Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 3 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

27 januari Korenaren uit de volle oogst

En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden.
Efeze 2:1

Dood in de zonde is natuurlijk een beeld en moet ook zo worden opgevat. De betekenis is geestelijke dood, en onder geestelijke dood verstaan wij het volledige gemis van alles wat heilig, hemels, geestelijk en goddelijk is. Het is het volledige gemis van deel aan en gelijkvormigheid met het leven van God, dat zuiver en eeuwig, heilig, rein, wijs en goed is en altijd woont in het glorierijke licht van Zijn eigen oneindige volmaaktheden. Dood zijn is dus: geen deel hebben aan God en geen kennis van Hem; geen geloof in Hem, geen vertrouwen op Hem en geen hoop op Hem; geen besef van Zijn tegenwoordigheid; geen eerbied voor Zijn ontzagwekkende Majesteit; geen begeerte naar Hem of neiging tot Hem; geen beven voor Zijn Woord; geen vertrouwen op Zijn beloften; geen verlangen naar Zijn genade; geen zorg om en geen belangstelling voor Zijn heerlijkheid.

Het is voor Hem bestaan als een redeloos dier, dat er alleen op uit is om zijn honger of zijn dierlijke lusten te stillen, zonder enige gedachte aan wat het einde daarvan zal zijn. Zo iemand is altijd geneigd elk natuurlijk plan uit te voeren, alsof hij zijn eigen schepper, zijn eigen rechter, zijn eigen heer en zijn eigen god is. O, wat een vreselijke toestand is het, zo dood te zijn in de zonde en dat niet te weten en niet te voelen, zich helemaal niet bewust van het huidige gevaar en het zekere einde, tenzij hij daarvan verlost wordt door een krachtige daad van soevereine macht! Juist dat gemis van alle besef en gevoel maakt de dood van de ziel tot een afspiegeling en een voorspel van die tweede dood, die zich uitstrekt over een grenzeloze eeuwigheid.

Wil toch niet stug, gelijk een paard weerstreven,
of als een muil, door domheid voortgedreven.
Gebit en toom, door ’s mensen hand bestierd,
beteug’len ’t woest en redeloos gediert’.
Laat zulk een dwang voor u niet nodig wezen.
Wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen,
maar wie op Hem vertrouwt, op Hem alleen,
ziet zich omringd met zijn weldadigheên.

Ps. 32:5

Aan de lezer…

U die dit leest, hoor hoe ernstig dit woord is: dood door de misdaden en de zonden. Niet ziek, niet zwak, maar dood: zonder kennis van God, zonder vreze voor Zijn Majesteit, zonder verlangen naar Zijn genade. En het vreselijkste is dat de dode zijn toestand niet voelt. Leeft u zo, onbekommerd, alsof u uw eigen heer en uw eigen god bent? Dan is dit woord u gezonden als een roepstem van genade, zodat u nog zou ontwaken voordat de tweede dood u overvalt.

Maar misschien voelt u juist wél uw doodsheid, uw koudheid en uw onvermogen, en klaagt u daarover voor God. Weet dan dat een dode niet klaagt. Dat u beeft voor Zijn Woord en zucht naar Zijn tegenwoordigheid, is het werk van Hem Die levend maakt. Wat geen mens in zichzelf kan wekken, doet Hij door Zijn soevereine macht. Laat u dan niet ontmoedigen door uw armoede, maar breng haar bij Hem; want „u heeft Hij mede levend gemaakt”.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

27 januari 365 dagen met Philpot

De zegen van Jozef

Jozef is een vruchtbare tak, een vruchtbare tak aan een fontein.
Genesis 49:22

Wat is vruchtbaarheid bij een gelovige? Zij brengt ware nederigheid voort. Hij heeft zichzelf gezien; hij weet wat er in de mens is en verfoeit zichzelf. Zijn hart wordt vernederd door God en voor God. Zij brengt in hem de vrucht van het berouw voort, of liever, de Heere brengt die in hem voort (2 Kor. 7:10). Hij ziet in wat hij als zondaar is, en heeft oprecht berouw.

Hij brengt de vrucht voort van droefheid naar God. Omdat hij inziet wat zijn zonden de Heere Jezus Christus gekost hebben, treurt hij erover met een onberouwelijke droefheid. Zij brengt ook een geestelijke gezindheid voort. In plaats van een vleselijk vasthouden aan louter leerstellingen zijn zijn genegenheden in oprechtheid en eenvoud van hart aan de Heere Jezus Christus gehecht. En dit werkt die geestelijke gezindheid die leven en vrede is en behagen schept in hemelse dingen. Zij brengt deze dingen niet alleen in zijn hart voort, of liever, God brengt ze in hem voort, maar hij brengt ze ook voort met zijn mond.

Als hij over de dingen van God spreekt, spreekt hij erover met echt gevoel, met echte liefde in zijn hart en echte genade in zijn binnenste; hij heeft het hart op de tong. Als hij een prediker is, zal hij met kracht spreken. Hij zal de waarheid niet op een harde, aanmatigende en gevoelloze manier brengen. Omdat hij leven en bevinding in zijn ziel heeft en de dingen van God innerlijk heeft ervaren, zal hij wat hij zegt met zalving, dauw, smaak en kracht uitspreken. Het zal het hart bereiken, de geest doen smelten en leven en gevoel bij de hoorders teweegbrengen.

En ook als hij een hoorder is, zal hij met zijn mond vruchten voortbrengen. Wat hij zegt, zal met zout besprenkeld zijn. Zijn gesprekken zullen vol leven en kracht zijn wanneer hij in het gezelschap van Gods kinderen verkeert. De harten van anderen zullen als het ware met het zijne samensmelten, en er zal een zoete gemeenschap en onderlinge uitwisseling zijn.

Sterker nog, hij brengt vruchten voort in zijn leven. Hij is geen dronkaard of overspeler. Als hij in het donker verborgen is, weet hij dat God hem wel ziet, ook al zien mensenogen hem niet. Hij zal geen slaaf van de zonde zijn; God zal hem bevrijden. De zonde zal geen heerschappij over hem voeren. Misschien raakt hij af en toe verstrikt in verborgen begeerten die in hem werken, maar hij zal God smeken die te beteugelen en hem uit elke strik te halen.

Lezen: Markus 4:1-20

Aan de lezer…

Misschien schrikt u, waarde lezer, wanneer u leest dat ware vruchtbaarheid begint met nederigheid en zelfafkeer. U had misschien iets heerlijkers verwacht. Maar hier ligt een verborgen troost. Hebt u uzelf gezien als zondaar? Treurt u over wat uw zonden de Heere Jezus Christus gekost hebben? Dat is geen teken dat God ver van u is, maar dat Hij in u werkt; het is de droefheid naar God, die een onberouwelijk berouw werkt.

En wat de Heere in het hart werkt, laat Hij ook naar buiten komen: in woorden die met zout besprenkeld zijn, in een gesprek dat leven en kracht heeft, in een wandel die verborgen begeerten haat. Zit u nog verstrikt in een zonde die u telkens weer overvalt? Wees eerlijk, en blijf God smeken dat Hij haar beteugelt en u uit de strik haalt. Ik zeg het met vrijmoedigheid: de zonde zal geen heerschappij over u voeren. Wie in het donker weet dat God ziet, mag ook weten dat God bevrijdt.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

27 januari Door Baca’s vallei

Aller ogen wachten op U, en Gij geeft hun hun spijze te zijner tijd.
Psalm 145:15

De Heere zal al Zijn kinderen, vroeg of laat, ieder in zijn mate, op Hem laten wachten. In welke moeite zij ook verkeren: „aller ogen wachten op U”. Welke bestrijdingen zij ook moeten verduren: „aller ogen wachten op U”. Welke moeilijkheden er ook zijn in tijdelijke zaken en welke worstelingen in geestelijke zaken, wat ook hun lot is op de weg van de voorzienigheid of hun oefening in de genade, de Heere zal al Zijn kinderen op de een of andere tijd dit laten ervaren: „aller ogen wachten op U”. Wachten op U om uitredding; wachten op U om een openbaring; wachten op U om een teder woord uit Uw mond tot de ziel gesproken; wachten op U om een knikje van Uw goedgunstig aangezicht; wachten op U om een bewijs van eeuwige gunst.

En wie niet weet wat het betekent „op God te wachten” – namelijk op deze manieren bij nacht en bij dag op Hem te wachten, als de Heere dit in hem werkt; op Hem te wachten als hij op bed ligt, of achter zijn toonbank staat, of in het eenzame veld is, of door de drukke straten gaat – die weet van deze dingen niets af. Hem ontbreken de Goddelijke kenmerken die de Heilige Geest op Zijn levend gemaakt volk drukt.

„En Gij geeft hun hun spijze te zijner tijd.” Er is „spijze” waarop zij bij God wachten, om die uit Zijn hand te ontvangen. En het wordt hun spijze genoemd. Zij hoort hun toe. Al Gods uitverkorenen hebben een voorraad die voor hen in Christus is weggelegd, want het heeft de Vader behaagd dat in Hem al de volheid zou wonen. „Ik zal hun kost rijkelijk zegenen” (Psalm 132:15). Hoewel niemand van Gods levend gemaakt volk ooit aanspraak durft te maken op de zegeningen van Gods hand, heeft de Heere toch zulke zegeningen in Christus weggelegd dat zij werkelijk en voor eeuwig de hunne zijn; want zo zegt de apostel: „Alles is uwe.”

Het is dus hun spijze; dat wil zeggen de spijze die in het bijzonder voor de uitverkorenen is. Het bloed is vergoten voor hun zonden en voor hun zonden alléén; de gerechtigheid is voor hen betaald en voor hen alléén; de liefde is hun gegeven en hun alléén; de beloften zijn geopenbaard tot hun troost en tot hun troost alléén; een eeuwige erfenis, een onverderfelijke en onbevlekte erfenis die niet verwelkt, wordt in de hemelen voor hen bewaard en voor hen alléén. Het is hun spijze omdat het de hunne is in Christus, in Christus voor hen weggelegd. Maar het is ook in een ander opzicht het hunne, namelijk omdat zij het enige volk zijn dat ernaar hongert en er begeerte naar heeft. Zij hebben een mond en een maag die ervan kunnen leven.

Zij zijn het enige volk van wie de ogen werkelijk geopend zijn om te zien wat spijze is. Anderen voeden zich met schaduwen; zij kennen niets van het zalvende voedsel van het Evangelie. En de Heere zei tot Zijn discipelen: Ik heb een spijze te eten, die u niet kent. Zijn spijze was de verborgen mededeling van Gods liefde, de bezoeken van de tegenwoordigheid van Zijn Vader, de Goddelijke gemeenschap die Hij met Zijn Vader genoot toen de discipelen van Hem weggegaan waren: de wil te doen van Hem Die Hem gezonden had, en Zijn werk te volbrengen. Zo is het ook voor Gods kinderen: er is spijze in Christus.

En de Heere laat hen naar deze spijze hongeren. Hij stelt haar hun niet alleen voor ogen, maar Hij legt onuitsprekelijke begeerten in hun ziel om erdoor gevoed te worden. Gods volk kan zich niet verzadigen met draf, noch met as, noch met een oostenwind, noch met giftige druiven, noch met de bittere druiven van Gomorra (Deut. 32:32). Zij moeten spijze hebben, smakelijke spijze die hun ziel graag heeft; spijze die God Zelf meedeelt en die alleen Zijn hand kan aanreiken en hun kan geven, zodat zij die van Hem mogen ontvangen als het deel dat hun ziel verzadigt.

Aan de lezer…

Wacht u op de Heere, en valt het wachten u lang? Misschien ligt u er ’s nachts wakker van, of draagt u het met u mee achter de toonbank of in de drukke straat: een zucht om een teder woord, om een knikje van Zijn goedgunstig aangezicht, om een bewijs van Zijn gunst. Weet dan dat dit wachten zelf een kenmerk is dat de Heilige Geest op Zijn levend gemaakt volk drukt. „Aller ogen wachten op U.”

En het blijft niet bij wachten: „Gij geeft hun hun spijze te zijner tijd.” Er is in Christus een voorraad weggelegd, en die is bestemd voor zulke hongerigen als u. Kunt u zich niet verzadigen met de draf en de as van deze wereld, verlangt uw ziel naar het zalvende voedsel van het Evangelie, dan is dat geen bewijs dat u buitengesloten bent, maar dat de Heere die honger Zelf in u gelegd heeft. Hij zal u op Zijn tijd uit Zijn hand voeden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina