April 3
Zonder heiligmaking zal niemand de Heere zien.
Hebreeën 12:14
Het is een noodzakelijk en onmisbaar vereiste voor de erfenis van de heiligen in het licht, om deze heiligmaking te bezitten; maar dit vereiste moet in ons gewerkt worden door de kracht van Gods genade, want waarlijk uit onszelf hebben wij dat niet. Maar ziet hoe noodzakelijk het is. Welk geluk zou er kunnen zijn in de gewesten der zaligheid, zo wij geen natuur hadden om het te genieten? Zo wij niet waren toebereid Christus te zien zoals Hij is, en Zijn tegenwoordigheid eeuwig te genieten, zou de hemel geen hemel voor ons zijn. Niets onreins of onheiligs kan daar ingaan.
Daarom moet de heiligmaking in ons gewerkt worden door de macht Gods, om ons voor te bereiden voor de hemelse erfenis, en daarom deelt Hij van Zijn Geest en Zijn genade mede, om ons hemelse gezindheden, heilig verlangen, goede gedachten, tedere gevoelens te geven; en boven alles die liefde waardoor Hij geliefd wordt als de gans Begeerlijke. Door de heiligende werking Zijns Geestes scheidt Hij ons af van al wat boos is, plant Hij Zijn vrees diep in het hart, opdat het worden moge een fontein des levens, om van de strikken des doods af te wijken; en werkt Hij in ons een gelijkvormigheid aan Zijn eigen lijdend beeld hier op aarde, opdat wij hiernamaals Zijn verheerlijkt beeld mogen gelijkvormig zijn. Zo is er een volkomen en onvolkomen heiligmaking — volkomen door toerekening, onvolkomen in haar tegenwoordige werkingen. Maar de ene is het onderpand van de andere; zodat, zo waarlijk als Christus nu Zijn volk in de hemel als hun heilig Hoofd vertegenwoordigt, Hij hen eenmaal voor eeuwig brengen zal in die woningen van volmaakte heiligheid en volmaakt geluk, die voor hen zijn bereid als woningen van eeuwig licht en eeuwige liefde.
Uw heilleer wordt door mij alom verbreid:
’k bedwing mijn tong en lippen niet.
Gij weet het, Heer, die alles ziet:
mijn hart verbergt nooit Uw gerechtigheid.
Ps. 40:5
Aan de lezer…
Schrikt u van dit woord, „zonder heiligmaking zal niemand de Heere zien”? Waarde lezer, u hebt reden om u te onderzoeken, maar niet om te wanhopen. Ik zeg het eerlijk: uit onszelf hebben wij geen heiligheid. Zouden wij zonder een nieuwe natuur in de hemel komen, het zou geen hemel voor ons zijn. Daarom moet God Zelf dit werk in ons doen, door Zijn Geest en Zijn genade.
Bespeurt u in u een heilig verlangen, een tedere vrees om Hem te bedroeven, een liefde tot Hem als de gans Begeerlijke? Dat zijn geen vruchten van uw eigen akker. En voelt u hoe onvolkomen het nog is, weet dan dat er een volkomen heiligmaking is in Christus, en dat de onvolkomene hier daarvan het onderpand is. Die nu als het heilig Hoofd van Zijn volk in de hemel is, zal de Zijnen eenmaal brengen in de woningen van eeuwig licht en eeuwige liefde.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Zonder heiligmaking zal niemand de Heere zien.
Hebreeën 12:14
Om de erfenis van de heiligen in het licht te ontvangen, is het noodzakelijk en onmisbaar dat wij deze heiligmaking bezitten. Maar dit vereiste moet in ons gewerkt worden door de kracht van Gods genade, want uit onszelf hebben wij het waarlijk niet. Zie toch hoe noodzakelijk het is. Welk geluk zou er in de gewesten van de zaligheid kunnen zijn, als wij geen natuur hadden om het te genieten? Als wij niet waren toebereid om Christus te zien zoals Hij is en eeuwig van Zijn tegenwoordigheid te genieten, zou de hemel voor ons geen hemel zijn. Niets onreins of onheiligs kan daar ingaan.
Daarom moet de heiligmaking in ons gewerkt worden door de macht van God, om ons voor te bereiden op de hemelse erfenis. Daarom deelt Hij van Zijn Geest en Zijn genade mee, om ons hemelse gezindheden, heilig verlangen, goede gedachten en tedere gevoelens te geven, en boven alles die liefde waardoor Hij geliefd wordt als de gans Begeerlijke. Door de heiligende werking van Zijn Geest scheidt Hij ons af van al wat boos is. Hij plant Zijn vrees diep in het hart, zodat die een fontein van het leven wordt, om af te wijken van de strikken van de dood. En Hij werkt in ons een gelijkvormigheid aan Zijn eigen lijdend beeld hier op aarde, zodat wij hierna aan Zijn verheerlijkt beeld gelijkvormig mogen zijn.
Zo is er een volkomen en een onvolkomen heiligmaking: volkomen door toerekening, onvolkomen in haar tegenwoordige werkingen. Maar de ene is het onderpand van de andere. Zo zeker als Christus nu Zijn volk in de hemel vertegenwoordigt als hun heilig Hoofd, zo zeker zal Hij hen eens voor eeuwig brengen in die woningen van volmaakte heiligheid en volmaakt geluk, die voor hen bereid zijn als woningen van eeuwig licht en eeuwige liefde.
Uw heilleer wordt door mij alom verbreid:
’k bedwing mijn tong en lippen niet.
Gij weet het, Heer, die alles ziet:
mijn hart verbergt nooit Uw gerechtigheid.
Ps. 40:5
Aan de lezer…
Schrikt u van dit woord, „zonder heiligmaking zal niemand de Heere zien”? U hebt reden om uzelf te onderzoeken, maar niet om te wanhopen. Ik zeg het eerlijk: uit onszelf hebben wij geen heiligheid. Als wij zonder een nieuwe natuur in de hemel zouden komen, zou het voor ons geen hemel zijn. Daarom moet God Zelf dit werk in ons doen, door Zijn Geest en Zijn genade.
Merkt u in uzelf een heilig verlangen op, een tedere vrees om Hem te bedroeven, een liefde tot Hem als de gans Begeerlijke? Dat zijn geen vruchten van uw eigen akker. En voelt u hoe onvolkomen het nog is, weet dan dat er in Christus een volkomen heiligmaking is, en dat de onvolkomen heiligmaking hier daarvan het onderpand is. Hij Die nu als het heilig Hoofd van Zijn volk in de hemel is, zal de Zijnen eens brengen in de woningen van eeuwig licht en eeuwige liefde.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Holiness, without which no man shall see the Lord.
Hebrews 12:14
To possess this holiness is a necessary and indispensable fitness for the inheritance of the saints in light; but this fitness must be wrought in us by the power of God’s grace, for I am sure that in ourselves of it we have none. But see its necessity. What happiness could there be in the courts of bliss unless we had a nature to enjoy it? Unless we were made capable of seeing Christ as He is, and enjoying His presence for evermore, heaven would be no heaven to us. Nothing unclean or unholy can enter there.
Sanctification therefore must be wrought in us by the power of God, to make us fit for the heavenly inheritance, and He therefore communicates of His Spirit and grace to give us heavenly affections, holy desires, gracious thoughts, tender feelings; and above all that love whereby He is loved as the altogether lovely One.
By the sanctifying operations of His Spirit, He separates us from everything evil, plants His fear deep in the heart, that it may be a fountain of life to depart from the snares of death; and works in us a conformity to His suffering image here that we may be conformed to His glorified image hereafter. Thus there is a perfect and an imperfect sanctification—perfect by imputation, imperfect in its present operations. But the one is the pledge of the other; so that as surely as Christ now represents His people in heaven as their holy Head, so will He eventually bring them to be forever with Him in those abodes of perfect holiness and perfect happiness which are prepared for them as mansions of eternal light and love.
To the reader…
Are you startled by this word, “without holiness no man shall see the Lord”? You have reason to examine yourself, but not to despair. I say it honestly: of ourselves we have no holiness. If we were to enter heaven without a new nature, it would be no heaven to us. That is why God Himself must do this work in us, by His Spirit and His grace.
Do you notice in yourself a holy longing, a tender fear of grieving Him, a love to Him as the altogether lovely One? Those are not fruits of your own field. And if you feel how imperfect it still is, know that there is a perfect sanctification in Christ, and that the imperfect sanctification here is the pledge of it. He Who is now in heaven as the holy Head of His people will one day bring His own into the mansions of eternal light and eternal love.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
La santidad, sin la cual nadie verá al Señor.
Hebreos 12:14
Poseer esta santidad es una idoneidad necesaria e indispensable para la herencia de los santos en luz; pero esta idoneidad tiene que ser obrada en nosotros por el poder de la gracia de Dios, porque estoy seguro de que en nosotros mismos no tenemos nada de ella. Pero vea usted su necesidad. ¿Qué felicidad podría haber en los atrios de la dicha si no tuviéramos una naturaleza para gozarla? Si no fuéramos hechos capaces de ver a Cristo tal como Él es y de gozar de Su presencia para siempre, el cielo no sería cielo para nosotros. Nada inmundo ni profano puede entrar allí.
La santificación, por tanto, tiene que ser obrada en nosotros por el poder de Dios, para hacernos aptos para la herencia celestial; y por eso Él comunica de Su Espíritu y de Su gracia para darnos afectos celestiales, deseos santos, pensamientos llenos de gracia, sentimientos tiernos; y sobre todo aquel amor por el cual Él es amado como el todo codiciable.
Por las operaciones santificadoras de Su Espíritu, nos separa de todo lo malo, planta Su temor hondo en el corazón, para que sea manantial de vida para apartarse de los lazos de la muerte; y obra en nosotros una conformidad a Su imagen sufriente aquí, para que seamos conformados a Su imagen glorificada en el más allá. Así hay una santificación perfecta y una imperfecta: perfecta por imputación, imperfecta en sus operaciones presentes. Pero la una es la prenda de la otra; de modo que tan cierto como Cristo representa ahora a Su pueblo en el cielo como su santa Cabeza, así los llevará finalmente a estar para siempre con Él en aquellas moradas de perfecta santidad y perfecta felicidad que les están preparadas como mansiones de luz y amor eternos.
Al lector…
¿Le sobresalta esta palabra: “sin santidad nadie verá al Señor”? Tiene usted motivo para examinarse, pero no para desesperar. Lo digo con sinceridad: de nosotros mismos no tenemos santidad. Si entráramos en el cielo sin una naturaleza nueva, no sería cielo para nosotros. Por eso Dios mismo tiene que hacer esta obra en nosotros, por Su Espíritu y Su gracia.
¿Nota usted en sí un anhelo santo, un temor tierno de entristecerle, un amor a Él como el todo codiciable? Esos no son frutos de su propio campo. Y si siente cuán imperfecto es todavía, sepa que hay una santificación perfecta en Cristo, y que la santificación imperfecta de aquí es su prenda. Aquel que está ahora en el cielo como la santa Cabeza de Su pueblo llevará un día a los Suyos a las mansiones de luz eterna y de amor eterno.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl