vandaag verschenen
Een medelijdende Hogepriester en een troon der genade
Over Hebreeën 4:15,16: Christus, onze grote Hogepriester, kan medelijden hebben met onze zwakheden en is in alles verzocht, maar zonder zonde. Juist wie zijn zwakheden en verzoekingen voelt, wordt aangespoord…
7 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
2 weken geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
3 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Die onze zielen in het leven stelt.
Psalm 66:9
Het is een onuitsprekelijke genade voor de erfgenamen der belofte, dat het leven, hetwelk hun in Christus geschonken is en door de Heilige Geest aan hun zielen is medegedeeld, niet kan worden uitgeblust. Het moge zeer laag zinken — men kan nauwelijks zeggen hoe laag; maar zo laag, dat het zich aan het gezicht en het gevoel onttrekt — en toch, als het eenmaal door de adem Gods in de ziel is ingeblazen, kan het nooit sterven. Toch is het wenselijk dat dit goddelijk leven krachtig en sterk blijve, en niet zo laag zinke dat het nauwelijks merkbaar is voor ons en voor anderen; want als dit het geval is, hebben wij er weinig vertroosting van in ons eigen gemoed en zijn wij van weinig nut of dienst voor het volk van God.
Het is treurig tevreden te zijn met een lage, schrale, levenloze toestand onzer ziel, of onze godsdienst te doen bestaan in uitwendige werkzaamheid en een ijverig achtgeven op vormen en uitwendigheden, teneinde het uitwendige schoon te houden, terwijl er van binnen niets anders is dan duisternis, slavernij en dood. Hoe schijnt de Heere als het ware verplicht ons beproevingen en bezoekingen te zenden, om ons uit onze vleselijke en dodelijke staat op te wekken en ons te beletten, evenals Moab, op onze droesem te rusten!
Hij geeft m’ opnieuw een danklied tot Zijn eer,
een lofzang. Velen zullen ’t zien
en God eerbiedig hulde biên,
Hem vrezen en vertrouwen op de Heer.
Wel hem, die ’t Opperwezen
dus kinderlijk mag vrezen,
op Hem vertrouwen stelt
en in gevaar geen kracht
van ijd’le trotsaards wacht,
van leugen of geweld.
Psalm 40:2
Aan de lezer…
Misschien is het leven in uw ziel zo laag gezonken dat u het nauwelijks meer kunt bespeuren. Vreest u soms dat het geheel is uitgeblust? Weet dan dat het leven dat God eenmaal door Zijn adem in de ziel heeft ingeblazen, nooit kan sterven. Hij is het Die onze zielen in het leven stelt, en Hij laat het werk dat Hij begon niet uitdoven.
Maar wees ook eerlijk voor Zijn aangezicht: bent u niet tevreden geworden met een schrale, levenloze toestand, met een uitwendige godsdienst, schoon van buiten maar donker van binnen? Verwonder u dan niet als de Heere u beproevingen en bezoekingen zendt. Hij doet het niet om u te verderven, maar om u op te wekken, opdat u niet als Moab op uw droesem rust. Bid dan dat Hij dat leven in u krachtig en sterk make, tot troost van uw eigen ziel en tot nut van Zijn volk.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Die onze zielen in het leven stelt.
Psalm 66:9
Het is een onuitsprekelijke genade voor de erfgenamen van de belofte dat het leven dat hun in Christus geschonken is en door de Heilige Geest aan hun zielen is meegedeeld, niet kan worden uitgeblust. Het kan heel laag zinken. Men kan nauwelijks zeggen hoe laag, maar soms zo laag dat het aan ons gezicht en gevoel onttrokken is. En toch: als het eenmaal door de adem van God in de ziel is ingeblazen, kan het nooit sterven. Toch is het wenselijk dat dit goddelijke leven krachtig en sterk blijft, en niet zo laag zinkt dat het voor onszelf en voor anderen nauwelijks merkbaar is. Want als dat zo is, hebben we er in ons eigen gemoed weinig troost van en zijn we van weinig nut of dienst voor het volk van God.
Het is treurig om tevreden te zijn met een lage, schrale, levenloze toestand van onze ziel. Het is treurig om onze godsdienst te laten bestaan uit uitwendige bezigheid en ijverige aandacht voor vormen en uiterlijkheden, om de buitenkant schoon te houden, terwijl er vanbinnen niets anders is dan duisternis, slavernij en dood. Hoe schijnt de Heere als het ware verplicht te zijn ons beproevingen en bezoekingen te zenden, om ons uit onze vleselijke en dodelijke staat op te wekken en te voorkomen dat we, net als Moab, op onze droesem rusten!
Hij geeft m’ opnieuw een danklied tot Zijn eer,
een lofzang. Velen zullen ’t zien
en God eerbiedig hulde biên,
Hem vrezen en vertrouwen op de Heer.
Wel hem, die ’t Opperwezen
dus kinderlijk mag vrezen,
op Hem vertrouwen stelt
en in gevaar geen kracht
van ijd’le trotsaards wacht,
van leugen of geweld.
Psalm 40:2
Aan de lezer…
Misschien is het leven in uw ziel zo laag gezonken dat u het nauwelijks meer kunt bespeuren. Vreest u soms dat het helemaal is uitgeblust? Weet dan dat het leven dat God eenmaal door Zijn adem in de ziel heeft ingeblazen, nooit kan sterven. Hij is het Die onze zielen in het leven stelt, en Hij laat het werk dat Hij begonnen is niet uitdoven.
Maar wees ook eerlijk voor Zijn aangezicht: bent u niet tevreden geworden met een schrale, levenloze toestand, met een uitwendige godsdienst die vanbuiten schoon is maar vanbinnen donker? Verwonder u dan niet als de Heere u beproevingen en bezoekingen zendt. Hij doet dat niet om u te verderven, maar om u op te wekken, zodat u niet als Moab op uw droesem blijft rusten. Bid dan dat Hij dat leven in u krachtig en sterk maakt, tot troost van uw eigen ziel en tot nut van Zijn volk.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Which holdeth our soul in life.
Psalm 66:9
It is indeed an unspeakable mercy for the heirs of promise that the life given them in Christ and communicated by the Holy Spirit to their souls cannot be extinguished. It may sink very low—one can hardly say how low, but so low as to sink out of sight and almost out of feeling; and yet if it has once been breathed into the soul from the mouth of God, it can never die.
Still it is most desirable that this divine life should be maintained in strength and vigor, and not sink so low as to be scarcely perceptible either to ourselves or others, for if so, we have little comfort of it in our own breast, and are of little use or service to the people of God. It is a sad thing to be satisfied with a low, lean, and lifeless state of soul, or be placing our religion in external activity and zealous attention to forms and mere externals, just to preserve a clean outside, when within there is little else but darkness, bondage, and death. How the Lord seems, as it were, obliged to plunge us into trials and afflictions to bring us out of carnality and death, and to keep us from settling on our lees like Moab!
To the reader…
Perhaps the life in your soul has sunk so low that you can hardly perceive it any more. Do you sometimes fear that it has gone out altogether? Then know that the life God has once breathed into the soul can never die. It is He Who holds our souls in life, and He does not let the work He has begun be put out.
But be honest before His face as well: have you not grown content with a lean, lifeless state, with an outward religion that is clean on the outside but dark within? Then do not be surprised if the Lord sends you trials and afflictions. He does not do this to destroy you, but to rouse you, so that you do not settle on your lees like Moab. Pray, then, that He would make that life in you strong and vigorous, for the comfort of your own soul and for the good of His people.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Él es el que puso nuestra alma en vida.
Salmo 66:9
Es en verdad una misericordia indecible para los herederos de la promesa que la vida que les ha sido dada en Cristo y comunicada a sus almas por el Espíritu Santo no pueda ser extinguida. Puede hundirse muy bajo, apenas se puede decir cuán bajo, hasta quedar fuera de la vista y casi fuera del sentir; y sin embargo, si una vez fue soplada en el alma por la boca de Dios, nunca puede morir.
Aun así, es muy de desear que esta vida divina se mantenga con fuerza y vigor, y que no se hunda tan bajo que apenas sea perceptible para nosotros mismos o para otros; porque si es así, tenemos poco consuelo de ella en nuestro propio pecho, y somos de poco uso o servicio para el pueblo de Dios. Es cosa triste contentarse con un estado del alma bajo, flaco y sin vida, o poner nuestra religión en la actividad exterior y en una celosa atención a las formas y a lo meramente externo, solo para conservar limpio lo de afuera, cuando dentro hay poco más que tinieblas, servidumbre y muerte. ¡Cómo el Señor parece, por así decirlo, verse obligado a sumergirnos en pruebas y aflicciones para sacarnos de la carnalidad y de la muerte, y para impedir que reposemos sobre nuestras heces como Moab!
Al lector…
Quizá la vida en su alma se ha hundido tan bajo que apenas puede ya percibirla. ¿Teme a veces que se haya apagado del todo? Sepa entonces que la vida que Dios ha soplado una vez en el alma nunca puede morir. Es Él quien mantiene nuestras almas en vida, y no deja que se apague la obra que ha comenzado.
Pero sea también sincero delante de Su rostro: ¿no se ha contentado con un estado flaco y sin vida, con una religión exterior que está limpia por fuera pero oscura por dentro? No se sorprenda entonces si el Señor le envía pruebas y aflicciones. No lo hace para destruirle, sino para despertarle, para que no repose sobre sus heces como Moab. Ore, pues, que Él haga fuerte y vigorosa esa vida en usted, para consuelo de su propia alma y para bien de Su pueblo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Gods leiding met Israël in de woestijn
Hij vond hem in een land der woestijn, en in een woeste, huilende wildernis; Hij voerde hem rondom. Hij onderwees hem.
Deuteronomium 32:10
Het is de Heere Die Zijn Israël onderwijst. „Al uw kinderen zullen van de HEERE geleerd zijn” (Jes. 54:13). Hij onderwijst ons zodanig dat we vaak onze dwaasheid onder ogen moeten zien en toch Zijn wijsheid bewonderen; alle schaamte op ons nemen en Hem alle eer toekennen. Hij onderwijst ons in de kennis van Hemzelf in Zijn grootheid, majesteit, heiligheid en zuiverheid; Hij onderwijst ons over Zijn rechtvaardige wet, door welke de zonde en de zondaar worden veroordeeld; en daar we slechts in Zijn licht het licht zien, leren we van daaruit de zondigheid, onvruchtbaarheid, schijnheiligheid, ongelovigheid, onbetrouwbaarheid en hoogmoed van ons hart kennen.
Door middel van deze goddelijke lessen onderwijst Hij ons in de ware nederigheid, zelfverachting en zelfhaat tegenover Hem; en als Hij de ziel heeft onderwezen in de verborgenheid van haar verachtelijke oorsprong (de zondeval), en haar heeft ontdaan van eigendunk, onderwijst Hij haar in de kennis van Zijn eigen verrassende en uiterst passende genade, zoals die geopenbaard is in de Persoon van Zijn eigen geliefde Zoon, „Immanuël, God met ons”. Hij onderwijst de ziel in de kennis van verkiezende liefde, verzoenend bloed, rechtvaardigende gerechtigheid en onfeilbare trouw, van oneindig mededogen en eeuwigdurende barmhartigheid. En al deze lessen zijn „om voordeel mee te doen”; ze „dringen door”, als de Heere spreekt, „in de oren”; ze vallen neer in het hart en worden „geest en leven” voor de ziel.
We moeten godzaligheid door ervaring leren. Godzaligheid kan net zomin door theorie worden geleerd als zwemmen. Iemand kan aan de kant staan, een persoon zien zwemmen en de bewegingen van diens handen nabootsen. Breng hem in het water, en hij zinkt al gauw naar de bodem. Net zo is het met godzaligheid. Breng een man in de golven van verzoeking, en hij zal spoedig zinken, als Hij, Die de handen leert strijden en de vingers vechten, zijn armen niet heeft leren zwemmen.
We moeten onze persoonlijke beproevingen en persoonlijke daden van barmhartigheid hebben; onze eigen verzoekingen en onze eigen verlossingen; onze eigen bezoekingen en onze eigen vertroostingen, en elke afzonderlijke tak van het goddelijk leven zelf leren. God onderwijst Zijn kinderen alsof elk de enige leerling op Zijn school was, en doet zoveel moeite voor elke leerling alsof er geen andere ter wereld was om moeite voor te doen.
Lezen: Hosea 11
Aan de lezer…
Vandaag wordt u gewezen op iets wat u misschien zwaar valt: dat de Heere u zo weinig over uzelf laat roemen. U moest uw dwaasheid onder ogen zien, de hoogmoed en ongelovigheid van uw hart leren kennen, en alle schaamte op u nemen. Maar weet u wel dat dit Zijn onderwijs is? Hij leert u eerst wat u bent, opdat u daarna leert wat Hij is in Zijn geliefde Zoon, Immanuël, God met ons.
Godzaligheid leert men niet aan de kant, door anderen na te bootsen. Daarom zendt Hij u uw eigen verzoekingen en uw eigen verlossingen, uw eigen bezoekingen en uw eigen vertroostingen. Is uw weg nu zwaar, denk dan niet dat Hij u vergeten heeft. Hij onderwijst u alsof u de enige leerling op Zijn school was, en Hij doet die moeite om u te leren zwemmen in de golven, waar al uw eigen kunst u laat zinken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Hij vond hem in een land der woestijn, en in een woeste, huilende wildernis; Hij voerde hem rondom. Hij onderwees hem.
Deuteronomium 32:10
Het is de Heere Die Zijn Israël onderwijst. „Al uw kinderen zullen van de HEERE geleerd zijn” (Jes. 54:13). Hij onderwijst ons zo dat we vaak onze eigen dwaasheid moeten zien en toch Zijn wijsheid bewonderen; dat we alle schaamte op ons nemen en Hem alle eer geven. Hij onderwijst ons in de kennis van Hemzelf, in Zijn grootheid, majesteit, heiligheid en reinheid. Hij onderwijst ons over Zijn rechtvaardige wet, waardoor de zonde en de zondaar veroordeeld worden. En omdat we alleen in Zijn licht het licht zien, leren we daardoor de zondigheid, onvruchtbaarheid, huichelarij, ongelovigheid, trouweloosheid en hoogmoed van ons hart kennen.
Door deze goddelijke lessen onderwijst Hij ons in ware nederigheid, zelfverachting en zelfverfoeiing voor Zijn aangezicht. En wanneer Hij de ziel heeft onderwezen in het geheim van haar verachtelijke afkomst (de val) en haar heeft ontdaan van eigendunk, onderwijst Hij haar in de kennis van Zijn eigen verrassende en zo passende genade, zoals die geopenbaard is in de Persoon van Zijn eigen geliefde Zoon, „Immanuël, God met ons”. Hij onderwijst de ziel in de kennis van verkiezende liefde, verzoenend bloed, rechtvaardigende gerechtigheid en onfeilbare trouw, van oneindig mededogen en eeuwige barmhartigheid. En al deze lessen zijn „om voordeel mee te doen”; als de Heere spreekt, „dringen” ze „door in de oren”; ze dalen in het hart en worden „geest en leven” voor de ziel.
We moeten de godzaligheid door ervaring leren. Godzaligheid kan net zomin uit de theorie worden geleerd als zwemmen. Iemand kan aan de kant staan, een ander zien zwemmen en de bewegingen van diens handen nadoen. Maar breng hem in het water, en hij zinkt al gauw naar de bodem. Zo is het ook met de godzaligheid. Breng iemand in de golven van verzoeking, en hij zal spoedig zinken, als Hij Die de handen leert strijden en de vingers oorlogen, zijn armen niet heeft leren zwemmen.
We moeten onze eigen beproevingen en onze eigen ervaringen van barmhartigheid hebben; onze eigen verzoekingen en onze eigen verlossingen; onze eigen bezoekingen en onze eigen vertroostingen; en we moeten elk onderdeel van het goddelijk leven zelf leren. God onderwijst Zijn kinderen alsof ieder van hen de enige leerling op Zijn school was, en Hij doet voor elke leerling evenveel moeite alsof er geen ander ter wereld was om moeite voor te doen.
Lezen: Hosea 11
Aan de lezer…
Vandaag wordt u gewezen op iets wat u misschien zwaar valt: dat de Heere u zo weinig over uzelf laat roemen. U moest uw dwaasheid onder ogen zien, de hoogmoed en ongelovigheid van uw hart leren kennen, en alle schaamte op u nemen. Maar weet u wel dat dit Zijn onderwijs is? Hij leert u eerst wat u bent, zodat u daarna leert wat Hij is in Zijn geliefde Zoon, Immanuël, God met ons.
Godzaligheid leert men niet aan de kant, door anderen na te doen. Daarom zendt Hij u uw eigen verzoekingen en uw eigen verlossingen, uw eigen bezoekingen en uw eigen vertroostingen. Is uw weg nu zwaar, denk dan niet dat Hij u vergeten heeft. Hij onderwijst u alsof u de enige leerling op Zijn school was, en Hij doet die moeite om u te leren zwemmen in de golven, waar al uw eigen kunst u laat zinken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
He found him in a desert land, and in the waste howling wilderness; He led him about, He instructed him.
Deuteronomy 32:10
It is the Lord Who instructs His Israel. “All thy children shall be taught of the LORD” (Isaiah 54:13). He so instructs us that we often have to see our own folly and yet admire His wisdom; that we take all the shame to ourselves and give Him all the glory. He instructs us in the knowledge of Himself, in His greatness, majesty, holiness and purity. He instructs us in His righteous law, by which sin and the sinner are condemned. And because only in His light do we see light, we thereby come to know the sinfulness, barrenness, hypocrisy, unbelief, unfaithfulness and pride of our hearts.
By these divine lessons He instructs us in true humility, self-loathing and self-abhorrence before His face. And when He has instructed the soul in the secret of its base origin (the fall) and stripped it of self-conceit, He instructs it in the knowledge of His own surprising and so suitable grace, as revealed in the Person of His own dear Son, “Immanuel, God with us.” He instructs the soul in the knowledge of electing love, atoning blood, justifying righteousness and unfailing faithfulness, of infinite compassion and everlasting mercy. And all these lessons are “to profit withal”; when the Lord speaks, they “sink down into the ears”; they drop into the heart and become “spirit and life” to the soul.
We must learn godliness by experience. Godliness can no more be learned from theory than swimming can. A man may stand on the bank, watch another swim and imitate the motions of his hands. But put him into the water, and he soon sinks to the bottom. So it is with godliness. Put a man into the waves of temptation, and he will soon sink, unless He Who teaches the hands to war and the fingers to fight has taught his arms to swim.
We must have our own trials and our own experiences of mercy; our own temptations and our own deliverances; our own visitations and our own consolations; and we must learn every part of the divine life for ourselves. God teaches His children as though each of them were the only scholar in His school, and He takes as much pains with every scholar as though there were not another in the world to take pains with.
Reading: Hosea 11
To the reader…
Today you are pointed to something you may find hard: that the Lord lets you boast so little of yourself. You have had to face your folly, to learn the pride and unbelief of your heart, and to take all the shame upon yourself. But do you know that this is His teaching? He first teaches you what you are, so that afterwards you may learn what He is in His dear Son, Immanuel, God with us.
Godliness is not learned on the bank, by imitating others. That is why He sends you your own temptations and your own deliverances, your own visitations and your own consolations. If your road is heavy now, do not think that He has forgotten you. He teaches you as though you were the only scholar in His school, and He takes these pains to teach you to swim in the waves, where all your own skill would let you sink.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Hallólo en tierra de desierto, y en desierto horrible y yermo; trájolo alrededor, instruyólo.
Deuteronomio 32:10
Es el Señor quien instruye a Su Israel. “Y todos tus hijos serán enseñados de Jehová” (Isaías 54:13). Él nos instruye de tal manera que a menudo tenemos que ver nuestra propia necedad y, sin embargo, admirar Su sabiduría; que tomamos toda la vergüenza para nosotros y le damos a Él toda la gloria. Nos instruye en el conocimiento de Sí mismo, en Su grandeza, majestad, santidad y pureza. Nos instruye en Su justa ley, por la cual el pecado y el pecador son condenados. Y porque solo en Su luz vemos la luz, llegamos así a conocer la pecaminosidad, la esterilidad, la hipocresía, la incredulidad, la infidelidad y el orgullo de nuestro corazón.
Por estas lecciones divinas nos instruye en la verdadera humildad, en el aborrecimiento y la repugnancia de nosotros mismos delante de Su rostro. Y cuando ha instruido al alma en el secreto de su vil origen (la caída) y la ha despojado de su presunción, la instruye en el conocimiento de Su propia gracia, tan sorprendente y tan adecuada, tal como se revela en la Persona de Su propio Hijo amado, “Emmanuel, Dios con nosotros”. Instruye al alma en el conocimiento del amor que elige, de la sangre expiatoria, de la justicia que justifica y de la fidelidad que no falla, de la compasión infinita y la misericordia eterna. Y todas estas lecciones son “provechosas”; cuando el Señor habla, “se ponen en los oídos”; caen en el corazón y llegan a ser “espíritu y vida” para el alma.
Debemos aprender la piedad por experiencia. La piedad no puede aprenderse por teoría, como tampoco la natación. Un hombre puede estar en la orilla, mirar a otro nadar e imitar los movimientos de sus manos. Pero échelo al agua, y pronto se hunde hasta el fondo. Así sucede con la piedad. Ponga a un hombre en las olas de la tentación, y pronto se hundirá, a menos que Aquel que enseña las manos a la batalla y los dedos a la guerra haya enseñado a sus brazos a nadar.
Debemos tener nuestras propias pruebas y nuestras propias experiencias de misericordia; nuestras propias tentaciones y nuestras propias liberaciones; nuestras propias visitaciones y nuestros propios consuelos; y debemos aprender por nosotros mismos cada parte de la vida divina. Dios enseña a Sus hijos como si cada uno de ellos fuera el único alumno de Su escuela, y se toma con cada alumno tanto trabajo como si no hubiera otro en el mundo con quien tomárselo.
Lectura: Oseas 11
Al lector…
Hoy se le señala algo que quizá le resulte difícil: que el Señor le deja gloriarse tan poco de sí mismo. Ha tenido que enfrentarse a su necedad, aprender el orgullo y la incredulidad de su corazón, y tomar sobre sí toda la vergüenza. Pero ¿sabe usted que esa es Su enseñanza? Él le enseña primero lo que usted es, para que después aprenda lo que Él es en Su Hijo amado, Emmanuel, Dios con nosotros.
La piedad no se aprende en la orilla, imitando a otros. Por eso Él le envía sus propias tentaciones y sus propias liberaciones, sus propias visitaciones y sus propios consuelos. Si su camino es ahora pesado, no piense que Él le ha olvidado. Le enseña como si usted fuera el único alumno de Su escuela, y se toma este trabajo para enseñarle a nadar en las olas, donde toda su propia destreza le dejaría hundirse.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onze Heere Jezus Christus, door Welke de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld.
Galaten 6:14
Een bevindelijke kennis van de kruisiging met zijn gekruisigde Heere deed Paulus het kruis prediken, niet alleen in zijn kracht om te verlossen, maar ook in zijn kracht tot heiligmaking. Maar gelijk toen, zo is ook nu de prediking van het kruis, niet slechts als de verdienende oorzaak van alle zaligheid, maar als de middellijke oorzaak van alle heiligmaking, voor hen die verloren gaan dwaasheid. Gelijk men een andere weg van zaligheid dan door het bloed des kruises heeft uitgevonden, zo heeft men ook een andere weg van heiligheid uitgedacht, buiten de kracht van het kruis; of liever, men heeft de gehoorzaamheid, de vruchtbaarheid, de zelfverloochening, het doden van de lusten des vleses en van de wereld geheel terzijde gezet.
Uitersten raken elkander, en waarlijk, mannen van de meest uiteenlopende gevoelens stemmen overeen in het verachten van het kruis en achten het een dwaasheid. De arminiaan veracht het ten opzichte van de rechtvaardigmaking, en de antinomiaan ten opzichte van de heiligmaking. „Geloof en wees heilig” is voor de laatste een even vreemd geluid als „geloof en wees rechtvaardig” voor de eerste. Doch „zonder heiligmaking zal niemand de Heere zien” staat even goed boven de poort des levens geschreven als: „Door genade zijt gij zalig geworden, door het geloof.” Door het kruis, dat is krachtens vereniging en gemeenschap met Hem Die eraan leed, is er niet slechts een fontein geopend tegen de zonde, maar ook tegen de onreinheid. Bloed en water stroomden uit Jezus’ zijde toen deze door de Romeinse soldaat doorstoken werd.
Deez’ fontein is zeer vol, en een rijke buit,
Ontsloten door speer, gaf het harte uit.
Bloed en ook water, het bloed verzoent alleen,
Terwijl het water reinigt; doch de fontein is slechts één.
„Al mijn fonteinen zullen binnen U zijn”, zegt de man naar Gods hart; en wij mogen deze woorden wel nazeggen. Al uw fonteinen, niet slechts die van vergeving en vrede, van aanneming en rechtvaardigmaking, maar ook van blijdschap en heiligheid, van wijsheid en kracht, van overwinning over de wereld, van doding van het lichaam der zonde en des doods, van elke nieuwe herleving van de hoop en van het vertrouwen; van alle gebed en lofzegging en van elke nieuwe uitbotting der ziel, gelijk Aärons staf, die bloesem en vrucht voortbracht; van elk gunstbewijs, van alle geestelijke verlangens, ernstige smekingen, een eerlijke belijdenis, hartelijk berouw en goddelijke droefheid over de zonde — al deze fonteinen van dit leven, hetwelk verborgen is met Christus in God, zijn in de gekruisigde Heere.
Zo is Christus, de Gekruisigde, voor hen die geroepen zijn, de kracht Gods. En daar Hij ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid en heiligmaking en verlossing, kunnen wij bij het kruis alleen wijs gemaakt worden tot zaligheid, gerechtvaardigd worden door een vrije rechtvaardigmaking, de Geest ontvangen tot heiligmaking en door bloed en kracht verlost worden van de zonde, de duivel, de dood en de hel.
Aan de lezer…
Zoekt u heiligheid buiten het kruis om? Misschien hebt u geleerd dat u alleen door het bloed van Christus gerechtvaardigd kunt worden, maar meent u in stilte dat u uw heiliging zelf moet bewerken, door ijver en inspanning? Of hebt u, in de vrees voor eigengerechtigheid, de zelfverloochening en het doden van de lusten maar terzijde gezet? Beide wegen gaan voorbij aan het kruis.
Bloed en water stroomden uit Jezus’ zijde; het bloed verzoent, het water reinigt, maar de fontein is slechts één. Ga dan met uw schuld én met uw onreinheid tot Hem Die gekruisigd is. Al uw fonteinen zijn in Hem: vergeving en vrede, maar ook kracht tegen de zonde, berouw, gebed en elke nieuwe uitbotting van leven. U zult in uzelf niets vinden om in te roemen, maar wel in Zijn kruis.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Maar het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onze Heere Jezus Christus, door Welke de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld.
Galaten 6:14
Een bevindelijke kennis van het met zijn gekruisigde Heere gekruisigd zijn deed Paulus het kruis prediken, niet alleen in zijn kracht om te verlossen, maar ook in zijn kracht tot heiligmaking. Maar zoals toen, zo is ook nu de prediking van het kruis dwaasheid voor hen die verloren gaan: niet alleen het kruis als de verdienende oorzaak van alle zaligheid, maar ook als de middellijke oorzaak van alle heiligmaking. Zoals men een andere weg van zaligheid heeft uitgevonden dan door het bloed van het kruis, zo heeft men ook een andere weg van heiligheid uitgedacht, buiten de kracht van het kruis om. Of liever: men heeft de gehoorzaamheid, de vruchtbaarheid, de zelfverloochening en het doden van de lusten van het vlees en van de wereld helemaal terzijde gezet.
Uitersten raken elkaar, en werkelijk, mannen met de meest uiteenlopende opvattingen zijn het eens in het verachten van het kruis en houden het voor dwaasheid. De arminiaan veracht het wat de rechtvaardigmaking betreft, en de antinomiaan wat de heiligmaking betreft. „Geloof en wees heilig” klinkt de laatste even vreemd in de oren als „geloof en wees rechtvaardig” de eerste. Maar „zonder heiligmaking zal niemand de Heere zien” staat even goed boven de poort van het leven geschreven als: „Door genade zijt gij zalig geworden, door het geloof.” Door het kruis, dat wil zeggen krachtens de vereniging en gemeenschap met Hem Die eraan leed, is er niet alleen een fontein geopend tegen de zonde, maar ook tegen de onreinheid. Bloed en water stroomden uit Jezus’ zijde toen die door de Romeinse soldaat werd doorstoken.
Deez’ fontein is zeer vol, en een rijke buit,
Ontsloten door speer, gaf het harte uit.
Bloed en ook water, het bloed verzoent alleen,
Terwijl het water reinigt; doch de fontein is slechts één.
„Al mijn fonteinen zullen binnen U zijn”, zegt de man naar Gods hart, en wij mogen deze woorden wel nazeggen. Al uw fonteinen zijn in de gekruisigde Heere. Niet alleen die van vergeving en vrede, van aanneming en rechtvaardigmaking, maar ook die van blijdschap en heiligheid, van wijsheid en kracht, van overwinning over de wereld, van het doden van het lichaam van de zonde en van de dood, en van elke nieuwe opleving van hoop en vertrouwen. Ook de fonteinen van alle gebed en lofzegging en van elk nieuw uitbotten van de ziel, zoals bij Aärons staf, die bloesem en vrucht voortbracht; van elk gunstbewijs, van alle geestelijke verlangens, ernstige smekingen, een eerlijke belijdenis, hartelijk berouw en goddelijke droefheid over de zonde. Al deze fonteinen van dit leven, dat verborgen is met Christus in God, zijn in de gekruisigde Heere.
Zo is Christus, de Gekruisigde, voor hen die geroepen zijn, de kracht van God. En omdat Hij ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid en heiligmaking en verlossing, kunnen wij alleen bij het kruis wijs gemaakt worden tot zaligheid, gerechtvaardigd worden door een vrije rechtvaardigmaking, de Geest ontvangen tot heiligmaking, en door bloed en kracht verlost worden van de zonde, de duivel, de dood en de hel.
Aan de lezer…
Zoekt u heiligheid buiten het kruis om? Misschien hebt u geleerd dat u alleen door het bloed van Christus gerechtvaardigd kunt worden, maar denkt u in stilte dat u uw heiliging zelf moet bewerken, door ijver en inspanning. Of hebt u, uit vrees voor eigengerechtigheid, de zelfverloochening en het doden van de lusten maar terzijde geschoven? Beide wegen gaan aan het kruis voorbij.
Bloed en water stroomden uit Jezus’ zijde; het bloed verzoent, het water reinigt, maar de fontein is maar één. Ga daarom met uw schuld én met uw onreinheid naar Hem Die gekruisigd is. Al uw fonteinen zijn in Hem: vergeving en vrede, maar ook kracht tegen de zonde, berouw, gebed en elk nieuw uitbotten van leven. In uzelf zult u niets vinden om in te roemen, maar in Zijn kruis wel.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“But God forbid that I should glory, save in the cross of our Lord Jesus Christ, by whom the world is crucified unto me, and I unto the world.”
Galatians 6:14
An experimental knowledge of crucifixion with his crucified Lord made Paul preach the cross, not only in its power to save, but in its power to sanctify. But as then, so now, this preaching of the cross, not only as the meritorious cause of all salvation, but as the instrumental cause of all sanctification, is “to those who perish foolishness.” As men have found out some other way of salvation than by the blood of the cross, so have they discovered some other way of holiness than by the power of the cross; or rather have altogether set aside obedience, fruitfulness, self-denial, mortification of the deeds of the body, crucifixion of the flesh and of the world.
Extremes are said to meet; and certainly men of most opposite sentiments may unite in despising the cross and counting it foolishness. The Arminian despises it for justification, and the Antinomian for sanctification. “Believe and be holy,” is as strange a sound to the latter as “Believe and be saved” to the former. But, “Without holiness no man shall see the Lord,” is as much written on the portal of life as, “By grace are you saved through faith.” Through the cross, that is, through union and communion with Him Who suffered upon it, not only is there a fountain opened for all sin, but for all uncleanness. Blood and water gushed from the side of Jesus when pierced by the Roman spear.
“This fountain so dear, He’ll freely impart;
Unlocked by the spear, it gushed from the heart,
With blood and with water; the first to atone,
To cleanse us the latter; the fountain’s but one.”
“All my springs are in You,” said the man after God’s own heart; and well may we re-echo his words. All our springs, not only of pardon and peace, acceptance and justification—but of happiness and holiness, of wisdom and strength, of victory over the world, of mortification of a body of sin and death, of every fresh revival and renewal of hope and confidence; of all prayer and praise; of every new budding forth of the soul, as of Aaron’s rod, in blossom and fruit; of every gracious feeling, spiritual desire, warm supplication, honest confession, melting contrition, and godly sorrow for sin—all these springs of that life which is hidden with Christ in God are in a crucified Lord.
Thus Christ crucified is, “to those who are saved, the power of God.” And as He “is made unto us wisdom, righteousness, sanctification, and redemption,” at the cross alone can we be made wise unto salvation, become righteous by a free justification, receive of His Spirit to make us holy, and be redeemed and delivered by blood and power from sin, Satan, death, and hell.
To the reader…
Are you seeking holiness apart from the cross? Perhaps you have learned that you can be justified only by the blood of Christ, yet you secretly think that you must work out your sanctification yourself, by zeal and effort. Or have you, out of fear of self-righteousness, simply pushed self-denial and the mortifying of your lusts aside? Both ways pass the cross by.
Blood and water flowed from the side of Jesus; the blood atones, the water cleanses, but the fountain is only one. Go therefore with your guilt and with your uncleanness to Him Who was crucified. All your springs are in Him: pardon and peace, but also strength against sin, repentance, prayer, and every fresh budding forth of life. In yourself you will find nothing to glory in, but in His cross you will.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Mas lejos esté de mí gloriarme, sino en la cruz de nuestro Señor Jesucristo, por el cual el mundo me es crucificado a mí, y yo al mundo.”
Gálatas 6:14
Un conocimiento experimental de la crucifixión con su Señor crucificado hizo que Pablo predicara la cruz, no solo en su poder para salvar, sino en su poder para santificar. Pero entonces, como ahora, esta predicación de la cruz, no solo como causa meritoria de toda salvación, sino como causa instrumental de toda santificación, es “a los que se pierden locura”. Así como los hombres han hallado algún otro camino de salvación que no es la sangre de la cruz, así han descubierto algún otro camino de santidad que no es el poder de la cruz; o más bien han dejado enteramente a un lado la obediencia, la fecundidad, la abnegación, la mortificación de las obras de la carne, la crucifixión de la carne y del mundo.
Se dice que los extremos se tocan; y ciertamente hombres de los sentimientos más opuestos pueden unirse en despreciar la cruz y tenerla por locura. El arminiano la desprecia para la justificación, y el antinomiano para la santificación. “Cree y sé santo” suena tan extraño al segundo como “Cree y serás salvo” al primero. Pero “sin santidad nadie verá al Señor” está tan escrito en el pórtico de la vida como “por gracia sois salvos por la fe”. Por la cruz, es decir, por la unión y comunión con Aquel que padeció en ella, no solo hay un manantial abierto para todo pecado, sino para toda inmundicia. Sangre y agua brotaron del costado de Jesús cuando fue traspasado por la lanza romana.
“Esta fuente tan preciosa, Él la da gratuitamente;
abierta por la lanza, brotó del corazón,
con sangre y con agua; la primera para expiar,
la segunda para limpiarnos; la fuente es una sola.”
“Todas mis fuentes están en Ti”, dijo el varón conforme al corazón de Dios; y bien podemos repetir sus palabras. Todas nuestras fuentes, no solo de perdón y paz, de aceptación y justificación, sino de felicidad y santidad, de sabiduría y fuerza, de victoria sobre el mundo, de mortificación de un cuerpo de pecado y de muerte, de todo nuevo avivamiento y renovación de la esperanza y la confianza; de toda oración y alabanza; de todo nuevo brotar del alma, como la vara de Aarón, en flor y fruto; de todo sentimiento lleno de gracia, deseo espiritual, súplica ferviente, confesión sincera, contrición que derrite y tristeza piadosa por el pecado: todas estas fuentes de aquella vida que está escondida con Cristo en Dios están en un Señor crucificado.
Así, Cristo crucificado es, “a los que se salvan, potencia de Dios”. Y como Él “nos ha sido hecho por Dios sabiduría, y justificación, y santificación, y redención”, solo en la cruz podemos ser hechos sabios para la salvación, llegar a ser justos por una justificación gratuita, recibir de Su Espíritu para ser hechos santos, y ser redimidos y librados, por sangre y por poder, del pecado, de Satanás, de la muerte y del infierno.
Al lector…
¿Busca usted la santidad aparte de la cruz? Quizás ha aprendido que solo puede ser justificado por la sangre de Cristo, y sin embargo piensa en secreto que tiene que lograr su santificación por sí mismo, con celo y esfuerzo. ¿O ha dejado simplemente a un lado, por temor a la justicia propia, la abnegación y la mortificación de sus concupiscencias? Ambos caminos pasan de largo ante la cruz.
Sangre y agua fluyeron del costado de Jesús; la sangre expía, el agua limpia, pero la fuente es una sola. Vaya, pues, con su culpa y con su inmundicia a Aquel que fue crucificado. Todas sus fuentes están en Él: perdón y paz, pero también fuerza contra el pecado, arrepentimiento, oración y todo nuevo brotar de la vida. En usted mismo no hallará nada de qué gloriarse, pero en Su cruz sí.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl