January 27
En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden.
Efeze 2:1
Dood in zonde is natuurlijk een beeld en moet ook zo worden opgevat; want de betekenis is geestelijke dood, en door geestelijke dood verstaan wij het algeheel gebrek aan alles wat heilig, hemels, geestelijk en Goddelijk is; algeheel gebrek aan, deel in en gelijkvormigheid aan het leven van God, dat zuiver en eeuwig, heilig, rein, wijs en goed is en altijd woont in het glorierijk licht van Zijn eigen oneindige volmaaktheden. Dus is dood zijn: geen deel hebben aan God, geen kennis van Hem; geen geloof in, geen vertrouwen, geen hoop op Hem; geen gevoel van Zijn tegenwoordigheid; geen eerbied voor Zijn vreselijke Majesteit; geen begeerte naar Hem of overbuiging tot Hem; geen beven voor Zijn Woord; geen vertrouwen op Zijn beloften; geen verlangen naar Zijn genade; geen bekommernis om en geen belangstelling in Zijn heerlijkheid.
Het is voor Hem te bestaan als een redeloos dier, alleen erop uit, als een dier, om zijn honger of dierlijke lusten te voldoen, zonder enige gedachte wat het einde ervan zijn zal, en altijd geneigd elk natuurlijk plan uit te voeren, alsof hij zijn eigen schepper, zijn eigen rechter, zijn eigen heer en zijn eigen god is. O, wat een vreselijke toestand is het, zo dood te zijn in de zonde en dit niet te weten, niet te voelen, zich geenszins bewust van het tegenwoordig gevaar en het zekere einde, tenzij hij ervan verlost wordt door een krachtige daad van Souvereine macht! Het is dat gebrek aan alle bewustzijn en gevoel dat de dood van de ziel slechts maakt tot een afspiegeling, tot een voorspel van die tweede dood, die zich uitstrekt over een grenzeloze eeuwigheid.
Wil toch niet stug, gelijk een paard weerstreven,
of als een muil, door domheid voortgedreven.
Gebit en toom, door ’s mensen hand bestierd,
beteug’len ’t woest en redeloos gediert’.
Laat zulk een dwang voor u niet nodig wezen.
Wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen,
maar wie op Hem vertrouwt, op Hem alleen,
ziet zich omringd met zijn weldadigheên.
Ps. 32:5
Aan de lezer…
U die dit leest, hoor hoe ernstig dit woord is: dood door de misdaden en de zonden. Niet ziek, niet zwak, maar dood; zonder kennis van God, zonder vreze voor Zijn Majesteit, zonder verlangen naar Zijn genade. En het vreselijkste is dat de dode zijn toestand niet voelt. Leeft u zo, onbekommerd, alsof u uw eigen heer en uw eigen god bent? Dan is dit woord u gezonden als een roep van genade, opdat u nog zou ontwaken voordat de tweede dood u overvalt.
Maar misschien voelt u juist wél uw doodsheid, uw koudheid en onvermogen, en klaagt u daarover voor God. Weet dan dat een dode niet klaagt. Dat u beeft voor Zijn Woord en zucht naar Zijn tegenwoordigheid, is het werk van Hem Die levend maakt. Wat geen mens in zichzelf kan wekken, doet Hij door Zijn soevereine macht. Laat u dan niet ontmoedigen door uw armoede, maar breng haar tot Hem; want „u heeft Hij mede levend gemaakt”.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden.
Efeze 2:1
Dood in de zonde is natuurlijk een beeld en moet ook zo worden opgevat. De betekenis is geestelijke dood, en onder geestelijke dood verstaan wij het volledige gemis van alles wat heilig, hemels, geestelijk en goddelijk is. Het is het volledige gemis van deel aan en gelijkvormigheid met het leven van God, dat zuiver en eeuwig, heilig, rein, wijs en goed is en altijd woont in het glorierijke licht van Zijn eigen oneindige volmaaktheden. Dood zijn is dus: geen deel hebben aan God en geen kennis van Hem; geen geloof in Hem, geen vertrouwen op Hem en geen hoop op Hem; geen besef van Zijn tegenwoordigheid; geen eerbied voor Zijn ontzagwekkende Majesteit; geen begeerte naar Hem of neiging tot Hem; geen beven voor Zijn Woord; geen vertrouwen op Zijn beloften; geen verlangen naar Zijn genade; geen zorg om en geen belangstelling voor Zijn heerlijkheid.
Het is voor Hem bestaan als een redeloos dier, dat er alleen op uit is om zijn honger of zijn dierlijke lusten te stillen, zonder enige gedachte aan wat het einde daarvan zal zijn. Zo iemand is altijd geneigd elk natuurlijk plan uit te voeren, alsof hij zijn eigen schepper, zijn eigen rechter, zijn eigen heer en zijn eigen god is. O, wat een vreselijke toestand is het, zo dood te zijn in de zonde en dat niet te weten en niet te voelen, zich helemaal niet bewust van het huidige gevaar en het zekere einde, tenzij hij daarvan verlost wordt door een krachtige daad van soevereine macht! Juist dat gemis van alle besef en gevoel maakt de dood van de ziel tot een afspiegeling en een voorspel van die tweede dood, die zich uitstrekt over een grenzeloze eeuwigheid.
Wil toch niet stug, gelijk een paard weerstreven,
of als een muil, door domheid voortgedreven.
Gebit en toom, door ’s mensen hand bestierd,
beteug’len ’t woest en redeloos gediert’.
Laat zulk een dwang voor u niet nodig wezen.
Wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen,
maar wie op Hem vertrouwt, op Hem alleen,
ziet zich omringd met zijn weldadigheên.
Ps. 32:5
Aan de lezer…
U die dit leest, hoor hoe ernstig dit woord is: dood door de misdaden en de zonden. Niet ziek, niet zwak, maar dood: zonder kennis van God, zonder vreze voor Zijn Majesteit, zonder verlangen naar Zijn genade. En het vreselijkste is dat de dode zijn toestand niet voelt. Leeft u zo, onbekommerd, alsof u uw eigen heer en uw eigen god bent? Dan is dit woord u gezonden als een roepstem van genade, zodat u nog zou ontwaken voordat de tweede dood u overvalt.
Maar misschien voelt u juist wél uw doodsheid, uw koudheid en uw onvermogen, en klaagt u daarover voor God. Weet dan dat een dode niet klaagt. Dat u beeft voor Zijn Woord en zucht naar Zijn tegenwoordigheid, is het werk van Hem Die levend maakt. Wat geen mens in zichzelf kan wekken, doet Hij door Zijn soevereine macht. Laat u dan niet ontmoedigen door uw armoede, maar breng haar bij Hem; want „u heeft Hij mede levend gemaakt”.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And you hath He quickened, who were dead in trespasses and sins.
Ephesians 2:1
Death in sin is of course a figure, and must be interpreted as such; for moral death is its meaning, and by moral death we understand the utter absence of everything holy, heavenly, spiritual, and divine—the entire lack of participation in, and conformity to the life which God lives as essentially and eternally holy, pure, wise, and good, and forever dwelling in the glorious light of His own infinite perfections. To be dead, then, is to have no present part or lot with God; no knowledge of Him, no faith, no trust, no hope in Him; no sense of His presence, no reverence of His awesome Majesty; no desire after Him or inclination toward Him; no trembling at His Word, no reliance on His promise, no longing for His grace, no care or concern for His glory.
It is to be as a beast before Him, intent like a brute on satisfying the cravings of lust, or the movements of mere animal passion, without any thought or concern what shall be the outcome, and to be bent upon carrying out into action every selfish purpose, as if we were self-creators, and were our own judge, our own lord, and our own God. O what a terrible state is it to be thus dead in sin, and not to know it, not to feel it, to be in no way sensible of its present danger and certain end, unless delivered from it by a mighty act of sovereign power! It is this lack of all sense and feeling which makes the death of the soul to be but a representation of, as it is the prelude to, that second death which stretches through a boundless eternity.
To the reader…
You who read this, hear how solemn this word is: dead in trespasses and sins. Not sick, not weak, but dead: without knowledge of God, without reverence for His Majesty, without longing for His grace. And the most dreadful thing is that the dead do not feel their condition. Are you living like that, unconcerned, as if you were your own lord and your own god? Then this word has been sent to you as a call of grace, that you might yet awake before the second death overtakes you.
But perhaps you do feel your deadness, your coldness and your inability, and you mourn over it before God. Know, then, that a dead man does not mourn. That you tremble at His Word and sigh for His presence is the work of Him Who makes alive. What no man can awaken in himself, He does by His sovereign power. So do not be discouraged by your poverty, but bring it to Him; for “you hath He quickened.”
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y a vosotros os dio vida, estando muertos en vuestros delitos y pecados.
Efesios 2:1
La muerte en el pecado es, desde luego, una figura, y debe interpretarse como tal; pues su significado es la muerte moral, y por muerte moral entendemos la ausencia total de todo lo santo, celestial, espiritual y divino: la carencia completa de participación en la vida que Dios vive, y de conformidad con ella, siendo Él esencial y eternamente santo, puro, sabio y bueno, y morando para siempre en la gloriosa luz de Sus propias perfecciones infinitas. Estar muerto, pues, es no tener ahora parte ni suerte con Dios; ningún conocimiento de Él, ninguna fe, ninguna confianza, ninguna esperanza en Él; ningún sentir de Su presencia, ninguna reverencia ante Su Majestad imponente; ningún deseo de Él ni inclinación hacia Él; ningún temblor ante Su Palabra, ninguna confianza en Su promesa, ningún anhelo de Su gracia, ningún cuidado ni preocupación por Su gloria.
Es ser como una bestia delante de Él, empeñado como un bruto en satisfacer los antojos de la concupiscencia o los impulsos de la mera pasión animal, sin pensamiento ni preocupación alguna por cuál será el desenlace, y estar resuelto a llevar a cabo todo propósito egoísta, como si fuéramos nuestros propios creadores, y fuéramos nuestro propio juez, nuestro propio señor y nuestro propio dios. ¡Oh, qué estado tan terrible es estar así muerto en el pecado y no saberlo, no sentirlo, no tener conciencia alguna de su peligro presente ni de su fin seguro, a menos que uno sea librado de él por un acto poderoso de poder soberano! Es esta falta de todo sentido y sentimiento lo que hace de la muerte del alma una imagen, así como es el preludio, de aquella muerte segunda que se extiende por una eternidad sin límites.
Al lector…
Usted que lee esto, oiga cuán solemne es esta palabra: muertos en delitos y pecados. No enfermos, no débiles, sino muertos: sin conocimiento de Dios, sin reverencia por Su Majestad, sin anhelo de Su gracia. Y lo más terrible es que los muertos no sienten su estado. ¿Vive usted así, despreocupado, como si fuera su propio señor y su propio dios? Entonces esta palabra le ha sido enviada como un llamado de gracia, para que todavía despierte antes de que le alcance la muerte segunda.
Pero quizá usted sí siente su muerte espiritual, su frialdad y su incapacidad, y se lamenta por ello delante de Dios. Sepa, pues, que un muerto no se lamenta. Que usted tiemble ante Su Palabra y suspire por Su presencia es obra de Aquel que da vida. Lo que ningún hombre puede despertar en sí mismo, Él lo hace por Su poder soberano. No se desanime, pues, por su pobreza, sino llévela a Él; porque “a vosotros os dio vida”.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl