5 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
12 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Zonder heiligmaking zal niemand de Heere zien.
Hebreeën 12:14
Het is een noodzakelijk en onmisbaar vereiste voor de erfenis van de heiligen in het licht, om deze heiligmaking te bezitten; maar dit vereiste moet in ons gewerkt worden door de kracht van Gods genade, want waarlijk uit onszelf hebben wij dat niet. Maar ziet hoe noodzakelijk het is. Welk geluk zou er kunnen zijn in de gewesten der zaligheid, zo wij geen natuur hadden om het te genieten? Zo wij niet waren toebereid Christus te zien zoals Hij is, en Zijn tegenwoordigheid eeuwig te genieten, zou de hemel geen hemel voor ons zijn. Niets onreins of onheiligs kan daar ingaan.
Daarom moet de heiligmaking in ons gewerkt worden door de macht Gods, om ons voor te bereiden voor de hemelse erfenis, en daarom deelt Hij van Zijn Geest en Zijn genade mede, om ons hemelse gezindheden, heilig verlangen, goede gedachten, tedere gevoelens te geven; en boven alles die liefde waardoor Hij geliefd wordt als de gans Begeerlijke. Door de heiligende werking Zijns Geestes scheidt Hij ons af van al wat boos is, plant Hij Zijn vrees diep in het hart, opdat het worden moge een fontein des levens, om van de strikken des doods af te wijken; en werkt Hij in ons een gelijkvormigheid aan Zijn eigen lijdend beeld hier op aarde, opdat wij hiernamaals Zijn verheerlijkt beeld mogen gelijkvormig zijn. Zo is er een volkomen en onvolkomen heiligmaking — volkomen door toerekening, onvolkomen in haar tegenwoordige werkingen. Maar de ene is het onderpand van de andere; zodat, zo waarlijk als Christus nu Zijn volk in de hemel als hun heilig Hoofd vertegenwoordigt, Hij hen eenmaal voor eeuwig brengen zal in die woningen van volmaakte heiligheid en volmaakt geluk, die voor hen zijn bereid als woningen van eeuwig licht en eeuwige liefde.
Uw heilleer wordt door mij alom verbreid:
’k bedwing mijn tong en lippen niet.
Gij weet het, Heer, die alles ziet:
mijn hart verbergt nooit Uw gerechtigheid.
Ps. 40:5
Aan de lezer…
Schrikt u van dit woord, „zonder heiligmaking zal niemand de Heere zien”? Waarde lezer, u hebt reden om u te onderzoeken, maar niet om te wanhopen. Ik zeg het eerlijk: uit onszelf hebben wij geen heiligheid. Zouden wij zonder een nieuwe natuur in de hemel komen, het zou geen hemel voor ons zijn. Daarom moet God Zelf dit werk in ons doen, door Zijn Geest en Zijn genade.
Bespeurt u in u een heilig verlangen, een tedere vrees om Hem te bedroeven, een liefde tot Hem als de gans Begeerlijke? Dat zijn geen vruchten van uw eigen akker. En voelt u hoe onvolkomen het nog is, weet dan dat er een volkomen heiligmaking is in Christus, en dat de onvolkomene hier daarvan het onderpand is. Die nu als het heilig Hoofd van Zijn volk in de hemel is, zal de Zijnen eenmaal brengen in de woningen van eeuwig licht en eeuwige liefde.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Zonder heiligmaking zal niemand de Heere zien.
Hebreeën 12:14
Om de erfenis van de heiligen in het licht te ontvangen, is het noodzakelijk en onmisbaar dat wij deze heiligmaking bezitten. Maar dit vereiste moet in ons gewerkt worden door de kracht van Gods genade, want uit onszelf hebben wij het waarlijk niet. Zie toch hoe noodzakelijk het is. Welk geluk zou er in de gewesten van de zaligheid kunnen zijn, als wij geen natuur hadden om het te genieten? Als wij niet waren toebereid om Christus te zien zoals Hij is en eeuwig van Zijn tegenwoordigheid te genieten, zou de hemel voor ons geen hemel zijn. Niets onreins of onheiligs kan daar ingaan.
Daarom moet de heiligmaking in ons gewerkt worden door de macht van God, om ons voor te bereiden op de hemelse erfenis. Daarom deelt Hij van Zijn Geest en Zijn genade mee, om ons hemelse gezindheden, heilig verlangen, goede gedachten en tedere gevoelens te geven, en boven alles die liefde waardoor Hij geliefd wordt als de gans Begeerlijke. Door de heiligende werking van Zijn Geest scheidt Hij ons af van al wat boos is. Hij plant Zijn vrees diep in het hart, zodat die een fontein van het leven wordt, om af te wijken van de strikken van de dood. En Hij werkt in ons een gelijkvormigheid aan Zijn eigen lijdend beeld hier op aarde, zodat wij hierna aan Zijn verheerlijkt beeld gelijkvormig mogen zijn.
Zo is er een volkomen en een onvolkomen heiligmaking: volkomen door toerekening, onvolkomen in haar tegenwoordige werkingen. Maar de ene is het onderpand van de andere. Zo zeker als Christus nu Zijn volk in de hemel vertegenwoordigt als hun heilig Hoofd, zo zeker zal Hij hen eens voor eeuwig brengen in die woningen van volmaakte heiligheid en volmaakt geluk, die voor hen bereid zijn als woningen van eeuwig licht en eeuwige liefde.
Uw heilleer wordt door mij alom verbreid:
’k bedwing mijn tong en lippen niet.
Gij weet het, Heer, die alles ziet:
mijn hart verbergt nooit Uw gerechtigheid.
Ps. 40:5
Aan de lezer…
Schrikt u van dit woord, „zonder heiligmaking zal niemand de Heere zien”? U hebt reden om uzelf te onderzoeken, maar niet om te wanhopen. Ik zeg het eerlijk: uit onszelf hebben wij geen heiligheid. Als wij zonder een nieuwe natuur in de hemel zouden komen, zou het voor ons geen hemel zijn. Daarom moet God Zelf dit werk in ons doen, door Zijn Geest en Zijn genade.
Merkt u in uzelf een heilig verlangen op, een tedere vrees om Hem te bedroeven, een liefde tot Hem als de gans Begeerlijke? Dat zijn geen vruchten van uw eigen akker. En voelt u hoe onvolkomen het nog is, weet dan dat er in Christus een volkomen heiligmaking is, en dat de onvolkomen heiligmaking hier daarvan het onderpand is. Hij Die nu als het heilig Hoofd van Zijn volk in de hemel is, zal de Zijnen eens brengen in de woningen van eeuwig licht en eeuwige liefde.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Holiness, without which no man shall see the Lord.
Hebrews 12:14
To possess this holiness is a necessary and indispensable fitness for the inheritance of the saints in light; but this fitness must be wrought in us by the power of God’s grace, for I am sure that in ourselves of it we have none. But see its necessity. What happiness could there be in the courts of bliss unless we had a nature to enjoy it? Unless we were made capable of seeing Christ as He is, and enjoying His presence for evermore, heaven would be no heaven to us. Nothing unclean or unholy can enter there.
Sanctification therefore must be wrought in us by the power of God, to make us fit for the heavenly inheritance, and He therefore communicates of His Spirit and grace to give us heavenly affections, holy desires, gracious thoughts, tender feelings; and above all that love whereby He is loved as the altogether lovely One.
By the sanctifying operations of His Spirit, He separates us from everything evil, plants His fear deep in the heart, that it may be a fountain of life to depart from the snares of death; and works in us a conformity to His suffering image here that we may be conformed to His glorified image hereafter. Thus there is a perfect and an imperfect sanctification—perfect by imputation, imperfect in its present operations. But the one is the pledge of the other; so that as surely as Christ now represents His people in heaven as their holy Head, so will He eventually bring them to be forever with Him in those abodes of perfect holiness and perfect happiness which are prepared for them as mansions of eternal light and love.
To the reader…
Are you startled by this word, “without holiness no man shall see the Lord”? You have reason to examine yourself, but not to despair. I say it honestly: of ourselves we have no holiness. If we were to enter heaven without a new nature, it would be no heaven to us. That is why God Himself must do this work in us, by His Spirit and His grace.
Do you notice in yourself a holy longing, a tender fear of grieving Him, a love to Him as the altogether lovely One? Those are not fruits of your own field. And if you feel how imperfect it still is, know that there is a perfect sanctification in Christ, and that the imperfect sanctification here is the pledge of it. He Who is now in heaven as the holy Head of His people will one day bring His own into the mansions of eternal light and eternal love.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
La santidad, sin la cual nadie verá al Señor.
Hebreos 12:14
Poseer esta santidad es una idoneidad necesaria e indispensable para la herencia de los santos en luz; pero esta idoneidad tiene que ser obrada en nosotros por el poder de la gracia de Dios, porque estoy seguro de que en nosotros mismos no tenemos nada de ella. Pero vea usted su necesidad. ¿Qué felicidad podría haber en los atrios de la dicha si no tuviéramos una naturaleza para gozarla? Si no fuéramos hechos capaces de ver a Cristo tal como Él es y de gozar de Su presencia para siempre, el cielo no sería cielo para nosotros. Nada inmundo ni profano puede entrar allí.
La santificación, por tanto, tiene que ser obrada en nosotros por el poder de Dios, para hacernos aptos para la herencia celestial; y por eso Él comunica de Su Espíritu y de Su gracia para darnos afectos celestiales, deseos santos, pensamientos llenos de gracia, sentimientos tiernos; y sobre todo aquel amor por el cual Él es amado como el todo codiciable.
Por las operaciones santificadoras de Su Espíritu, nos separa de todo lo malo, planta Su temor hondo en el corazón, para que sea manantial de vida para apartarse de los lazos de la muerte; y obra en nosotros una conformidad a Su imagen sufriente aquí, para que seamos conformados a Su imagen glorificada en el más allá. Así hay una santificación perfecta y una imperfecta: perfecta por imputación, imperfecta en sus operaciones presentes. Pero la una es la prenda de la otra; de modo que tan cierto como Cristo representa ahora a Su pueblo en el cielo como su santa Cabeza, así los llevará finalmente a estar para siempre con Él en aquellas moradas de perfecta santidad y perfecta felicidad que les están preparadas como mansiones de luz y amor eternos.
Al lector…
¿Le sobresalta esta palabra: “sin santidad nadie verá al Señor”? Tiene usted motivo para examinarse, pero no para desesperar. Lo digo con sinceridad: de nosotros mismos no tenemos santidad. Si entráramos en el cielo sin una naturaleza nueva, no sería cielo para nosotros. Por eso Dios mismo tiene que hacer esta obra en nosotros, por Su Espíritu y Su gracia.
¿Nota usted en sí un anhelo santo, un temor tierno de entristecerle, un amor a Él como el todo codiciable? Esos no son frutos de su propio campo. Y si siente cuán imperfecto es todavía, sepa que hay una santificación perfecta en Cristo, y que la santificación imperfecta de aquí es su prenda. Aquel que está ahora en el cielo como la santa Cabeza de Su pueblo llevará un día a los Suyos a las mansiones de luz eterna y de amor eterno.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Het lijden en sterven van Christus
En Jezus, roepende met grote stem, zeide: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En als Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest.
Lukas 23:46
We zullen allemaal moeten sterven, en daarom kan een profijtelijk onderwerp van overdenking de dood van Jezus zijn, gezien vanuit het geloof. De stervende Heere beval Zijn geest in de handen van Zijn Vader. De Vader ontving Hem, want de Vader luistert altijd naar Hem; en zo keerde Zijn geest terug tot Degene Die hem heeft gegeven. Aldus waren door het sterven de ziel en het lichaam van de gezegende Verlosser enige tijd volledig en feitelijk gescheiden — zo volledig en feitelijk als die van ons gescheiden zullen zijn bij onze dood. Maar volg vanuit het geloof die ziel van Jezus toen Hij haar uitblies, en zie dat zij onmiddellijk het Paradijs binnengaat, in de zalige aanwezigheid van God komt.
Welk een voedsel voor het geloof ligt hierin! Wat is dit versterkend en bemoedigend voor een gelovig hart, dat zo vaak in verwarring is door gedachten die we hier hebben benoemd, om de ziel van Jezus zo rechtstreeks het Paradijs te zien ingaan! En kunnen we niet vanuit het geloof ook de ziel van de gelovige kwaaddoener, toen het ogenblik van de verlossing was gekomen, hetzelfde Paradijs zien binnengaan waarheen de ziel van Jezus haar was voorafgegaan?
Indien we op pijnlijke wijze zelf de aanvallen van ongeloof, de pijlen van ontrouw en de felle spiesen van de duivel hebben ervaren, en hoe ze allemaal door het schild van het geloof worden vernietigd, hebben we ondervonden dat het geloof om standvastig te blijven het woord der waarheid nodig heeft, een „Alzo zegt de HEERE” om op te rusten. Laten we nu eens bekijken hoe dit verband houdt met de dood van de lieve Heere. Gesterkt door Zijn heilige voorbeeld kan de stervende gelovige, indien hij is gezegend met het geloof in Zijn Persoon, bloed en rechtvaardigheid, zijn stervende geest in de handen van Christus bevelen, zoals de martelaar Stefanus, met hetzelfde vertrouwen waarmee de Heere Jezus Zijn geest in de handen van Zijn hemelse Vader beval.
Lezen: Psalm 31
Aan de lezer…
Vermoeide pelgrim, ziet u soms met vrees op het uur waarin ook u zult moeten sterven? Het is een ernstige zaak, en het geloof doet er niet luchtig over. Maar sla dan uw ogen op naar het kruis en hoor de Heere Jezus roepen: „Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest.” De Vader ontving Hem, en Zijn ziel ging rechtstreeks het Paradijs binnen. En de ziel van de gelovige kwaaddoener volgde Hem daarheen, waar de Heere haar was voorgegaan.
Wordt u bestreden door ongeloof, door de pijlen van ontrouw en de felle spiesen van de duivel? Dan hebt u een „Alzo zegt de HEERE” nodig om op te rusten, en dat is u hier gegeven. Wie door genade gelooft in Zijn Persoon, Zijn bloed en Zijn gerechtigheid, mag, gesterkt door Zijn heilig voorbeeld, zijn stervende geest in Zijn handen bevelen. De handen die voor u doorboord werden, zullen u niet laten vallen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En Jezus, roepende met grote stem, zeide: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En als Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest.
Lukas 23:46
We zullen allemaal moeten sterven, en daarom kan de dood van Jezus, gezien met het oog van het geloof, een nuttig onderwerp van overdenking zijn. De stervende Heere beval Zijn geest in de handen van Zijn Vader. De Vader ontving Hem, want de Vader hoort Hem altijd; en zo keerde Zijn geest terug tot Hem Die hem gegeven had. Zo waren door het sterven de ziel en het lichaam van de gezegende Verlosser enige tijd volledig en werkelijk gescheiden — even volledig en werkelijk als die van ons bij onze dood gescheiden zullen worden. Maar volg met het oog van het geloof die ziel van Jezus toen Hij haar uitblies, en zie hoe zij onmiddellijk het Paradijs binnengaat en in de zalige tegenwoordigheid van God komt.
Wat een voedsel voor het geloof ligt hierin! Hoe versterkend en bemoedigend is het voor een gelovig hart, dat zo vaak in verwarring is door de gedachten die we hier hebben genoemd, om de ziel van Jezus zo rechtstreeks het Paradijs te zien binnengaan! En kunnen we met het oog van het geloof ook niet de ziel van de gelovige kwaaddoener, toen het ogenblik van zijn verlossing gekomen was, hetzelfde Paradijs zien binnengaan, waar de ziel van Jezus haar was voorgegaan?
Misschien hebben we zelf op pijnlijke wijze de aanvallen van ongeloof, de pijlen van ontrouw en de vurige pijlen van de duivel ervaren, en ook hoe ze allemaal door het schild van het geloof worden uitgeblust. Dan hebben we ondervonden dat het geloof, om standvastig te blijven, het woord der waarheid nodig heeft, een „Alzo zegt de HEERE” om op te rusten. Laten we nu eens bekijken hoe dit verband houdt met de dood van de dierbare Heere. Gesterkt door Zijn heilig voorbeeld kan de stervende gelovige, als hij gezegend is met het geloof in Zijn Persoon, bloed en gerechtigheid, zijn stervende geest in de handen van Christus bevelen, zoals de martelaar Stefanus deed. Hij kan dat doen met hetzelfde vertrouwen waarmee de Heere Jezus Zijn geest in de handen van Zijn hemelse Vader beval.
Lezen: Psalm 31
Aan de lezer…
Vermoeide pelgrim, ziet u soms met vrees op naar het uur waarin ook u zult moeten sterven? Het is een ernstige zaak, en het geloof doet er niet luchtig over. Maar sla dan uw ogen op naar het kruis en hoor de Heere Jezus roepen: „Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest.” De Vader ontving Hem, en Zijn ziel ging rechtstreeks het Paradijs binnen. En de ziel van de gelovige kwaaddoener volgde Hem daarheen, waar de Heere haar was voorgegaan.
Wordt u bestreden door ongeloof, door de pijlen van ontrouw en de vurige pijlen van de duivel? Dan hebt u een „Alzo zegt de HEERE” nodig om op te rusten, en dat is u hier gegeven. Wie door genade gelooft in Zijn Persoon, Zijn bloed en Zijn gerechtigheid, mag, gesterkt door Zijn heilig voorbeeld, zijn stervende geest in Zijn handen bevelen. De handen die voor u doorboord werden, zullen u niet laten vallen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And when Jesus had cried with a loud voice, He said, Father, into Thy hands I commend My spirit: and having said thus, He gave up the ghost.
Luke 23:46
We must all die, and therefore the death of Jesus, viewed by the eye of faith, may be a profitable subject for meditation. The dying Lord commended His spirit into the hands of His Father. The Father received it, for the Father heareth Him always; and so His spirit returned unto Him Who gave it. Thus by death the soul and body of the blessed Redeemer were for a time completely and really separated, as completely and really as ours will be separated when we die. But follow with the eye of faith that soul of Jesus as He breathed it out, and see how it at once enters Paradise and comes into the blessed presence of God.
What food for faith lies here! How strengthening and encouraging it is to a believing heart, so often perplexed by the thoughts we have here named, to see the soul of Jesus thus pass directly into Paradise! And may we not also, with the eye of faith, see the soul of the believing malefactor, when the moment of his deliverance came, enter that same Paradise into which the soul of Jesus had gone before it?
Perhaps we ourselves have painfully experienced the assaults of unbelief, the darts of infidelity and the fiery darts of the devil, and also how they are all quenched by the shield of faith. Then we have learned that faith, to stand firm, needs the word of truth, a “Thus saith the LORD” to rest upon. Let us now look at how this bears upon the death of the precious Lord. Strengthened by His holy example, the dying believer, if blessed with faith in His Person, blood and righteousness, may commend his departing spirit into the hands of Christ, as did the martyr Stephen. He may do it with the same confidence with which the Lord Jesus commended His spirit into the hands of His heavenly Father.
Reading: Psalm 31
To the reader…
Weary pilgrim, do you sometimes look forward with fear to the hour when you too must die? It is a solemn matter, and faith does not treat it lightly. But then lift up your eyes to the cross and hear the Lord Jesus cry, “Father, into Thy hands I commend My spirit.” The Father received Him, and His soul went straight into Paradise. And the soul of the believing malefactor followed Him there, where the Lord had gone before it.
Are you assailed by unbelief, by the darts of infidelity and the fiery darts of the devil? Then you need a “Thus saith the LORD” to rest upon, and that is given you here. Whoever by grace believes in His Person, His blood and His righteousness may, strengthened by His holy example, commend his dying spirit into His hands. The hands that were pierced for you will not let you fall.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Entonces Jesús, clamando a gran voz, dijo: Padre, en Tus manos encomiendo Mi espíritu. Y habiendo dicho esto, expiró.
Lucas 23:46
Todos hemos de morir, y por eso la muerte de Jesús, contemplada con el ojo de la fe, puede ser un tema provechoso de meditación. El Señor moribundo encomendó Su espíritu en las manos de Su Padre. El Padre lo recibió, porque el Padre siempre le oye; y así Su espíritu volvió a Aquel que lo dio. Así, por la muerte, el alma y el cuerpo del bendito Redentor quedaron por un tiempo completa y realmente separados, tan completa y realmente como los nuestros serán separados cuando muramos. Pero siga con el ojo de la fe esa alma de Jesús en el momento en que la exhaló, y vea cómo entra al instante en el Paraíso y llega a la bendita presencia de Dios.
¡Qué alimento para la fe hay aquí! ¡Cuán fortalecedor y alentador es para un corazón creyente, tantas veces perplejo por los pensamientos que aquí hemos nombrado, ver que el alma de Jesús pasó así directamente al Paraíso! ¿Y no podemos también, con el ojo de la fe, ver el alma del malhechor creyente, cuando llegó el momento de su liberación, entrar en ese mismo Paraíso al que el alma de Jesús le había precedido?
Quizá nosotros mismos hemos experimentado dolorosamente los asaltos de la incredulidad, los dardos de la infidelidad y los dardos de fuego del diablo, y también cómo todos ellos son apagados por el escudo de la fe. Entonces hemos aprendido que la fe, para mantenerse firme, necesita la palabra de verdad, un “Así dice Jehová” en que descansar. Veamos ahora cómo se aplica esto a la muerte del precioso Señor. Fortalecido por Su santo ejemplo, el creyente moribundo, si es bendecido con fe en Su Persona, Su sangre y Su justicia, puede encomendar su espíritu que parte en las manos de Cristo, como lo hizo el mártir Esteban. Puede hacerlo con la misma confianza con que el Señor Jesús encomendó Su espíritu en las manos de Su Padre celestial.
Lectura: Salmo 31
Al lector…
Peregrino cansado, ¿mira usted a veces con temor hacia la hora en que también usted ha de morir? Es un asunto solemne, y la fe no lo trata a la ligera. Pero levante entonces sus ojos a la cruz y oiga al Señor Jesús clamar: “Padre, en Tus manos encomiendo Mi espíritu”. El Padre le recibió, y Su alma fue directamente al Paraíso. Y el alma del malhechor creyente le siguió allí, adonde el Señor le había precedido.
¿Le asaltan la incredulidad, los dardos de la infidelidad y los dardos de fuego del diablo? Entonces necesita un “Así dice Jehová” en que descansar, y eso se le da aquí. El que por gracia cree en Su Persona, Su sangre y Su justicia puede, fortalecido por Su santo ejemplo, encomendar su espíritu moribundo en Sus manos. Las manos que fueron traspasadas por usted no le dejarán caer.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
In het huis des rechtvaardigen is een grote schat; maar in des goddelozen inkomst is beroerte.
Spreuken 15:6
Hoe verschillend is de beoordeling die het geloof maakt van rijkdommen, eer en genoegens, van die van de wereld en het vlees. De wereld heeft geen bevatting van rijkdommen, dan voor zover het betreft goud en zilver, huizen, landerijen of andere tastbare en zichtbare dingen. Zij heeft geen gedachte van eer of waardigheid, dan die de mensen hebben te geven, en geen andere troost, dan die ligt in de begeerten van het vlees en van het gemoed. Maar de ziel, gezalfd door de zalving van de Heilige Geest, heeft een andere opvatting van deze zaken en beseft dat de enige ware rijkdommen deze zijn, namelijk de genade Gods in het hart; dat de enige ware eer deze is, die van God komt, en dat de enige ware troost deze is, die door de Geest Gods wordt geschonken aan een verbroken en verslagen geest. Nu, juist naar gelang wij de Geest Gods hebben, zullen wij geloof oefenen om rijkdommen, eer en genoegens op hun ware plaats te schatten; en daartegenover, naar gelang wij bezet zijn met de geest der wereld, zullen wij deze dingen schatten naar dat de wereld ze acht.
Toen het oog der wereld de apostelen beschouwde, zagen zij erop als een gezelschap van arme, onkundige schepselen, een stel onbeschaafde geestdrijvers, die het land doorgingen, predikende over een Jezus, die, zeiden zij, was gekruisigd en van de dood opgestaan. Het natuurlijk oog zag geen schoonheid, geen kracht, geen heerlijkheid in de waarheid die zij voortbrachten; evenmin zagen zij dat de verdwijnende en afgesloofde tabernakel van deze mannen een hemelse schat in zich verborgen had en dat zij eens blinken zouden als de sterren, eeuwiglijk en altoos; terwijl degenen die hun woord verachtten, zouden verzinken in een eindeloos wee. De geest der wereld en de gedachten van het vlees zijn nog precies als voorheen. De natuur blijft altijd dezelfde en kan de dingen der eeuwigheid nooit verstaan of begeren; zij kan slechts zien en rusten op de verdwijnende dingen van de tijd en het zinnelijke.
Derhalve zou het goed zijn aan de hand van dit gestelde onderscheid onszelf te onderzoeken. Wat zijn bijvoorbeeld onze gedachten bij uren en dagen omtrent het tijdelijke en het zinnelijke, en hoe omtrent de dingen der eeuwigheid? Welke van deze twee drukken het meest op ons gemoed, houden onze gedachten het meest onledig en waar strekken onze genegenheden zich het meest naar uit? En in dezelfde verhouding als de ernstige dingen der eeuwigheid of de dingen van de tijd en het zien- en zinnelijke onze geest bezighouden, of dat ons hart gevestigd is op de hemel of op de aarde, of dat wij voor God of voor onszelf leven, in dezelfde verhouding is de kracht van ons geloof en de diepte van het werk der genade in onze consciëntie.
Aan de lezer…
Het kan zijn dat uw gedachten in de uren en dagen van uw leven vooral uitgaan naar het tijdelijke en het zichtbare, en niet naar de dingen der eeuwigheid. Het is goed uzelf daarop eerlijk te onderzoeken, niet om u te verschrikken, maar om te weten waar uw schat ligt. De wereld kent geen andere rijkdom dan goud en zilver, en geen andere eer dan die mensen geven. Maar de enige ware rijkdom is de genade Gods in het hart.
Misschien woont u in een eenvoudig huis, en ziet de wereld op u neer als op een arm en onkundig schepsel. Wees niet bedroefd. Ook de apostelen werden zo veracht, terwijl zij een hemelse schat in hun verdwijnende tabernakel droegen. In het huis des rechtvaardigen is een grote schat. De troost die de Geest schenkt aan een verbroken en verslagen geest, is meer waard dan al de inkomst van de goddeloze, waarin beroerte is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
In het huis des rechtvaardigen is een grote schat; maar in des goddelozen inkomst is beroerte.
Spreuken 15:6
Hoe verschillend beoordeelt het geloof rijkdom, eer en genoegens, vergeleken met de wereld en het vlees! De wereld heeft geen besef van rijkdom, behalve voor zover het gaat om goud en zilver, huizen, landerijen of andere tastbare en zichtbare dingen. Zij heeft geen gedachte van eer of waardigheid, behalve die welke mensen te geven hebben, en zij kent geen andere troost dan die welke ligt in de begeerten van het vlees en van het gemoed. Maar de ziel die gezalfd is met de zalving van de Heilige Geest, denkt anders over deze zaken. Zij beseft dat de enige ware rijkdom de genade van God in het hart is, dat de enige ware eer die is welke van God komt, en dat de enige ware troost die is welke door de Geest van God wordt geschonken aan een verbroken en verslagen geest.
Juist naarmate wij de Geest van God hebben, zullen wij het geloof oefenen om rijkdom, eer en genoegens op hun ware plaats te schatten. En omgekeerd: naarmate wij vervuld zijn met de geest van de wereld, zullen wij deze dingen schatten zoals de wereld ze acht.
Toen het oog van de wereld de apostelen bekeek, zag het hen als een gezelschap arme, onkundige schepselen, een stel onbeschaafde geestdrijvers die door het land trokken en predikten over een Jezus Die, zoals zij zeiden, gekruisigd was en uit de dood was opgestaan. Het natuurlijke oog zag geen schoonheid, geen kracht en geen heerlijkheid in de waarheid die zij verkondigden. Evenmin zag men dat de vergankelijke en afgetobde tabernakel van deze mannen een hemelse schat in zich verborg, en dat zij eens zouden blinken als de sterren, eeuwig en altoos, terwijl zij die hun woord verachtten, zouden wegzinken in een eindeloos wee. De geest van de wereld en de gedachten van het vlees zijn nog precies als vroeger. De natuur blijft altijd dezelfde en kan de dingen van de eeuwigheid nooit verstaan of begeren; zij kan alleen de vergankelijke dingen van de tijd en van de zinnen zien en daarop rusten.
Daarom zou het goed zijn onszelf aan de hand van dit onderscheid te onderzoeken. Wat zijn bijvoorbeeld uur na uur en dag na dag onze gedachten over het tijdelijke en het zinnelijke, en wat over de dingen van de eeuwigheid? Welke van deze twee drukken het zwaarst op ons gemoed, houden onze gedachten het meest bezig, en waarnaar gaan onze genegenheden het meest uit? In dezelfde mate als de ernstige dingen van de eeuwigheid of de dingen van de tijd, het zichtbare en zinnelijke, onze geest bezighouden, in dezelfde mate als ons hart gevestigd is op de hemel of op de aarde, en in dezelfde mate als wij voor God of voor onszelf leven, in die mate is ook de kracht van ons geloof en de diepte van het werk van de genade in ons geweten.
Aan de lezer…
Het kan zijn dat uw gedachten in de uren en dagen van uw leven vooral uitgaan naar het tijdelijke en het zichtbare, en niet naar de dingen van de eeuwigheid. Het is goed uzelf daarop eerlijk te onderzoeken, niet om u te laten schrikken, maar om te weten waar uw schat ligt. De wereld kent geen andere rijkdom dan goud en zilver, en geen andere eer dan die mensen geven. Maar de enige ware rijkdom is de genade van God in het hart.
Misschien woont u in een eenvoudig huis en kijkt de wereld op u neer als op een arm en onkundig schepsel. Wees niet bedroefd. Ook de apostelen werden zo veracht, terwijl zij een hemelse schat in hun vergankelijke tabernakel droegen. In het huis des rechtvaardigen is een grote schat. De troost die de Geest schenkt aan een verbroken en verslagen geest, is meer waard dan alle inkomsten van de goddeloze, waarin beroerte is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“In the house of the righteous is much treasure: but in the revenues of the wicked is trouble.”
Proverbs 15:6
How different is the estimate that faith makes of riches, honors, and comforts from that made by the world and the flesh! The world has no idea of riches but such as consist in gold and silver, in houses, lands, or other tangible property; no thought of honor, but such as man has to bestow; and no notion of comfort, except in “fulfilling the desires of the flesh and of the mind.” But the soul that is anointed by an “unction from the Holy One,” takes a different estimate of these matters, and feels that the only true riches are those of God’s grace in the heart, that the only real honor is that which comes from God, and that the only solid comfort is that which is imparted by the Holy Spirit to a broken and contrite spirit. Now, just in proportion as we have the Spirit of God, shall we take faith’s estimate of riches, honor, and comfort; and just so much as we are imbued with the spirit of the world, shall we take the world’s estimate of these things.
When the eye of the world looked on the Apostles, it viewed them as a company of poor ignorant men, a set of wild enthusiasts, that traveled about the country preaching concerning one Jesus, Who, they said, had been crucified, and was risen from the dead. The natural eye saw no beauty, no power, no glory in the truths they brought forth; nor did it see that the poor perishing tabernacles of these outcast men contained in them a heavenly treasure; and that they would one day shine as the stars forever and ever, while those who despised their word would sink into endless woe. The spirit of the world, and the views that the flesh takes are not altered now. Nature ever remains the same, and can never understand or love the things of eternity; it can only look to, and can only rest upon, the poor perishing things of time and sense.
By this test, therefore, we may in a measure try our state. What, for instance, are our daily and hourly feelings about the things of time and sense, and what about the things of eternity? Which of the two press with more power on our minds, which occupy more of our thoughts, which are laid up more warmly in our affections? And just in proportion as the solemn things of eternity, or the things of time and sense, occupy our mind; just so much as our hearts are fixed upon heaven or earth; just so much as we are living to God, or to ourselves, in the same degree is the strength of our faith, and the depth of the work of grace upon our conscience.
To the reader…
It may be that in the hours and days of your life your thoughts go out mainly to what is temporal and visible, and not to the things of eternity. It is good to examine yourself honestly on this, not to frighten you, but to know where your treasure lies. The world knows no riches but gold and silver, and no honor but what men bestow. But the only true riches are the grace of God in the heart.
Perhaps you live in a simple house and the world looks down on you as a poor and ignorant creature. Do not be sad. The apostles too were despised in this way, while they carried a heavenly treasure in their perishing tabernacles. In the house of the righteous is much treasure. The comfort the Spirit gives to a broken and contrite spirit is worth more than all the revenues of the wicked, in which is trouble.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
En la casa del justo hay gran tesoro; empero turbación en las ganancias del impío.
Proverbios 15:6
¡Cuán distinta es la estimación que la fe hace de las riquezas, los honores y las comodidades de la que hacen el mundo y la carne! El mundo no tiene idea de otras riquezas que las que consisten en oro y plata, en casas, tierras u otros bienes tangibles; ningún pensamiento de honra, sino la que el hombre puede conceder; y ninguna noción de consuelo, salvo en “hacer la voluntad de la carne y de los pensamientos”. Pero el alma que ha sido ungida con “la unción del Santo” hace una estimación distinta de estas cosas, y siente que las únicas riquezas verdaderas son las de la gracia de Dios en el corazón, que la única honra real es la que viene de Dios, y que el único consuelo sólido es el que el Espíritu Santo imparte a un espíritu quebrantado y contrito. Ahora bien, en la misma proporción en que tengamos el Espíritu de Dios, haremos la estimación de la fe acerca de las riquezas, la honra y el consuelo; y en la medida en que estemos impregnados del espíritu del mundo, haremos la estimación del mundo acerca de estas cosas.
Cuando el ojo del mundo miraba a los apóstoles, los veía como una compañía de hombres pobres e ignorantes, un grupo de entusiastas desatinados que recorrían el país predicando acerca de un tal Jesús, Quien, decían ellos, había sido crucificado y había resucitado de los muertos. El ojo natural no veía ninguna hermosura, ningún poder, ninguna gloria en las verdades que ellos traían; ni veía que los pobres tabernáculos perecederos de estos hombres desechados contenían un tesoro celestial, y que un día resplandecerían como las estrellas a perpetua eternidad, mientras que los que despreciaban su palabra se hundirían en un ay sin fin. El espíritu del mundo y la manera de ver de la carne no han cambiado ahora. La naturaleza permanece siempre la misma, y jamás puede entender ni amar las cosas de la eternidad; solo puede mirar a las pobres cosas perecederas del tiempo y de los sentidos, y solo en ellas puede descansar.
Por esta prueba, por lo tanto, podemos en cierta medida examinar nuestro estado. ¿Cuáles son, por ejemplo, nuestros sentimientos de cada día y de cada hora acerca de las cosas del tiempo y de los sentidos, y cuáles acerca de las cosas de la eternidad? ¿Cuáles de las dos pesan con más fuerza sobre nuestra mente, cuáles ocupan más nuestros pensamientos, cuáles están guardadas con más calor en nuestros afectos? Y en la misma proporción en que las cosas solemnes de la eternidad, o las cosas del tiempo y de los sentidos, ocupen nuestra mente; en la medida en que nuestro corazón esté puesto en el cielo o en la tierra; en la medida en que vivamos para Dios o para nosotros mismos, en ese mismo grado está la fuerza de nuestra fe y la profundidad de la obra de la gracia en nuestra conciencia.
Al lector…
Puede ser que en las horas y los días de su vida sus pensamientos se dirijan principalmente a lo temporal y visible, y no a las cosas de la eternidad. Es bueno examinarse honestamente en esto, no para asustarle, sino para saber dónde está su tesoro. El mundo no conoce otras riquezas que el oro y la plata, ni otra honra que la que conceden los hombres. Pero las únicas riquezas verdaderas son la gracia de Dios en el corazón.
Quizá usted vive en una casa sencilla y el mundo le mira con desprecio como a una criatura pobre e ignorante. No se entristezca. También los apóstoles fueron despreciados así, mientras llevaban un tesoro celestial en sus tabernáculos perecederos. En la casa del justo hay gran tesoro. El consuelo que el Espíritu da a un espíritu quebrantado y contrito vale más que todas las ganancias del impío, en las cuales hay turbación.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl