April 3
In het huis des rechtvaardigen is een grote schat; maar in des goddelozen inkomst is beroerte.
Spreuken 15:6
Hoe verschillend is de beoordeling die het geloof maakt van rijkdommen, eer en genoegens, van die van de wereld en het vlees. De wereld heeft geen bevatting van rijkdommen, dan voor zover het betreft goud en zilver, huizen, landerijen of andere tastbare en zichtbare dingen. Zij heeft geen gedachte van eer of waardigheid, dan die de mensen hebben te geven, en geen andere troost, dan die ligt in de begeerten van het vlees en van het gemoed. Maar de ziel, gezalfd door de zalving van de Heilige Geest, heeft een andere opvatting van deze zaken en beseft dat de enige ware rijkdommen deze zijn, namelijk de genade Gods in het hart; dat de enige ware eer deze is, die van God komt, en dat de enige ware troost deze is, die door de Geest Gods wordt geschonken aan een verbroken en verslagen geest. Nu, juist naar gelang wij de Geest Gods hebben, zullen wij geloof oefenen om rijkdommen, eer en genoegens op hun ware plaats te schatten; en daartegenover, naar gelang wij bezet zijn met de geest der wereld, zullen wij deze dingen schatten naar dat de wereld ze acht.
Toen het oog der wereld de apostelen beschouwde, zagen zij erop als een gezelschap van arme, onkundige schepselen, een stel onbeschaafde geestdrijvers, die het land doorgingen, predikende over een Jezus, die, zeiden zij, was gekruisigd en van de dood opgestaan. Het natuurlijk oog zag geen schoonheid, geen kracht, geen heerlijkheid in de waarheid die zij voortbrachten; evenmin zagen zij dat de verdwijnende en afgesloofde tabernakel van deze mannen een hemelse schat in zich verborgen had en dat zij eens blinken zouden als de sterren, eeuwiglijk en altoos; terwijl degenen die hun woord verachtten, zouden verzinken in een eindeloos wee. De geest der wereld en de gedachten van het vlees zijn nog precies als voorheen. De natuur blijft altijd dezelfde en kan de dingen der eeuwigheid nooit verstaan of begeren; zij kan slechts zien en rusten op de verdwijnende dingen van de tijd en het zinnelijke.
Derhalve zou het goed zijn aan de hand van dit gestelde onderscheid onszelf te onderzoeken. Wat zijn bijvoorbeeld onze gedachten bij uren en dagen omtrent het tijdelijke en het zinnelijke, en hoe omtrent de dingen der eeuwigheid? Welke van deze twee drukken het meest op ons gemoed, houden onze gedachten het meest onledig en waar strekken onze genegenheden zich het meest naar uit? En in dezelfde verhouding als de ernstige dingen der eeuwigheid of de dingen van de tijd en het zien- en zinnelijke onze geest bezighouden, of dat ons hart gevestigd is op de hemel of op de aarde, of dat wij voor God of voor onszelf leven, in dezelfde verhouding is de kracht van ons geloof en de diepte van het werk der genade in onze consciëntie.
Aan de lezer…
Het kan zijn dat uw gedachten in de uren en dagen van uw leven vooral uitgaan naar het tijdelijke en het zichtbare, en niet naar de dingen der eeuwigheid. Het is goed uzelf daarop eerlijk te onderzoeken, niet om u te verschrikken, maar om te weten waar uw schat ligt. De wereld kent geen andere rijkdom dan goud en zilver, en geen andere eer dan die mensen geven. Maar de enige ware rijkdom is de genade Gods in het hart.
Misschien woont u in een eenvoudig huis, en ziet de wereld op u neer als op een arm en onkundig schepsel. Wees niet bedroefd. Ook de apostelen werden zo veracht, terwijl zij een hemelse schat in hun verdwijnende tabernakel droegen. In het huis des rechtvaardigen is een grote schat. De troost die de Geest schenkt aan een verbroken en verslagen geest, is meer waard dan al de inkomst van de goddeloze, waarin beroerte is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
In het huis des rechtvaardigen is een grote schat; maar in des goddelozen inkomst is beroerte.
Spreuken 15:6
Hoe verschillend beoordeelt het geloof rijkdom, eer en genoegens, vergeleken met de wereld en het vlees! De wereld heeft geen besef van rijkdom, behalve voor zover het gaat om goud en zilver, huizen, landerijen of andere tastbare en zichtbare dingen. Zij heeft geen gedachte van eer of waardigheid, behalve die welke mensen te geven hebben, en zij kent geen andere troost dan die welke ligt in de begeerten van het vlees en van het gemoed. Maar de ziel die gezalfd is met de zalving van de Heilige Geest, denkt anders over deze zaken. Zij beseft dat de enige ware rijkdom de genade van God in het hart is, dat de enige ware eer die is welke van God komt, en dat de enige ware troost die is welke door de Geest van God wordt geschonken aan een verbroken en verslagen geest.
Juist naarmate wij de Geest van God hebben, zullen wij het geloof oefenen om rijkdom, eer en genoegens op hun ware plaats te schatten. En omgekeerd: naarmate wij vervuld zijn met de geest van de wereld, zullen wij deze dingen schatten zoals de wereld ze acht.
Toen het oog van de wereld de apostelen bekeek, zag het hen als een gezelschap arme, onkundige schepselen, een stel onbeschaafde geestdrijvers die door het land trokken en predikten over een Jezus Die, zoals zij zeiden, gekruisigd was en uit de dood was opgestaan. Het natuurlijke oog zag geen schoonheid, geen kracht en geen heerlijkheid in de waarheid die zij verkondigden. Evenmin zag men dat de vergankelijke en afgetobde tabernakel van deze mannen een hemelse schat in zich verborg, en dat zij eens zouden blinken als de sterren, eeuwig en altoos, terwijl zij die hun woord verachtten, zouden wegzinken in een eindeloos wee. De geest van de wereld en de gedachten van het vlees zijn nog precies als vroeger. De natuur blijft altijd dezelfde en kan de dingen van de eeuwigheid nooit verstaan of begeren; zij kan alleen de vergankelijke dingen van de tijd en van de zinnen zien en daarop rusten.
Daarom zou het goed zijn onszelf aan de hand van dit onderscheid te onderzoeken. Wat zijn bijvoorbeeld uur na uur en dag na dag onze gedachten over het tijdelijke en het zinnelijke, en wat over de dingen van de eeuwigheid? Welke van deze twee drukken het zwaarst op ons gemoed, houden onze gedachten het meest bezig, en waarnaar gaan onze genegenheden het meest uit? In dezelfde mate als de ernstige dingen van de eeuwigheid of de dingen van de tijd, het zichtbare en zinnelijke, onze geest bezighouden, in dezelfde mate als ons hart gevestigd is op de hemel of op de aarde, en in dezelfde mate als wij voor God of voor onszelf leven, in die mate is ook de kracht van ons geloof en de diepte van het werk van de genade in ons geweten.
Aan de lezer…
Het kan zijn dat uw gedachten in de uren en dagen van uw leven vooral uitgaan naar het tijdelijke en het zichtbare, en niet naar de dingen van de eeuwigheid. Het is goed uzelf daarop eerlijk te onderzoeken, niet om u te laten schrikken, maar om te weten waar uw schat ligt. De wereld kent geen andere rijkdom dan goud en zilver, en geen andere eer dan die mensen geven. Maar de enige ware rijkdom is de genade van God in het hart.
Misschien woont u in een eenvoudig huis en kijkt de wereld op u neer als op een arm en onkundig schepsel. Wees niet bedroefd. Ook de apostelen werden zo veracht, terwijl zij een hemelse schat in hun vergankelijke tabernakel droegen. In het huis des rechtvaardigen is een grote schat. De troost die de Geest schenkt aan een verbroken en verslagen geest, is meer waard dan alle inkomsten van de goddeloze, waarin beroerte is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“In the house of the righteous is much treasure: but in the revenues of the wicked is trouble.”
Proverbs 15:6
How different is the estimate that faith makes of riches, honors, and comforts from that made by the world and the flesh! The world has no idea of riches but such as consist in gold and silver, in houses, lands, or other tangible property; no thought of honor, but such as man has to bestow; and no notion of comfort, except in “fulfilling the desires of the flesh and of the mind.” But the soul that is anointed by an “unction from the Holy One,” takes a different estimate of these matters, and feels that the only true riches are those of God’s grace in the heart, that the only real honor is that which comes from God, and that the only solid comfort is that which is imparted by the Holy Spirit to a broken and contrite spirit. Now, just in proportion as we have the Spirit of God, shall we take faith’s estimate of riches, honor, and comfort; and just so much as we are imbued with the spirit of the world, shall we take the world’s estimate of these things.
When the eye of the world looked on the Apostles, it viewed them as a company of poor ignorant men, a set of wild enthusiasts, that traveled about the country preaching concerning one Jesus, Who, they said, had been crucified, and was risen from the dead. The natural eye saw no beauty, no power, no glory in the truths they brought forth; nor did it see that the poor perishing tabernacles of these outcast men contained in them a heavenly treasure; and that they would one day shine as the stars forever and ever, while those who despised their word would sink into endless woe. The spirit of the world, and the views that the flesh takes are not altered now. Nature ever remains the same, and can never understand or love the things of eternity; it can only look to, and can only rest upon, the poor perishing things of time and sense.
By this test, therefore, we may in a measure try our state. What, for instance, are our daily and hourly feelings about the things of time and sense, and what about the things of eternity? Which of the two press with more power on our minds, which occupy more of our thoughts, which are laid up more warmly in our affections? And just in proportion as the solemn things of eternity, or the things of time and sense, occupy our mind; just so much as our hearts are fixed upon heaven or earth; just so much as we are living to God, or to ourselves, in the same degree is the strength of our faith, and the depth of the work of grace upon our conscience.
To the reader…
It may be that in the hours and days of your life your thoughts go out mainly to what is temporal and visible, and not to the things of eternity. It is good to examine yourself honestly on this, not to frighten you, but to know where your treasure lies. The world knows no riches but gold and silver, and no honor but what men bestow. But the only true riches are the grace of God in the heart.
Perhaps you live in a simple house and the world looks down on you as a poor and ignorant creature. Do not be sad. The apostles too were despised in this way, while they carried a heavenly treasure in their perishing tabernacles. In the house of the righteous is much treasure. The comfort the Spirit gives to a broken and contrite spirit is worth more than all the revenues of the wicked, in which is trouble.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
En la casa del justo hay gran tesoro; empero turbación en las ganancias del impío.
Proverbios 15:6
¡Cuán distinta es la estimación que la fe hace de las riquezas, los honores y las comodidades de la que hacen el mundo y la carne! El mundo no tiene idea de otras riquezas que las que consisten en oro y plata, en casas, tierras u otros bienes tangibles; ningún pensamiento de honra, sino la que el hombre puede conceder; y ninguna noción de consuelo, salvo en “hacer la voluntad de la carne y de los pensamientos”. Pero el alma que ha sido ungida con “la unción del Santo” hace una estimación distinta de estas cosas, y siente que las únicas riquezas verdaderas son las de la gracia de Dios en el corazón, que la única honra real es la que viene de Dios, y que el único consuelo sólido es el que el Espíritu Santo imparte a un espíritu quebrantado y contrito. Ahora bien, en la misma proporción en que tengamos el Espíritu de Dios, haremos la estimación de la fe acerca de las riquezas, la honra y el consuelo; y en la medida en que estemos impregnados del espíritu del mundo, haremos la estimación del mundo acerca de estas cosas.
Cuando el ojo del mundo miraba a los apóstoles, los veía como una compañía de hombres pobres e ignorantes, un grupo de entusiastas desatinados que recorrían el país predicando acerca de un tal Jesús, Quien, decían ellos, había sido crucificado y había resucitado de los muertos. El ojo natural no veía ninguna hermosura, ningún poder, ninguna gloria en las verdades que ellos traían; ni veía que los pobres tabernáculos perecederos de estos hombres desechados contenían un tesoro celestial, y que un día resplandecerían como las estrellas a perpetua eternidad, mientras que los que despreciaban su palabra se hundirían en un ay sin fin. El espíritu del mundo y la manera de ver de la carne no han cambiado ahora. La naturaleza permanece siempre la misma, y jamás puede entender ni amar las cosas de la eternidad; solo puede mirar a las pobres cosas perecederas del tiempo y de los sentidos, y solo en ellas puede descansar.
Por esta prueba, por lo tanto, podemos en cierta medida examinar nuestro estado. ¿Cuáles son, por ejemplo, nuestros sentimientos de cada día y de cada hora acerca de las cosas del tiempo y de los sentidos, y cuáles acerca de las cosas de la eternidad? ¿Cuáles de las dos pesan con más fuerza sobre nuestra mente, cuáles ocupan más nuestros pensamientos, cuáles están guardadas con más calor en nuestros afectos? Y en la misma proporción en que las cosas solemnes de la eternidad, o las cosas del tiempo y de los sentidos, ocupen nuestra mente; en la medida en que nuestro corazón esté puesto en el cielo o en la tierra; en la medida en que vivamos para Dios o para nosotros mismos, en ese mismo grado está la fuerza de nuestra fe y la profundidad de la obra de la gracia en nuestra conciencia.
Al lector…
Puede ser que en las horas y los días de su vida sus pensamientos se dirijan principalmente a lo temporal y visible, y no a las cosas de la eternidad. Es bueno examinarse honestamente en esto, no para asustarle, sino para saber dónde está su tesoro. El mundo no conoce otras riquezas que el oro y la plata, ni otra honra que la que conceden los hombres. Pero las únicas riquezas verdaderas son la gracia de Dios en el corazón.
Quizá usted vive en una casa sencilla y el mundo le mira con desprecio como a una criatura pobre e ignorante. No se entristezca. También los apóstoles fueron despreciados así, mientras llevaban un tesoro celestial en sus tabernáculos perecederos. En la casa del justo hay gran tesoro. El consuelo que el Espíritu da a un espíritu quebrantado y contrito vale más que todas las ganancias del impío, en las cuales hay turbación.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl