Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun
Vandaag

2 min. lezen

Wat zal Ik u doen, o Efraïm?
Hosea 6:4

De meesten van Gods volk hebben iets bijzonders waarvan zij wensen dat het vervuld wordt. De meeste levende zielen hebben een bijzondere verzoeking waarvan zij verlost willen worden. Als sommigen van de kinderen van de Heere al hun wensen in één bede konden samenbrengen, dan zou die luiden: dat de vergeving van hun zonden aan hun geweten bezegeld wordt. Als anderen van Gods volk alle behoeften van hun ziel in één zin konden samenvatten, dan zou die luiden: dat zij gebracht worden tot het genieten van de vrijheid van het Evangelie. Als weer anderen de voornaamste begeerte van hun hart in één kort gebed konden samenvatten, dan zou het zijn: bevrijd te worden van de grote verzoeking, of bewaard te worden voor een bijzondere kwelling.

En als nog anderen in één verzoek het vurige verlangen konden uitdrukken dat hun borst doet zwoegen, dan zou het zijn: verlost te worden van een bijzondere beproeving of kwelling, die hen soms in het stof neer lijkt te drukken. Wanneer de Heere hen dan maar in staat stelt tot Hem te komen en Hem te zeggen wat er in hun hart omgaat, is het alsof Hij zegt: „Vrees niet het Mij te zeggen; Ik weet het reeds; Ik heb de macht u uw verzoek toe te staan; Ik wil u het begeerde antwoord geven. Wat zal Ik u doen? Zeg Mij wat het is!” Zo moedigt de Heere ieder van hen aan en stelt Hij hem in staat tot Hem te naderen, om Hem te zeggen wat hij nodig heeft. En als hij het voor Zijn troon kan neerleggen, is het al half beantwoord. De zegening die nodig is, is onderweg; als Gabriël heeft zij het paleis verlaten en haast zij zich om de ziel te bereiken.

’k Hef mijn ziel, o God der góden,
tot U op. Gij zijt mijn God!
’k Heb op U vertrouwd in noden,
weer van mij toch schaamt’ en spot.
Dat mijn vijand nooit van vreugd
om mij opspring’. Die U wachten,
dekt nooit schaamt’, maar die de deugd
zonder oorzaak stout verachten.

Ps. 25:1

Aan de lezer…

U die één ding met uw hart meer begeert dan iets anders: wat is het? Is het de vergeving van uw zonden, bezegeld aan uw geweten? Is het de vrijheid van het Evangelie, of verlossing van een verzoeking of beproeving die u in het stof dreigt neer te drukken? Misschien hebt u het nauwelijks durven uitspreken, uit vrees dat het te groot is of dat u het niet waardig bent.

Hoor dan hoe de Heere vraagt: „Wat zal Ik u doen?” Hij weet het al, en Hij heeft de macht het u te geven. Wees niet bang het Hem te zeggen, zoals het in uw hart omgaat. Wanneer Hij u in staat stelt het voor Zijn troon neer te leggen, is het al half beantwoord. Wie weet is de zegening al onderweg naar uw ziel.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl