4 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
11 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Die alle dingen werkt naar de raad Zijns willens.
Efeze 1:11
Door deze woorden legt de apostel ons Gods almacht voor ogen, de raad van Zijn eigen wil volbrengende aan de voorwerpen die Hij in Zijn gunst heeft uitverkoren. Hierin ligt een bijzondere zegen verborgen. Na een gelovige blik op de bedoelingen van Gods genade, en een liefelijke overtuiging dat zij voor ons zijn, is er niets meer versterkend, meer bemoedigend dan het vermoeden tot wezenlijkheid gebracht van Gods macht om ze ten uitvoer te brengen. Als wij onze eigen ellendige hulpeloosheid voelen; als wij zinken onder de druk van onze dagelijkse zwakheid; als wij treuren over voortdurende zonde; als wij smart voelen over de lagen die ons bij voortduring door vijanden gelegd worden, en door vrees worden benauwd, hoe versterkend is het dan voor ons geloof, zodanig tot het uiterste beproefd wordende, te geloven dat Hij de macht heeft Zijn bedoelingen ten uitvoer te brengen!
Die overtuiging van de almacht Gods was de steun en de kracht van Abrahams geloof, die ondanks schijnbare onmogelijkheid bleef geloven en Gode de eer gaf (Rom. 4:18-21). Wanneer wij dan, wandelende in de voetstappen van het geloof van Abraham, gelovend het oog kunnen vestigen op de God en Vader van onze Heere Jezus Christus; wanneer wij souvereine genade in Zijn hart en oneindige wijsheid in Zijn ziel aanschouwen, dan zien wij een almachtige kracht in Zijn arm en komen tot de liefelijke overtuiging dat alles wat Zijn liefdevol hart gevoelt, door Zijn oneindige wijsheid bestuurd en door Zijn almacht volbracht wordt.
Zijn machtig’ arm beschermt de vromen
en redt hun zielen van de dood.
Hij zal hen nimmer om doen komen
in dure tijd en hongersnood.
In de grootste smarten
blijven onze harten
in de Heer gerust.
’k Zal Hem nooit vergeten,
Hem mijn helper heten,
al mijn hoop en lust.
Ps. 33:10
Aan de lezer…
Hoe dikwijls zinkt u weg onder uw dagelijkse zwakheid! Treurt u over zonde die steeds terugkomt, over vijanden die u lagen leggen, over vrees die u benauwt? Dan voelt u wellicht dat uw geloof tot het uiterste wordt beproefd. Want wat baat het of God goede bedoelingen met u heeft, als u zelf zo hulpeloos bent? Juist daar wijst dit woord u op Hem Die alle dingen werkt naar de raad Zijns willens.
Uw zwakheid is geen hindernis voor Zijn almacht. Abraham zag op niets dan schijnbare onmogelijkheid, en toch bleef hij geloven en gaf hij Gode de eer. Zo mag ook u het oog vestigen op de God en Vader van onze Heere Jezus Christus. Wat Zijn liefdevol hart voor Zijn volk gevoelt, wordt door Zijn wijsheid bestuurd en door Zijn arm volbracht. Niets van wat Hij in Zijn genade voor u besloten heeft, zal onvervuld blijven. Rust daarom niet op uw eigen kracht, maar op de Zijne.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Die alle dingen werkt naar de raad Zijns willens.
Efeze 1:11
Met deze woorden stelt de apostel ons Gods almacht voor ogen, die de raad van Zijn eigen wil volbrengt aan hen die Hij in Zijn gunst heeft uitverkoren. Hierin ligt een bijzondere zegen verborgen. Na een gelovige blik op de bedoelingen van Gods genade, en een lieflijke overtuiging dat zij voor ons zijn, is er niets wat ons meer versterkt en bemoedigt dan wanneer wij werkelijk beseffen dat God de macht heeft om ze uit te voeren. Als wij onze eigen ellendige hulpeloosheid voelen, als wij wegzinken onder de druk van onze dagelijkse zwakheid, als wij treuren over voortdurende zonde, als wij verdriet hebben over de lagen die vijanden ons voortdurend leggen, en als wij door vrees benauwd worden, hoe versterkend is het dan voor ons geloof, dat zo tot het uiterste beproefd wordt, te geloven dat Hij de macht heeft Zijn bedoelingen uit te voeren!
Die overtuiging van Gods almacht was de steun en de kracht van het geloof van Abraham, die ondanks schijnbare onmogelijkheid bleef geloven en God de eer gaf (Rom. 4:18-21). Wanneer wij dan, wandelend in de voetstappen van het geloof van Abraham, gelovig het oog kunnen vestigen op de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, en wanneer wij soevereine genade in Zijn hart en oneindige wijsheid in Zijn ziel aanschouwen, dan zien wij een almachtige kracht in Zijn arm. Dan komen wij tot de lieflijke overtuiging dat alles wat Zijn liefdevol hart voelt, door Zijn oneindige wijsheid bestuurd en door Zijn almacht volbracht wordt.
Zijn machtig’ arm beschermt de vromen
en redt hun zielen van de dood.
Hij zal hen nimmer om doen komen
in dure tijd en hongersnood.
In de grootste smarten
blijven onze harten
in de Heer gerust.
’k Zal Hem nooit vergeten,
Hem mijn helper heten,
al mijn hoop en lust.
Ps. 33:10
Aan de lezer…
Hoe vaak zinkt u weg onder uw dagelijkse zwakheid! Treurt u over zonde die steeds terugkomt, over vijanden die u lagen leggen, over vrees die u benauwt? Dan voelt u misschien dat uw geloof tot het uiterste beproefd wordt. Want wat heeft u eraan dat God goede bedoelingen met u heeft, als u zelf zo hulpeloos bent? Juist daar wijst dit woord u op Hem Die alle dingen werkt naar de raad Zijns willens.
Uw zwakheid is geen hindernis voor Zijn almacht. Abraham zag niets dan schijnbare onmogelijkheid, en toch bleef hij geloven en gaf hij God de eer. Zo mag ook u het oog vestigen op de God en Vader van onze Heere Jezus Christus. Wat Zijn liefdevol hart voor Zijn volk voelt, wordt door Zijn wijsheid bestuurd en door Zijn arm volbracht. Niets van wat Hij in Zijn genade voor u besloten heeft, zal onvervuld blijven. Steun daarom niet op uw eigen kracht, maar op de Zijne.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Who worketh all things after the counsel of His own will.
Ephesians 1:11
By these words the apostle brings before our eyes God’s omnipotent power as carrying into effectual performance the counsel of His own will towards the objects of His distinguishing favor. An especial blessing is couched in this. Next to a believing view of the purposes of God’s grace, and a sweet persuasion of our interest in them, nothing is more strengthening and encouraging than a realizing apprehension of the power of God to carry them into full execution.
Feeling, as we do, our own miserable helplessness, sinking under the pressure of our daily weakness, mourning over continual failures, and grieving on account of perpetual backslidings—encompassed by foes, and distressed by fears—how strengthening it is to our faith, thus tried to the utmost, to believe that He Who has purposed has power to perform. This persuasion of the almighty power of God was the support and strength of Abraham’s faith, which bore him up in the face of seeming impossibilities, and whereby he gave glory to God (Rom. 4:18-21).
When, then, as walking in the steps of the faith of Abraham, we can look up believingly to the God and Father of the Lord Jesus Christ, as we behold sovereign grace in His heart, and infinite wisdom in His mind, so we see almighty strength in His arm, and thus become sweetly persuaded that all which His loving heart feels, His infinite wisdom directs, and His omnipotent power can execute.
To the reader…
How often you sink under your daily weakness! Do you mourn over sin that keeps coming back, over enemies that lay snares for you, over fears that distress you? Then perhaps you feel that your faith is being tried to the utmost. For what good is it to you that God has good purposes towards you, if you yourself are so helpless? It is precisely there that this word points you to Him Who worketh all things after the counsel of His own will.
Your weakness is no hindrance to His almighty power. Abraham saw nothing but seeming impossibility, and yet he went on believing and gave glory to God. So you too may fix your eye on the God and Father of our Lord Jesus Christ. What His loving heart feels for His people is directed by His wisdom and accomplished by His arm. Nothing that He has purposed for you in His grace will remain unfulfilled. Do not lean, therefore, on your own strength, but on His.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
El cual hace todas las cosas según el consejo de Su voluntad.
Efesios 1:11
Con estas palabras el apóstol pone delante de nuestros ojos el poder omnipotente de Dios que lleva a cumplimiento eficaz el consejo de Su propia voluntad para con los objetos de Su favor distintivo. En esto se encierra una bendición especial. Después de una visión creyente de los propósitos de la gracia de Dios, y de una dulce persuasión de tener parte en ellos, nada fortalece ni alienta tanto como una comprensión viva del poder de Dios para llevarlos a plena ejecución.
Sintiendo, como sentimos, nuestra propia miserable impotencia, hundiéndonos bajo la presión de nuestra debilidad diaria, lamentando continuos fracasos y afligidos por perpetuos descarríos, rodeados de enemigos y angustiados por temores, ¡cuánto fortalece a nuestra fe, así probada hasta lo sumo, creer que Aquel que ha propuesto tiene poder para cumplir! Esta persuasión del poder todopoderoso de Dios fue el sostén y la fuerza de la fe de Abraham, que le mantuvo firme frente a aparentes imposibilidades, y por la cual dio gloria a Dios (Rom. 4:18-21).
Cuando, pues, andando en las pisadas de la fe de Abraham, podemos mirar con fe al Dios y Padre del Señor Jesucristo, así como contemplamos gracia soberana en Su corazón y sabiduría infinita en Su mente, vemos también fuerza todopoderosa en Su brazo, y así llegamos a estar dulcemente persuadidos de que todo lo que siente Su corazón amoroso y dirige Su sabiduría infinita, Su poder omnipotente lo puede ejecutar.
Al lector…
¡Cuántas veces se hunde usted bajo su debilidad diaria! ¿Se lamenta por el pecado que vuelve una y otra vez, por enemigos que le tienden lazos, por temores que le angustian? Entonces quizá siente que su fe es probada hasta lo sumo. Porque ¿de qué le sirve que Dios tenga buenos propósitos para con usted, si usted mismo es tan impotente? Es precisamente ahí donde esta palabra le señala a Aquel que hace todas las cosas según el consejo de Su voluntad.
Su debilidad no es obstáculo para Su poder todopoderoso. Abraham no veía más que aparente imposibilidad, y sin embargo siguió creyendo y dio gloria a Dios. Así también usted puede fijar los ojos en el Dios y Padre de nuestro Señor Jesucristo. Lo que Su corazón amoroso siente por Su pueblo es dirigido por Su sabiduría y cumplido por Su brazo. Nada de lo que Él se ha propuesto para usted en Su gracia quedará sin cumplir. No se apoye, por tanto, en su propia fuerza, sino en la Suya.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
De loopbaan lopen
Daarom dan ook, alzo wij zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen alle last, en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is.
Hebreeën 12:1
Als we lopers op deze loopbaan willen zijn, moeten we hem lopen zoals God heeft bepaald. Er wordt ons een weg aangewezen in het onfeilbare Woord der waarheid. Bij alle wedstrijden waaraan kracht of vaardigheid te pas komt, zijn bepaalde regels opgesteld die absoluut moeten worden nageleefd – gewoonlijk de regels van het spel genoemd. Als deze regels niet in acht worden genomen, wordt er geen prijs uitgereikt aan de winnende partij. Dit geldt zowel in de genade als in de natuur, in de hemelse alsook in de aardse loopbaan.
Als de regels die in het Woord der waarheid staan dus worden overtreden, kan iemand denken dat hij de hemelse loopbaan loopt. De inspanning wordt echter niet bekroond met een prijs, want hij heeft niet volgens de regels gelopen die de allerhoogste Scheidsrechter van de wedstrijd heeft opgesteld. Dit lijkt misschien hard, maar het is niet mijn leerstelling, maar die van de apostel: „Indien ook iemand strijdt, die wordt niet gekroond, zo hij niet wettelijk heeft gestreden” (2 Tim. 2:5); dat wil zeggen, volgens de regels die voor de wedstrijd zijn vastgesteld. Het is dus niet alleen het hardlopen dat de prijs oplevert; het gaat erom de wedstrijd te lopen zoals God wil dat u hem loopt.
U kunt uw eigen koers kiezen; u kunt uw eigen strijdperk bepalen; u kunt uw eigen tempo kiezen; u kunt uw eigen tijd vaststellen of uw eigen regels. Maar zelfs als u als eerste aankomt, zal de Heere u dan de prijs toekennen? Nee. Hij zegt: „Ik heb Zelf een bepaalde wedstrijd vastgesteld die moet worden gelopen, en Ik heb de regels in Mijn geïnspireerde Woord opgenomen. Als u dus loopt, dient u de wedstrijd precies te lopen zoals Ik hem heb aangegeven, of u ontvangt de prijs of de kroon niet.”
Als iemand dus geen goddelijk onderricht heeft ontvangen om te weten wat de wedstrijd is, zoals door God Zelf vastgelegd, is hij er in feite nog niet eens aan begonnen. Het eerste vereiste voor het lopen van de wedstrijd is hem te zien met een verlicht oog, zoals hij aan ons is voorgelegd in de Heilige Schrift. Om dit te kunnen doen, is goddelijk licht nodig. Maar aangezien we allen van nature dood zijn, hebben we goddelijk leven en kracht nodig, niet alleen om hem te zien, maar ook om hem te lopen als we hem zien.
Lezen: 2 Timotheüs 2:1-15
Aan de lezer…
Er zijn tijden dat een ernstige gedachte ons stil doet staan: men kan hard lopen en toch geen kroon ontvangen. „Indien ook iemand strijdt, die wordt niet gekroond, zo hij niet wettelijk heeft gestreden.” Een eigen koers, een eigen tempo, eigen regels: het kan er voor mensenogen ijverig uitzien, maar de allerhoogste Scheidsrechter vraagt of wij de loopbaan lopen zoals Hij die in Zijn Woord heeft aangewezen.
Schrikt u daarvan en voelt u dat u van nature dood bent en de weg niet eens kunt zien? Dan bent u niet ver van de waarheid. Want dat is juist het eerste wat de ziel moet leren: zij heeft goddelijk licht nodig om de loopbaan te zien, en goddelijk leven en kracht om haar te lopen. Bid dan niet om een eigen weg, maar om een verlicht oog voor Gods weg. Wat God van u vraagt, kan Hij u ook geven, en wie Hij het licht schenkt, schenkt Hij ook de kracht.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Daarom dan ook, alzo wij zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen alle last, en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is.
Hebreeën 12:1
Als we lopers op deze loopbaan willen zijn, moeten we haar lopen zoals God het heeft bepaald. In het onfeilbare Woord van de waarheid wordt ons een weg aangewezen. Bij alle wedstrijden waarbij kracht of vaardigheid komt kijken, zijn bepaalde regels opgesteld die strikt moeten worden nageleefd; meestal noemt men dat de regels van het spel. Als deze regels niet in acht worden genomen, krijgt de winnaar geen prijs. Dit geldt zowel in de genade als in de natuur, zowel voor de hemelse als voor de aardse loopbaan.
Als de regels die in het Woord van de waarheid staan dus worden overtreden, kan iemand wel denken dat hij de hemelse loopbaan loopt, maar zijn inspanning wordt niet met een prijs bekroond. Hij heeft immers niet gelopen volgens de regels die de allerhoogste Scheidsrechter van de wedstrijd heeft opgesteld. Dit lijkt misschien hard, maar het is niet mijn leer; het is de leer van de apostel: „Indien ook iemand strijdt, die wordt niet gekroond, zo hij niet wettelijk heeft gestreden” (2 Tim. 2:5), dat wil zeggen: volgens de regels die voor de wedstrijd zijn vastgesteld. Het is dus niet alleen het hardlopen dat de prijs oplevert; het gaat erom dat u de wedstrijd loopt zoals God wil dat u die loopt.
U kunt uw eigen koers kiezen, uw eigen strijdperk bepalen, uw eigen tempo kiezen, uw eigen tijd vaststellen of uw eigen regels. Maar zal de Heere u de prijs toekennen, zelfs als u als eerste aankomt? Nee. Hij zegt: „Ik heb Zelf een bepaalde wedstrijd vastgesteld die moet worden gelopen, en Ik heb de regels in Mijn geïnspireerde Woord opgenomen. Als u dus loopt, dient u de wedstrijd precies te lopen zoals Ik hem heb aangegeven, of u ontvangt de prijs of de kroon niet.”
Als iemand dus geen goddelijk onderwijs heeft ontvangen, zodat hij weet wat de wedstrijd is zoals God Zelf die heeft vastgelegd, is hij er in feite nog niet eens aan begonnen. Het eerste wat nodig is om de wedstrijd te lopen, is dat men haar met een verlicht oog ziet, zoals zij ons in de Heilige Schrift wordt voorgesteld. Daarvoor is goddelijk licht nodig. Maar omdat we allen van nature dood zijn, hebben we goddelijk leven en kracht nodig, niet alleen om haar te zien, maar ook om haar te lopen wanneer we haar zien.
Lezen: 2 Timotheüs 2:1-15
Aan de lezer…
Er zijn tijden dat een ernstige gedachte ons stil doet staan: men kan hard lopen en toch geen kroon ontvangen. „Indien ook iemand strijdt, die wordt niet gekroond, zo hij niet wettelijk heeft gestreden.” Een eigen koers, een eigen tempo, eigen regels: het kan er voor mensenogen ijverig uitzien, maar de allerhoogste Scheidsrechter vraagt of wij de loopbaan lopen zoals Hij die in Zijn Woord heeft aangewezen.
Schrikt u daarvan en voelt u dat u van nature dood bent en de weg niet eens kunt zien? Dan bent u niet ver van de waarheid. Want dat is juist het eerste wat de ziel moet leren: zij heeft goddelijk licht nodig om de loopbaan te zien, en goddelijk leven en kracht om haar te lopen. Bid dan niet om een eigen weg, maar om een verlicht oog voor Gods weg. Wat God van u vraagt, kan Hij u ook geven, en wie Hij het licht schenkt, schenkt Hij ook de kracht.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wherefore seeing we also are compassed about with so great a cloud of witnesses, let us lay aside every weight, and the sin which doth so easily beset us, and let us run with patience the race that is set before us.
Hebrews 12:1
If we would be runners in this race, we must run it as God has appointed. In the infallible Word of truth a course is marked out for us. In all contests where strength or skill is concerned, certain rules are laid down which must be strictly observed; they are usually called the rules of the game. If these rules are not kept, the winner receives no prize. This holds good in grace as in nature, for the heavenly race as for the earthly.
If, then, the rules laid down in the Word of truth are broken, a man may think he is running the heavenly race, but his effort is not crowned with a prize. For he has not run according to the rules laid down by the supreme Judge of the contest. This may seem hard, but it is not my doctrine; it is the doctrine of the apostle: “And if a man also strive for masteries, yet is he not crowned, except he strive lawfully” (2 Tim. 2:5), that is, according to the rules laid down for the contest. It is therefore not merely running hard that gains the prize; what matters is that you run the race as God would have you run it.
You may choose your own course, mark out your own arena, choose your own pace, fix your own time or make your own rules. But will the Lord award you the prize, even if you come in first? No. He says, “I Myself have appointed a certain race that must be run, and I have set down the rules in My inspired Word. If you run, then, you must run the race exactly as I have marked it out, or you will not receive the prize or the crown.”
If a man, then, has received no Divine teaching, so that he knows what the race is as God Himself has laid it down, he has in fact not yet even begun it. The first thing needful to run the race is to see it with an enlightened eye, as it is set before us in the Holy Scriptures. For this Divine light is needed. But because we are all dead by nature, we need Divine life and power, not only to see it, but also to run it when we see it.
Reading: 2 Timothy 2:1-15
To the reader…
There are times when a solemn thought makes us stand still: one may run hard and yet receive no crown. “If a man also strive for masteries, yet is he not crowned, except he strive lawfully.” A course of our own, a pace of our own, rules of our own: it may look zealous in the eyes of men, but the supreme Judge asks whether we run the race as He has marked it out in His Word.
Does that alarm you, and do you feel that by nature you are dead and cannot even see the way? Then you are not far from the truth. For that is just the first thing the soul must learn: she needs Divine light to see the race, and Divine life and power to run it. Do not pray, then, for a way of your own, but for an enlightened eye for God’s way. What God asks of you He can also give you, and to whom He gives the light He also gives the strength.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Por tanto nosotros también, teniendo en derredor nuestro una tan grande nube de testigos, dejando todo el peso del pecado que nos rodea, corramos con paciencia la carrera que nos es propuesta.
Hebreos 12:1
Si queremos ser corredores en esta carrera, debemos correrla como Dios lo ha dispuesto. En la infalible Palabra de verdad se nos traza un recorrido. En todas las competiciones en que se trata de fuerza o destreza, se establecen ciertas reglas que deben observarse estrictamente; suelen llamarse las reglas del juego. Si no se guardan estas reglas, el vencedor no recibe premio. Esto vale en la gracia como en la naturaleza, para la carrera celestial como para la terrenal.
Si, pues, se quebrantan las reglas establecidas en la Palabra de verdad, un hombre puede pensar que corre la carrera celestial, pero su esfuerzo no es coronado con premio. Porque no ha corrido conforme a las reglas establecidas por el supremo Juez de la competición. Esto puede parecer duro, pero no es mi doctrina; es la doctrina del apóstol: “Y aun también el que lidia, no es coronado si no lidiare legítimamente” (2 Ti. 2:5), es decir, conforme a las reglas establecidas para la lucha. No es, por tanto, el mero correr con fuerza lo que gana el premio; lo que importa es que corra la carrera como Dios quiere que la corra.
Usted puede escoger su propio recorrido, trazar su propia arena, escoger su propio ritmo, fijar su propio tiempo o hacer sus propias reglas. Pero ¿le concederá el Señor el premio, aunque llegue el primero? No. Él dice: “Yo mismo he señalado una carrera determinada que debe correrse, y he puesto las reglas en Mi Palabra inspirada. Si corre, pues, debe correr la carrera exactamente como Yo la he trazado, o no recibirá el premio ni la corona”.
Si un hombre, pues, no ha recibido enseñanza divina, de modo que sepa lo que es la carrera tal como Dios mismo la ha establecido, en realidad ni siquiera la ha comenzado aún. Lo primero que se necesita para correr la carrera es verla con ojo iluminado, tal como se nos propone en las Santas Escrituras. Para esto se necesita luz divina. Pero porque todos estamos muertos por naturaleza, necesitamos vida y poder divinos, no solo para verla, sino también para correrla cuando la vemos.
Lectura: 2 Timoteo 2:1-15
Al lector…
Hay momentos en que un pensamiento solemne nos hace detenernos: uno puede correr con fuerza y, sin embargo, no recibir corona. “Y aun también el que lidia, no es coronado si no lidiare legítimamente”. Un recorrido propio, un ritmo propio, reglas propias: puede parecer celoso a los ojos de los hombres, pero el supremo Juez pregunta si corremos la carrera como Él la ha trazado en Su Palabra.
¿Le alarma esto, y siente que por naturaleza está muerto y ni siquiera puede ver el camino? Entonces no está lejos de la verdad. Porque eso es precisamente lo primero que el alma debe aprender: necesita luz divina para ver la carrera, y vida y poder divinos para correrla. No pida, pues, un camino propio, sino un ojo iluminado para el camino de Dios. Lo que Dios le pide, también puede dárselo, y a quien da la luz, le da también la fuerza.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in alle waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelf niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen.
Johannes 16:13
Hij zal van Zichzelf niet spreken. Er is iets bijzonder welgevalligs in deze trek van de Heilige Geest, dat, als wij deze uitdrukking mogen gebruiken, Hij Zichzelf niet verheerlijkt op dezelfde rechtstreekse, eigen wijze zoals de Vader en de Zoon van Zichzelf spreken. Zo spreekt de Vader van Zichzelf door het gehele Woord, en de Zoon spreekt van Zichzelf in de Schrift volgens de Schrift; maar de Heilige Geest, ofschoon Hij spreekt in de Schrift – want door Zijn Goddelijke inspiratie werd zij geheel geschreven – spreekt nochtans niet van Zichzelf op een stellige, directe wijze. Ook wekt Hij ons op een duidelijke en persoonlijke wijze niet op om in Hem te geloven, Hem te vereren en te aanbidden. Maar Zijn bediening en werk is in onze consciëntie te getuigen en getuigenis af te leggen aan onze geest van de Vader en de Zoon beiden.
Dus als een Geest der aanneming stelt Hij de ziel in staat te roepen: „Abba, Vader!” en zo getuigt Hij van de Vader. En als een Geest der openbaring getuigt Hij alzo van de Zoon. Maar Hij maakt Zich op een persoonlijke wijze niet bekend, noch getuigt Hij van Zichzelf. Hoe zullen wij Hem dan kennen? Door ons Zijn werkingen, Zijn invloeden, Zijn onderwijzingen, Zijn vertroostingen, Zijn verzekeringen, Zijn vertederingen, Zijn vernederingen, Zijn bedauwingen, verwijdingen, openingen, bevrijdingen, versterkingen en kracht en bekwaamheid toe te brengen. Daarom zeide de Heere tot Zijn discipelen: „Want gij kent Hem, want Hij woont in u en zal in u blijven.”
Zo kennen wij Zijn inwoning door het licht dat Hij schenkt om onze bewijzen klaar en helder te doen zien; door het leven dat Hij in de ziel schenkt om onze kwijnende genaden te vernieuwen en te verlevendigen; door de onderwerping aan de souvereine wil van God, die Hij mededeelt onder moeiten en verdriet; door de vernedering die Hij schenkt onder de kastijdende roede; door het gezegend vertrouwen dat Hij ons niet zal laten verloren gaan; door de heilige vrijmoedigheid die Hij ons verleent tegenover de vijanden der waarheid; door de ijver die Hij in onze harten ontsteekt voor de waarheid, zo zij in Jezus is, en tot heerlijkheid Gods; door de gepaste woorden die Hij in gedachten legt in de verdediging van het Evangelie, en door de kracht die onze woorden vergezelt, die de vijand of tegenstander doet zwijgen of zelfs overtuigt. Ofschoon dus de gezegende Geest niet van Zichzelf spreekt, maakt Hij Zichzelf op een krachtige wijze bekend door Zijn inwonende kracht en genade.
O gezegende Leermeester, heilige Vertrooster, dierbare Voorspraak, hemelse Getuige, kom en neem Uw verblijf in ons hart; openbaar en ontdek aldaar Jezus, de hoop der heerlijkheid; stort daarin uit de liefde Gods en verleen Uw Goddelijk getuigenis van ons kindschap. Roep in onze ziel uit: „Abba, Vader!” Onderwijs, heilig en zegen ons en allen in wie Gij Uw werk van genade verheerlijkt hebt, opdat wij mogen „vervuld zijn met alle blijdschap en vrede in het geloof”, en wij mogen „overvloedig zijn in hoop door de kracht des Heiligen Geestes”.
Aan de lezer…
Vraagt u zich wel eens af of de Heilige Geest ooit in u gewerkt heeft? U hebt Hem niet over Zichzelf horen spreken, en misschien maakt u dat onzeker. Maar zo is juist Zijn wijze: Hij spreekt niet van Zichzelf, maar getuigt van de Vader en van de Zoon. Wij kennen Hem niet doordat Hij Zich aankondigt, maar door wat Hij doet: Zijn vertederingen, Zijn vernederingen, Zijn vertroostingen en Zijn versterkingen.
Is er dan in u ooit een roepen geweest: „Abba, Vader!”? Is Jezus u dierbaar geworden, al was het maar voor een ogenblik? Werd uw hart onder de roede gebogen, of uw kwijnende genade weer verlevendigd? Dat is Zijn werk, en Hij woont waar Hij zo werkt. Bid dan om Zijn bedauwingen en om Zijn getuigenis van uw kindschap, opdat u mag vervuld zijn met alle blijdschap en vrede in het geloof, en overvloedig in hoop door de kracht des Heiligen Geestes.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in alle waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelf niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen.
Johannes 16:13
Hij zal van Zichzelf niet spreken. Er is iets bijzonder lieflijks in deze trek van de Heilige Geest, dat Hij Zichzelf, als wij deze uitdrukking mogen gebruiken, niet verheerlijkt op dezelfde rechtstreekse, eigen wijze als waarop de Vader en de Zoon over Zichzelf spreken. Zo spreekt de Vader over Zichzelf door het hele Woord heen, en de Zoon spreekt over Zichzelf in de Schrift, volgens de Schrift. Maar de Heilige Geest, hoewel Hij in de Schrift spreekt – want door Zijn Goddelijke inspiratie is zij geheel geschreven – spreekt toch niet op een stellige, directe wijze over Zichzelf. Ook spoort Hij ons niet op een duidelijke en persoonlijke wijze aan om in Hem te geloven, Hem te eren en te aanbidden. Maar Zijn bediening en werk is om in ons geweten te getuigen en aan onze geest getuigenis af te leggen van zowel de Vader als de Zoon.
Zo maakt Hij als de Geest der aanneming de ziel in staat te roepen: „Abba, Vader!”, en zo getuigt Hij van de Vader. En als de Geest der openbaring getuigt Hij zo van de Zoon. Maar Hij maakt Zich niet op een persoonlijke wijze bekend, en Hij getuigt niet van Zichzelf. Hoe zullen wij Hem dan kennen? Doordat Hij ons Zijn werkingen, Zijn invloeden, Zijn onderwijzingen, Zijn vertroostingen, Zijn verzekeringen, Zijn vertederingen, Zijn vernederingen, Zijn bedauwingen, verruimingen, openingen, bevrijdingen, versterkingen en kracht en bekwaamheid schenkt. Daarom zei de Heere tot Zijn discipelen: „Want gij kent Hem, want Hij woont in u en zal in u blijven.”
Zo kennen wij Zijn inwoning door het licht dat Hij schenkt om onze kenmerken helder en duidelijk te laten zien; door het leven dat Hij in de ziel schenkt om onze kwijnende genaden te vernieuwen en te verlevendigen; door de onderwerping aan de soevereine wil van God die Hij geeft onder moeite en verdriet; door de vernedering die Hij schenkt onder de kastijdende roede; door het gezegende vertrouwen dat Hij ons niet verloren zal laten gaan; door de heilige vrijmoedigheid die Hij ons geeft tegenover de vijanden van de waarheid; door de ijver die Hij in onze harten ontsteekt voor de waarheid zoals die in Jezus is, en voor de heerlijkheid van God; door de passende woorden die Hij ons in gedachten geeft bij de verdediging van het Evangelie, en door de kracht die onze woorden vergezelt, die de vijand of tegenstander doet zwijgen of zelfs overtuigt. Hoewel de gezegende Geest dus niet over Zichzelf spreekt, maakt Hij Zich op een krachtige wijze bekend door Zijn inwonende kracht en genade.
O gezegende Leermeester, heilige Trooster, dierbare Voorspraak, hemelse Getuige, kom en neem Uw verblijf in ons hart; openbaar en ontdek daar Jezus, de hoop der heerlijkheid; stort daarin de liefde van God uit en geef Uw Goddelijk getuigenis van ons kindschap. Roep in onze ziel uit: „Abba, Vader!” Onderwijs, heilig en zegen ons en allen in wie U Uw werk van genade verheerlijkt hebt, zodat wij „vervuld zijn met alle blijdschap en vrede in het geloof”, en wij „overvloedig zijn in hoop door de kracht des Heiligen Geestes”.
Aan de lezer…
Vraagt u zich wel eens af of de Heilige Geest ooit in u gewerkt heeft? U hebt Hem niet over Zichzelf horen spreken, en misschien maakt u dat onzeker. Maar zo is juist Zijn wijze: Hij spreekt niet over Zichzelf, maar getuigt van de Vader en van de Zoon. Wij kennen Hem niet doordat Hij Zich aankondigt, maar door wat Hij doet: Zijn vertederingen, Zijn vernederingen, Zijn vertroostingen en Zijn versterkingen.
Is er dan in u ooit een roepen geweest: „Abba, Vader!”? Is Jezus u dierbaar geworden, al was het maar voor een ogenblik? Werd uw hart onder de roede gebogen, of uw kwijnende genade weer verlevendigd? Dat is Zijn werk, en Hij woont waar Hij zo werkt. Bid dan om Zijn bedauwingen en om Zijn getuigenis van uw kindschap, zodat u vervuld mag zijn met alle blijdschap en vrede in het geloof, en overvloedig in hoop door de kracht van de Heilige Geest.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Howbeit when he, the Spirit of truth, is come, he will guide you into all truth: for he shall not speak of himself; but whatsoever he shall hear, that shall he speak: and he will shew you things to come.
John 16:13
“He shall not speak of Himself.” There is something peculiarly gracious in this feature of the Holy Spirit, that, if we may use the expression, He does not glorify Himself by speaking of Himself in the same direct, personal manner as the Father and the Son speak of Themselves. Thus the Father speaks of Himself all through the Word; and the Son speaks of Himself in Scripture after Scripture; but the Holy Spirit, though He speaks in the Scripture, for by His divine inspiration the whole was written, yet does not speak of Himself in a positive, direct manner, nor call upon us in a clear, personal way to believe in, worship, and adore Him.
But His office and work are to testify to our conscience and bear witness to our spirit of both the Father and the Son. Thus as a Spirit of adoption He enables the soul to cry, “Abba, Father,” and so testifies of the Father. As a Spirit of revelation He manifests to the soul the glorious Person of Christ, and thus testifies of the Son. But He does not in a personal manner manifest Himself, or testify of Himself.
How, then, do we know Him? By His operations, His influences, His teachings, His consolations, His sealings, His softenings, meltings, humblings, waterings, enlargings, openings, liberatings, strengthenings, and enablings. The Lord therefore said to His disciples, “But you know Him, for He dwells with you, and shall be in you.”
Thus we know His indwelling by the light He gives to see our evidences clear and bright; by the life which He diffuses into the soul, to renew and revive our drooping graces; by the submission which He imparts in affliction and tribulation to the sovereign will of God; by the meekness which He bestows under the chastening rod; by the gracious confidence which He will not allow us to cast away; by the holy boldness which He grants before the enemies of truth; by the zeal which He kindles in the heart for the truth as it is in Jesus, and for the glory of God; by the suitable words which He brings to the mind in defense of the gospel; and by the power which He gives to speak them forth with an authority which silences, if it does not convince, the adversary.
Thus, though the blessed Spirit does not speak of Himself, He makes Himself effectually known by His indwelling power and grace. O blessed Teacher, holy Comforter, gracious Intercessor, and heavenly Witness, come and take up your abode in our heart; there reveal and form Jesus, the hope of glory; there shed abroad the love of God; there bear your divine testimony to our sonship; there cry, “Abba, Father;” there teach and sanctify and bless, that we and all in whom you have wrought your work of grace may be “filled with all joy and peace in believing, that we may abound in hope, through the power of the Holy Spirit.”
To the reader…
Do you sometimes wonder whether the Holy Spirit has ever worked in you? You have not heard Him speak of Himself, and perhaps that makes you uncertain. But that is just His way: He does not speak of Himself, but testifies of the Father and of the Son. We do not know Him because He announces Himself, but by what He does: His softenings, His humblings, His consolations and His strengthenings.
Has there ever been a cry within you, “Abba, Father!”? Has Jesus become precious to you, even if only for a moment? Was your heart bowed under the rod, or were your drooping graces revived? That is His work, and He dwells where He works in this way. Pray, then, for His waterings and for His witness to your sonship, so that you may be filled with all joy and peace in believing, and abound in hope through the power of the Holy Ghost.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Pero cuando viniere aquel Espíritu de verdad, Él os guiará a toda verdad; porque no hablará de Sí mismo, sino que hablará todo lo que oyere, y os hará saber las cosas que han de venir.
Juan 16:13
“No hablará de Sí mismo.” Hay algo particularmente lleno de gracia en este rasgo del Espíritu Santo: que, si se nos permite la expresión, Él no se glorifica a Sí mismo hablando de Sí de la misma manera directa y personal en que el Padre y el Hijo hablan de Sí mismos. Así, el Padre habla de Sí mismo a lo largo de toda la Palabra, y el Hijo habla de Sí mismo en una Escritura tras otra; pero el Espíritu Santo, aunque habla en la Escritura, pues toda ella fue escrita por Su divina inspiración, no habla de Sí mismo de un modo positivo y directo, ni nos llama de manera clara y personal a creer en Él, a adorarle y a reverenciarle.
Su oficio y Su obra son, más bien, testificar a nuestra conciencia y dar testimonio a nuestro espíritu tanto del Padre como del Hijo. Así, como Espíritu de adopción, capacita al alma para clamar: “Abba, Padre”, y de este modo testifica del Padre. Como Espíritu de revelación, manifiesta al alma la gloriosa Persona de Cristo, y así testifica del Hijo. Pero no se manifiesta a Sí mismo de manera personal, ni testifica de Sí mismo.
¿Cómo, entonces, le conocemos? Por Sus operaciones, Sus influencias, Sus enseñanzas, Sus consolaciones, Sus sellos, Sus ablandamientos, Sus derretimientos del corazón, Sus humillaciones, Sus riegos, Sus ensanchamientos, Sus aperturas, Sus liberaciones, Sus fortalecimientos y Sus capacitaciones. Por eso el Señor dijo a Sus discípulos: “Mas vosotros le conocéis; porque está con vosotros, y será en vosotros.”
Así conocemos que Él mora en nosotros por la luz que da para ver nuestras evidencias claras y brillantes; por la vida que difunde en el alma para renovar y reavivar nuestras gracias decaídas; por la sumisión a la voluntad soberana de Dios que imparte en la aflicción y la tribulación; por la mansedumbre que concede bajo la vara de la corrección; por la confianza llena de gracia que no nos permite desechar; por el santo denuedo que otorga delante de los enemigos de la verdad; por el celo que enciende en el corazón por la verdad tal como es en Jesús y por la gloria de Dios; por las palabras oportunas que trae a la mente en defensa del evangelio; y por el poder que da para pronunciarlas con una autoridad que hace callar al adversario, si no le convence.
Así, aunque el bendito Espíritu no habla de Sí mismo, se da a conocer eficazmente por Su poder y Su gracia que moran en nosotros. Oh bendito Maestro, santo Consolador, misericordioso Intercesor y celestial Testigo, ven y haz Tu morada en nuestro corazón; revela y forma allí a Jesús, la esperanza de gloria; derrama allí el amor de Dios; da allí Tu divino testimonio de nuestra filiación; clama allí: “Abba, Padre”; enseña, santifica y bendice allí, para que nosotros y todos aquellos en quienes has obrado Tu obra de gracia seamos llenos “de todo gozo y paz creyendo, para que abundemos en esperanza por la virtud del Espíritu Santo.”
Al lector…
¿Se pregunta usted a veces si el Espíritu Santo ha obrado alguna vez en usted? No le ha oído hablar de Sí mismo, y quizá eso le deja inseguro. Pero esa es precisamente Su manera de obrar: no habla de Sí mismo, sino que testifica del Padre y del Hijo. No le conocemos porque Él se anuncie a Sí mismo, sino por lo que hace: Sus ablandamientos, Sus humillaciones, Sus consolaciones y Sus fortalecimientos.
¿Ha habido alguna vez dentro de usted un clamor: “¡Abba, Padre!”? ¿Se le ha hecho precioso Jesús, aunque solo fuera por un momento? ¿Se inclinó su corazón bajo la vara, o fueron reavivadas sus gracias decaídas? Esa es Su obra, y Él mora donde obra de este modo. Ore, pues, por Sus riegos y por Su testimonio de su filiación, para que sea lleno de todo gozo y paz creyendo, y abunde en esperanza por la virtud del Espíritu Santo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl