, als dit niet zo is, kunnen huiselijke zorgen en de vleselijkheid van uw eigen natuur zich verenigen om u als het ware levend te begraven. Dit zou niet zo moeten zijn, maar het is helaas wel zo. Welnu, op de Dag des Heeren naar het Evangelie te kunnen luisteren en een bevindelijke kerkdienst te kunnen bijwonen, is vaak een gezegend middel om de ziel op te wekken en haar bij te brengen uit haar zesdaagse sluimer.
Lezen: Efeze 5:1-21
Aan de lezer…
Wie kent niet het gevoel dat de week hem als levend begraven heeft? Het werk, de zorgen, het geld dat alle tijd opslokt, en daarbij de vleselijkheid van uw eigen natuur: zij doen het vuur in de ziel zo licht verflauwen. U weet dat het niet zo zou moeten zijn, en toch vindt u zich telkens weer in die loomheid weggezakt.
Wees dan dankbaar wanneer de Heere u wekt, al gaat het soms met de snavel en klauw van een woord dat uw geweten onderzoekt. Hij doet het niet om te verscheuren, maar om te wekken, zoals de arend haar jongen opwekt wanneer het voedertijd is. Zoek dan op de Dag des Heeren niet een slaaplied, maar een woord dat uw ziel doet ontwaken. Hij Die u leidt als een arend die zijn vleugelen uitbreidt, zal u ook dragen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn vleugelen uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijn vleugelen, zo leidde hem de Heere alleen, en er was geen vreemd God met hem.
Deuteronomium 32:11, 12
Er wordt gezegd dat de arend „haar nest opwekt”. Met haar „nest” worden ongetwijfeld haar jongen bedoeld, die, net als kleine kinderen, veel tijd slapend doorbrengen. Maar dan is het voedertijd, en moeten ze gewekt worden. Zo wekt ook de Heere Zijn kinderen op. Een belangrijk middel dat God in handen heeft om het sluimerende nest op te wekken, is de snavel en klauw van een bevindelijke prediking die het geweten onderzoekt — niet om te verscheuren, maar om te wekken; om tussen de veren door te gaan, maar niet om het vlees open te rijten.
Hoe graag willen Gods kinderen opgewekt worden! Hoe hard hebben ze geen slaaplied nodig, maar de alarmbazuin op de heilige berg (Joël 2:1), die Sions wachters luid laten klinken: „Ontwaak, ontwaak, sta op, o Jeruzalem”, om hen wakker te schudden uit de loomheid waarin ze zo vaak wegzakken. Een belangrijk nut van de prediking is Gods kinderen op te wekken. Petrus vond het gepast om, zolang hij in de tabernakel van het lichaam was, zijn broeders „op te wekken”, en hij zegt dat hij „in beide zendbrieven door vermaning hun oprecht gemoed opwekte” (2 Petr. 3:1). Een vuur gaat al gauw uit als het niet wordt opgepookt; en zo zou ook Gods vuur in de ziel uitdoven als het niet voortdurend werd aangewakkerd.
De hele week bent u bezig met uw werk. Misschien leeft u te midden van een drukke handel, waar geld, geld, geld alle tijd van werkgever en werknemer opslokt. Of, als dat niet zo is, dan kunnen huiselijke zorgen en de vleselijkheid van uw eigen natuur samen u als het ware levend begraven. Dit zou niet zo moeten zijn, maar helaas is het wel zo. Welnu, op de dag des Heeren naar het Evangelie te kunnen luisteren en een bevindelijke prediking te kunnen bijwonen, is vaak een gezegend middel om de ziel op te wekken en haar bij te brengen uit haar sluimer van zes dagen.
Lezen: Efeze 5:1-21
Aan de lezer…
Wie kent niet het gevoel dat de week hem als levend begraven heeft? Het werk, de zorgen, het geld dat alle tijd opslokt, en daarbij de vleselijkheid van uw eigen natuur: dat alles doet het vuur in de ziel zo gemakkelijk verflauwen. U weet dat het niet zo zou moeten zijn, en toch merkt u telkens weer dat u in die loomheid bent weggezakt.
Wees dan dankbaar wanneer de Heere u wekt, al gaat het soms met de snavel en klauw van een woord dat uw geweten onderzoekt. Hij doet het niet om te verscheuren, maar om te wekken, zoals de arend haar jongen opwekt wanneer het voedertijd is. Zoek dan op de dag des Heeren geen slaaplied, maar een woord dat uw ziel doet ontwaken. Hij Die u leidt als een arend die zijn vleugelen uitbreidt, zal u ook dragen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
As an eagle stirreth up her nest, fluttereth over her young, spreadeth abroad her wings, taketh them, beareth them on her wings: so the LORD alone did lead him, and there was no strange god with him.
Deuteronomy 32:11, 12
The eagle is said to “stir up her nest.” By her “nest” are doubtless meant her young ones, who, like little children, spend much of their time asleep. But then it is feeding time, and they must be roused. So the Lord also stirs up His children. One chief means which God has in His hands to stir up the slumbering nest is the beak and claw of a searching, experimental ministry — not to tear, but to rouse; to go in among the feathers, but not to lay open the flesh.
How God’s children need to be stirred up! How much they need, not a lullaby, but the alarm sounded in the holy mountain (Joel 2:1), which Zion’s watchmen blow aloud, “Awake, awake, stand up, O Jerusalem,” to shake them out of the sloth into which they so often sink. One great use of the ministry is to stir up God’s children. Peter thought it meet, as long as he was in this tabernacle, to “stir up” his brethren, and he says, “I stir up your pure minds by way of remembrance” in both his epistles (2 Peter 3:1). A fire soon goes out if it is not stirred; and so God’s fire in the soul would die out if it were not continually stirred up.
All the week you are occupied with your business. Perhaps you live amid a busy trade, where money, money, money swallows up all the time of master and man. Or, if not so, domestic cares and the carnality of your own nature may together, as it were, bury you alive. This ought not to be so, but alas, it is so. Now, to be able on the Lord’s day to hear the gospel and to sit under an experimental ministry is often a blessed means of stirring up the soul and reviving it from its six days’ slumber.
Reading: Ephesians 5:1-21
To the reader…
Who does not know the feeling that the week has buried him alive? Work, cares, money swallowing up all your time, and with it the carnality of your own nature: all of this makes the fire in the soul burn low so easily. You know it ought not to be so, and yet time and again you find that you have sunk into that sloth.
Be thankful, then, when the Lord stirs you up, even if it sometimes comes with the beak and claw of a word that searches your conscience. He does not do it to tear, but to rouse, as the eagle stirs up her young when it is feeding time. On the Lord’s day, then, do not look for a lullaby, but for a word that wakes your soul. He Who leads you like an eagle spreading abroad her wings will also bear you up.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Como el águila despierta su nidada, revolotea sobre sus pollos, extiende sus alas, los toma, los lleva sobre sus plumas: Jehová solo le guió, que no hubo con él dios ajeno.
Deuteronomio 32:11, 12
Se dice que el águila “despierta su nidada”. Por su “nidada” se entienden sin duda sus pollos, que, como niños pequeños, pasan mucho de su tiempo dormidos. Pero entonces llega la hora de comer, y hay que despertarlos. Así también el Señor despierta a Sus hijos. Uno de los principales medios que Dios tiene en Sus manos para despertar la nidada adormecida es el pico y la garra de un ministerio escudriñador y experimental: no para desgarrar, sino para despertar; para meterse entre las plumas, pero no para abrir la carne.
¡Cuánto necesitan los hijos de Dios ser despertados! ¡Cuánto necesitan, no una canción de cuna, sino la alarma tocada en el santo monte (Joel 2:1), que los atalayas de Sion hacen sonar en alta voz: “Despierta, despierta, levántate, oh Jerusalem”, para sacudirlos de la pereza en que tan a menudo se hunden! Uno de los grandes usos del ministerio es despertar a los hijos de Dios. Pedro tuvo por justo, en tanto que estaba en este tabernáculo, “despertar” a sus hermanos, y dice: “Despierto con exhortación vuestro limpio entendimiento” en sus dos epístolas (2 Pedro 3:1). Un fuego pronto se apaga si no se aviva; y así el fuego de Dios en el alma se extinguiría si no fuera avivado continuamente.
Toda la semana está usted ocupado con sus negocios. Quizá vive en medio de un comercio ajetreado, donde el dinero, el dinero, el dinero se traga todo el tiempo de amo y criado. O, si no es así, los cuidados domésticos y la carnalidad de su propia naturaleza pueden juntos, por así decirlo, enterrarle vivo. Esto no debería ser así, pero, ¡ay!, así es. Pues bien, poder oír el evangelio en el día del Señor y sentarse bajo un ministerio experimental es a menudo un medio bendito para despertar el alma y reavivarla de su sueño de seis días.
Lectura: Efesios 5:1-21
Al lector…
¿Quién no conoce la sensación de que la semana le ha enterrado vivo? El trabajo, los cuidados, el dinero que se traga todo su tiempo, y con ello la carnalidad de su propia naturaleza: todo esto hace que el fuego del alma se apague tan fácilmente. Usted sabe que no debería ser así, y sin embargo una y otra vez halla que se ha hundido en esa pereza.
Sea agradecido, pues, cuando el Señor le despierta, aunque a veces venga con el pico y la garra de una palabra que escudriña su conciencia. No lo hace para desgarrar, sino para despertar, como el águila despierta a sus pollos cuando llega la hora de comer. En el día del Señor, pues, no busque una canción de cuna, sino una palabra que despierte su alma. Aquel que le guía como el águila que extiende sus alas también le llevará.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
In zijn maanden zal het nieuwe vruchten voortbrengen, want zijn wateren vlieten uit het heiligdom.
Ezechiël 47:12
Er is altijd iets nieuws in de dingen van God. Hier is een gedeelte uit het Woord van God, dat wij misschien herhaaldelijk gelezen hebben zonder dat wij er iets opmerkelijks in vonden; doch ongedacht en onverwacht kwam er een gezegende lichtstraal over, en wij zagen erin wat wij er voorheen nooit in gezien hadden: iets buitengewoon zoets en dierbaars. Het is nu alles nieuw; het wordt als nieuw ontvangen, als nieuw gevoeld, als nieuw geproefd en gesmaakt. Het komt ons voor alsof wij tevoren nooit iets in dit gedeelte zagen. Zo wedervaart het ons ook in het gebed en in het horen.
Gij kunt misschien maanden aaneen in een ellendige, benauwde toestand voor uw ziel geleefd hebben, zodat gij nauwelijks iets van het leven Gods in u bespeuren kon. Maar onder het gepredikte Woord behaagde het God een woordje met warmte, leven en gevoel in uw ziel te doen afdruipen. O, wat is dit nieuw! Het is zó nieuw, alsof wij het nooit tevoren gehoord hadden. Het schijnt alsof onze ogen nu eerst geopend werden om nieuwe dingen te horen. Zo vervult de Heere die dierbare belofte: „Hij, Die op de troon zit, zeide: Zie, Ik maak alle dingen nieuw.” Indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, zie, het is alles nieuw geworden.
Aan de lezer…
Hebt u maanden aaneen in een benauwde toestand geleefd, lezer, zodat u nauwelijks iets van het leven Gods in u bespeuren kon? Werd het Woord u als een bekend en dor land, dat u las zonder er iets in te vinden? Het gebed scheen leeg, het horen zonder vrucht. Zulke tijden zijn zwaar, en de ziel vreest dan dat de bron voor altijd is opgedroogd.
Maar de wateren vlieten uit het heiligdom, en in zijn maanden brengt het nieuwe vruchten voort. Ongedacht en onverwacht kan de Heere een lichtstraal doen vallen op een woord dat u al zo vaak gelezen hebt, en een woordje met warmte en leven in uw ziel doen afdruipen. Dan is het alles nieuw, alsof u het nooit tevoren gehoord had. Wacht dan op Hem, Die op de troon zit en zegt: „Zie, Ik maak alle dingen nieuw.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
In zijn maanden zal het nieuwe vruchten voortbrengen, want zijn wateren vlieten uit het heiligdom.
Ezechiël 47:12
Er is altijd iets nieuws in de dingen van God. Hier is een gedeelte uit het Woord van God dat wij misschien herhaaldelijk gelezen hebben zonder er iets opmerkelijks in te vinden. Maar ongedacht en onverwacht viel er een gezegende lichtstraal op, en wij zagen erin wat wij er vroeger nooit in gezien hadden: iets buitengewoon zoets en dierbaars. Nu is het allemaal nieuw; het wordt als nieuw ontvangen, als nieuw gevoeld, als nieuw geproefd en gesmaakt. Het lijkt ons alsof wij vroeger nooit iets in dit gedeelte zagen. Zo gaat het ons ook in het gebed en bij het horen.
Misschien hebt u maandenlang in een ellendige, benauwde toestand voor uw ziel geleefd, zodat u nauwelijks iets van het leven van God in u kon bespeuren. Maar onder het gepredikte Woord behaagde het God een woordje met warmte, leven en gevoel in uw ziel te laten neerdruppelen. O, wat is dit nieuw! Het is zó nieuw, alsof wij het nooit eerder gehoord hadden. Het lijkt alsof onze ogen nu pas geopend werden om nieuwe dingen te horen. Zo vervult de Heere die dierbare belofte: „Hij, Die op de troon zit, zeide: Zie, Ik maak alle dingen nieuw.” Indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, zie, het is alles nieuw geworden.
Aan de lezer…
Hebt u maandenlang in een benauwde toestand geleefd, lezer, zodat u nauwelijks iets van het leven van God in u kon bespeuren? Werd het Woord voor u als een bekend en dor land, dat u las zonder er iets in te vinden? Het gebed leek leeg, het horen zonder vrucht. Zulke tijden zijn zwaar, en de ziel vreest dan dat de bron voor altijd is opgedroogd.
Maar de wateren vlieten uit het heiligdom, en in zijn maanden brengt het nieuwe vruchten voort. Ongedacht en onverwacht kan de Heere een lichtstraal laten vallen op een woord dat u al zo vaak gelezen hebt, en een woordje met warmte en leven in uw ziel laten neerdruppelen. Dan is het allemaal nieuw, alsof u het nooit eerder gehoord had. Wacht dan op Hem, Die op de troon zit en zegt: „Zie, Ik maak alle dingen nieuw.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“It shall bring forth new fruit according to his months, because their waters they issued out of the sanctuary.”
Ezekiel 47:12
There is always something new in the things of God. Here is a passage perhaps in the Word of God that we have read and read again and again without seeing or feeling anything in it; but all of a sudden there may come a blessed flash of light upon it; we now see something in it that we have never seen before, something exceedingly sweet and precious. It is now all new; it is received as new, felt as new, fed upon as new, relished as new. It seems as though we never saw anything in the passage before. So with prayer; so with hearing.
You may perhaps have had your soul shut up in distress and bondage and misery for months; you could scarcely trace anything of the life of God in you. But under the preached Word, it may have pleased God to drop something which has come into your heart with warmth, and life, and feeling. Oh, how new it is! It is as new as though it were never heard before; it seems as though the eyes were now first opened to see new things, and the ears were opened to hear new things, and the heart opened to receive new things. The Lord thus fulfils that blessed promise, “He that sits upon the throne says, Behold, I make all things new!” “If any man be in Christ, he is a new creature; old things are passed away, behold, all things are become new.”
To the reader…
Have you lived for months in a narrow and distressed state, reader, so that you could scarcely trace anything of the life of God in you? Did the Word become to you like a familiar and barren land, which you read without finding anything in it? Prayer seemed empty, hearing without fruit. Such times are heavy, and the soul then fears that the spring has dried up forever.
But the waters issue out of the sanctuary, and it brings forth new fruit according to its months. Unthought of and unexpected, the Lord can let a ray of light fall upon a word you have read so often, and let a little word drop into your soul with warmth and life. Then it is all new, as though you had never heard it before. Wait, then, upon Him Who sits upon the throne and says, “Behold, I make all things new.”
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“A sus meses dará nuevo fruto, porque sus aguas salen del santuario.”
Ezequiel 47:12
Siempre hay algo nuevo en las cosas de Dios. He aquí quizás un pasaje de la Palabra de Dios que hemos leído y releído una y otra vez sin ver ni sentir nada en él; pero de repente puede venir sobre él un bendito destello de luz; ahora vemos en él algo que nunca habíamos visto antes, algo sumamente dulce y precioso. Ahora todo es nuevo; se recibe como nuevo, se siente como nuevo, uno se alimenta de ello como de algo nuevo, se saborea como nuevo. Parece como si nunca antes hubiéramos visto nada en el pasaje. Así sucede con la oración; así con el oír.
Quizás usted ha tenido el alma encerrada en angustia, servidumbre y miseria durante meses; apenas podía rastrear algo de la vida de Dios en usted. Pero bajo la Palabra predicada, puede haber placido a Dios dejar caer algo que ha entrado en su corazón con calor, vida y sentimiento. ¡Oh, qué nuevo es! Es tan nuevo como si nunca se hubiera oído antes; parece como si los ojos se abrieran ahora por primera vez para ver cosas nuevas, y los oídos se abrieran para oír cosas nuevas, y el corazón se abriera para recibir cosas nuevas. Así cumple el Señor aquella bendita promesa: “Y el que estaba sentado en el trono dijo: He aquí, yo hago nuevas todas las cosas”. “De modo que si alguno está en Cristo, nueva criatura es: las cosas viejas pasaron; he aquí todas son hechas nuevas.”
Al lector…
¿Ha vivido usted durante meses en un estado estrecho y angustiado, lector, de modo que apenas podía rastrear algo de la vida de Dios en usted? ¿Se le volvió la Palabra como una tierra conocida y estéril, que leía sin hallar nada en ella? La oración parecía vacía, el oír sin fruto. Tales tiempos son pesados, y el alma teme entonces que el manantial se haya secado para siempre.
Pero las aguas salen del santuario, y a sus meses da nuevo fruto. Sin pensarlo ni esperarlo, el Señor puede hacer caer un rayo de luz sobre una palabra que usted ha leído tantas veces, y dejar caer una palabrita en su alma con calor y vida. Entonces todo es nuevo, como si nunca lo hubiera oído antes. Espere, pues, en Aquel que está sentado en el trono y dice: “He aquí, yo hago nuevas todas las cosas”.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl