Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

3 november Korenaren uit de volle oogst

Wat zal Ik u doen, o Efraïm?
Hosea 6:4

De meesten van Gods volk hebben iets bijzonders waarvan zij wensen dat het vervuld wordt. De meeste levende zielen hebben een bijzondere verzoeking waarvan zij verlost willen worden. Als sommigen van de kinderen van de Heere al hun wensen in één bede konden samenbrengen, dan zou die luiden: dat de vergeving van hun zonden aan hun geweten bezegeld wordt. Als anderen van Gods volk alle behoeften van hun ziel in één zin konden samenvatten, dan zou die luiden: dat zij gebracht worden tot het genieten van de vrijheid van het Evangelie. Als weer anderen de voornaamste begeerte van hun hart in één kort gebed konden samenvatten, dan zou het zijn: bevrijd te worden van de grote verzoeking, of bewaard te worden voor een bijzondere kwelling.

En als nog anderen in één verzoek het vurige verlangen konden uitdrukken dat hun borst doet zwoegen, dan zou het zijn: verlost te worden van een bijzondere beproeving of kwelling, die hen soms in het stof neer lijkt te drukken. Wanneer de Heere hen dan maar in staat stelt tot Hem te komen en Hem te zeggen wat er in hun hart omgaat, is het alsof Hij zegt: „Vrees niet het Mij te zeggen; Ik weet het reeds; Ik heb de macht u uw verzoek toe te staan; Ik wil u het begeerde antwoord geven. Wat zal Ik u doen? Zeg Mij wat het is!” Zo moedigt de Heere ieder van hen aan en stelt Hij hem in staat tot Hem te naderen, om Hem te zeggen wat hij nodig heeft. En als hij het voor Zijn troon kan neerleggen, is het al half beantwoord. De zegening die nodig is, is onderweg; als Gabriël heeft zij het paleis verlaten en haast zij zich om de ziel te bereiken.

’k Hef mijn ziel, o God der góden,
tot U op. Gij zijt mijn God!
’k Heb op U vertrouwd in noden,
weer van mij toch schaamt’ en spot.
Dat mijn vijand nooit van vreugd
om mij opspring’. Die U wachten,
dekt nooit schaamt’, maar die de deugd
zonder oorzaak stout verachten.

Ps. 25:1

Aan de lezer…

U die één ding met uw hart meer begeert dan iets anders: wat is het? Is het de vergeving van uw zonden, bezegeld aan uw geweten? Is het de vrijheid van het Evangelie, of verlossing van een verzoeking of beproeving die u in het stof dreigt neer te drukken? Misschien hebt u het nauwelijks durven uitspreken, uit vrees dat het te groot is of dat u het niet waardig bent.

Hoor dan hoe de Heere vraagt: „Wat zal Ik u doen?” Hij weet het al, en Hij heeft de macht het u te geven. Wees niet bang het Hem te zeggen, zoals het in uw hart omgaat. Wanneer Hij u in staat stelt het voor Zijn troon neer te leggen, is het al half beantwoord. Wie weet is de zegening al onderweg naar uw ziel.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

3 november 365 dagen met Philpot

Een hoog vertrek

En de HEERE zal een Hoog Vertrek zijn voor de verdrukte, een Hoog Vertrek in tijden van benauwdheid. En die Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen, omdat Gij, HEERE, niet hebt verlaten degenen die U zoeken.
Psalm 9:10-11

Ziet u dat de Heilige Schrift altijd de kwaal en de remedie naast elkaar plaatst? Ziet u hoe de beloften worden geopenbaard als passend bij bepaalde toestanden en gevallen van de ziel? En hoe alle volmaaktheden van God zijn afgestemd op Zijn kinderen, al naar gelang de omstandigheden waarin zij terechtgekomen zijn? Deze gedachtegang loopt door de hele Schrift heen. Hier wordt dus van de HEERE gezegd dat Hij een Hoog Vertrek is. Maar wanneer? „In tijden van benauwdheid.”

We hebben Hem niet nodig als een Hoog Vertrek wanneer er geen benauwdheid is. Mag ik een uitdrukking gebruiken, zonder oneerbiedig te willen zijn? We kunnen het dan wel „zonder Hem stellen”. We kunnen de wereld liefhebben, ons vermaken met tijdelijke en zintuiglijke dingen, en ons hoofd de verkeerde kant op laten gaan achter de waan van de dag aan. We kunnen een afgodsbeeld in ons hart oprichten; we kunnen voor een gouden god neerbuigen; we kunnen al onze genegenheid richten op hen die ons van nature dierbaar zijn; we kunnen heel goed ’s morgens opstaan, de dag doorgaan en ’s avonds gaan slapen zonder God.

Maar wanneer er tijden van benauwdheid aanbreken, wanneer we zwaar bezocht worden, wanneer we beproevingen doormaken die we moeten doorstaan om in het hemelse Kanaän te komen, dan willen we iets meer dan vlees en bloed. Dan willen we iets meer dan het vergankelijke schepsel kan bieden, iets meer dan waarmee deze zinloze wereld ons kan vermaken. Dan willen we God; we willen de eeuwige armen onder onze ziel ervaren; we willen steun ervaren; we willen openbaringen en troost; we willen dat er iets van de lippen van de Heere met de kracht van de Heere in ons hart wordt gebracht. Door deze „tijden van benauwdheid” die de kinderen van de Heere moeten doormaken, weten zij dat er een God hierboven is. En het is een groot onderscheidend kenmerk van een kind van God dat juist zijn wereldse moeiten de golf zijn die zijn boot verder voert naar het Koninkrijk van God.

Lezen: Psalm 119:57-72

Aan de lezer…

Het kan zijn dat er dagen geweest zijn waarop u ’s morgens opstond, de dag doorging en ’s avonds ging slapen zonder God; wees daar eens eerlijk over tegenover uw eigen hart. Zolang het u goed ging, kon u het „zonder Hem stellen”, en uw genegenheid ging uit naar wat de wereld u bood. Het is een beschamende bekentenis, maar de Heere kent die afdwalingen beter dan u.

Nu de tijden van benauwdheid gekomen zijn, wilt u iets meer dan vlees en bloed u kan geven. U wilt God, u wilt Zijn eeuwige armen onder uw ziel, u wilt een woord van Zijn lippen in uw hart. Zie dan in die benauwdheid niet alleen een storm, maar ook een golf die uw boot verder voert naar het Koninkrijk van God. Hij plaatst de kwaal en de remedie naast elkaar, en Hij is juist in zulke tijden een Hoog Vertrek.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

3 november Door Baca’s vallei

Het is goed, dat men hope, en stille zij op het heil des Heeren.
Klaagliederen 3:26

De Heere brengt Zijn arme en nooddruftige kinderen niet tot een troon van genade om hen dan, meteen nadat zij gekomen zijn, terug te sturen. Zijn bedoeling is hun te laten zien wat zij zijn, zodat zij Zijn gunstbewijzen zouden waarderen, zichzelf steeds geringer zouden leren achten en steeds hoger in Christus zouden opwassen, om onderwezen te worden tot hun nut (zoals de Schrift het zegt). Hij wil Zijn wetten in hun hart schrijven met regels die door de Geest met diepe lijnen getrokken zijn, gegraveerd met een ijzeren griffie en lood, voor eeuwig in een rots gehouwen. Dus niet met letters in het zand gedrukt, die door het opkomend tij of door de kracht van de wind worden uitgewist, maar met letters die even blijvend zijn als de ziel zelf.

Het werk van de Geest in de harten van het verloste volk is een innerlijk werk, dat tot de wortel gaat. Het is geen los werk, niets oppervlakkigs, niets wat kan worden uitgewist of vernietigd, maar een werk dat blijft en zal duren tot in eeuwigheid. De Heere maakt Zijn volk gereed voor de eeuwigheid, en daarom is Zijn werk in hen een doorgaand werk. Het gaat tot in hun binnenste; het laat niets bedekt liggen, maar keert alles om tot op de bodem, „ontblotende de grond tot de hals toe” (Hab. 3:13). En de Heere doet geestelijk in een mens wat Hij letterlijk dreigde te doen met Jeruzalem: „En Ik zal Jeruzalem uitwissen, gelijk als men een schotel uitwist; men wist ze uit en men keert ze om op haar holligheid” (2 Kon. 21:13).

Daarom beantwoordt Hij de gebeden van Zijn kinderen niet meteen wanneer zij tot Zijn troon van barmhartigheid en genade komen, maar vermeerdert Hij de overtuigingen die Hij heeft ingeplant. Hij maakt de last die Hij op hun rug gelegd heeft zwaarder; Hij verbergt Zich eerder dan dat Hij Zich openbaart, en trekt Zich meer terug dan dat Hij naderbij komt. Dit alles is bedoeld om hen met des te meer ernst naar Hem te laten uitzien, met meer oprechte eenvoud, en hen in een meer volstrekte afhankelijkheid van Hem te laten leven en de zegeningen van Hem alleen te laten verwachten. Het is bedoeld om hen steeds meer van de kracht van het schepsel te laten afzien, en hen met een vaster voornemen in de ziel alle eigengerechtigheid te laten verzaken en geheel te laten steunen op het onderwijs van de Geest en de zoete openbaringen van Jezus Zelf.

Aan de lezer…

Soms komt u met uw nood tot de troon van genade, en lijkt het alsof de Heere u niet hoort. Is de last, in plaats van lichter, nog zwaarder geworden, en verbergt Hij Zich eerder dan dat Hij Zich openbaart? Dat kan een bitter raadsel zijn voor een arm en nooddruftig hart, en het is geen wonder als u soms meent dat Hij u heeft afgewezen.

Maar Hij brengt Zijn kinderen niet tot Zijn troon om hen terug te sturen. Hij schrijft diep, niet in het zand, maar met een ijzeren griffie, zodat Zijn werk in u blijft tot in eeuwigheid. Hij leert u steeds geringer over uzelf te denken en steeds meer van Hem alleen te verwachten. Het is goed dat u hoopt en stil bent op het heil van de Heere; Zijn uitstel is geen afwijzing.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina