Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · gisteren
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

26 september Korenaren uit de volle oogst

Om te verschijnen dengenen, die gezeten zijn in duisternis, en schaduw des doods; om onze voeten te richten op de weg des vredes.
Lukas 1:79

Wat bewoog God de Vader om Zijn eigen Zoon in de wereld te zenden? Was het niet de vrije barmhartigheid van God, die uit Zijn hart naar Zijn kinderen uitging? Welke verdienste, welk recht kunnen Zijn kinderen dan ooit hebben? Hun ellende is hun recht. Hun onwaardigheid, hun diep gezonken staat, de diepte van hun val: dat waren de dingen die Gods medelijden opwekten.

Het is niet wat ik gedaan heb voor de heerlijkheid van God; niet wat ik doe of zal proberen te doen; niet mijn wijsheid, mijn kracht, mijn voornemens, mijn vroomheid, mijn heiligheid. Nee, mijn ellende, mijn hulpeloosheid, mijn onwaardigheid, mijn diep gezonken staat, mijn gevallen toestand, die ik alleen voel omdat ik deel heb aan het bloed en de liefde van het Lam: dat is het wat maakt dat ik Gods barmhartigheid nodig heb. En dat geeft mij het recht om door de Heere Jezus tot God te gaan om genade te ontvangen. Zit u in de duisternis en de schaduw des doods, ver van de weg des vredes, verontrust, neergedrukt, aangevochten, beschaamd? Dan bent u juist in de gemoedsgesteldheid waarvoor de Heere Jezus kwam.

Wat sluit u uit? Uw zonden? Nee, God heeft ze vergeven. Uw onwaardigheid? Nee, er is een kleed van gerechtigheid voor u bereid. Uw onheiligheid? Nee, „Hij is u gemaakt van God tot heiligmaking.” Uw onwetendheid? Nee, „Hij is u gemaakt van God tot wijsheid.” De hindernissen zijn: eigengerechtigheid, zelfverheffing, hoogmoed, huichelarij, verwaandheid; een naam hebben dat men leeft; een vorm van godzaligheid; het stil zitten op uw droesem en gerust zijn in Sion. Dat zijn de hindernissen.

Maar hulpeloosheid, hopeloosheid, wereldsgezindheid en armoede zijn geen hindernissen; het zijn aanspraken. Wanneer deze gevoeld worden, laten zij zien dat uw naam geschreven is in het Boek des Levens, en dat de Heere van leven en heerlijkheid voor u in deze wereld gekomen is. Vroeg of laat zult u daarover de zoete blijdschap in uw hart voelen, en dan zult u in staat zijn Hem om Zijn genade te aanbidden.

Wie is aan onze God gelijk,
die armen opricht uit het slijk,
nooddruftigen, van elk verstoten,
goedgunstig opheft uit het stof
en hen, verrijkt met eer en lof,
naast prinsen plaatst en wereldgroten?

Ps. 113:4

Aan de lezer…

Zit u in duisternis en in de schaduw des doods, neergedrukt, aangevochten en beschaamd? Denkt u dat uw ellende u buitensluit, en dat u eerst iets moet meebrengen voordat u tot God mag gaan? Dan hoort u hier iets wonderlijks: uw ellende is uw recht. Niet uw vroomheid, niet uw voornemens, maar uw hulpeloosheid en onwaardigheid maken dat u Gods barmhartigheid nodig hebt. U bent juist in de gemoedsgesteldheid waarvoor de Heere Jezus kwam.

Wat u werkelijk in de weg staat, is niet uw armoede, maar eigengerechtigheid, hoogmoed en een gerust zitten op uw droesem. Wees dan niet bang voor uw nood, maar voor een naam dat u leeft en een kale vorm van godzaligheid. Gevoelde hulpeloosheid is geen hindernis, maar een aanspraak. Vroeg of laat zal Hij Die de armen opricht uit het slijk, u de zoete blijdschap daarover in uw hart doen voelen, en dan zult u Hem om Zijn genade aanbidden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

26 september 365 dagen met Philpot

Zie mij aan

Zie mij aan, wees mij genadig, naar het recht aan degenen, die Uw Naam beminnen.
Psalm 119:132

Er zijn vooral twee dingen die David God aan Zijn volk zag schenken: het ene was Gods aanzien, het andere de ontdekking van Gods genade: „Zie mij aan, wees mij genadig, naar het recht aan degenen, die Uw Naam beminnen.” Maar hoe ziet God Zijn volk aan? Ziet de Heere niet alles? Doorlopen Zijn ogen niet de aarde om het kwade en het goede te zien? Komen niet alle geheimen aan het licht voor Zijn alwetende ogen? Beproeven Zijn oogleden de mensenkinderen niet? Jazeker!

Maar toch is er een begunstigd volk dat de Heere op een bijzondere wijze aanziet, zoals David wenste dat de Heere ook naar hem zou omzien. Hij ziet hen aan in Christus. Hij ziet hen niet aan zoals ze op zichzelf staan. Als Hij hen zo zou zien, zouden Zijn gramschap, toorn en verontwaardiging tegen hen moeten losbarsten. Maar Hij ziet hen in hun eeuwige en levende verbinding met de Zoon van Zijn liefde, zoals de apostel zegt: „in Hem volmaakt” (Kol. 2:10).

Hij ziet hen als eeuwig in Christus staand, als gekocht door verzoenend bloed en gewassen in de fontein die op één dag geopend werd tegen alle zonde en onreinheid, als gekleed in Zijn heerlijke gerechtigheid en liefgehad met stervende liefde. Daarom ziet Hij hen niet zoals ze in zichzelf zijn, ellendig, jammerlijk, arm, blind en naakt, maar ziet Hij hen zonder smet en zonder blaam in de Zoon van Zijn liefde. Zo drukt de apostel het in een paar woorden uit: „Begenadigd in de Geliefde” (Ef. 1:6). David zag wat een gezegende staat dit was. Wanneer de Heere naar Zijn volk keek, zag Hij hen niet als arme, schuldige, ellendige zondaren, maar als staande in Christus, verenigd met Christus en deel hebbend aan Christus, zodat Hij hen met welgevallen kon aanzien in Zijn geliefde Zoon.

Lezen: Numeri 23:13-24

Aan de lezer…

U die soms niet durft op te kijken, omdat u weet hoe u in uzelf bent, ellendig, arm, blind en naakt: vreest u het oog van Hem Die alles ziet, Wiens ogen de aarde doorlopen en voor Wie geen geheim verborgen blijft? Als Hij u alleen in uzelf zou aanzien, zou die vrees terecht zijn, want dan zou Zijn toorn wel moeten losbarsten.

Maar er is een volk dat Hij op een bijzondere wijze aanziet: in Christus, gekocht door verzoenend bloed, gewassen in de geopende fontein, gekleed in Zijn gerechtigheid. Zo gezien zijn zij zonder smet en zonder blaam, begenadigd in de Geliefde. Laat de bede van David dan de uwe zijn: „Zie mij aan, wees mij genadig.” Zoek in uzelf geen reden om aangenomen te worden, maar zie op de Zoon van Zijn liefde. Want wie Hij in Hem aanziet, die ziet Hij met welgevallen aan in Zijn geliefde Zoon.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

26 september Door Baca’s vallei

Hij zal het goede niet onthouden degenen, die in oprechtheid wandelen.
Psalm 84:12

Er zijn mensen die oprecht wandelen, ja zeer oprecht in de vreze Gods, en die toch weinig of geen blijvende bewijzen hebben dat zij nu deel hebben aan de genade van God, of dat zij later zullen delen in de heerlijkheid van Christus. Maar dit ene bewijs hebben zij wel, ook al hebben zij er niet daadwerkelijk de troost van: dat zij oprecht wandelen voor God en mensen. Laat niemand, hoe diep hij ook ingeleid of hoe hoog hij ook begunstigd is, dit bewijs van genade in anderen verachten. En u, die oprecht wandelt vanuit een levend beginsel van de vreze Gods, hebt hier een vast bewijs van de Heere Zelf dat Hij in het bijzonder een oog op u heeft.

Maar wat is in oprechtheid wandelen? O, hier ligt de grote moeilijkheid in de godsdienst. Wij kunnen spreken, prediken en horen, wij kunnen lijken te geloven, maar wanneer het aankomt op handelen, wandelen en in onze dagelijkse praktijk uitdragen wat wij belijden, dan wordt de grootste moeilijkheid gevoeld. „De ziel der godsdienst,” zegt Bunyan, „is het praktische gedeelte.” En juist wanneer wij bij dat praktische gedeelte komen, begint het dagelijks kruis. De wandel, het spreken, ons dagelijks handelen: dat alles samen is de grootste moeilijkheid, zoals het ook de allerbelangrijkste vrucht is van de belijdenis van een christen.

Dag na dag wandelen onder alle omstandigheden en te midden van allerlei verzoekingen die ons omringen, en dat met een teder, oprecht gemoed in de vreze Gods. Steeds het besef met ons meedragen dat hart en mond en leven openliggen voor Zijn alles doorzoekend oog. Doen wat Hem behaagt en mijden wat Hem mishaagt. Dat is werkelijk de steile berg in de godsdienst, die zoveel moeite kost om te beklimmen! Spreken kunnen wij snel genoeg, maar o, wandelen op het rechte en nauwe pad! Christen zijn, zowel uitwendig als inwendig, voor God en mensen, voor de kerk en voor de wereld, en in alle opzichten spreken en handelen met een onwankelbaar vasthouden aan onze belijdenis: dat heeft de natuur nooit gedaan en dat kan de natuur nooit doen. Om zo te handelen en zo te geloven, hebben wij nodig dat de Heere die kracht en genade in ons werkt en in ons openbaart.

Aan de lezer…

Wanneer u oprecht wandelt in de vreze Gods, en toch zo weinig blijvende bewijzen in uw ziel vindt dat u deel hebt aan Zijn genade, dan is dit woord voor u. U ziet anderen die hoog begunstigd zijn, en durft uzelf nauwelijks tot Gods volk te rekenen. Maar veracht het bewijs niet dat Hij Zelf u geeft. Een teder, oprecht gemoed, dat wil doen wat Hem behaagt en mijden wat Hem mishaagt, groeit niet uit de natuur; de natuur heeft dat nooit gedaan en kan het nooit doen.

U weet hoe steil die berg is. Spreken gaat snel genoeg, maar dag na dag wandelen op het rechte en nauwe pad, onder het oog dat hart en mond en leven doorzoekt, dat is het dagelijks kruis. Vraag de Heere dan of Hij die kracht en genade in u wil werken en openbaren. Want Hij heeft gezegd dat Hij het goede niet zal onthouden aan wie in oprechtheid wandelen, en Hij heeft in het bijzonder een oog op u.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina